Home » Afrika » Zambia 2013

Zambia 2013

Hippo tussen waterlelies, South Luangwa (NP) Zambia

17 april, Victoria falls | Zimbabwe - Livingstone - Lusaka | Zambia

Pavarotti de 'luxe' truck gaat mij dit keer van Vic Falls naar Nairobi brengen. Althans, daar gaan we vanuit. Aan de buitenkant ziet hij er een stuk gestroomlijnder uit dan junior en beschikt naast keurig afgewerkte opbergvakken aan de buitenkant over een luifel bij de bar.. Was heel handig geweest tijdens onze regen in de woestijn.

Om de truck binnen te komen moeten we niet via de voorkant maar via de achterkant binnenstappen. Daardoor is de indeling van de vier stoelen voorin niet standaard maar staan ze naar elkaar toegelicht met de koelbox in het midden als tafel. Er zijn zelfs 'lockers' waar ik mijn maxi-me in kan doen en er zijn tot op heden genoeg kluisjes over waar ik mini-me in kan plaatsen als ik ga slapen. Ik zoek een zelfde stoel uit, rij nummer drie aan de rechterkant. Het uitzicht rechts is me tot op heden goed bevallen, al waren de meeste diertjes aan de linkerkant te zien. Over het algemeen stoppen we daar toch voor, om ze beter te spotten en dan kan ik altijd nog over de stoel kruipen om aan de andere kant te fotograferen.

Er stappen bij de Adventure Lodge vijf mensen in , waaronder TokioBoy die we een lift geven naar de grens. Naast de chauffeur David en de kok Vincent (van de Tommy truck) gaat er een assistent mee; Scoe. De laatste werkt nu vijf maanden bij Nomad en is nog met zijn inwerkperiode bezig. Hij word klaar gestoomd om over een tijdje zelf te chauffeuren en te gidsen.

Bij de Elephant Hill Lodge halen we nog vijf gasten op. We gaan richting de grens, laten ons uitstempelen maar van de 35 dollar die je zou moeten betalen als 'exit-fee' hoor ik niets. (Waarschijnlijk alleen als je vliegt) Pavarotti beschikt over papieren die toevallig gisteren zijn verlopen. Er moeten dus nieuwe formulieren worden ingevuld en dat duurt even. Als we een half uur later over de smalle brug richting Zambia oversteken hangt iedereen meteen links uit het raam om de watervallen voor de laatste keer te zien. Het regent hier ook van het opspattende water.

Bij de Zambiaanse grens aangekomen moeten we naast ons paspoort en 50 dollar voor een visa ook ons vaccinatieboekje inleveren. Je bent 'verplicht' om tegen de gele koorts te zijn ingeënt, zeker als je terug gaat naar zuid Afrika (dat ga ik volgens mijn planning niet maar als je het niet hebt, moet je je daar dus in laten enten anders mag je ZA niet meer in)  Nog nooit iemand die mij naar dat boekje heeft gevraagd, nu dus de eerste keer. We wachten nog 20 minuten voordat we weer een pagina grote sticker in ons paspoort hebben gekregen en rijden verder naar Livingstone, de vroegere hoofdstad van Zambia. Ione aka TokioBoy hebben we bij de grens gedag gezegd.

De hoofdstad nu is Lusaka, doordat het geografisch geschikter lag voor de spoorwegen. Toen in 1964 Zambia onafhankelijk werd van Engeland, nam de toenmalige president daar ook plaats. In Livingstone hebben we de mogelijkheid om geld te wisselen in de nationale Kwatcha. Daarna kunnen we wat boodschappen doen zoals water en snacks. We zouden nog twee andere mensen oppikken maar die blijken bij de twee bezochte hotels onvindbaar. David, de chauffeur heeft naar het hoofdkantoor gebeld en die wisten te vertellen dat deze pas in Dar Es Salaam, Tanzania bij de club komen. We hebben inmiddels behoorlijk wat vertraging opgelopen en beginnen dan om half 1 pas aan onze rit van 500 km. Waarschijnlijk zijn we zo'n 7 a 8 uur onderweg. Het uitzicht is weer anders; veelzijdig en heel groen. Veel bomen en struiken in kleurig gras. Later verandert dit in iets minder groen (maar nog steeds levendig) en wat geliger gras.

Inmiddels heb ik alle namen in mijn hoofd zitten van onze nieuwe club:Jamal aka Swiss (25) maar die ken ik al drie weken.Nadien (+/-35) uit Duitsland, reist tot Dar es Salaam en gaat dan vrijwilligerswerk op Zanzibar doen. Enrico een charismatische langharige grijze Zwitser van een 56, leraar in het middelbaar onderwijs en gaat ook op Zanzibar vrijwilligers werk doen. Het 'friends with benefits couple' Kate (23) uit Nieuw Zeeland en Sam (18) uit Engeland.. Beth (19) en vriendin Ottavia (+\- 23) uit resp. Engeland en Zwitserland. Nickolas (+/- 36) van 1.60 hoog en 90 cm breed uit Toronto, Canada.

Wat eerste  indrukken: de taxi's zijn fel blauw. Je ziet ze ontelbaar veel aan de kant van de weg staan.  Gelovig volkje die Zambianen; overal staan kerken, er is een St. Patrick huis, katholieke  'kathedralen', 'mission' huizen en de kapper heet: If gods says yes, nobody says no'.  Baby's worden in gekleurde doeken altijd op de rug van hun moeder bedragen. 'Kingdom hall of Jehovah's whiteness' staat er bij een grote witte schuur. Airtel, een provider voor een telefoonnetwerk, domineert het uitzicht: ’drive safe' sponsort door Airtel. Winkeltjes, gesponsord door Airtel. Van de drie gebouwen in het dorp is er één rood,: Airtel. Heel erg commercieel.

Veel mensen hebben een fiets. Naast de weg is er een onbestraat pad wat word gebruikt voor de voetgangers en fietsers. Dit is me in de vooraf bezochte landen in Afrika niet opgevallen. We rijden van het ene stadje naar het andere. Voordat we een bewoond gebied inrijden hobbelen we eerst de zeven achter elkaar gelegde verkeersdrempels over. Er zijn hier veel kraampjes die hun goederen op straat verkopen. Geen grote supermarkten maar vrachtwagentjes vol met groente, fruit en andere spullen die naar de kraampjes worden vervoerd. We rijden midden in een landbouw gebied, dus eten voldoende. Grote silo's en vrachtwagen laadplekken zijn er aanwezig. Er zijn veel mensen op straat. Er leven dan ook 10 miljoen mensen meer dan in Botswana.

De wegen zijn slecht. Doordat het land veel heeft geïnvesteerd in de oorlogen van naburige landen is er geen tot weinig geld naar de infrastructuur gegaan. Mede door de warmte en het op dezelfde manier afremmen of gasgeven, is het asfalt net zo gegolfd als de branding. Een sportbeha had op het voorbereidende lijstje mogen staan. Alhoewel ik als een bulldog beeldje op de hoedenplank zitten te knikkebollen, geniet ik van het landschap. Er staan overal grote mango bomen, smalle palmen met vruchten bovenin: papaja bomen en er zijn veel maisvelden. Dat is totdat we bij een rietsuikerplantage van 10.000 km² komen.

Het is inmiddels 5 uur en werkende mensen zitten op de fiets terug naar huis. De fietsen met grote kussens achterop zijn ook de taxi's. Er zijn zoveel mensen; lopend, fietsend, zittend en wachtend. Ik moet er nog aan wennen. De landen waar ik voorheen ben doorgegaan waren zo anders. Er word over het algemeen gedacht aan Afrika als een 'continent' en daar houd het bij op. Maar de landen zijn net zo verschillend qua cultuur, gebouwen en manier van leven als in Europa. Al zal je dat als buitenstaander in eerste instantie (ook) niet zien. We rijden een vallei in, prachtig. De zon straalt het gefilterde licht over de kleine nederzettingen wat rond gebouwde hutjes met rieten daken zijn. De meeste mensen kijken naar de truck als we langsrijden. Er wordt gestaard en dan zwaai ik en dan zwaaien ze terug. Voor het eerst rijden we in het donker in de truck. We zijn zo'n 50 km voor de hoofdstad Lusaka vandaan waar alleen al drie miljoen mensen wonen. Nu is de lol er een beetje vanaf; in het donker kan ik niet genieten van het landschap. We zijn daarbij al zolang onderweg dat het nu wel goed is geweest.

Om acht in de morgen vertrokken en iets na achten komen we aan bij een poort; Eureka! Ja, we hebben het gevonden, Eureka; onze campsite. Er staan drie giraffen in de koplampen. Ze blijven stilstaan omdat ze even zijn verblind, daarna lopen ze verder. Of het de normaalste zaak van de wereld is dat er giraffen op een camping lopen. Enrico, Nadien en Nicolas zijn 'accommodatie' mensen. Ze hebben dezelfde tocht maar slapen niet in tenten maar in privé kamers. Jamal is mijn nieuwe slaapie. We zetten de tent op en nemen daarna plaats voor het eten, wat gelukkig op een verlichte plek is. We doen een voorstel ronde en iedereen verteld wat over zich zelf. De groep is heel anders, zowel als samenstelling als sfeer. Maar ik denk, dat iedereen wel heel relaxt is. Ik verwacht weinig gezeur of commentaar op de lange(re) reistijden die in het verschiet liggen.

18 april, Lusaka - Chipata

Om zeven uur in de ochtend vertrekken we vanuit Eureka. We zijn het terrein nog niet afgereden of een baby giraffe staat tussen de bomen. Zijn moeder steekt net over en is nog geen drie meter van mijn raampje. Aan de linkerkant staat een groep impala's, alsof het de Lakenvelders in een Holland landschap zijn. 

Jich, jakkes: hoge gebouwen, mega reclame van Samsung, overal advertentie borden, veel mensen, auto's waar je maar kijkt (merendeel Toyota) en de bijkomende luchtvervuiling. We zitten in de spits van Lusaka. In het stadscentrum loopt een smalle parkstrook en begint en eindigt met een rotonde met een fontein in het midden. Fabrieken staan in het centrum, gewoon naast de normale winkels en hoge gebouwen. Lusaka is genoemd naar een voormalig stamhoofd dat residerende op Manda Hills. Manda betekend kerkhof. Als we de voormalig Manda Hill voorbij rijden, zijn alle graven gedolven en is er een groot winkelcomplex boven op gebouwd, teleurstelling.

We hebben vandaag 567 km af te leggen en volgens de informatie gaat dat tussen de 10 en 14 uur duren. Laten we zeggen dat de route 'shaken, not stirred' is. Er ligt asfalt en daar heb je het ook eigenlijk mee gezegd. Op sommige plaatsen zitten daar gaten in maar het meest irritantst is wel die drempels die ze echt overal hebben gelegd. Misschien heb je daar als automobilist minder last van dan als passagier in een truck. Hoe verder je achterin gaat zitten, hoe hoger je achterwerk in de lucht word getorpedeerd. Op bepaalde plekken van de route ben je alleen maar bezig om jezelf zittend te houden. We maken alleen pauzes voor de zogenaamde 'Bush' toiletten. Kortom de schoonste en goedkoopste die je kan tegenkomen. Je loopt de natuur in, zoekt een beschut plekje en je scant de omgeving op reptielen en amfibieën. Geen smetvrees in deze contreien. Ook een lunch schiet er vandaag bij in. In de ochtend hebben we zelf onze bolletjes brood mogen besmeren die we op ons zelf gewenste tijd mogen oppeuzelen. Rond de middag maken we nog wel een stop van 20 minuten op een grote markt aan de weg. We zitten hier maar een paar kilometer van Mozambique vandaan. De landen worden gescheiden door een rivier. Uit deze rivier zijn veel vissen geplukt die liggen of hangen te drogen in de vele marktkraampjes. Het ruikt alsof je aan de zee bent.

Rond half vijf komen we aan in de stad Chipata, het vroegere Fort Jameson. De contrasten in dit land zijn zo groot. Inmiddels heb ik honderden nederzettingen gezien die bestaan uit rode zelfgemaakte stenen in een ronde vorm gezet met een rieten dakje en wat los scharrelend vee en hier is het gewoon weer 'stad (75.000 inwoners)'. Op elke hoek zit een pinautomaat (die aan buitenlanders geen geld geven) en zelfs een burgertent. Mannen lopen met een stapel pantalons over hun schouder en proberen wat te slijten. Mama Rula is ons kamp vandaag. Volgens mij had ik gelezen dat er een zwembad was maar die zie ik niet. Niet dat we er één nodig hebben; het word al donker en fris.

Vincent onze kok slaat weer aan het koken en Jamal en ik zoeken een andere tent dan gisteren uit. De vorige had twee grote gaten bij de ritssluiting. Als je zeker wil zijn van een beestjes-vrije-tent, dan moet je deze niet nemen. We hebben nu nr. 314 en die voldoet helemaal. Geen gaten, geen kieren; geen beestjes. Alleen bij het openklappen komt er een bruine pad uit maar die zijn wel schattig. Het diner is weer heerlijk. Ik dacht dat Syma een goede kok was maar Vincent kan er ook wat van. Er zijn nu drie vegetariërs in de groep (van negen mensen: de vegetariërs winnen terrein!) en wij krijgen heerlijke kleine groenteburgers bij onze groenten, aardappelen en 'pap'. Pap is bloem met water en dan verwarmd. Een standaard basisgerecht voor de maaltijd in Zuid Afrika, Namibië en Zimbabwe.

De baas van de camping is jarig  en er is karaoke voor hem georganiseerd. Één of andere cowboy is met zijn gitaar liedjes aan het spelen. Ik heb meer het idee dat ik in de westerse wereld ben dan in Afrika.

19 april, Chipata - Wildlife camp bij South Luangwa Nationaal park

05.30 uur de wekker en om 06.30 uur vertrek. De wolken zijn roze van de zon die net opkomt. Het is nu al warm, dat beloofd wat voor vandaag. Om 07.23 uur houd het asfalt op. Geen weg meer, alsof je van een polderweg zo het land op rijd. De constructie van een 'echte' weg ligt een paar meter verder maar die houd ook op na 100 meter. Mede door de goedheid van China en Japan zijn hier überhaupt wegen. Althans, dat suggereren de borden. De weg is verder een combinatie van oud asfalt en dan weer zand en stenen.

Er is een ongeluk gebeurt aan de linkerkant van de weg. Een moeder staat met een huilend kind op haar arm. Ik moet van plaats verruilen om te zien wat er aan de hand is. De truck stopt. Er ligt een auto op zijn kop. David, Vincent en Scoe stappen uit. Ik zeg als ze eerste hulp spullen nodig hebben, dat ze het maar moeten zeggen. Ik blijf op een afstandje kijken. Het is niet helemaal duidelijk of er nog iemand in de auto zit. Er staan wat mensen en kinderen omheen. Na een aantal minuten komt het verlossende antwoord; geen dode of gewonden. We zullen op weg naar de campsite langs het politie bureau rijden en daar melden dat er een eenzijdig ongeluk is gebeurt. Waarschijnlijk is het onervaren rijgedrag van de jonge chauffeur de oorzaak geweest. We zijn bijna bij onze plek waar we twee nachten zullen verblijven.

Drie kilometer voor de 'Wildlife' camping lijkt het wel of we Jurassic park binnen rijden. Er staan overal enorme poot afdrukken in de modder; olifanten. Ook wat kleinere ronde met voorop drie 'teen' afdrukken merk ik op. Dat blijken Hippo pootjes.

Met de volgend instructie moeten we de tenten opzetten:

1. Zorg dat de tenten niet te dicht op elkaar staan. Er moet ruimte over blijven voor een wandelende olifant (?!). 'Yep, olifanten lopen door en over de camping en hopelijk langs de tenten in plaats van eroverheen. Ik zou niet graag een olifanten poot op mijn gezicht hebben..'

2. Neem een zaklamp mee in de tent. Check altijd goed de omgeving als je in het donker je tent uit moet. Er lopen Hippo's rond, dus wees voorzichtig. Nu klinkt dat allemaal heel leuk natuurlijk en zelfs ik kijk er stiekem naar uit om een filmpje vanuit mijn tent te maken als Ollie langs komt gebanjerd. Anderzijds weet ik ook hoe beangstigend het kan zijn als ik het pikke donker, zo'n groot gevaarte met veel lawaai komt langs geslenterd. Olifanten zijn groot! In de dierentuin staan ze misschien wel schattig aan hun gras te knagen maar als zo'n grijze bulldozer zonder genade langs komt, is er niemand die je komt of kan redden. Slik. 

O' ja en krokodillen komen ook weleens uit de rivier, hier 100 meter verderop.

In de middag worden we opgehaald voor een excursie. Het is half drie en snikheet. Ik heb hier helemaal geen zin in maar ja, het is geboekt en betaald dus ik ga maar mee.

We zitten met z'n negenen in een grote Defender. De laadbak van de wagen is open en er zijn drie bankjes voor drie á vier personen. Als een stelletje toeristen zitten we in de 'safari bak'. Wij zijn echt de attractie in de 'stad' want iedereen kijkt om en de kindjes komen vanuit hun hutjes naar de weg gerend om te zwaaien.

Na een half uur rijden komen we aan 'Tribal textile'. Een fabriekje wat beschilderd katoen maakt. We hebben een gids die ons door de open loods leid. Mannen en vrouwen volgen met verf uit plastic poffertjes flesjes de lijnen die door het katoen heen schijnen. De print die ze maken ligt als een soort drukplaat onder de natte katoenen doek. Eerst volgen ze de lijnen en dan vullen ze dit op met verschillende kleuren verf. Er is een verfmengmachine in de vorm van een man die achter een tafel zit met allerlei blikken verf. Hij is dé verfmenger en doet uitstekend werk. Er hangt een krijtbord achter hem met 'nieuwe kleuren' met de leukste namen waar VT-wonen jaloers op zou zijn.

Al lopend volgen we het proces door de fabriek. Grotendeels is alles handwerk. Alleen de oven die de verf op de stof verwarmd tot 145 graden Celsius gaat automatisch. Uiteraard gaan de Singer naaimachines ook op stroom. Het zou geen goede onderneming zijn als ze niet aan het einde van de tour een winkel zouden hebben. Hier word het dus duidelijk dat de fabriek in handen is van een blanke Zuid Afrikaan. Het geheel zou het fantastisch doen als franchise in een Macy's, Bijenkorf of La Fayette. Er zijn complete hotelkamers nagebootst om het bed,- bank en muurlinnen aan te prijzen. Daarnaast zijn er tassen, kindertenten, babykamers, decoratie kussens, t-shirts en veel meer. Ik keek een beetje op tegen dit hele toeristisch geheel maar ze hebben zulke mooie spullen. Helaas weten ze dit zelf ook en dit zie je terug in de prijskaartjes. Ze exporteren naar Europa. Ik ga opletten of ik het ook in Nederland terug zie. Het is tenslotte gemaakt door een bedrijf wat aan MVO doet. De mensen krijgen goed betaald, zijn met zon,- en feestdagen vrij en de werkdruk is volgens mij niet zo hoog. Althans, op mij kwam het zeer 'hakuna matata' (geen zorgen | problemen) over.

De Defender brengt ons een stukje terug naar het 'dorp' genaamd Elements. Onderweg komen we (zoals in het hele land) dames tegen, die water zijn gaan halen bij de waterput en grote emmers op hun hoofd dragen. Ik vraag mezelf af hoeveel water daar eigenlijk inzit; 15 misschien wel 20 liter? Op een voetbalveldje zijn twee teams jonge gasten aan het voetballen. Ze worden aanschouwd door een aantal kleintjes. Maar als de kleintjes de toeristische attractie (wij dus) zien aan komen rijden, komen ze direct achter ons aan gerend. We worden welkom geheten in het dorp wat bestaat uit zeven families. Er staan verschillende ronde stenen hutjes met rieten daken. In andere hutjes zijn 'keukentjes' gemaakt en achter een mini-dolhof van opstaand riet zijn de douche faciliteiten. We mogen bij de groep dames gaan zitten. Mannen mogen op stoelen zitten en vrouwen moeten op een rietenmat op de vloer plaats nemen. Als er wel iets tegen mijn principes in druist, is het wel me 'lager' opstellen dan een man. Het liefst zou ik blijven staan maar anderzijds wil ik de mensen die hun gastvrijheid zo tonen, niet beledigen.

Een keurig Engels sprekende gids verteld hoe het dorp in elkaar zit en daarna splitsen we op. Ik ga mee met de man die net het een en ander heeft verteld. Bij een kijkje in de keuken moet in toch echt even voelen hoe zwaar die emmers water zijn. Zo, dat is zeker 20 liter (!)  wat ze op hun hoofd dragen. Ons word verteld dat vrouwen pas mogen trouwen als ze boven de 20 jaar zijn. Mannen trouwen meestal pas tussen hun 25ste en 30ste omdat ze eerst geld moeten verdienen. Als een stel een relatie krijgt, komt de man eerst in het dorp van de vrouw wonen. Zo kunnen de ouders zien of het een goede echtgenoot voor hun dochter word en genoeg geld of spullen heeft om haar te onderhouden. Als ze na een relatie gaan trouwen gaan ze altijd bij of in het dorp van de man wonen. Ze bouwen dan een eigen hut en daar slapen ook hun kinderen tot hun tiende jaar. Daarna krijgen de kinderen een eigen hut; jongens bij jongens en meisjes bij meisjes. In de buurt zijn scholen waar de kinderen naar toe gaan. De regels op het platteland zijn minder streng dat in de grotere steden. Als daar je kind niet naar school gaat kan je zomaar voor drie maanden achter de tralies verdwijnen. Basisscholen zijn gratis maar voor middelbare scholen moet er betaald worden. De afstanden hier naar toe zijn meestal ook groter en daardoor word vaak op scholen een 'voedsel programma' aangeboden. De tieners krijgen op school hun maaltijden waarna ze soms de 12 km weer naar huis moeten lopen.

In de tussentijd dat de gids ons van alles verteld en we langs de hutjes slenteren, worden we achtervolgd door een roedel kinderen. Ze willen allemaal zo graag op de foto en deze dan zelf terug zien. In het begin poseren ze nog verlegen maar al snel veranderen ze in een stelletje snotapen en gaan gekke bekken trekken. Als laatste krijgen we nog een kleine muziek, - en dans uitvoering. Ook ik moet er aan geloven om mijn heupen letterlijk en figuurlijk te laten bewegen. Ik krijg een speciale 'dansdoek' om mijn middel geknoopt en schud met mijn kont. Volgens mij hebben de bewoners meer lol dan wij om al die witte stijve harken te zien dansen. We vertrekken met ondergaande zon weer richting onze Wildlife camping. De kinderen rennen al zand happend achter onze jeep om ons tot de laatste bocht uit te zwaaien.

20 april, South Luangwa Nationaal park 

'Jamal, Jamal, word wakker.' Ik schud aan Jamal zijn arm in het midden van de nacht. 'Jamal, we hebben bezoek!' Vijf meter voor onze tent staat een Hippo! Ik ben wakker geworden van het geluid van een grazend paard. Ik ga rechtop zitten, kijk door het gaas van de tent en letterlijk vijf meter voor onze 'deur' staat een nijlpaard. Gewoon te grazen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Als we iets te hard praten, hoort hij ons en blijft versteend staan. Even later denkt hij dat het 'gevaar' is geweken en gaat weer verder met eten. Hij ziet er zo onschuldig uit. Geweldig! Dit is echt fantastisch! 

Als we een tijd naar hem hebben zitten kijken, gaan we weer op onze matjes liggen en slapen verder. Rond een uur of vier word ik weer wakker van het geluid van gegraas. Potverdorie; staat er weer één voor de deur. Ik kan niet zien of het dezelfde is of een ander. 'Zou ik een foto kunnen maken met flits, zonder hem te laten schrikken?' vraag ik aan Jamal. Ik weet het antwoord zelf eigenlijk ook wel. 'Ik zou het niet doen.' zegt Jamal. Inderdaad beter van niet, zometeen valt hij de tent aan. Maar het blijft fascinerend.

Om half zes, als de zon bijna op is lopen Jamal en ik samen naar het toilet. Misschien loopt er nog een Hippo in de buurt. We scannen de omgeving nog even goed of niemand ons op een drafje wil aanvallen maar nee. Als we de rivier over kijken zien we in de verte wel twee exemplaren lopen. De aapjes zijn ook wakker geworden en een twintig-tal rent naar de tafel waar we gisteren hebben gegeten. Één trekt de prullenbak omver en haalt één voor één de spullen eruit. Bij enige goedkeuring verdwijnt het in zijn mond. Bij afkeuring word het keurig op een stapel naast de prullenbak gegooid. Een familie 'Banded Mongoose' (soort gestreepte fredjes) komen met veel gepiep ook dichterbij. De apen zijn hier niet moet blij en jagen ze weg. Een klein aapje gaat op tafel zitten en zet één van onze koffie bekers een aantal keren over zijn hoofd, om te kijken of er echt niets meer in zit. Het zijn dezelfde aapjes die we laatst bij de grens zagen. Ze heten echter Vervet aapjes en geen Velvet aapjes, zoals het glanzende vachtje wel doet vermoeden.

De Mongoose zijn ook super grappig. Ze gaan bijna nergens in hun eentje op af maar altijd met z'n tweeën of meer. Als ze iets hebben gevonden roepen ze met hun gepiep de andere van de familie die dan ook komen gestormd voor een groepsbijeenkomst. We zijn tot vier uur vrij en hangen wat aan het zwembad wat de naam zwembad eigenlijk niet mag hebben. Met de bruinige kleur van het water is het meer een hippovijver maar het is snikheet, dus iedereen springt erin. Vanuit het zwembad kan je mooi over de rand hangen en de rivier over kijken. Er liggen twee grote groepen nijlpaarden in het water. Af en toe komt er eens één boven geworsteld waardoor je meer van het lichaam ziet dan alleen een stukje van de kop en de oren. De gifgroene slang die zich gisteren over de Coca Cola kratten manoeuvreerde heb ik gelukkig niet meer gezien.

De aapjes lopen weer lekker over het grasveld te racen. Een eekhoorn knaagt op een nootje bij het zwembad. Een grote hagedis van een halve meter komt 20 meter verderop langs gescharreld. Bij het toilet zit een witte  kikker op de pot. Je raakt zo gewend aan de allerlei soorten beestjes die hier rond lopen. Ik ben blij dat ik niet meer bij elke ongewervelde die ik zie, een halve meter de lucht in spring. Als ik met David onder de grote rietenkap van ons eetgedeelte zit te kletsen, sneaken een paar aapjes te truck in. Ik loop naar de achterdeur die openstaat en zeg dat ze er uit moeten. Ze luisteren braaf en maken dat ze weg komen. Ik gooi de deur dicht zodat ze er niet meer in kunnen en geen spullen of snacks kunnen stelen. Op datzelfde moment bedenkt ik me dat ik niet heb gecontroleerd of ze er allemaal uit zijn. Ik doe de deur voorzichtig weer open en er kijkt net een aapje om de hoek van een stoel. Hij kijkt een beetje beteuterd en vind de speurtocht in de truck in zijn eentje volgens mij niet zo leuk. 'Kom maar dan,' zeg ik en doe een stap naar achteren en houd de deur ver open. Hij komt meteen uit de truck en blijft me op een afstandje aan kijken. 'Niet meer doen hè?!' zeg ik en wijs beschuldigend zijn kant op. 

Om vier uur worden we opgehaald door de gids met de Defender. We gaan het South Luangwa national park in. Als we zijn 'ingecheckt' rijden we de brug over en zien meteen al een olifant in de schaduw van een boom staan. Met wat geduld zien we er een tweede bij staan. Eindelijk is de voorraad Springbokjes op en hebben ze plaats gemaakt voor de enigszins lijkende Impala. In een grote vijver die bijna totaal bedekt is met een kleine soort waterlelie, komen af en toe wat Hippo snoetjes naar boven. Het park is 9500 km² groot en herbergt onder andere de 'Thorneycroft's' giraffe. Deze variant heeft een bolle neus en is iets minder fotogeniek dan de rest van de giraffe familie. We komen hem tegen in de bossen waar hij met een vriendje staat te eten. Een kudde waterbuffels lopen dicht bij de Puku, een steviger hert met robuustere kop. We zien een 'Circle billed stork' een grote vogel met een rood en gele snavel. Er is een 'Crowned crane' wat het nationale symbool van Oeganda is. Hij staat met een groepje 'Marabusch stork'. Één van de zwaarste vogels die kan vliegen. Ze zijn een kadaver uit elkaar te halen. Een 'Crowned horn billed' vogel is met een rood gedeelte over zijn kop en een rode krop, bijna uitgestorven omdat hij maar twee eieren per leg heeft. In Zuid Afrika is het nu een beschermde vogel.

Bij de rivier maken we een stop waar we een verkoelend drankje krijgen en naar de kleurige hemel kijken als de zon ondergaat. Het word nu donker en meestal moet je de parken uit bij zonsondergang maar dit keer niet. Naast de 'gewone' gids die we hebben en die het stuur in handen heeft, hebben we een tweede. Deze gaat op de motorkap zitten met een verstraler in zijn hand. Hij is een kenner in reflecterende ogen. Hij kan aan de ogen zien met wat voor dier hij te maken heeft...... Afgezien we muggen en vliegen aan het happen zijn die o het licht afkomen zien we het eerste half uur helemaal niets. Ik vind het eigenlijk wel genoeg geweest. Ik heb mijn 'pony in de gestreepte pyjama' weer gezien en moet toch eens gaan uitvinden of je deze in Nederland niet als huisdier kan houden. Dat moet toch wel lukken? Een zebra domesticeren? Dat geduld een schone zaak is, bewijst zich wel weer in het feit dat we; een konijn... zien. Niet echt heel spannend. Maar later zien we in de straal van licht een 'Lesser spotted gennet' lopen. Wij horen 'Jeanet' en maken er meteen Jeanet Jackson van. Zo die vergeten we dus ook niet meer. Deze rakkers, die wat weg hebben van een vette kat met stippen jagen in de nacht op reptielen, eieren en insecten.

We zien aan andere verstralers die gegroepeerd zijn dat er vast iets bijzonders is te zien. En inderdaad: een LUIPAARD! Woehoe!! Mijn eerste luipaard in het wild! Geweldig! Eigenlijk vinden we het allemaal ene beetje sneu voor het beest dat hij letterlijk in de spotlights staat. Volgens de gids weet de luipaard niet beter omdat van kittens af aan het dier al gewend is aan het licht. Ze kunnen de auto's ook niet als zodanig onderscheiden en ons als mensen erin, al helemaal niet. En dat is te merken. Zonder schichtig te kijken loopt hij gewoon op zijn gemak verder en passeert de eerste auto in rij om vervolgens over te steken en in het hoge riet te verdwijnen. Jee, de big5 zijn binnen. Leeuw, olifant en neushoorn in Etosha NP. De olifant wederom en de waterbuffel in Chobe NP en nu dus het Luipaard in South Luangwa NP. Na dit heugelijk feit zijn we nog steeds enthousiast als we weer een konijn zien en een wilde kat die keurig voor de foto blijft zitten.

Een Chevet, kruising tussen hond en een katachtige spotten we ook nog. Na één hyena gezien te hebben, volgen er nog zes die staan te eten bij het kadaver waar we eerder vandaag de vogels zagen. Nadien haar wens komt uit: nog een luipaard! Deze blijft heerlijk liggen in het gras en trekt zich net als de ander, helemaal niets aan van de verzamelde auto's. Het is meer dan halve maan waardoor zijn roofgebied goed is verlicht. De pony's, impala's en andere graseters  kunnen nu veel beter hun vijand aan zien komen. Het kan dus zijn dat een luipaard een aantal dagen niet eet omdat zijn prooi(en) hem te snel af zijn. Aan de andere kant scheelt dat wel weer een onschuldig leven van een baby zebraatje...

21 april, South Luangwa - Chipata | Zambia - Lilongwe | Malawi  

Gisteravond hadden we nog de grootste lol toen er luid gegil uit de algemene toiletten en douches kwam. Het was Beth. De witte kikker die de hele dag al op de toiletpot zat, besloot in het donker toen ze op de bril zat, op haar hoofd te springen. Hilarisch.

Ik werd vervolgens onder de douche in mijn enkel gebeten, door ik denk een grote mier maar het kan ook een soort wesp zijn geweest. Het was niet meer te definiëren nadat ik als een bezetene 5x met mijn slipper op het beest had gemept. In de nacht kwam mijn vriend 'mister Hippo' weer voor te tent grazen. Jamal heb ik niet meer wakker gemaakt. Die mocht ik alleen wekken voor olifanten of luipaarden. De olifanten waren wel dichtbij en alhoewel ik het fascinerende dieren vind om te zien, is hun geluid enorm beangstigend. Het geschreeuw midden in de nacht lijkt meer op een man in doodsangst die zijn eerste nekbeet van een leeuw krijgt. Niet echt een fijn geluid dus..

Het Wildlife camp word afgereden en we komen een olifanten familie aan de linkerkant tegen. Aan de rechterkant staan een kleine en een grote giraffe. Iets verder achter wat bosjes loopt een derde. Twee aapjes zitten met hun kont op de grond wakker te worden. We zijn om half vijf wakker geworden want we vertrekken om half zes. We gaan namelijk de grens naar Malawi over en moeten (terug) naar Cipata voor een bank. In het gezelschap zijn drie Zwitsers. Twee daarvan hebben hun visa niet in orde gemaakt en volgens de gidsen is het niet mogelijk om deze bij de grens te halen. Bij de andere nationaliteiten moet dat geen probleem zijn. De rest heeft geen visa nodig om het land in te komen. (Althans volgens mijn  informatie)  Er is dus extra geld nodig voor 'omkoping'. Ik ben benieuwd of het lukt. Anders zullen Jamal en Ottavia via Zambia naar Mozambique en dan naar Tanzania moeten reizen..

- Lees verder bij Malawi -