Home » Afrika » Botswana 2013

Botswana 2013

Okavango Delta, Botswana

Een beetje Botswana..

Botswana is het meest stabiele land van Afrika. Geen oorlogen, goede economie, hoge inkomens door de (3 maal rijkste) diamant, - en goudmijnen en gezegd is; dat de bevolking 36 maanden zonder inkomen kan en nog steeds in staat is om op de tegoeden te leven.. (Kunnen ze in Europa nog wat van leren) Op diefstal van koeien en auto's staat een gevangenis van 25 jaar. (En daar kan Nederland nog wat van leren) Criminaliteit is niet zo hoog. De regering heeft bepaald dat de entree gelden van de natuurparken zeer hoog zijn. Wat erin resulteerd dat het aantal toeristen minimaal blijft en dat de dieren zoveel mogelijk in hun natuurlijke en rustige habitat kunnen leven.

8 april,
Windhoek | Namibië - Ghanzi | Botswana

We rijden Botswana via de TransKalahari snelweg binnen. Er is geen hek tussen de weg en de natuur zoals in Zuid Afrika of Namibië. De koeien, ezels, paarden en geiten lopen dus ook vrijelijk rond. Een aantal jaren geleden is hier mond,- en klauwzeer uitgebroken en werden alle zieke koeien geruimd. De regering beloofde de boeren nieuwe koeien maar aangezien er bijna geen gezonde meer waren, werden er ezels terug gegeven. Deze zie je dan ook in overvloed langs de kant van de weg lopen (je kan ze kopen voor € 20). De Kalahari woestijn ligt rechts van ons. We zien echter alleen bebossing met impala's en 'Pumba's met kleintjes wegrennen en geen zandkorrel van de woestijn.

Ik zit als een hond met zijn neus door het open raam. De warme wind blaast de lokken uit mijn gezicht. De lucht is zoet en schoon. Het landschap staat vol met groene bomen en struiken, het gras is geel en groen. Mijn oordoppen spelen een podcast van vocal trance in mijn oren. Als ik geleerd had om te mediteren, was ik het nu aan het doen. Mijn gedachten gaan uit naar mijn ouders, zussen en hun kids. Ik voel de koude keukenvloer hoe hij kan zijn in de zomer en sta even later over de schouder van mijn moeder mee te kijken naar de computer. Een deel van mij is even thuis. Mijn ogen zijn gesloten en toch is het licht. Op het moment ben ik zo aan het genieten van mijn vrijheid. 'Ik ben in Afrika.' Zoiets onwerkelijke lijkt het wel. Ik zie de wereld, ik begrijp wat er in om gaat, ik mag een klein stukje van een bladzijde omslaan om te kijken in andermans leven. Ik doe precies wat ik wil doen. Ik ben vrij. Ik geniet. Ik leef. Ik leef intens en ben mijn ziel weer aan het voeden met de kleuren van de wereld. Ik moet niets, ik kan alles. De wind voelt zo lekker in mijn gezicht. De hemel is blauw. De zon is warm. Het landschap is schoon. Heerlijk!

Bij Ghanzi trial blazers, onze campsite voor vandaag, staan in de warme avondzon, hele leuke ronde rieten hutjes, waar je jezelf naar kan upgraden. Er staat een echt bed in en er hangt een klamboe boven je hoofd. Franci en ik zijn aan de tent verknocht en die is ons inziens meer muggenbestendig dan de klamboes. John is nog steeds boos en negeert de rest van de club. Demonstratief pakt hij twee bier uit de koeler, geeft er één aan mijn vrouw en loopt weg.
De toiletten en de douches zijn afgeheind door riet. Dit keer zit er wel een dakje op. Er is warm en koud water en eerlijk gezegd is dit veel leuker dan een standaard douche in een hotelkamer. Het is ook snikje heet in Botswana, dus het is geen straf om buiten te douchen. Het is al weer donker als we aan tafel gaan. We krijgen 'squash gevuld met maïs', (jammie) groenten en hamburgers. Voor mij en Franci (heb nu al een goede invloed) zijn er vegetarische burgers gemaakt. (Jammie jammie).

Tommy, de Nomad truck met de mensen die de gehele reis van Kaapstad naar Vic falls in kamers of huisjes slapen, is laat. We leggen dezelfde route af, komen elkaar bij bezienswaardigheden altijd tegen en als wij in kamers slapen, zijn zij er ook. Het is ook een vaste club met mensen (maar dan mét geld) alleen hun truck, tommy dus, is iets luxer dan die van ons. Wij zijn met z'n allen aan (oudere) junior verknocht en willen dan ook niet ruilen. 'Het hoort allemaal bij het avontuur'. Chief zou zeggen: 'It's not a holiday, it's an adventure'.

Na het eten hebben we een dans optreden van de San ('de mensen die niet kunnen boeren') oftewel van de Bosjesmannen of Ncoakhoe (rode mensen), zoals ze zichzelf noemen.
In het donker bij het kampvuur verteld onze gastheer Robert dat er speciale dansen zijn voor bijvoorbeeld genezing maar ook voor entertainment.
Acht dames die rond het kampvuur zitten klappen ritmisch in hun handen. Vier jongen mannen dansen met stokken in hun handen rond de vrouwen en het vuur. Ze doen vier genezing-dansen en voeren dan een soort toneelstukje op waarbij ze op zoek gaan naar het aardvarken. In hun dans stampen ze ritmisch met hun voeten in het zand waarbij de 'eland hoeven bonen' (vruchten van de eland hoof boom) gevuld met stukje struisvogelei als castanjettes mee ritselen. Robert heeft vragen voor het publiek en TokioBoy mag alles in de San taal herhalen. Wat neerkomt op veel klanken en klikken. Om half 10 gaan we weer richting de tent voor wat rust na een lange dag reizen.


9 april,
Ghanzi - Maun

Vandaag mogen we uitslapen maar niemand zet tegenwoordig meer een wekker omdat we toch allemaal van elkaar wakker worden; ritsen van tenten die open gaan, mensen die praten of voorbij komen lopen. Om kwart voor acht zijn we al klaar met ontbijten terwijl het plan was dat we rond die tijd zouden beginnen. John zondert zich nog steeds af van de groep. Nu ben ik er wel klaar mee. Als ik hem enthousiast gedag zeg, zegt hij wel gedag terug maar niet op de vrolijke manier zoals hij normaliter doet. Wat denkt hij nou, dat we hem echt daar hadden laten staan? Dat zijn vrouw niet in de gaten had dat haar man niet naast haar zat? Hij gedraagt zich als een klein kind. Zeker nog geen drama in zijn leven meegemaakt anders had hij wel willen relativeren. Ik heb zin om me te gedragen als een 'bitch' en hem eens goed de waarheid te vertellen. 'Prioriteiten jongen en relativeren! Ik heb gisteren (voor een godsvermorgen) naar Nederland gebeld om te horen hoe het met mijn nichtje en neefje was. Een kind van zes wat twee jaar tegen kanker heeft lopen vechten en onder het mes moest. Loopt een vent van in de 50 te huilen over dat hij vijf minuten alleen is gelaten. Flikker toch op! Helemaal klaar mee!  Mijn nichtje doet het trouwens erg goed. Volgens de eerste berichten zou haar 'Vap' (aan een ader gevoegd onderhuids blokje bij het hart, waar een infuus of chemo aangekoppeld kan worden) gisteren worden verwijderd. Maar het bleek een voorbereidend gesprek. Nog geen slaapdokter die er aan te pas kwam. Mijn neefje van vier heeft oorontsteking en mag voor de verlichting ervan, lief tussen zijn ouders in slapen. Goed, ik wil me gedragen als een bitch maar doe het nog even niet, ik hou me.

Een half uur voor tijd zetten we de 300 km (ongeveer 4 á 5 uur) in. Richting Maun de 5de grote stad van Botswana en de poort naar de Okavango Delta.
Yeee! Eerste baobab boom gezien om 09.31 uur.
De dieren langs de kant van de weg lopen met grote (koe) bellen aan hun hals. Door de dichte begroeiing kunnen de boeren toch horen, waar hun vee is.

We komen aan bij onze camping voor de nacht: Delta Rain.
We worden door de eigenaar ontvangen die meteen alle activiteiten die er te boeken zijn aan ons voorlegde: Met een vliegtuigje over de Delta of morgen in een helicopter de boel verkennen. Er worden hoofdprijzen voor gevraagd dus dat doen we even niet. We kunnen ook gaan paardrijden en dan kom je heel dicht bij de giraffen en zebra's. 'Nou vooruit dan, laat ik maar eens wat avontuur gaan beleven anders blijf ik op mijn matje in de zon saai mijn nieuwe (spannende) boek lezen.' Er zijn minimaal twee mensen voor de tour nodig en Stijn zei dat als ik ga, hij ook gaat. Nou dat is mooi. Er volgen nog vier anderen: Ricardo, Mariev, TokioBoy en Rosie.

Om drie uur worden we opgehaald en wandelen mee naar de rivier. De oevers staan vol met riet en hier en dier schiet een waterlelie uit het water. In de verte horen we een motorbootje aan komen, die zich naar onze steiger maneuvreert. Een rasta knul helpt ons op de boot en we maken een schitterende tocht van 20 minuten over het water. Ezeltjes staan aan de kant om water te drinken en grote bomen vormen een bos. We stappen in het midden van niets af om niet veel later vier knullen met acht paarden aan te zien komen lopen.

Een slanke man met hippe chaps vraagt wie er ervaring heeft en wie niet. Degene met ervaring (Mariev, Stijn en ik) hoeven geen veiligheids cap op omdat er te weinig passende exemplaren zijn. In krijg een grote hengst tot mijn beschikking die over zware benen beschikt. De insteek van de (hele dure) tocht is, dat je heel dicht bij de wilde dieren kan komen. In de eerste versnelling gaan we op pad. Rosie, die te schattige Duitse zit met haar teugels bij haar kin. Nog nooit op een paard gezeten en denkt dat ze het paard als een marionet moet berijden. We lopen langs een kudde elanden en zien even later ook wat Oryxen lopen. De paarden lopen door een sloot water van een halve meter en we gaan de begroeiing in. Het enige wat we doen is stappen en zien geen dier. Beetje veel geld, 72 dollar, voor zo'n Pony park Slagharen rit.

Maar als we meer dan een uur nog steeds in de eerste versnelling hebben gelopen komen we opeens bij een kudde impala's waar er een merkwaardig donker exemplaar tussen loopt. Giraffen staan aan de bomen te knabbelen. Al lopen ze weg omdat wij natuurlijk veel te veel lawaai maken, ze blijven ons toch steeds heel nieuwsgierig aankijken en durven op ten duur zelfs een stapje dichterbij te zetten. Niet veel later komen we de familie van 'de pony in de gestreepte pyjama' tegen: de zebra. Kunnen we ook van heel dichtbij zien. Leuk! Als we terug bij de opstap plaats zijn stapt iedereen af, ik ook. Onze gids vraagt of ik niet nog een rondje wil galopperen omdat dat niet met de rest kon. 'Natuurlijk! Graag!,' zeg ik en stijg meteen weer op. Op het uitgestrekte grasland zetten we een keurige galop in, om op de terugweg in rengalop terug te racen. Heerlijk. Toch wel het geld waard geweest. Zeker als we terug op de boot richting de camping getrakteerd worden op de mooiste kleuren die vooraf gaan aan de ondergaande zon. Voldaan maar uitgedroogd stappen we op de aanlegsteiger om terug te gaan voor een douche, een diner en slaapje op ons kamp.


10 april,
Maun - Okavango Delta

Wat een klote nacht!
Super koppijn. Midden in de nacht naar het toilet wat 75 meter lopen is. De beveiliging van het kamp zat half te tukken rond het vuur wat het water voor de douches verwarmd. Ze zitten in dikke oranje wegwerkers jassen, net of dat nodig is bij 22 graden. Ik weet niet of ze er zitten om ongenode gasten te ontvangen of wilde dieren af te schrikken. Die laatste lopen hier schijnbaar rond, waaronder de Hippo (nijlpaard maar Hippo vind ik leuker klinken), die een vrij pad heeft van de rivier naar het kamp. Ik voel me beroerd, heb het gevoel dat ik moet overgeven. Mijn maag is van streek. Ik ga terug in de tent liggen en kan niet op mijn linkerzijde liggen want dat doet mijn maag nog zeerder. Het enige wat werkt is op mijn rug liggen met mijn  handen op mijn buik. Ik voel mijn maag in mijn keel zitten en besluit buiten even op de matjes te gaan liggen. Met de zaklamp om mijn nek, check ik af en toe achter me of er geen slang aangeglibberd komt. Dan komt de verlossende inhoud uit mijn maag en begraaf als een kat mijn braaksel in het zand. Ik ga trillend terug in de tent liggen en probeer wat te slapen. In de ochtend gaan we voor twee dagen naar de delta maar in deze toestand vind ik dat toch wat minder leuk.

Als laatste kom ik in de ochtend om zes uur uit mijn tent en voel me nog steeds slecht. Of het nu een migraine getriggerd door het paardrijden in de zon is,  of dat het gewoon een lichte zonnesteek is, ik weet het niet. De zon is zo fel hier. Ik besluit dat mijn Getorade een goede boost is voor vandaag en eet twee kleine vruchten yoghurtjes. De tenten, matjes en stoeltjes worden op één grote hoop bij elkaar gelegd. Van iedereen staat er een waterkan van 5 liter en een kleine rugzak met één kledingwissel, zwemkleding, muggenspul, zonnebrand, camera, tandenborstel en pasta, slaapzak en heel belangrijk; hoed en zonnebril klaar. Geen grote tas mag mee, alleen wat je nodig hebt voor twee dagen in de bush: Uiteraard moet ieder voor zich weten wat ze meenemen als het maar geen felle kleren zijn want als we gaan wandelen kan dat wilde dieren aantrekken. De rest van onze spullen laten we achter in junior en Chief zal zorgdragen dat alles er nog is als we terug komen. Syma gaat wel met ons mee en de groep hobbelt zo'n anderhalf uur in een 4x4 legertruck, die me doet denken aan het Khmer Rouge regime, naar de Okavango Delta. Ik zit naast John en het gesprek over onze pony's in onze jeugd; Sprinter en Misty, brengt ons weer samen. Hij is over zijn bui heen. (Mag ook wel na twee dagen)

We arriveren bij het begin van de delta. Een aantal 'Mokoro' boten met de bemanning ligt klaar. De mannen en vrouwen die al op ons staan te wachten halen de truck leeg. We zijn zelf-voorzienend dus hebben naast tenten ons eigen eten, campingbranders, gasflessen, borden, bekers, bestek, afwas teilen en niet te vergetende schep bij ons. We verblijven op een eiland in de delta, zonder enige voorzieningen. (geen elektra, of stromend water) De schep; die is om een toilet te graven. Alles wordt in de boten, wat eigenlijk kano's zijn, geladen en daarna stappen wij in. Iedereen mocht 1 matrasje meenemen (ik slaap er standaard op twee omdat mijn gedraaide rugwerveltje dat een stuk leuker vind) maar nu kan er dus maar één mee. De matjes worden als lounge bankjes in de Mokoro's gelegd en Franci en ik stappen in bij onze 'poler' genaamd Labour. Ze worden polers genoemd omdat de boot word voortbewogen met een 'pole' oftewel lange stok.

We liggen twee uur lang echt te genieten van het geweldige uitzicht! Maar maar, wat is het hier mooi. In een rustig tempo glijden we met de Mokoro's door het water wat bezaait is met duizenden waterlelies in de kleuren wit en paars. Zo mooi. Zo stil. Het water is niet heel diep en je ziet alle planten op de bodem die meebewegen met de stroming van het water.
Omdat er maar een minimaal aan spullen meegenomen kan worden in de bootjes naar het kamp, mag niemand meer alleen in een tent slapen. Aangezien er in het begin genoeg tenten waren, hebben bijvoorbeeld Stijn en Gisela een tent voor zich zelf gehad. Ze zullen nu moeten delen. Aangezien Gisela niet met een man een tent wil delen (hoe preuts kan je zijn..?) komt ze aan Stijn en mij vragen of wij dan niet samen willen slapen en dan kan zij met mijn slaapie Franci in een tent. Eigenlijk willen we dat beide niet en zien haar graag betalen voor haar 1-persoons gebruik omdat ze in heel veel dingen al vrij a-sociaal is. Maar we zijn aan de andere kant toch al zo op elkaar ingespeeld, dat we maar ja zeggen. Ons maakt het niet uit, alleen gunnen we het haar niet. Rare. Dan heb ik het niet over haar hardloop gedrag (bij 35 graden) langs de snelweg gehad als we een plaspauze hebben (kan ze wat bewegen), haar staande eetgedrag zo ver mogelijk van de groep vandaan, haar 'muggen apethie';  ik ben bang voor muggen- zijn er ook muggen? - Hoe laat komen de muggen? - Muggen dit, muggen dat. Haar staande en wandelende gedrag in de bus als we een lange reistijdvergoeding hebben, haar totale afzondering in de groep, het zeuren over de reistijden, (terwijl alles tot in uit den treuren is beschreven in de reisinformatie, inclusief het aantal kilometers en uren) dus je weet waar je aan toe bent) het hangen in bomen (46 jaar..)  daar, heb ik het nog niet eens over.. Gewoon een raar mens, moet ver van mij vandaan blijven. Als je met een groep op vakantie gaat, dien je je daar naar te gedragen. Maar zoals zij zich gedraagt had ze beter in d'r eentje op reis kunnen gaan. Waren wij ook van alle frustratie af.

Stijn en ik zetten onze tent op en we hebben tot vier uur in de middag voor onszelf. Het kamp word verder opgezet. Syma bereid de lunch voor die op een omgedraaide Mokoro word opgediend. De polers blijven allemaal. Hun tenten staan tussen die van ons in en zij gebruiken het kampvuur wat meteen is gemaakt, om ook hun eten klaar te maken. In de rivier zijn er al een paar aan het pootje baden. Ik ga eerst een tukkie in de schaduw van de tent doen, aangezien mijn hoofdpijn nog niet weg is. Om wat af te koelen ga ik later in de middag het water ook in. Ik heb even gecheckt of het echt 'stromend' water is. In stilstaand zoetwater komt namelijk de 'bilharzia' voor. Een klein wormpje wat zich via je poriën naar binnen werkt en eitjes onder je huid legt...

Maar de Okavango delta is de werelds grootse delta met meren en kanalen die word gevoed door verschillende rivieren uit Angola. In totaal beslaat het geheel in regentijd uit 19.000 vierkante km. In het droge seizoen uit ongeveer 10.000 vierkante km. Omdat er veel water is, komen hier dan ook veel Hippo's en krokodillen voor.

Om vier uur word de groep in tweeën gesplitst en ik ga met mijn 'poler' Labour die eigenlijk Tomalay heet op pad. Iedereen heeft 'camouflage' kleding aan moeten doen. Onze 'vriendin' komt helemaal in het zwart aan.. Even bitchen: 'Gisela? Waarom heb je nu allemaal zwarte kleding aan, als dat de Tjeetjee vlieg en muggen aantrekt? (Donkere en donker fel gekleurde kleding trekt muggen aan) Je loopt continu te zeggen dat die muggen je moeten hebben, maar je trekt wel zwart aan? Waarom?' Geen concreet antwoord. Sommige mensen hebben dus geen idee hoe de wereld in elkaar steekt.. Het word ons op de reis heel gemakkelijk gemaakt; ze gaan ervan uit dat bij de meeste mensen de algemene kennis ontbreekt. Daarom krijg je bij de boeking alle, ik herhaal: alle, mogelijke informatie om je zo goed mogelijk voor te bereiden op een reis in Afrika, word het gewoonweg niet gelezen.. Moedwil of domheid, ik zal het nooit weten. Ik zou ze gewoon vóór in de vuurlinie hebben gezet die mensen. Totaal geen toegevoegde waarde in de maatschappij.

We lopen op het eiland waar ook ons kamp staat; het is een groot eiland. Er staan ook hier Baobabs.. en die vind ik geweldig! Die bomen stralen zoiets krachtigs uit, alsof ze er miljoenen jaren zijn. We zijn Oryxen, giraffen, gnoes en heel erg in de verte een olifant. Als afsluiter zien we een echte Afrikaanse zonsondergang. Zo eentje die ik alleen ken van posters en overdreven Afrikaanse-kunst-schilderijen. Maar met de kleuren goud, roze en rood en de Baobab boom op de voorgrond blijkt dat het nooit overdreven op papier is getekend. Zo 'is' de zonsondergang in Botswana gewoon.

Ik hoop niet dat we onze tent op een Hippo-trial hebben weggezet, want dan zijn we natuurlijk wel mooi de Sjaak.
Syma drukt ons nog even op het hart, dat we bij rare geluiden in het kamp de tent niet uit mogen. Wilde dieren zullen rond lopen. In of uit de tent stappen moet met oplettendheid. Gebruik altijd je zaklamp en check je omgeving en de grond goed op weerkaatsende dierenogen en slangen. Er hing vanmiddag al een slang in de boom, dus ze zijn er zeker. Na het eten ga ik meteen naar mijn tent. Ik heb rust nodig, wil ik morgen van mijn hoofdpijn af zijn en kampvuur en kletsen, dragen niet bij aan een spoedig herstel. Ik lig in de tent en het is een kakofonie van krekels en andere insecten. Het lijkt of er een paar op een xylofoon aan het tikken zijn. Bij de rivier, zo'n 10 meter verderop, hoor ik of een Hippo stappen of het zijn de vliegende vissen die ik vanmorgen loungend in mijn boot ook al heb gehoord. Ik hoop dat er geen grote katachtigen (ja, er zijn leeuwen) langs de tent komen lopen of er een kudde olifanten (olifantenpoep ligt 30 meter van het kamp) over de tenten heen stormt. Geen toilet gebruik zoals vannacht alstublieft. Plassen kan nog wel naast de tent maar voor een andere behoefte, moet je naar de latrine (waar de schep voor word gebruikt) en dan moet je één van de 'polers' mee vragen die dan de wacht voor je houd...

.. Een olifanten geluid! Heel dicht bij! Gevolgd door zwaar gegrom! Het is donker. Heel beangstigend!  Syma roept dat iedereen stil moet zijn. 'Jeeses, wat is dit?!' Angstig kijken Stijn en ik elkaar aan in het schijnsel van een zaklamp. 'Dit is hèèl dichtbij!' Dit is niet leuk meer. Stijn zei net nog, geen 10 minuten geleden: 'ze nemen hier toch geen toeristen mee naar toe als het gevaarlijk kan zijn?' De mannelijke polers zitten bij het kampvuur wel op wacht maar zonder geweren. Als het fout gaat, gaat het fout! Het eerste geluid klonk als een olifant, het tweede als een leeuw. Geen stukje canvas wat je kan beschermen tegen een boze leeuw omdat we in zijn territorium zitten. Het zijn even angstige momenten. Ik pak mijn busje traangas in mijn hand en duik dieper in de slaapzak. De olifant brult weer maar gelukkig is het geluid nu een stuk verder van het kamp. Hij of zij loopt het kamp voorbij. Er word opgelucht gelachen en de eerste grapjes worden al gemaakt. Shit zeg; stress momentje! Mijn hart zat in mijn keel.


11 april,
Okavango Delta

Natuurlijk met één oog geslapen. Alleen door het hor van van de tent'deur' konden we naar buiten kijken. Er is voor de rest geen licht, dus je ziet bijna niets. Je hoort alleen maar onbekende geluiden en ligt op een plek wat alles behalve je thuis is. Aan de oever van de rivier schuifelt er continu een Hippo rond. Je hoort zijn bolle pootjes in de modder zakken en zijn lichaam langs de rietkragen gaan. Ik vervloek mezelf dat we onze tent perse bij een pad richting het bos moesten zetten. Waarom niet gewoon in het midden van het kamp, beschermd door de andere tentjes? Maar als het pad echt van een Hippo was geweest, hadden de polers dat toch wel gezegd? Zij slapen hier zo vaak. Ik word vaak wakker van olifanten geschreeuw en gegrom aan de rivier kant. Het kan van alles zijn. Ik kan niet op onderzoek uit gaan om te checken wat het is.

In de morgen blijkt dat het inderdaad een olifant(en) was maar geen leeuw. De olifant rook dat er mensen waren en was daarom boos maar is verder gelopen, zoals we ook aan het wegstervende geluid konden horen. Twee Hippo's waren, waar de Mokoro's liggen aan het vechten. Ik heb weleens beter geslapen. In de nacht ook super dorst maar ik kon niet drinken want dan moet ik in het midden van de nacht de tent uit en dát gaat natuurlijk niet gebeuren!

05.30 uur op want om 06.00 uur start de wandeling. Iedereen praat over vannacht. Gelukkig is iedereen heel, is er niets gebeurt maar goed geslapen heeft niemand. Mijn koppijn is er nog steeds. Het is ook niet heel bevorderlijk om weinig te drinken als ik dit heb maar ja: prioriteiten. Om 06.00 vertrek voor een ochtend gloren wandeling. Op het uitgesleten pad door het hoge gras is het een labyrint van olifanten poep. Er zijn er nogal wat in de buurt geweest vannacht. De poep is heel erg vers en ligt allemaal binnen een straal van een halve km van ons kampement vandaan. Omdat we op een eiland zitten en we buiten het regenseizoen zitten, kunnen we door het water. Dat betekend dan wel even schoenen en sokken uit, want het water reikt tot aan de knieën. Hartstikke grappig natuurlijk en wijs herhaal ik de woorden van Chief; 'It's not a holiday, it's an adventure'.' De ochtendwandeling is een forse op de nuchtere maag. Van zes tot half 10 zijn we aan de wandel. We komen wel wat dieren tegen: zebra's waar hun geluid het best te beschrijven valt: als druppels die in een emmer water vallen, nieuwsgierige giraffen, gnoes, impala's, Secretary bird, enorm grote kraamvogels, een rennende familie bavianen en dan eindelijk nadat we ze de hele morgen al hadden gehoord: een olifant. Waar de rest van de familie dan was, dat weten we niet.

Bij terugkomst krijgen we koffie, thee en een bak cornflakes met melk die nog steeds koel is. Om 11 uur hebben we een brunch met pannenkoeken, roerei, brood en sla. Die Syma, die maak je niet gek met wat basismiddelen om een maaltijd voor 17 man klaar te maken. De matjes worden uit de tent gesleurd en in de schaduw van de bomen word mijn siësta ingevuld met het in één ruk uitlezen van mijn boek. Mijn hoofdpijn heeft me verlaten. Om de verkoeling op te zoeken, besluit ik toch maar om de rivier in te duiken waar de kleine visjes vervaarlijk dichtbij komen. Ik hou goed de omgeving in de gaten, want het blijft het territorium van de krokodil en de Hippo. De laatste kan dan wel heel schattig met die kleine oortjes kunnen wapperen en een waterlelie blad op zijn hoofd hebben als hij boven komt: rennen kan hij. Wel 40 km per uur, die kleine dikke. Aangezien hij ook heel territoriaal is ingesteld, kijk ik 360 graden om me heen.

Opgedroogd en aangekleed, stap ik samen met Franci de Mokoro van Labour in en we vertrekken met de hele bende om wederom een schit-teren-de zonsondergang te zien. De lelies weerkaatsen in het water, de bomen op het eiland zijn groen. Wat is het hier allemachtig mooi! Dit valt gewoon niet te beschrijven. Ik ga er dus ook geen moeite voor doen, deze avond staat op mijn netvlies gebrand. Op dit soort plekken met water, groen en bomen, ben ik dus helemaal in mijn element. Afgezien dan van die grote dieren die hier rondlopen. Daar ben ik in het donker, als mijn staafjes en kegeltjes wat minder informatie doorgeven, dan stiekem toch een beetje huiverig voor als ik in mijn kleine tentje lig.


12 april,
Okavango Delta - Maun -  Planet Baobab | Gweta

Het ultieme vakantiegevoel? Loungend in de Moroko door de Okavango delta met duizenden, mogelijk miljoenen fata morgana waterlelies om je heen. Het enige geluid wat je hoort in de Afrikaanse koekoek die de producer is van het dansje in Madagaskar (een soort samba). Kleine ijsvogels zitten op in het riet, meervallen springen uit het water en heel sporadisch komt er een Cesna overgevlogen (die het pure geluid van de natuur voor een minuut even vervuild). 'Mensen, wat een traktatie is dit.' Al je zintuigen worden gestreeld. Ik zou het liefst alle lelies plukken en mezelf overladen met deze bloem. De hele Mokoro zou ik vol kunnen leggen. De bloemen zijn allemaal hetzelfde maar toch zo uniek. Standaard zijn ze wit maar er zijn ook enkele paarse en ik heb één rose exemplaar gezien.

De Mokoro glijd geruisloos door het water. Vroeger werden ze van de 'sausages tree' (omdat de vruchten van de boom op gedraaide worstjes lijken) / Jackal berry of Ebony (ebbenhout) gemaakt. Tegenwoordig sparen ze de bomen en worden de kano's van fiberglas gemaakt.

Mijn ochtend humeur is na het eerste half uur op het water verdwenen. Vanmorgen werden we geacht om 06.30 uur ontwaken. Grijze duiven; Günter en Rosie, zijn meestal vroeg wakker en zoals nu, een uur voor de wekker. Ze gaan meteen een hele conversatie met elkaar aan op normaal hoor niveau. Geen gefluister, nee gewoon of iedereen al wakker is om half 5... Ik roep 2x sssttt maar het korte termijn geheugen van deze 70-jarigen is blijkbaar al aangetast. Nadat ik bijna mijn slaapzak ben uitgedreven door het kookpunt wat ik heb bereikt roep ik of ze alstublieft stil kunnen zijn. Stijn ligt te gniffelen op zijn matje. Ik ben niet de enige die het al een aantal ochtenden hoor, andere hebben ook al hun frustratie geuit. Stijn zelf heeft gisteren ook al wat laten vallen wat ze wel degelijk gehoord moeten hebben. 3 minuten voor de wekker gaat heeft bijna iedereen al zijn tent ingepakt en zit aan het ontbijt. Nu ben ik graag iemand die zijn kont in de krib gooit als mij in de ochtend, mijns inziens onrecht is aangedaan. Ik loop de tent uit, rechtstreeks naar Günter en Rosie die net hun ontbijt aan het halen zijn en vraag of ze 'bite bite bite' eens wat zachter in de ochtend willen doen. Rosie huppelt als een vlinder weer verder met d'r handjes horizontaal aan de aarde en is de onschuld zelfe. Ze verstaat Engels ook niet zo goed en ik ben niet van plan om mijn frustratie in het Duits te vertellen want dan klink ik als een SS'r. Vriendelijk doch dringend verzoek ik Günter voor de tweede keer of ze zachtjes willen praten. Ik heb nu het idee dat hij het wel begrijpt. Knetter chagrijnig ben ik en loop terug naar de tent waar Stijn zijn tanden aan het poetsen is. 'Je hebt het gewoon gezegd?!' vraagt hij. 'Ja, zeg ik, anders ga ik me er alleen maar meer aan irriteren en zeg ik het zo vriendelijk niet meer.

Als we met de Moroko's weer zijn aangekomen bij ons startpunt, gaan alle spullen in de grote open vrachtwagen. We rijden een kwartier en stoppen dan op een grote open grasvlakte. Een paar kindertjes zijn een dansje aan het opvoeren met een rietenkraagje om hun middel en schudden die met hun bolle kontjes heen en weer. We zwaaien naar elkaar en stiekem komen ze iets  dichterbij. Om 10 uur land de helikopter. De contrasten kunnen niet groter zijn: ronde huisjes gebouwd met cola blikjes als stenen, om de muur vervolgens te stucen met aarde en nog geen 50 meter verderop stappen op het koeieweitje van diezelfde mensen, de witte toeristen voor 115 dollar in de helikopter voor een rondvlucht over de delta.. De eerste vlucht word uitgevoerd voor Ricardo, Rosa en TokioBoy. Daarna gaan Stijn, Mariev en Jamal mee. De rest wacht een uur in de zon of schaduw. Ze hebben allemaal Hippo's gespot. Jammer, ik heb ze alleen gehoord. Ergens zegt een stemmetje dat ik ze vast nog wel eens ga zien. De rit gaat terug naar campsite Delta Rain waar we junior en Chief weer zien. Als iedereen fris en fruitig weer onder de douche vandaan is, gaan we lunchen. Ik heb een kort gesprek met een andere begeleider van Nomad. Blijkt dat ik met hem de reis van Vic falls naar Nairobi ga doen. Toeval? Néééé.

Onderweg naar onze nieuwe slaapplaats moeten we met ons schoeisel en slippers bij een controle punt uitstappen. Even in de bak desinfectie gaan staan, slippertjes dompelen en terug in de truck. Voor zo'n 'apenland' vind ik dat ze het toch behoorlijk goed doen om de mond en klauwzeer uit te bannen. Keurig hoor. Net voor zonsondergang komen we aan bij Planet Baobab. Een luxe resort waar wij gewoon in onze tentjes slapen. In record tempo zetten Franci en ik de tent weer op. Franci had een lichte paniekaanval tijdens de lunch omdat ze zich al en tijdje niet lekker voelde. Ze liet het woord malaria vallen en was bang dat ze dat had. Ik zei tegen haar, dat als ze het zou hebben, ze hier echt niet zo zou kunnen zitten. Dan lag ze te kieperen op d'r matrasje. Om alle twijfel weg te nemen heeft Chief haar in Maun meegenomen naar een apotheek waar ze ook zeiden dat het absoluut geen malaria kon zijn.

Franci duikt na het opzetten meteen de tent in. Ik ga eerst de grote baobab bomen op het terrein fotografen. Ze zijn enorm. Maar niet zo hoog en fascinerend zoals ze in Madagaskar zijn. Kortom, dat eiland is bij het zien van deze woudreuzen weer terug op de lijst gezet. Ze zijn groot, sommige 2400 jaar (!) oud, maar toch niet helemaal wat ik verwachte te zien. Al met al nog steeds heel fascineren hoor. Ik stap even even het pad af om als 'boomknuffelaar' de stam aan te raken. Hoe vaak kan je zoiets ouds en levens aanraken? De warmte van de dag heeft zich in de bast gevestigd. Misschien hoop ik wel ergens visioen te krijgen hoe de wereld volgens mijnheer Darwin zich heeft ontwikkeld. Maar er gebeurt niets. Ik voel alleen intense warmte. Blij dat ik dit weer heb mogen aanschouwen snel ik naar het grote zwembad voor wat extra verkoeling. Er worden wat rondjes links gezwommen en wat rondjes rechts. Het zwembad is rond, dus baantjes trekken is een beetje moeilijk. Het resort beschikt over een keurige bar en (uiteraard) tref ik daar John en Julie aan die al aan het bier zitten. De stroom is echter net uitgevallen dus er zitten aan een flesje bier bij wat kaarslicht. Uit een gesprek met de manager, die aan de bar even komt kletsen, gebeurt dat vaker. Geen stroom betekend ook geen internet maar betekend ook geen geluid van koelingen. Na twee biertjes ga ik eens kijken of het eten of klaar is en klets met Syma. Een deel van de groep zit op het dak van junior naar de sterren te kijken.

Om half acht is het eten klaar maar John en Julie komen niet eten. Schijnbaar is het gezellig aan de bar. Christina gaat ze halen maar de Ozzies hebben besloten dat drank belangrijker is dan een diner. Na het eten hebben Stijn, TokioBoy en ik een gesprek over vooral de cultuur van Japan. Op de vraag, waarom droegen de Kamikaze piloten in de tweede Wereldoorlog helmen? Komt na jaren eindelijk een verlossend antwoord. In het begin van de oorlog, was het wel de bedoeling dat de piloten naar huis kwamen en droegen ze helmen. Echter aan het eind van de oorlog waren ze door de artillerie heen en gebruikte ze de vliegtuigen zelf als wapens. Nu zouden de kamikaze alleen bandana's met de 'rijzende zon' hebben gedragen. Ik vind het een goed antwoord en zal voortaan in deze kwestie berusten. Het is toch heel interessant om te horen hoe zij op school hebben geleerd over de oorlog. Er komt naar voren dat zij fout waren in de oorlog en dat vind ik voor zo'n volk wat bekend staat om respect en eer toch wel heel toegefelijk. Er word ons verteld dat er minstens 50 verschillende manieren zijn om iemand hoger in de hiërarchie aan te spreken. Zoals wij dus je, jij, u en uw hebben, hebben de Japanners er nog veel meer. Het is grappig om te horen dat niemand verantwoording wil hebben of afleggen en dan komt de indeling van de rangen en standen wel heel goed van pas. Inmiddels zitten we in een hutje met een tafel en wat houten bankjes. In de bar werkt de stroom inmiddels weer en is er een feestje aan de gang met luide muziek.

Rond een uur of 10 gaan we allen naar onze eigen tent en ik check bij mijn 'eigen' slaapie Franci, of het iets beter met haar gaat. De tweede nacht in de Okavango delta was zeer rustig vergeleken met de nacht ervoor. Geen dolende of schreeuwende dieren. Hier kan het dus alleen nog maar veel rustiger zijn.. Dachten we..

Rond middernacht lopen zeer beschonken Engelsen over het terrein. Niet veel later staat er een auto of vrachtwagen voor de poort van de camping onophoudelijk te toeteren. Uiteindelijk lopen de kampbewaarders (denk ik) richting de poort en ik hoor iets van dat het niet voor locale mensen is. De conversatie gaat nog even door en later begint het tuteren weer maar sterft het weg in de nacht. Om 4 uur besluiten de grijze dakduiven weer een conversatie met elkaar aan te gaan. Die mensen moeten toch zo dement als een deur zijn, het geen ruk interesseren of gewoon niet stil staan bij wat ze doen. Kortom geen rustige nacht.

13 april,

Kweta - Chobe nationaal park | Kasane

We verlaten de Planet Baobap campsite vroeg in de morgen en maken ons weer op voor een rit van 400 km. De wegen zijn keurig geasfalteerd of ze zijn er mee bezig. Meestal heb ik geen problemen met lange ritten maar op een of andere manier kan ik deze ochtend mijn draai niet vinden. De warme zon straalt recht door mijn raampje, de wind blaast continu door de opening ervan, de haren in mijn gezicht en die rare Gisela gaat rek en strek oefeningen op de stoel voor me doen.. Die klopt dus echt niet. 

09.45 uur loopt er zomaar een olifant langs de weg. Hij was een beetje verlegen want zodra wij stopte, loopt hij verder en

gaat een stukje verder achter een boom staan. Net of we hem dan niet kunnen zien, grappig. 

Om 12 uur komen we aan bij Thebe River Safari's waar we onze tenten op zetten. We hebben weer een zwembad(je) en een uitgestrekt grasveld wat grenst aan de Chobe rivier. We eten een heerlijke lunch en gaan dan met de designer van de Nomad t-shirts aan tafel zitten. Mij krijg je nooit warm voor dat soort 'toeristische muk' maar dit keer vind ik het wel grappig om de afgelegde route als kaart op mijn rug te hebben. De big5 staan onder het t-shirt, paspoortstempeltjes op de mouw en hopelijk is het in de kleur kaki te verkrijgen. Nadat ik ouderwetse de meeste kleding met de hand heb gewassen en heb opgehangen, zoek ik wat verkoeling bij het zwembad. Voor even dan, want om drie uur worden we opgehaald voor een 'rivier cruise'. Hoe suf klinkt dat? Bij het betreden van de steiger in het snikhete weer vraag ik Chief voor de gein nog even of hij voor Magnum ijsjes wil zorgen als we terug komen.

Als we om vier uur goed en wel in het Chobe nationaal park ronddrijven op onze dubbeldekker boot, weet ik gewoon niet of ik rechts of links op de boot moet staan. Dit is leuk! Er zijn zoveel beestjes! We zien heel in de verte vier olifanten lopen. Op het vaste land meren we bijna aan om een kudde waterbuffels te bekijken. Check: weer één afgestreept van de big5.  Ze zijn net op tijd weg van het waterdrinken, als er een sneakie een krokodil komt aangedreven. Gelukkig zijn de buffels niet zo suf als ze eruit zien. Weet zowiezo niet waarom de waterbuffel bij de belangrijke 5 mag horen, deze is toch helemaal niet te vergelijken met een olifant of neushoorn? De boot gaat verder. We zien een olifanten familie aan het water drinken. Er staan een paar kleintjes bij, heel leuk. Met hun slurf zuigen ze het water op en spuiten het verkoelend over hun rug. Als een olifant geweldig fotogeniek in het water een bad staat te nemen, komt er razendsnel een klein bootje vóór ons uitzicht gescheurd, die daar blijft liggen. De mensen op de boot zitten allemaal achter (gehuurde) spiegelreflex camera's met lenzen van een meter. Er komt wat geschreeuw van onze bootlui die een combinatie zijn van onze club, Tommy en nog een groep.. Waaronder ik mijn bijdrage doe en hard roep: 'thank you!' en steek sarcastisch mijn duim op. Wat een prutser. Het is niet dat het de enige olifant in het park is, er zijn er volgens de laatste cijfers namelijk 120.000 (!) op 10.566 km². Moeilijk om ze te missen maar die ene stond net zo mooi voor de foto..

We varen verder en zien twee olifanten onder een schitterend gevormde Acaciaboom staan. Rap klimt er een aapje in de boom. Niet zoveel verder, liggen er twee waterbuffels in het water. Gewoon heerlijk te genieten van een koel bad, geen interesse in de kroko's die er ronddrijven. Een stukje daarvandaan ligt een incomplete buffel. Incompleet..? Ja, zonder hoofd. Onze kapitein roept af en toe wat in zijn microfoon zodat je weet waar je je camera op moet richten maar er is zoveel te zien dat mijn gehoor alleen 'waterbuffel’ oppikt. Ik zoem in, maak een foto en bedenk me dat het hele beest geen hoofd meer heeft. Gatver. Ik roep tegen Stijn: 'maar dat beest heeft geen hoofd hoor!' Zegt hij: 'ja, de kapitein zei ook net 'dode waterbuffel op links'. Jakkes.

Verschillende olifanten families passeren de revue. Ze lopen allemaal langs de waterlijn om te drinken en om wat verkoeling te zoeken. Zo leuk om te zien dat die kleintjes bij hun grote moeder staan en precies doen wat hun moeder voordoet. Een grote groep Hippo's steken dan rechts van de boot hun koppies boven water - olifanten familie links - wat? 'Dit is er écht over!' Ik weet niet waar ik moet beginnen met fotograferen. Ik ben over-enthousiast! Dit is Zo Gaaf! Gelukkig ben ik nu eindelijk één van velen die graag en veel foto's van diertjes maakt. Ik heb mijn 'wolvepack' gevonden, mijn gelijken; velen onder ons zijn net zo blij als ik. We lopen kriskras over het dek van de boot om de wilde dieren zo goed mogelijk op de gevoelige plaat te leggen.

Intussen is de zon een stuk lager gaan staan en raakt het gouden licht de groene begroeiing. Wild worden we als een Hippo aan het geeuwen is, want iedereen wil een Hippo met een opengesperde bek op de foto. Steeds vaker verschijnen de oortjes, ogen en dan de snoeten van de nijlpaarden boven water om niet veel later weer terug onder het wateroppervlak te verdwijnen. Chobe NP is een mozaïek van stukken land, rivieren, eilandjes en grasvelden. Als je niet beter zou weten zou je denken dat je bij het 'Trammegors' (natuurgebied in Zeeland) bent gedropt. De zogenoemde Kalahari olifant, te herkennen aan de korte slagtanden, zwemmen de waterwegen over met de gehele familie om aan de andere kant, waar het gras altijd groener is, te eten. Na aapjes, Springbokjes, kudu's, impala's en alle andere genoemde beestjes te hebben gezien, gaan we terug met een ondergaande zon in onze rug. De enkele wolk die aan de hemel staat, kleurt fel roze op en nog steeds is iedereen even enthousiast als drie uur geleden om foto's te maken. Terug aan wal staat Chief ons weer op te wachten. 'En, vraag ik aan hem, heb je ijs gekocht?' 'Ja,' zegt hij. 'Echt?! Jammie jammie.' Na onze laatste camping maaltijden samen komen Shadi en Syma met twee bakken ijs als dessert. Super lief van ze! We hebben onze laatste officiële meeting die we standaard hebben na het diner. 

Syma zegt terloops even tegen Ricardo dat er een 'beestje' bij zijn voeten loopt. Iedereen houdt natuurlijk meteen zijn voeten boven de grond. In eerste instantie lijkt het om zo'n (onschuldige) duizendpoot te gaan die we laatst ook zagen maar als Syma vol op het mini-vies-voortbewegende-beestje gaat staan en hij niet dood gaat  (Syma weegt ongeveer 85 kilo) - ze nog een keer stampt - maar nog niet dood - ze het een derde keer probeert - waarna dat lelijke beest nog steeds leeft - schopt ze hem schurend over de grond in de bosjes: ... dit was het neefje van de Schorpioen. En deze wil dus in je tent kruipen.. En als tie bijt: ben je de Sjaak. Heel heel veel pijn. Jich. Als ik een warme douche heb genomen en mijn omgeving heel goed in de gaten heb gehouden, neem ik nog even plaats bij degene die nog aan de eettafels zitten. Een spin ter grote van vijf cm scharrelt een meter van me vandaan. Ik ben niet bang voor spinnen. Eigenlijk kan ik ze heel erg waarderen omdat ze de muggen opeten maar als diezelfde spin richting wat mensen gaat die er minder van gediend zijn, staat heel de club bijna op zijn stoel. 'Oke, jongens dit was het dan, iedereen naar bed.'

Franci ligt al te slapen, die is nog steeds aan het bijkomen van de gedachte dat ze malaria kon hebben. Ik heb mijn ninja lange broek nog over mijn boxers aan. Er zitten hier bij de rivier veel muggen en ik had geen zin om leeg geprikt te worden. Ik lig goed en wel in mijn slaapzak als ik een kriebel voel op mijn linker onderbeen. Ik kriebel terug. Nog een keer. Ik kriebel terug. Nog een keer, 'dit is geestelijk zeg ik tegen mezelf. Dit is gewoon omdat je al die kriebelige beestjes net heb gezien. Het zit gewoon in je hoofd.' ECHT NIET, er zit echt wel iets in mijn broek! Ik pak de stof van mijn broek, draai alles bij elkaar en hoor dan 'snap'. Mijn vingers zijn een beetje plakkerig en ze stinken naar doodgedraaide houtkever. Zonder te gillen als een vliegende keukenmeid (want Franci slaapt) trek ik als een idioot mijn broek uit en draai hem binnenstebuiten. Gatver, iets van een schildje.. Jich. Waarschijnlijk inderdaad een houtkevertje. 'Nou, dood istie...'

 

14 april,

Chobe nationaal park | Botswana - Victoria Falls | Zimbabwe

Om acht uur in de ochtend gaan we de grens van Botswana naar Zimbabwe over. We vullen een formulier in en mogen Botswana weer uit. We lopen het korte stukje naar het kantoortje van Zimbabwe. Daar liggen nieuwe formulieren klaar en die vullen we in. Nog € 25 erbij voor een visa sticker ter grote van een een pagina en dan wachten we 20 minuten. In de tussentijd staan we lekker in het zonnetje te wachten en kijken we naar de 'velvet' aapjes die de deksels van de prullenbakken halen en er uit halen wat eetbaar is. De paspoorten worden even later weer teruggegeven en ik mag 15 dagen blijven. We leggen de laatste kilometers als groep af. Vandaag is de laatste dag samen. Sommige zullen verder reizen, zoals Jamal en ik richting Zambia, Malawi en Tanzania. Andere nemen een transfer van Nomad terug naar JohannesBurg. De reis is voor de meeste ten einde, ik zit op de helft.

 

'Het geluk behoort aan hen, die aan zichzelf genoeg hebben.'
Aristoteles 384-322 VC

 

- Lees verder bij Zimbabwe -