Home » Antarctica » Atlantic Odyssey

Atlantic Odyssey

“An Antarctic Expedition is the worst way

to have the best time of your life”

By: Robert Falcon Scott | British Antarctica expeditie 1910-1913

Ushuaia | Beagle kanaal

19 maart

‘What the f*** heb ik geboekt?!’

Ik vraag het mezelf bijna hardop af als ik over de steiger richting de boot loop. Ik ben zooooo zeeziek. Ik kots al in het vliegtuig als er geen turbulentie is. Bij mijn vrienden in Frankrijk zit ik na 10 minuten in de auto al naar lucht te happen. Autoziek - wagenziek – reisziek – luchtziek – zeeziek, noem het maar op, ik heb het allemaal.

‘En als de boot nou vergaat in een storm?’ Knaagt Eigenwijze ikke ineens. Wijze ikke komt hiermee ook meteen om de hoek kijken (ze komen altijd samen..) en spreekt me bemoedigend in mijn oor..

Wijze ikke: ‘En dan.. je hebt toch al zulke mooie dingen in de wereld gezien? Als dit je laatste reis mocht zijn, zou je dan al niet terug kunnen kijken op een van de beste jaren van je leven? Ben je de afgelopen 3,5 jaar niet bezig geweest omdat ‘filmpje’ wat zogenaamd langs komst voordat je doodgaat, te idealiseren? Als je dood gaat, ga je dood, niemand die daar iets aan gaat veranderen. Je bent in eerste instantie toch gaan reizen omdat ‘denkbeeldige filmpje’ te gaan maken.. Je hebt al veel meer gezien dan de gemiddelde mens, dus wat zeur je nou?’

Eigenwijze ikke: ‘Ja maar, ik ben niet bang om dood te gaan. Ik ben bang om me zoooo ziek te voelen dat dit misschien wel een stille wens word.. Wat nu als ik zo ziek ben, dat ik me bed niet uit kan komen om die besneeuwde zuidelijke wereld te aanschouwen. De reden waarom ik deze boot neem?’

Wijze ikke: ‘Dat had je je dan eerder moeten beseffen en daarbij, je hebt de nodige voorbereidingen getroffen met je acupunctuur, je gemberpoedertjes, je droge kaakjes, je zuurtjes, je rode lintjes voor tussen de pezen van je pols. Als het zo is, dan is het zo.’ – Suck it up! – (zou mijn oudste zus gezegd hebben) ‘Weet je hoeveel mensen dit NIET kunnen?’

Eigenwijze ikke: ‘Ja, je hebt gelijk. Wat loop ik nu te zeuren..’

Maak er maar gewoon het beste van en zet je erover heen’, zeg ik tenslotte tegen mezelf.

 


 

 De eerste indrukken:

De boot is schoon en fris. Er is een heuse receptie waar ik moet inchecken. Het Aziatische personeel staat in een rij te wachten om de gasten te escorteren naar hun kamer. “Maar, dit lijkt wel een echte cruise.’ Wat een luxe. Mijn kamer is 417 op deck 4. De deur wordt geopend en… het is een tweepersoonskamer.. Echt? Ja, echt? Ik dacht dat ik in een ‘kooi’ met twee stapelbedden zou komen (zoals geboekt). Ik dacht nog; ‘ik ga lekker vroeg, heb ik de eerste keuze betreffende het bed. (laag, dichtbij het toilet voor mijn opkomende kotsbuien). Twee bedden en daartussen in een groot raam, kartonnen notitie boekjes. En de badkamer.. Ha, groter dan die ik had in Breda. Maar ja, die was dan ook wel heel erg klein. Douche, toilet, grote wastafel, spiegel die heel is en zonder vlekken. Reddingsvesten in de kast. Harnas aan de kapstok waarmee je jezelf aan het bed kunt ketenen.. Tijdens een storm.. mensen.. Informatieboekje met bio-producten, bio-schoonmaakmiddelen. bio-douchegel in de douche, bio-zeep bij de wastafel. Eco-koffie te verkrijgen in de lounge op deck 5. Gelukkig, niet zomaar een ‘cruise’ maar een weldoordachte ‘hoe ga ik om met de kwetsbare natuur in het zuiden van de aarde’.

 

Ik zet mijn schoenencollectie (nog nooit zoveel schoenen of überhaupt zoveel bagage meegenomen) onder het bed en mijn toilettas in het kastje onder de wastafel in de badkamer. De eerst komende anderhalve maand ga ik helemaal nergens heen, dus uitpakken die handel. Er word omgeroepen, dat als je klaar bent met uitpakken, om naar de lounge te komen. Mijn eerste kennismaking met twee heren, beide Nederlanders. Verder hoor ik Brits, Amerikaans en nog meer Hollands. Naast de lounge is een bibliotheek met laptops en boeken in allerlei talen. Douwe Egberts koffie en koekjes. (Hoe Hollands wil je het hebben?) 80% van de aanwezigen heeft de pensioengerechtigde leeftijd. Was ook wel te verwachten natuurlijk. Op het personeel na, schat ik mezelf tot nu toe in als jongste maar ja, ik blijf dan ook 25…

Rinie (Nederlands), de expeditieleider voert het woord voor de 63 gasten aan boord, afgewisseld door crewmembers die zichzelf voostellen en hun expertise vertellen. Marck (Nederlands) is het hoofd van de hoteldivisie en gaat dus over de kamers. Na een veiligheidsbriefing, worden we weggestuurd en moeten we onze warme kleding en ons reddingsvest gaan halen. We mogen pas de kamer uit als het alarm van 7 keer korte piepjes en een lange is gegaan. Verzamelen in de lounge met nog nog meer info. En dan als een stel waggelende pinguïns met de reddingsvesten om ons nek richting de fel oranje ‘duik’ boten boven op het deck.

Niemand heeft zijn koffer is mijn kamer gelegd. Dat betekend dat ik een privé kamer heb.. Nice..

We hebben diner in de diningroom. De boot is vertrokken rond 18.00 uur en we varen rustig door het Beagle kanaal. De reis is begonnen.

Maar eindigt al snel als we rond een uur of elf voor anker gaan. Er is een heuse storm op de Drake Passage. We gaan nog helemaal nergens naartoe…

 


 

Cursief|Dictafoon: Op bepaalde dagen de dictafoon op mijn telefoon gebruikt omdat ik me onwel voelde en niet in de gelegenheid was om te schrijven. Verhalen zijn letterlijk uitgeschreven van de opgenomen berichten.


 

Beagle kanaal

20 maart (dictafoon)

Gisteren is er verteld dat er een cycloon/orkaan langs zou komen, dus we kunnen de Drake Passage niet over. We zijn
vannacht om kwart voor 11 voor anker gegaan, nog in het Beagle kanaal en we moeten hier zo’n 20 uur blijven. De wind is 35 tot 40 knopen, we liggen voor anker en de golven zijn al best wel aardig.

08.00 uur: Ik lig nog op bed. Ik moet eigenlijk schrijven maar mijn maag is nog niet helemaal fit om te schrijven (vandaar de dictafoon..).Kreeg net een oproep dat we kunnen ontbijten en aan de ene kant wil ik wel maar het kost nu al moeite om mijn bed uit te komen terwijl ik nog niet eens echt zeeziek ben. Misschien zit het wel tussen de oren en ben ik gewoon bang om zeeziek te worden. Het is eigenlijk mijn maag, die is aan het schommelen. Ik zit wel in een luxe kamer; 2 persoons. Ik ben in mijn eentje en heb een televisie en op kanaal 1 kun je de camera volgen die boven in de boeg of in de mast hangt, dat is wel mooi om te zien. We hebben nog een klein beetje land om ons heen omdat we natuurlijk nog in het Beagle kanaal liggen en hebben daardoor ook bescherming van het land (tegen de storm en golven). Voor de rest is het alleen maar golven en witte koppen. We hopen dat we heelhuids aankomen. En dan heb ik het over mezelf en niet over het schip. (of de combinatie daarvan)

..Toch maar even onder de douche om van het ontbijt gebruik te maken. Net een update gekregen van Rinie (expeditieleider), die alle updates geeft. We moeten de hele dag hier blijven, we zitten vlakbij Kaap
 Hoorn maar daar stormt het dus nu heel erg. Waarschijnlijk in de avond of middernacht gaan we. Er kunnen windstoten zijn tot 60 knopen (windkracht 12). Dus hij zei dat hij daar niet wilde zijn.. en ik dus ook niet. We moeten hier dus de hele dag voor anker blijven en hopen dat het beter wordt.

09.45 uur: Wilde nog wel gaan ontbijten maar ik was net wakker en toen voelde ik nog helemaal niets. Mijn maag is nu niet meer in orde dus ik blijf nog maar even liggen.

10.45 uur: Boven ( in de lounge) om een Darjeeling thee te halen. De deuren naar buiten zijn dicht dus je kunt hierdoor niet naar buiten om een frisse neus te halen. Had mijn jas al aangetrokken maar dat gaat dus nu even niet. De lezing “who discovered Antarctica’ heb ik even gemist. Eigenlijk wil ik gewoon voor een frisse neus maar dat gaat niet. De wind raast als een gek tegen de boot aan. Je ziet het water opstuiven van die harde wind. Dit is misschien wel echt een van de domste beslissingen die ik ooit heb genomen, om op een boot te gaan zitten, op een van de onstuimigste stukken van de oceaan. Way the go; Wester…. !

11.30 uur; We hebben informatie gekregen over het internet, vrij prijzig maar dat is natuurlijk wel te verwachten als alles rechtstreeks via de satelliet gaat. Aan het einde van deze presentatie werd ik misselijk dus ben ik naar mijn kamer gegaan, maar in bed met crackers, water en een boek gaat het inmiddels goed.

12.30; Kunnen bijna lunchen. De weg naar de lunchzaal is hier vlakbij, maar is nu net zolang als de Inca trail om te lopen. Ik zie er nogal tegen op. Dus moet even kijken of dat goed gaat. Krijgen uitgebreid 3 gangen lunch met soep, brood, salade en ijs. Maar ben zo bang dat ik dat dan 2 maal zie. Moet even bedenken of ik dit wel wil. Heb het ontbijt ook al over geslagen. Als er iets tegen zeeziekte werkt is het wel goed blijven eten maar de wandeling er naartoe blijft toch zwaar, al liggen de kotszakjes her en der tussen de railingen. Voor degene die echt moeten overgeven; daar hebben ze wat voor gevonden.

14.00: Heb net mijn lunch gehad en met Pat(ricia) uit de UK en 2 mensen uit Groningen die Annelies en Leo heten en een mijnheer uit Polen die Pawel heet, nog een Nederlands stel; Marleen en Paul en een crewmember Albert (Nederlandse bioloog. Gestudeerd in Groningen en daarna gewerkt aan-met de universiteit van Wageningen, toen alles nog gesubsidieerd werd in de jaren 70. Hij deed onderzoek naar kieviten en grutto’s. Toen er een zak geld op tafel kwam en hem werd gevraagd of hij onderzoek wilde doen naar de pinguïns op Antarctica, heeft hij dat aangenomen. Hij heeft daar twee keer een zomerseizoen gezeten, o.a. met een groep Brazilianen.) die een aantal boeken heeft geschreven, aan tafel gezeten. We hebben een lunch gehad. Tijdens het kletsen word ik afgeleid en dan heb ik nergens last van maar zodra ik weer opstap en als een dronken persoon van de ene kant van de gang naar de andere waggel, merk ik toch wel dat ik geen zeebenen heb. Net met Pat een leuk gesprek gehad over haar reizen en haar 5 zonen. Ze vertelde dat ze een keer een reis naar Birma had geboekt en voordat de taxi haar kwam halen ze rokend, en ze rookte niet eens, uit een toiletraam stond. Eenmaal in de taxi gestapt heeft ze heel de weg naar het vliegveld gehuild. ‘Angst voor het onbekende’ maar wel doen! Albert gesproken over de verdeling van Antarctica en over een verdrag wat in 1957 is begonnen en wat pas in 1962 is ondertekend. Het ging er over dat in de eerstkomende 30 jaar niets met het continent mocht gebeuren. In 1992 liep dit verdrag af en toen werd hij weggeroepen
 voor een meeting dus we moeten dat gesprek nog maar eens afmaken. Ik ga terug in bed liggen.. We liggen nog voor anker en wachten tot het weer beter wordt. Ik ga verder met lezen; Slapende honden. Op kanaal 1 zie ik dat het water groen is geworden i.p.v. van zwart.

We vertrekken vandaag niet meer. We blijven voor anker. Storm op zee en in de maag. Bij diner met Martha uit Barcalona gezeten die 2 jaar geleden ook op de Plancius heeft gezeten en 12 dagen heeft moeten wachten voor de kust van zuid Georgia (wat in mijn ogen niet echt een straf is) voordat de boot kon worden gemaakt.

16.30 uur: Oproep om naar de presentatie te komen van de vogels van het Beagle kanaal en Antarctica, maar voel me niet goed op het moment. Ben even blij met mijn crackers, boek en water en wil het niet overdrijven. Daarbij vind ik vogels zowiezo niet echt intressant. Dus laat even voor wat het is. Net ook 60 euro uitgegeven aan 100 mb internet (wat dat ook mogen inhouden). Laarzen zijn ook opgehaald (ben je verplicht om te dragen als je aan land gaat i.v.m. vogelgriep, sporen en andere over te brengen inheemse dingen). Om 19.00 uur krijgen we weer een update en dan zullen we ook horen of we vandaag weggaan, de ankers worden ingehaald en we beginnen aan de tocht over de Drake Passage (wat nog erger zal worden dan de golven die we nu hebben). Alhoewel dit wel heel afwisselend is; de ene keer zitten we in een gordijn van regen en zien we het vaste land niet en de andere keer schijnt de zon, lijkt het wat kalmer te worden en wappert de vlag op de voorboeg wat minder.

19.30 uur: Briefing gekregen over o.a. het weer. Het blijkt een A1 storm te zijn, windkracht 10 bij Kaap Hoorn en hier wat minder. We kunnen ook niet verder varen richting land. Dan zitten we namelijk te dicht bij Chili en dat mag niet. 50 knopen is windkracht 10 en het kan oplopen tot 64 knopen, dat is windkracht 12 en dan heb je echte storm. We hebben net beelden gezien hoe die cycloon (volgens mij komen die alleen in Azië voor, maar heb even geen andere naam) zich ontwikkeld. Paars is de ergste kleur die je kunt hebben.. en de kleur paars is nu heel dichtbij. Daarbij is dit stormcentrum geëxplodeerd en is nu dus overal op de Drake passage. Er werd nog even verkondigd dat we of naar Tahiti konden of naar Nieuw Zeeland want rechtdoor konden we niet. We moeten blijven wachten. De wind kan in een keer vallen dus misschien kunnen we morgenochtend wel vertrekken. Op de brug houden ze dit allemaal in de gaten. We lopen nu wel achter op schema, dat is een ding wat zeker is en de vraag was dan ook of er iets geskipt moet worden. We kunnen nu gewoon niet varen want dan wordt iedereen door de boot geslingerd of de boot kan beschadigd raken. Geduld is een schone zaak.

21.45 uur: Heb net gegeten en gepraat met Pawel met zijn slechte Engels. Er is nog een of ander muisje uit Frankrijk uit de buurt van Parijs. Ook nog met Martha uit Barcelona zitten kletsen. Die laatste heeft een of ander syndroom en die is volgens mij boos op heel de wereld. Maar goed, door die ziekte is ze wel gaan reizen. Er was ook nog een stel uit New York City, Manhattan maar daar heb ik niet veel mee gepraat. Ik heb me meteen na het eten geëxcuseerd aan tafel en ben naar bed gegaan. Kanaal 1 met de camera is nu bijna donker. Kanaal 2 kan ik het dagmenu bekijken en wanneer wat gebeurt aan presentaties. Kanaal 3 is een film. Kanaal 4 alleen natuurfilms. Kanaal 5 heeft de kaart waar we nu zijn, vlakbij Kaap Hoorn en we wachten, wachten.

21.50: Mijn boek, Slapende honden van de schrijver Dennis Lahane is uit. Het schip schommelt en we wachten. We liggen op de plateau Schotia, niet eens Zuid Amerika of de Antarctische plaat. Einde dag 2

Beagle kanaal | Drake Passage

21 maart (dictafoon)

08.10 uur: Eerste dag van de lente, dag 3 op de reis. Hebben net weer een wake up call gekregen om 07.45 uur niet fit genoeg om te gaan. Ik hoor dat de ankers worden gehesen! We gaan zometeen. Het is ook wat rustiger. Maar ik lig dan ook nog steeds, als ik zit, sta of loop is het een ander verhaal. Het is 4 graden buiten, de storm is iets gaan liggen maar nog steeds niet erg rustig. Windkracht 6. We zullen toch een keer moeten gaan want we hebben maar een bepaalde tijd, neem aan dat de kapitein op tijd in Ascencion en Kaap Verdie wil zijn. Hoop dat ik mooie foto’s kan maken, aan de west kant kun je mooi het Beagle kanaal zien. Het word tijd dat we naar Antarctica gaan.

08.00 uur: De ankers zijn helemaal opgehesen, heeft 20 minuten geduurd.

09.40 uur: Ik sta buiten. Het wordt wat onstuimiger. We laten de bergen met de sneeuwkappen achter ons. Er zijn wat dolfijnen die mee zwemmen met de boot. Ik zie er net 1 uit het water springen! Geweldig om te zien! Ohh, dat is er weer eentje!! Het word wat golviger, gaan de Drake Passage zo in. Goed om even buiten te zijn. We zullen zien tot hoe lang dat kan. Er zijn veel regenwolken maar tot op heden is het nog droog en kunnen dus nog even buiten blijven staan. Sta nu naast de brug buiten. Het is 4 graden maar nog goed te doen.

10.30 uur: Mijn eerste Minke walvis!              

11.10 uur: We zijn aan de overtocht begonnen op de Drake Passage. Jaaa, dit is wel even wat anders… Het wordt ook wel Drake Lake genoemd als het heel rustig is. Nou, dat is het nu dus niet.. Het is nu meer de Drake shake of Rock and Rolla.. Ik ben met moeite terug gegaan van de brug naar dek 4. Van 6 naar 4. Je hebt beide handen aan de railing nodig om over het schip te lopen. Mijn maag gaat nu opspelen en voel me niet zo heel top… Ik blijf even op bed liggen, sla de lunch over, heb nog een halve banaan, nog wat water. Als het goed is hoef ik de eerst komende tijd even niet uit mijn bed.

12.30 uur: Ik lig op bed en heb het kouddd. Het schip gaat tekeer… van noord naar zuid…. van oost…. naar west… Het is net Villa Volta in de Efteling. Sla de lunch even over.. Op tv is Inglorius Bastards maar ik kan de concentratie niet eens opbrengen.. en ik wil ook schrijven… moet nog zoveel schrijven…. Maar.. mijn hele lichaam… mijn hele geest is bezig om jaaaa, ik weet het niet…. De balans te… vinden… en te houden.. Ik denk dat ik onder de wol blijf en ga slapen. Pas om 19.30 uur weer eten dus dan doe ik het in de tussentijd met de crackers en het water…

13.45 uur: De boot gaat aardig tekeer. Volgens mij vielen er net al wat mensen want ik hoorde achteraf wat gelach. De hangertjes in de kast hoor ik heen en weer gaan. Als ik naar kanaal 1 kijk waar de camera is, lijkt het vrij kalm maar toch zijn de golven wel heel hoog. Ik maak nog net geen koprol in mijn bed… maar het gaat er aardig op lijken.

17.55 uur: Pffff, het is wel een hele beproeving hoor..Echt niet heel veel zin om dit te doen. Nog niet overgegeven maar moet wel in mijn bed blijven liggen…. Kan helemaal niets. Niet schrijven.. niet lezen.. Elke keer als ik mijn bed uit kom dan… tis gewoon een hele opgave… echt… moeilijk… Zometeen avondeten… daar zie ik al zo tegenop, tegen het feit dat ik die gangen door moet lopen.. niet uhmm… niet dapper genoeg… om naar die dinerzaal te gaan.. Dus ben bang dat ik deze ook oversla.. heb nog een halve banaan.. ook nog ergens crackers….. maar die liggen anderhalve meter van me …vandaan… en dat is echt moeilijk… het schip gaat echt tekeer… De kastdeur vloog al open, voor de eerste keer. Voor de rest rolt alles een beetje rond… je wordt al zeeziek als je naar kanaal 1 kijkt waar de camera hangt. Het lijkt zo kalm maar het is zo onstuimig.. Dus ja, er valt niets aan te doen.. Hopen dat het op een gegeven moment, rustiger wordt. Dat we die Drake Passage over zijn. En hopelijk is het me gegund om normaal over die boot heen te kunnen lopen, bij de verhalen aanwezig te kunnen zijn en normaal te kunnen eten.. maar tot nu toe nog even niet…

19.45 uur: Heb besloten om niet te gaan eten. Heb de film Anatolment afgekeken. ..Niet echt een happy end want hij sterft op een schip en zij sterft bij een bombardement op een metrostation waardoor alles onder water loopt en zij verdrinkt.. Fantastisch vooruitzicht wanneer je op een boot zit. Mijn halve banaan is verrot die ik nog had meegenomen. We varen 12 knopen aan het beeld te zien. … Dit is gewoon alsof je griep hebt, je wil niet uit bed, je kan niet uit bed, met moeite moet je jezelf uit bed trekken omdat je naar het toilet moet… En dan hou je je maar aan alles vast om maar niet over te hoeven geven… Als ik lig is er niets aan de hand.. mijn maag is gewoon vervelend.. Hopen dat het morgen rustiger is, dat ik eindelijk eens wat kan doen; schrijven, lezen, internetten. En Jette je bent vandaag jarig.. maar heb geen verbinding.. denk wel aan je.. vele jaren, in goede gezondheid. Ga een kaartje aan je sturen.

Drake Passage

22 maart (dictafoon)

10.30 uur: Heb het ontbijt weer overgeslagen.. Omdat ik nog steeds niet dapper genoeg ben om de route naar deck 3 te maken. Al ziet de zee er niet echt woest uit, het schip gaat naar oost west, noord naar zuid. Verder goed geslapen en daarna weer een tukje gedaan toen ik met mezelf besloten had om geen gebruik te maken van het ontbijt. Werd bruut wakker gemaakt door de mededeling over de speakers.. Er is nu een lezing over de glaciers op Antarctica en South Georgia. Om half 12 iets over pinguïns. Maar ik kan niet altijd in mijn bed blijven liggen, dus zal ergens wel mijn nest uit moeten komen. … en moet ook nog douchen en mijn haar wassen.. mijn haar is 1 raggebol omdat je natuurlijk door de deining heen en weer word geslingerd. Kan trouwens nu wel op mijn linkerkant liggen, dat betekend op mijn maagkant. Kan zelfs op mijn buik/maag slapen. Dat gaat beter. De balans vinden… nog niet. We zijn inmiddels 200 mijl verwijderd van het Beagle kanaal. Als het goed is moeten morgen bij Antarctica aankomen. Het regent buiten, windkracht 6, 5 graden. Gaan eens kijken wat we van deze dag kunnen maken.

12.30 uur: Ben net bij Ellie (crewmember) geweest en naar haar pinguin verhaal geluisterd, was heel schattig. Over adelie pinguïns, koning pinguïns en keizer pinguïns, heel interessant.. kon het helaas niet volledig afluisteren omdat mijn maag opspeelde en ik terug naar mijn kamer moest. Mezelf daar op bed laten vallen en een klein tukje gedaan en zie hier; 20 minuten later lig ik nog steeds op mijn bed.. lunch sla ik even over..

12.45 uur: Heb het geprobeerd.. maar de lunch lukt echt niet. Ik voel me zo beroerd… Met 1 hand onder mijn hoofd en met de andere probeer ik mijn broodje te breken. Komt er iemand naast me zitten, gaan praten… kost gewoon teveel moeite. Concentratie opbrengen om te luisteren, zie al dat water door de ramen heen en weer gaan, de deining van de horizon…. In een rap tempo.. en hoe hoger je zit, hoe beter je het nog wel kan overzien maar zoveel impulsen… en al die zintuigen die moeten werken…. Werkt gewoon niet… Gevraagd of de bediening mijn fles met 2 liter water wilde vullen en dan heeft Melanie, een van de meisjes braaf gedaan.. al is het lauw water.. mijn kamertemperatuur is 18 graden, het zal vanzelf afkoelen. Weer geen maaltijd.. Denk dat ik toch zou zijn gaan overgeven als ik de rest van het eten zag.. …lekker naar dromenland. Om 15.00 uur moet ik verplicht aantreden, dat doen we dan. Tot die tijd even rust…

12.46 uur: Het was een stom stom stom idee.. Wester… Als je weet dat je zeeziek bent… dat je op zo’n schip gaat zitten… echt?! Hoe dom kan je zijn??

14.49 uur: Net opgeroepen voor de verplichte bijeenkomst. Ben uit mijn bed gevlogen en weer geslapen. Goed geslapen, voel me iets beter. Zit aan de thee en een koekie in de lounge.. Hopen dat ik het nu langer volhou. Even afwachten wat ze zeggen.. o.a.: Dat IAATO (het keurmerk om naar de Antarctic te mogen varen) is opgezet door de Tour Operators. ..Er mogen geen kippenresten van het eten overboord worden gegooid om de vogelgriep in de wereld tegen te gaan… … De zodiac (opblaasbare boot met motor) is uitgevonden door Jacque Custeau..

16.00 uur: We hebben net een introductie gehad over het aan land gaan, hoe de zodiac in te klimmen, laarzen en tripots (camerastatief) te desifecteren, kaartje omdraaien voordat je aan land gaat. Draai je dit niet terug bij terugkomst dan betekent dat, dat je nog aan land bent en ze voor je terug moeten. Moet mijn jas nog stofzuigen want we mogen geen spullen/sporen/zaden overbrengen. 5 meter afstand houden van de pinguins. (die regel geldt niet voor hen) Nog even in gesprek geweest met Erik, een Belg. Denk dat het nu tijd is om op internet te gaan, even mijn ouders laten weten dat ik nog leef. Buiten is zelfde temperatuur, heel mistig, beetje regenachtig, verder geen uizicht behalve dan water, water en golven. Ook geen vogels, niet dat ik daar nu mega-geintresseerd in ben. … Heb er nooit licht over gedacht… over dat lang op een boot zitten.. heb mezelf er ook op ingesteld dat het wel heel lang is…maar… dat daadwerkelijk 24 uur op een deinende boot zitten….terwijl je weet dat je daarvoor niet bent gemaakt…. Dat is toch wel… nooit licht over gedacht.. en zal dat ook nooit doen.. durf nu eigenlijk al te zeggen dat ik dit soort trips nooit weer zal maken.. dit is….uhm… misschien dat ik er morgen anders over denk als ik naast de pinguins heb gestaan.. dit is niet eens echt een aanslag op mijn lichaam maar meer op mijn hoofd… tis gewoon alsof je griep hebt zonder koorts.. het is.. je voelt je gewoon ellendig.. maar goed, heb nog steeds wel trek. Ga zometeen ook echt proberen om mijn avondeten naar binnen te krijgen. Want, denk dat het voor je maag ook niet goed is om op crackers en water te leven. Morgen dus aan land en hoop dan dat ik het kan waarderen dat ik deze verschrikkelijke dagen op zee heb gezeten.

17.30 uur: Net geprobeerd om het internet gaande te krijgen maar dat lukte niet. Alleen even een bericht voor het thuisfront maar dat lukte dus niet. Moet ik naar deck 4 en dat lukt nog even niet. Ben met een nieuw boek begonnen ‘noodkreet in de fles”. Flinke pil. Batterijen worden opgeladen. Camera kaartjes nakijken, morgen natuurlijk wel alles op orde als ik duizend foto’s van die kleine pinguins moet maken en hopen dat de kaartjes werken en alles is opgeladen.

20.10 uur: Het is het einde van de dag. Ben om half 7 bij de bijeenkomst geweest. We maken eerst op de landing op South Shetlands. Slaan de South Orkneys waarschijnlijk over maar doen wel een landing op antarctica maar dat horen we morgen verder. Net gegeten, ging goed, was alleen curry en daar ben ik niet zo’n fan van. Zag het al voor de tweede keer terug komen dus heb alleen de rijst gegeten. Voor de thee heb ik bedankt. Gezellig zitten kletsen met Maggie uit Townsville Australie, die heeft gewerkt voor het centrum van het Great Barrier Reef. Haar man heet Heinrich, beiden zijn van origine Duitsers maar op jonge leeftijd naar Australie vertrokken. En nog een stel uit london maar zij is Duits uit de buurt van Swebisch Hall en hij praat als de godfather. En Elli, die op de Falklands woont en op reizen info geeft en daar les geeft op de lagere school (bijna hetzelfde) Geprobeerd om mail te versturen maar werkt niet.. Nu een reispilletje innemen en hopen dat ik goed slaap.

Drake Passage | South Shetlands

23 maart (dictafoon)

08.00 uur: 60 mijl van de Shetlands af. Het was een hele ruige zee vannacht. Moest van alles in veiligheid brengen. Het schip sloeg van links naar rechts. Moest lager in mijn bed gaan liggen, met de voeten tegen de bedrand om grip te krijgen anders rolde ik het bed uit. Elke keer als ik wakker werd dacht ik; ‘Oh, it was just a bad dream and finally got to our destination’ maar dan werd ik wakker en dacht… ‘O ja, we zitten er midden in.. het is geen eind…. het is geen droom.. we moeten gewoon verder… dit is de realiteit.’

Zee is nu rustiger. Wel van die uitschieters van golven dat je bijna je bed uitvalt. Zo ontbijten… kost zoveel energie… maar als we zo landen op de Shetlands.. zal er toch wat energie in moeten zitten. Ben bang dat als ik zo het bed uit ga, dat ik als een dronken persoon van links naar rechts word geslingerd richting de diningroom..

12.00 uur:We zijn vlak bij de South Shetlands. Het is aan het sneeuwen en er zitten overal ijspegels aan de buiten-railingen. Het water is nu kalm. Vanmorgen ontbeten en dit is de eerste dag dat ik zeg: ‘ja, nou ga ik het wel leuk vinden.’ De zee is dan ook heel rustig. Ben al buiten geweest en heb vogels gezien. Wat betekent dat we weer dichter bij land zijn. Wat pinguïns in het water zien springen. Er zijn walvissen gezien maar die heb ik gemist. Net mijn wasje gedaan, mijn kleding voor de ‘landing’ klaargelegd. Zelfs mijn haar gewassen en geföhnd. Het ziet er naar uit dat ik me beter voel, eindelijk, gelukkig. Heb net naar huis gemaild al gaat dat niet van harte met dit systeem en kost het meteen 20 mb van de 100 die ik heb gekocht. Net nog met James, Britse Geoloog gesproken, jonge knul. Doet ook werk in Marokko en is net terug uit Papua New Guinea. Ook met Martha uit Barcelona gesproken maar die kan alleen maar zeuren, dus daar wil ik niet teveel contact mee hebben want die geeft alleen maar negatieve energie. Na de lunch komen we, als het goed is het Brits canal binnen, schijnt heel mooi te zijn. Maar zitten nu in de mist en gaan wat langzamer varen.

‘Yes, ik ben weer terug.’ Dictafoon is op tafel in mijn kamer achtergelaten. Hopen dat ik de boel nu wat meer samenhangend kan vertellen.

Aan het eind van de lunch schiet iedereen op van zijn stoel wat er is ineens heel veel te zien. Opeens zien we overal ijs
drijven en er is land; ‘land in zicht!’ Ik trek mijn warme kleding aan en ga naar de brug om het geheel eens goed te overzien. Kort daarna ga ik naar mijn kamer om mijn aller-warmste kleding klaar te leggen. We krijgen namelijk zo een ‘pre-landing’ briefing en daarna ga je je spullen halen en je omkleden om richting deck 3 en de Zodiacs te gaan. Ik zou mezelf niet zijn als ik niet vooraan in de rij zou willen staan. Daarbij ben ik (een van) de jongste en dus het snelst. De briefing is klaar. Terug naar de kamer; thermobroek, skibroek, thermo long sleeve, wollentrui, windbreker, alpaca sjaal, bivakmuts, fleece muts, tas met camera’s, batterijen, memorykaarten, 3-poot, beschermhoes, handschoenen, wanten, winter-leger-sokken-gejat-van-mijn-vader, speciale laarzen en mijn jas. Check. Bij de gangway op deck 3 aangekomen mijn kaartje omdraaien (zodat ze je niet vergeten als je kaart nog op rood staat). Ontsmetten van laarzen en 3-poot en dan… in de gladde ijzige met sneeuw bedekte ladder de juiste handgreep aan de Zodiac kapitein geven en bij de juiste golf op de Zodiac stappen, glad… zitten.. goed vasthouden.. niet in het water vallen (want kan dodelijk zijn met deze temperaturen). Check. Onze Zodiac zit vol.. en daar gaan we… We crossen over de Antarctische zee met opspattend water richting een van de Shetlands. Ik voel me levend!!

Volgende quest: op de juiste manier je benen overboord gooien, juiste timing hebben om bij afgaande golf in het water te springen en jaaaa: ik ben aan land! ‘WOEHOE’ schreeuw ik als vreugdekreet tegen Simon (crewmember) die er al aan land staat. ‘I AM ON THE SOUTH SHETLANDS!!!’ (mijn eerste stap op het Antarctische continent) Ik ben de enige ‘mongool’ die zo’n vreugdekreet slaat. Zeker een derde van de 63 passagiers keert voor een tweede of een meerdere keer terug op dit continent. Verschillende hebben al andere reizen met Oceanwide gemaakt en al met al heeft iedereen op de passagierslijst meer reiservaring dan Floortje Dessing. Ze zijn dus iets minder enthousiast dan deze, moi, jonge hond.

Pff, daar sta je dan in een keer, tussen de pinguïns in hun kolonie. De kleine flappertjes oa Montou pinguin en de Chin strap pinguïn (chin strap pinguin, lijken op kleine pinguïns uit het Britse leger met een zwart hoofddekseltje en een touwtje om hun kin) staan dan ook een beetje verbaasd te kijken wat we komen doen. De 5-meter-afstand-regel geldt voor ons maar niet voor hen. Als zij dichterbij komen dan hebben ze ten alle tijden voorrang maar als je zit, zijn ze soms zo nieuwsgierig dat ze heel dichtbij komen.

We hebben wat tijd om in de kolonie rond te neuzen. Grote walvisbotten liggen op het kiezelstrand. Her en der liggen er wat zeehonden verspreid die ook niets van dit plotselinge bezoek begrijpen. Als we allemaal ons fotomoment hebben gehad gaan we als een ware expeditie het eiland verkennen. Verschillende crewmembers nemen 10 tot 12 gasten mee. Niet iedereen doet aan de tocht mee en sommige gaan na drie kwartier al weer terug naar de boot (?). Braaf achter onze leider (Albert, de Hollandse auteur) lopen we als pinguïns achter elkaar aan. Het sneeuwt en het is niet een van de mooiste dagen maar wie kan dat wat schelen..

We mogen niet over de groene plekken van het eiland lopen. Het ‘groene’ is namelijk nieuw mos wat heel veel moeite doet om te groeien en wij zouden met onze rubberen kaplaarzen met elke voetafdruk, dit nieuwe stukje flora kunnen verpletteren. We lopen de besneeuwde en ijzige heuvels op en af. Zien pinguïn stellen die naar elkaar toe rennen (pinguïns zijn heel monogaam) en dan samen weer verder waggelen. Een paar fur-seals (bijna uitgemoord door de mens voor zijn vacht) die in de pubertijd zijn en af en toe vervelend dichtbij komen om naar je te grommen en als ze de kans hebben, om in je enkel te bijten.

Nog meer walvisbotten en een bijna onbeschrijfelijk uitzicht naar zee. Ach toe, ik doe een poging; Meerder keren heb ik de film met Leonardo DiCaprio gezien; Inception. Over een droom in een droom in een droom. Of je de film nu snapt of niet.. Op een gegeven moment is hij met zijn vrouw op een strand met op de achtergrond een stad gemaakt uit herinneringen en droom momenten. Op het laatst van de film is hij daar weer en is de stad, die voornamelijk bestaat uit hoogbouw, aan het afbrokkelen, letterlijk. Grote hoge torens staan divers aan het strand met een vaag grijs licht, bijna geen kleur. De branding hoor je op de achtergrond en verder is er zee. …Nou dat.. dat is precies wat ik dacht toen ik daar rondliep. “Wouw, dit lijkt het strand van Inception wel.’ Grote rotspartijen bij het strand (van oud lavagesteente), grote rotspartijen in de verte, samen, apart, de zon die laag hangt en door de wolken wil heen komen, sommige stukken blauw aan de hemel, grijs-paarse dreigende sneeuwwolken, zon die soms wel doorkomt en als een spotlicht ergens naar lijkt te wijzen. Heel surrealistisch. Heel dreigend, puur en tegelijkertijd heel aards en rauw.

We zien nog een slapende zeeolifant, die ik persoonlijk heel schattig vind omdat ze enorm grote ronde ogen hebben en heeeel nieuwsgierig zijn. Daar afscheid van genomen, beginnen we aan onze steile klim de ijsberg op. Verschillende reisgenoten zijn gewond (ja, echt met pleisters, blauwe plekken en al) geraakt in de afgelopen nacht door de ruige zee. Sommige werden door de kamer gesmeten als ze niet op hun bed lagen. Andere grepen in de douche aan het douche gordijn om vervolgens tegen de wastafel aan te slaan.. En deze reisgenoten moeten nu dus ook extra bikkelen om niet op de steile, deels uit ijs bestaande, vlakte omver te vallen of glijden.

Terug geploeterd door de sneeuw met een nieuwe sneeuwbui over me heen (goede kleding en apparatuur aanschaffen is echt de moeite waard!) kom ik terug bij de Zodiacs. Rinie maakt ze klaar voor vertrek en binnen no-time, zitten we als volleerd Zodiac-cruisers, op de boot en hebben ons retourtje naar de Plancius.

Terug aan boord, gaat de laag over laag over laag aan kleding uit en ga ik een kijkje op de brug nemen. De sneeuwbui is verder getrokken en wat overblijft is een waanzinnig feest aan licht op de ijsvlaktes. Ik maak nog een praatje met de Finse Kapitein en zorg dat ik op tijd aantreed voor de re-cap van 18.30 uur met aansluitend diner. Gezellig met o.a. Australische-Duitse Maggie en Heinrich.

Antarctica Peninsula | Esperanza | Hopes Bay

24 maart,

Ik ben blij. Blij blij. Ben op het zuidelijkste gedeelte van de wereld en ik snap niet dat mensen een one-way ticket naar Mars
willen.. Wat is de wereld; apart, divers, verschillend en mooi.. Om kwart voor 8 krijgen we onze dagelijkse wake-up call via de speakers. Het is -14 graden, de wind is krachtig tot zeer krachtig maar de zee is kalm. Er is namelijk een verschil of de wind hard waait voor een korte tijd of de wind waait voor een lange tijd. Bij wind die kort waait ontstaat geen onstuimige zee. Dat geluk hadden we dus vandaag. Ik voel me top, opperbest. Gisteren was een goede dag. De zee is rustig en daarom is ook mijn maag kalm, we hebben vrede gesloten. Ik heb de tijd genomen om te acclimatiseren en dat schijnt mijn recept te zijn. Bij het ontbijt zit ik met de dame uit New York, Manhattan. Ze verteld dat ze ook een huis in Maine hebben. (Is dit mogelijk een nieuw vakantieadres? Maine dan… want New York sucks) Ze is 3x getrouwd maar geen kids. Ze ratelt maar door, maar op een schattige manier. Ze is aardig.

50% kans dat we vandaag weer een landing maken, weer en water dienende.. Geheel en alleen dus afhankelijk van moeder
natuur. Dit zal ons zuidelijkste stukje van de wereld zijn, hierna gaan we door naar South Georgia, wat alweer een stukje noordelijker ligt. Buiten komt het ‘slush’ en pancake ice voorbij. Pancake ijs is de eerste vorm van bevriezing van zout water. Handig al die geleerde mensen aan boord die gepast en ongepast hun commentaar geven op ons uitzicht.

We varen richting Hopes Bay. We zijn nog steeds een expeditie. Er is dus niets zeker en de route is grotendeels bepaald maar niet vastgelegd. Ik zou het fantastisch vinden als we een landing zouden kunnen maken. Mijn 7de continent. Mocht het niet lukken.. dan ben ik niet teleurgesteld. South Shetlands ligt op de Antarctische plaat dus theoretisch gezien heb ik al voet aan land gezet op mijn laatste continent. Al met al… het zou wel heel gaaf zijn natuurlijk. Al is het bagger koud buiten en hebben we maar een paar honderd meter zicht.

Als we vastland in zicht krijgen, trek ik mijn snowboots aan en mijn laag over laag over laag. Mijn bivakmuts en muts gaan op en met mijn warme wanten en een camera om mijn nek ga ik richting de brug. Ik

doe de deur open en… koud.. whaaa! De thermometer achter de beschutting geeft ongeveer -15 graden aan. Sam van de crew heeft een windchill meter, een klein windvangertje met thermometer. -35,8 graden! is het koudste wat hij meet... Bbbbbrrrrr.

11.35 uur: We gaan voor anker. Blijkbaar niet zo diep hier, want binnen korte tijd is het ratelende geluid van de kabels is gestopt. Even later volgt de volgende. Hopes bay hopen we aan te doen. Rinie geeft een kleine update. We zijn verder van Esperanza gevaren i.v.m. de wind en de kapitein heeft contact met het vaste land. Het ziet er niet naar uit dat ze hout branden voor de verwarming maar een schotel voor satelliet verbinding hebben ze zeker.. En er staat plots een provider in mijn telefoon. Na de lunch zullen we meer horen.. Clive komt zijn verrekijker laten zien. Bevroren. .. aan de binnenkant. IJskristallen hebben zich tegen het glas afgezet.

14.00 uur: Een bijeenkomst. Het is volgens Rinie nu -17 graden buiten. (celcius en geen Fahrenheit) Rinie verteld: ‘De kapitein wilde niet al te dicht bij het land ankeren omdat als het anker losslaat, er te weinig tijd is om te kunnen corrigeren en sla je dus op de rotsen.

Mochten we met de Zodiacs aan land gaan, dan duurt het ten eerste te lang om het land te bereiken. Ten tweede zou het opspattende zeewater (bij chill of windfactor -35 graden, die Elli dus net heeft gemeten) meteen bevriezen in je gezicht. Daarbij is de gangway naar de Zodiacs bevroren, zijn de zijkanten en de bodem van de Zodiacs bevroren en is het kort gezegd onverantwoordelijk om nu te gaan. Conclusie: we gaan niet aan land. We navigeren verder door het ‘pancake’ ijs. (James geeft vanmiddag een lezing over onder andere dit ijs)

We gaan dezelfde weg terug richting Brownsfield strate. We gaan daar noordoost richting South Georgia. Maar….. het scherm wat de voorspellingen van het weer aangeeft, op de brug, verteld ons dat als we nu vertrekken dan komen we wederom in een monsterstorm van windkracht 10. Als het nu al -17 is en we krijgen de wind erbij, met water over het schip en dan krijgen we ‘icing’ op de boot en dat willen we niet. (want dan kunnen we niet meer verder) We gaan dus richting het zuiden en volgen de peninsula naar het westen en gaan dan richting Cape Spring of Cape Primavera. We vertrekken nu nu nu, zodat we niet met volle snelheid daar naar toe moeten. In de nacht is het namelijk een nachtmerrie om door de ijsschotsen te manoeuvreren. Sherva coast, (hert in het Latijn) is waar we nu naartoe gaan, althans richting. Morgenmiddag kijken we verder. We gaan dus in het staartstuk van de storm richting South Georgia.. Er is dus hoop dat degene die willen landen op het Antarctische continent (ikke dus) morgen een herkansing krijgen.

Later dan gepland gaan we dus naar South Georgia. Hopelijk kunnen we daar dan nog minimaal twee dagen zijn i.p.v. drie. Eventueel een extra landing. Op de hoogtepunten willen we niet bezuinigen.. Dus SG, Tristan en St. Helena zullen aan worden gedaan. Hopelijk. ‘Noem een rots geen rots bij een geoloog in de buurt. Noem het dan een geologisch gesteente of formatie…’ (Met een knipoog naar James) Aldus Rinie..

Massa’s ijs… het sneeuwt. De mist lijkt een beetje op te trekken maar het blijkt niet alleen mist te zijn. Omdat er geen horizonis en omdat de lucht wit is, het ijs is wit, blijkt een deel gewoon land. Land met een koude wollen deken van sneeuw. Een grote witte massa van sneeuw. Nog nooit zoveel sneeuw en ijs gezien. Dat kan ook niet als je nog nooit op de Noord,- of Zuidpool bent geweest. Witte bergen met een witte voorgrond en een witte achtergrond. Het zijn zachte schaduwen op een wit doek. IJskristallen pakken zich samen in het zeewater, slush. De Zuidpool begint aan te vriezen. Het is het begin van de winter. Als je dit ziet geloof je niet in het broeikas effect. Maar het is er, dat is zeker. In rap tempo verliezen we dit mooie stuk wereld met zijn flora en fauna. En het is zo bijzonder…

 

Ik heb mijn chillstoel voor het raam gezet. Mijn nieuwe muziek ‘The Piano Guys’ op mijn Spotify gaan genadeloos hard los op de chello en de piano om Titanium in een nieuw jasje te gieten. Geen betere ‘emo’ muziek om met 5 knopen door deze ijsmassa te varen. Onbeschrijfelijk.. zo wit. Met her en der pieken van geologische formaties.. Waanzinnig. Met mijn nep-Ugg-pantoffel tegen de wand voel ik de kou van buiten door de zool trekken. De wereld trekt zo aan me voorbij. De ijzig koude sneeuwwereld van de Zuidpool. En ik ben er! En ik voel me zo gelukkig om hier te mogen zijn. Op mijn netvlies gebrand. Voor de rest van mijn leven.

14.45 uur: We lopen vast in het ijs… met een harde bons lopen we op tegen een plateau van ijs. De motoren gaan tekeer maar we komen niet verder… De boot moet terug.

15.30 uur: Lopen voor de tweede keer vast op het ijs. Net even moeten wachten op een ijsberg die van rechts kwam. Tja, voorrang van rechts geldt hier ook. Buiten bij de brug foto’s en films gemaakt.. En ik kon niet tegen de wind inkijken. Mijn oogleden beschermen mijn ogen van nature tegen de koude wind. Wat een kou, duizenden speldenprikken op een minuscuul stukje huid.

Zit inmiddels weer beneden in de lounge. Heb mijn eigen hoekje gemaakt voor het raam. Op de radiator- betimmering staat mijn laptop, iPad, kleine camera en mijn kopje thee. Mijn uitzicht is direct van gezicht tot raam; 40 cm. De grootste ijsbergen komen voorbij. 10 verdieping hoge gebouwen aan sneeuw en ijs..Piano Guys; Beethoven’s 5th secret galmt er melodieus door mijn koptelefoon. Mocht ik ooit van deze beelden een langlopende natuurfilm willen maken, dan komt deze muziek er zeker onder. Jankende violen maken het geheel gewoon perfect. Hoop dat ik in de toekomst als ik naar deze muziek luister, dezelfde beelden weer kan oproepen die ik heb gezien zoals ik het nu hoor; compleet! Alles. Compleet. Blij. We walsen over ijsplateaus heen. Het breekt, rolt zich om in het ijskoude water en komt zonder moeite weer boven. Andere ijsschotsen zijn zo helder blauw aan de onderkant. Alsof ze hun eigen zwembad hebben gevormd. De enige kleur die er te ontdekken is in deze witte natuur. Geen horizon.. alles wit.

15.45 uur: Lezing van James over ijs.

We krijgen de verontrustende mededeling dat er in 2080 geen ijs meer zal zijn op de Noordpool. In 2012 was er nog maar 4000 km3 van de gemeten 16.000 km3 ijs in 1979.. Als iemand me ooit nog durft te zeggen dat er geen broeikaseffect is of dat de mens daar geen effect op heeft, sla ik zonder pardon.. boven op zijn bek. Naïevelingen, hebben we niets aan in deze wereld.. Maar dat terzijde. Het ijs is in tegenstelling daarvan in 2012 op de Zuidpool enorm gegroeid. Natuurkunde, scheikunde, nooit een van mijn geliefde vakken geweest. Maar als ik het zo hoor, vind ik het toch wel interessant. En dat is het natuurlijk ook; weten hoe je eigen wereld in elkaar zit. Koude en warme waterstromen versterken elkaar, hebben elkaar nodig.. en dat soort zaken. Het verschil tussen eerste jaars ijs en meerder jaar ijs. “Brine” kanalen; is het zout wat verticalen kanalen door het ijs maakt en uiterlijk onder het ijs terug komt in de zee, als een ijspegel. (zout water word dus hierdoor zoet, drinkbaar) Komt het echter tegen de zeebodem aan dan verwoest het al de levende wezens wat daarmee in aanraking komt. We hebben brash ice; wat gebotst ijs is. We hebben cake ice; wat meer dan 20 cm in diameter is. Pancake ice; kleiner dan 20 cm in diameter. Large floes; groter dan cake ice. Fast ice; ijs wat niet beweegt dus niet drijft. IJs beweegt door wind en stroming. IJsbergen zullen meer door de wind worden vervoerd maar er zijn genoeg bergen of platen die de diepte ingaan, deze worden hoe groter, hoe sneller de stromingen meegevoerd. Polonia; ijs wat nooit bevriest. Bruine-gele materie in het ijs; kan verf van de boot zijn maar is meestal micro-leven, eencellige organismen, fido (?)-plankton waar krill zich aan tegoed doet.. Teveel om verder over uit te wijden. Maar geeft in een beknopte presentatie wel de basis van de klimaten, het afkoelen, opwarmen van de oceanen weer en de groei van ijs.

18.15 uur: We zitten weer vast in het ijs. Ben zo blij dat ik geen kapitein ben. Heb het idee dat we een beetje zijn verdwaald... In het woud van de witte wereld. Meer dan op de radar varen kunnen ze ook niet. Er zijn geen herkenningspunten want alles is… tja wit. Je kan echt niet de ene ijsschol van de andere onderscheiden. Linea recta terug varen hoe we gekomen zijn kan schijnbaar ook niet omdat het ijs continu beweegt. IJsvrij gemaakte wegen zijn allang weer weg voordat je omgedraaid bent.

18.30 uur: Rinie geeft een update: ‘Het was de bedoeling om richting Brown Bluff te gaan maar de kapitein heeft zijn gedachten daarover veranderd en zei; we gaan terug naar Hope Bay. We zijn toen omgedraaid, er was niet zoveel ijs. Maar bij het verlaten van de baai was er ineens heel veel ijs. Het tij was veranderd. De baai, waar het open water is, is hier 3 mijl vandaan. Op de radar zien we ook open water maar we kunnen er niet bij. Heel rustig gaan we het morgen proberen. In de nacht rond 04.30 uur komt het opkomend tij en dat is onze kans. Het ijs is dik en zwaar. Alleen een ijsbreker kan er doorheen. We noemen het niet voor niets Atlantic Odyssey Adventure.. Morgenochtend hebben we zeker een ‘plan’ en dat begint bij een wake up call om 07.45 uur...’

Er word door de dokter aan boord nog even uitgelegd wat frost bite is. Kort uitgelegd is het dat met een temperatuur van -17 graden (nu buiten) en 40 knopen wind (ook nu buiten) de ‘windchill’ -35 graden celcius is. Frostbite treed dan op in 30 minuten. Vandaar dat er is gekozen om niet in de (bevroren) Zodiac te stappen en aan land te gaan.

Nou dat is het dus.. We zitten vast. (Stiekem gehoopt natuurlijk..) Al kan ik er de lol van inzien, er zijn menig mensen aan boord die het helemaal niets vinden en bijna nagelbijtend voor het raam naar de steeds dikkere brei van ijs staren. ‘Go with the flow..” zou ik zeggen.

 Antarctica Peninsula

 25 maart

Het ijs staat aan de binnenkant van mijn raam. Om half zeven hoor ik de motoren gaan en het lijkt of ze steeds uitvallen. Ik gooi mijn benen over de rand van het bed om naar buiten te kijken en met het licht wat er al rond deze tijd is, zie ik dat we al varen. Op kanaal 1 volg ik de ‘live’ uitzending van ‘De Plancius ploegt door het ijs’. Al zuchtend en kreunend al schurend en krijsend drukt de boeg verschillende ijsplaten aan de kant. Soms perst de spitse kop van de boot bij een manoeuvre van de kapitein zich tussen twee ijsschollen in. Rinie vertelde gisteren dat we 3 mijl van open water verwijderd zijn en hij kon niet meer gelijk hebben. Op kanaal 5 hebben we een kaart waar kunnen zien waar we zijn, de windrichtingen en het aantal knopen dat we varen. We varen ongeveer drie knopen per uur. Rond half acht zijn we inderdaad uit het ijs en komen we in open zeewater.

Niet lang na het ontbijt gaan we voor anker in een bijna windstille baai, de Antarctic sound. Het water is kalm en we liggen een aantal honderden meters voor het vaste land. We worden allemaal weer samengeroepen en Rinie vertelt het plan in de lounge. Het gaat helaas niet lukken om aan land te komen. Er ligt hier al zoveel pakijs voor de kust dat 1; we niet dichtbij land kunnen komen met de Zodiacs en 2; mochten we aanleggen voor het pakijs dan kunnen we daar niet overheen lopen omdat niemand weet hoe sterk het is. Als compromis word besloten om met de Zodiacs een uur rond te varen zodat we toch dichtbij de zeehonden en eventueel andere dieren kunnen komen. Degene die dit willen mogen op de lijst intekenen. Je kunt intekenen voor sessie 1 of sessie 2. Sessie 1 vertrekt als eerste. Natuurlijk ben ik als er de kippen bij om mijn naam op de lijst te zetten. Binnen 20 minuten vertrekt de eerste Zodiac en met extra note; dat je je heeeeeel warm moet kleden.. Neem ik grote stappen op de trap naar beneden en vlieg naar mijn hut. Andere thermobroek - skibroek - 2 thermotruien – windbreker - 2 paar sokken - 2 bivakmutsen - fleecemuts - grote skibril - jas 2x dicht (doe ik meestal alleen met mijn knopen en nooit met mijn rits) laarzen en ik check nog mijn camera op batterij en geheugen. Check! Klaar om te gaan. Laarzen ontsmetten en ik kan als 2de in de 2de boot plaatsnemen.

Ha, zit ik dan toch weer op een Zodiac voor de Antarctic peninsula met rondom ons heen heel wat leven. Elli is onze stuurvrouw en ik ben trots, trots dat vrouwen dat ook doen. Het kan dan wel 2014 zijn maar soms denken we nog steeds dat dit stoere gebeuren alleen voor de sterke stoere mannen is weggelegd.. niet dus. Het is boven verwachting ‘warmer’ zo laag op het water. Het is inmiddels -9 graden maar zonder de wind, die er bijna niet is, maakt het wel aangenamer. We bepalen zelf onze weg en inmiddels is de eerste boot van Simon al verder weg. De Plancius is bevroren tot deck 3. Sommige patrijspoortjes zijn totaal overwoekerd met het ijs. Ik zie kleine garnaaltjes, krill door het water zweven. Het water is nog vrij helder, al donkerblauw en volgens mij heel diep. We komen langs een schots met Crabeater seals (nogmaals, ken alleen de Engelse namen van sommige dieren) drie exemplaren liggen lekker te rusten op hun grote ijsschots die zo’n 40 cm boven het water uitsteekt. Een witte Snow Petrol maakt een landing en komt nieuwsgierig dicht bij de boot. De zeehonden kijken op maar zijn niet echt geïnteresseerd in die rare ingepakte wezens die met hun zwarte opblaasbootje tegen hun eiland botsen. Verschillende witte vogels komen over en we zien her en der wat zeehonden liggen.

Op een groter ijseiland ziet Elli iets zeehondachtigs liggen en zet haar jacht voort. We ploegen met ons kleine motorbootje door het pannenkoekenijs en bereiken helder water waar de grote ijsschots in drijft. En daar.. daar ligt een van de wezens die ik heel erg graag, heul erg graag, in het echt wilde zien….

Ik heb ooit de film gezien met Cuba Gooding jr. en zijn husky’s. De husky’s moesten worden achter gelaten voor een winter op de Zuidpool omdat een redding niet meer lukte.. De roedel (hun baas, Cuba jr. in de film werd wel meegenomen) moest dus zien te overleven in de kou. Op een gegeven moment hebben ze een aangevreten zeehond gevonden en beginnen aan het dode dier te eten. Achter hun komt op een slinkse wijze een soort aal uit het water met een grote bek tanden en valse ogen. Het is zijn prooi en niemand eet daarvan. De husky’s worden weggejaagd en ik dacht; ‘nou, dat is een beetje jammer om zo’n science fiction dier in de film mee te laten doen. Doet een beetje af aan de geloofwaardigheid van het verhaal’. Later hoorde ik over zo’n gelijknamig dier, dat echt onder het ijs van Antarctica leefde. Ik ging eens googelen en kwam foto’s tegen van dit wezen. Op een van de foto’s is te zien dat hij net een pinguïn pootje (zonder bloed) los laat om met open bek naar de duiker-fotograaf te zwemmen. Geheel onschuldig wilde hij ‘spelen’.

Een ander voorbeeld is echter; Kirsty Brown uit Engeland die als onderzoeker-duiker op de Zuidpool werkte maar wel door dit dier aangevallen werd en verdronk (1975-2003). De ‘Leopard seal’ dus.. Nogmaals pre-historisch om te zien en je gelooft het meteen als je zijn bek ziet.

We liggen met ons bootje, 10 man sterk en Elli, tegen het eiland aan maar mevrouw Leopard seal wil niet wakker worden.
Elli heeft inmiddels Simon al geseind met de mededeling wat we hebben gevonden. Dan komt James met zijn boot en gelukkig word mevrouw Leopard seal daar wel wakker van. Ze geeuwt eens even en laat daarbij haar geweldige bek vol met glinsterende scherpe tanden zijn. Haar kop is dat van een echt roofdier. Haar gladde zeehonden-huid-verschijning is licht grijs met zwarte vlekken en een zwarte staart. Ik mag op de voorkant van de boeg gaan staan en sta vier a vijf meter van dit wezen vandaan..wauw…

We aanschouwen nog meer (gewone) zeehonden die in vergelijking met de Leopard seal geen solitair leven leiden en dus meestal met twee of meer zijn. Er komen verder wat vogels langs scheren. Op grote afstand maar wel waarneembaar, zien we pinguïns. We varen maar een uur, times goes fast when your having fun, terug naar de Plancius. Ik ben bijna nog helemaal warm op de puntjes van mijn tenen na. Vlug mijn laarzen weer desinfecteren en onder een warme douche. De beste pijn-beschrijving van bevroren tenen is alsof je ze loeihard tegen een bedrand, stoelpoot of tafelpoot hebt geschopt. Hoe je er ook in kneed of liefkoost om het bloed terug te laten vloeien, niets helpt. .. Tenzij de spierbalsem hebt meegenomen dat werkt als tigerbalsem. Binnen drie minuten geen bevroren tenen meer. Heel fijn.

 Walvissenjacht

Rond half drie krijgen we de mededelingen dat er walvissen zijn gezien; Minke walvissen en de Humpback whale (met de laatste heb ik een aantal jaren geleden gezwommen in Tonga). Ik race naar buiten, camera om mijn nek en zie inderdaad in de verte wat lucht en water wat opgeblazen wordt. Her en der nog wat verdwaalde pinguïns die als kleine eenden in en uit het water duiken. De boot komt steeds dichterbij. Het is een groep van 12 Minke walvissen maar die zijn een beetje schuw. Ze zwemmen ons voorbij om ons geen gedag te zeggen met hun staart in de lucht. Er zwemmen ook een paar Humpback walvissen of in het Nederlands (alles gaat in het Engels aan boord) Bultrug walvissen.

Er is een stel die ons een ongeloofelijke mooie show geven. Ze zwemmen onder de boot door, draaien zich op hun rug zodat je in het helder blauwe water hun witte buiken en de witte onderkanten van hun vinnen ziet. We rennen bijna, er ligt sneeuw op het dek, van stuurboord naar bakboord. Nog nooit zoiets gezien.. en zo dichtbij. Ik sta op het onderste dek en ben zo het kortste mogelijk bij deze imposante dieren. De motoren van de boot zijn inmiddels uitgezet om in de oceaan te dobberen en naar dit fascinerende schouwspel te kijken. Tig foto’s en tig filmpjes worden gemaakt. Kan altijd nog een selectie maken, lang leve de digitale fotografie. ‘Chips, kaartje vol…’ Nu wel op volle snelheid met de trap naar dek 5, in de lounge naar binnen, met de trap weer naar beneden, in de tussentijd de sleutel van mijn hut vinden, deur openen, camera onder mijn capuchon vandaan wurmen, andere camera pakken, genoeg batterij? Check. Genoeg geheugen? Check, hut uit, op slot, trap omhoog, door de lounge, zware metalen deuren naar buiten open, door de sneeuw, trap met sneeuw naar beneden en aan de hand van de mensen kiezen of ik stuurboord of bakboord moet gaan staan… Iets gemist maar niet veel, ze zijn er nog... phoe, gelukkig. Het is een spel voor deze intelligente dieren.. Wat een show! Een van de twee zwemt precies recht onder me door.. Niet te geloven.. Waanzinnig!

Voor hen is het weer tijd om te gaan. Als ze zeven keer met hun rug naar boven zijn geweest om naar adem te happen, dan steken ze hun staart de lucht in, om in de diepte te verdwijnen. De motoren van de boot gaan weer aan en wij gaan ook verder met onze reis.

Bultruggen heten zo omdat ze bulten hebben op hen kop en onderkaak. Ze komen in heel de wereld voor maar ze komen naar de wateren rond de Zuidpool om zich vol te eten. Dan migreren ze terug naar warmere wateren. Altijd naar hun vaste plek op de wereld. Ze hebben ingebouwde GPS en zwemmen dan ook met een kilometer maximaal verschil precies dezelfde routes. Ze zingen ook, althans de mannetjes. Waarom weten we niet. Misschien om indruk te maken op de dames, stoer te zijn tegen andere mannetje of gewoon omdat ze het leuk vinden. Anderen noemen de walvissen zo omdat ze met een graciueze buiging het de diepte van het water induiken waardoor ze een bult creeeren op hun rug.

Later in de middag, na onze Shackleton lezing, worden we door de brug geattendeerd op drie Orka’s of Killer whales. Weer jas aan, wanten aan de handen, snowboots aan de voeten en naar buiten met de camera. Het weer is inmiddels wat grauwer geworden. We zien inderdaad drie grote vinnen door het water gaan op plekken waar zeehonden braaf op hun ijsschots wachten. Niet van plan om in de nabije toekomst deze plek te verlaten. We veranderen van koers om een beetje mee te varen met de Orka’s. Het zijn intelligente dieren en jagen vaak samen. Zelfs sadisme is hen niet vreemd. Gelukkig zijn we (of ik) geen getuigen van een lynch partij.

Bij onze re-cap rond half zeven in de avond verteld Rinie dat er op de sonar was te zien dat er veel krill onder de boot mee zwom. De Bultrug walvissen waren er dus niet (alleen) om ons te entertainen maar ook om te eten. Deze grote zoogdieren staan er om bekend dat ze heel vriendelijk zijn. Wat in het verleden wel in hun nadeel heeft gewerkt; vele zijn er geslacht tijdens de Europese walvissenjacht begin 1900. Nu een beschermde dierssoort al weet ik niet of dat ook in het Japans is vertaald.

We varen verder noordelijker. Onze route gaat verder naar South Georgia. Een plek waar ik ook heel graag geweest wil zijn of eigenlijk; wil komen en hopelijk kan landen met een Zodiac. Het gaat harder sneeuwen en al snel kunnen we vanaf de lounge niet meer door de voorste ramen kijken. We laten heel voorzichtig ook alle ijsbergen achter ons. Een uniek zicht. Iets om nooit meer te vergeten.

 “Schepen in het ijs, pinguïns in de pan”

Arme bemanning die op een Zuidpoolexpeditie de zeilen moesten bedienen. Katrollen vol ijs waardoorheen bevroren lijnen getrokken worden door ijskoude handen. IJspegels die als messen naar beneden vallen uit het want. Ja. Ook met motorschepen kun je veel ontberingen lijden – de ervaringen van Shackleton en zijn in 1915 door het ijs gekraakte Endurance zijn gruwelijk. Maar zo lang de motor het doet, maakt het schip meer kans in de strijd met het zee-ijs.

Tussen ijsbergen manoeuvreren met een groot zeilschip is bijna onmogelijk.’Het leek alsof we door de nauwe straten van een stad vol reuzen voeren’, zo beschrijf de Franse ontdekkingsreiziger Jules Dumont d’Urville die situatie tijdens zijn geheel gezeilde Zuidpooltocht in 1838. Er waren wel trucs: als het echt moeilijk werd bracht Dumont per sloep een anker naar een nabije ijsberg en trok dan het schip aan de ankerketting voor met de scheepslier.

In de zeiltijd namen zeekapiteins daarom wel veel minder risico’s dan later. De eerste gedwongen overwintering gebeurde pas in 1898 toen Baron Adrien de Gerlache met zijn motorschip Belgica te ver het ijs invoer. Zijn bemanning verdacht hem er overigens van dat hij dat expres deed. Modern is dat Gerlache toen liever geen pinguïns wilde slachten – hoewel dat allang de culinaire gewoonte was. Gerlache was bang dat dit slecht zou vallen bij de publieke opinie thuis. John Harrison beschrijft het allemaal in zijn mooie boek over de minder bekende zeetochten in het Zuidpoolgebied.

Scott komt alleen zijdelings voor en Amundsen vooral als bemanningslid van de vastgevroren expeditie van Gerlache. Harrison heeft jaren als gids gewerkt in het gebied. De paar keer dat hij vertelt hoe hij er met zijn vijf meter lange Zodiac  rondvaart om toeristen aan land te zetten, vormen een mooi tegenwicht tegen de verbluffende traagheid waarmee in de negentiende eeuw het gebied in kaart werd gebracht. Wat hetzelfde is gebleven is de eerste reactie op het rauwe Zuidpoollandschap; ontzag, angst en bewondering.

De beroemde ontdekkingsreiziger James Cook had rond 1775 Antarctica kunnen ontdekken, maar toen was er toevallig zoveel zee-ijs dat hij nooit dichtbij genoeg kwam. Het scheelde 120 km. De eer ging toen naar de vrijwel onbekende William Smith. Hij was een Amerikaanse handelaar op Zuid Amerika die uit interesse ook het barre zuiden verkende. In februari 1819 zag hij er voor het eerste land; de South Shetland eilanden (zo genoemd omdat ze op dezelfde breedtegraad liggen als de andere Shetland eilanden). Bij een volgende reis, in oktober 1819, zette hij voet aan wal, op Ridley Island. Zijn verslag is volgens Harrison het meest laconieke van alle eerste betredingen van een nieuw continent; ‘omdat het weer goed was, lieten we de boot neer en slaagden in een landing. Het was kaal en bedekt met sneeuw. Overal zeehonden. Toen de boot weer veilig terug was, hezen we de zeilen.” Die jaren was het zelfs druk op de Zuidpool.

De piepjonge Nathaniel Palmer (22) commandeerde er het slechts veertien meter lange schip Hero, op zoek naar zeehondenstranden. In december 1820 lag het schip in de nacht stil in zeer dichte mist vlak bij het Antarctische schiereiland, ter hoogte van Mount Hope. Ook in die verlatenheid sloeg Palmer tijdens zijn wachtdienst om half een, een maal op de mistbel, “voorbij de boeg hoorde hij toen een tweede bel.” Zoals een later verslag vertelt.. Palmer dacht dat hij droomde. Tot hij om een uur opnieuw sloeg; twee keer. Weer twee slagen ten antwoord. En zo verder. De bemanning ging geloven in een bovennatuurlijke ervaring. Maar om half vier hoorde de stuurman stemmen in een vreemde taal. Toen de mist optrok, doemde aan stuurboor een 40 meter lang fregat op; het Russische marineschip Vostok onder bevel v an Fabian von Bellingshausen. 

*Bron: Hendrik Spiering over ‘Forgotten footprints” Lost stories in the discovery of Antarctica van John Harrison 

Richting South Georgia | Elephant Island

 26 maart

Drie dagen varen naar Zuid Georgia. Nu voorbij de Shetlands en Antarctica.

Vannacht zijn de golven teruggekomen. Of beter gezegd, wij zijn teruggekomen in de woelige wateren. Draaiend en rollend in mijn bed. Met mijn voet zet ik me in mijn halve slaapmodus tegen een zijspant van het bed af. Ik maak in mijn doezelstand nog even, als echte Hollander, een ‘dijkje’ van de handdoek zodat mijn camera’s het andere bed niet afrollen. Waarom zou je alles keurig opruimen als je de ruimte hebt en alles overzichtelijk kunt uitstallen.

Pff, zwaar weer. Niet dat het weer buiten zwaar is, de zon schijnt in de verte, komt misschien wel dichterbij maar… de golven. ‘Echt?! Moet dit echt? Kunnen we niet tot Kaap Verdië in het ijs blijven varen? Waarom altijd die golven? Waar zijn ze goed voor?’ Ik zie het somber voor me in voor de aankomende tijd. Drie dagen varen naar South Georgia.. en dan de rest nog.. De golven zijn weer massief. We varen op volle snelheid en hakken naar mijn zin niet vloeiend genoeg door de enorme deining heen. Het is tijd voor ontbijt maar ik weiger. Niet weer dronken lopen door die gangen. De drang om niet misselijk te worden is vele malen sterker dan op zoek te gaan naar voedsel.. in de ontbijtzaal.

Een heerlijke slaap verder, ga ik naar de lezing over Antarctische dames. Elli verteld de verhalen over de echtgenoten van Shackleton, Scott en natuurlijk de dames die niet achter of naast hun man stonden maar daadwerkelijk zelf dapper genoeg waren om de oversteek te maken. De lezing word gegeven in de ontbijtzaal-lunchzaal-diningroom, wat voor naam je het ook wil geven. In de keuken hoor ik geregeld bestek en servies rammelen. In een restaurant werken vind ik leuk, maar op een boot? Voor een maandsalaris van € 10.000 netto.. met deze golven? Nooit!

Terug voor een tukje, een slaapje en geen koekje. Als ik na mijn schoonheidsslaapje wakker word en uit het raam kijk zie ik in de verte een van de mooiste bergen ooit gezien; Elephant Island. Om iets voor half een ben ik terug in het land der levenden en net op tijd om aan de lunch deel te nemen. De Elephant Island(s) zijn nog niet voorbij. Met een breedte van 25 km en een lengte van 40 kilometer is dit ooit de redding geweest voor Shackleton en zijn crew. Vanaf hier zijn ze naar South Georgia gegaan om hulp in te schakelen (en dat is best een afstand). De zon schijnt voor het eerst fel en de bergen ontstaan uit verschillende aardschollen die onder de ander schoven en een massieve berg creëerde, zijn magnifiek. Schitterend, geweldig mooi. Machtig rijzen ze uit de diepte van de oceaan.

Met Fred (UK), Rudi (Belg, die tijdens deze reis genoeg beeldmateriaal maakt om diverse natuurafleveringen voor de Belgische televisie van te maken) en Albert (crewmember) geniet ik wederom van een goed verzorgde lunch. Ik vertel Albert over mijn Orka encounter in Puerto Madryn twee jaar geleden. Waar een groep van drie Orka’s een baby zeehondje van het strand pikten en er vervolgens met z’n drieën mee gingen spelen. Hij vertelde me dat er daar jarenlang is gefilmd en dat de beelden heel bekend en speciaal zijn. Maar ze zijn jaren niet meer gezien. Heb nooit geweten dat ik ‘zoiets bijzonders’ heb gezien. Hierbij dus.

17.45 uur: Fin back, Fin whale, Razer back of de Greyhound of the sea, tweede grootste dier (walvis) van de zee gespot. Drie stuks zelfs..Ha, check.

18.01 uur: Twee Bultrug walvissen en honderden ‘prion’ birds gezien. De zon gaat onder. De sneeuwstorm is weg en heeft plaatsgemaakt voor een sliert aan gestapelde wolken hier ver genoeg vandaan om te kunnen genieten van de blauwe lucht. Die hierbij dus langzaam roze oranje kleurt.

18.30 uur: We zijn ingehaald door een sneeuwstorm. Ons uitzicht is wederom geminimaliseerd tot een honderd meter, misschien minder. Het is grijs buiten en de ramen van de lounge worden ingestopt met een laagje witte kristallen. Lag ik zojuist nog omgekeerd in mijn bed om als een spinnende poes te genieten van de zon die mijn hut in scheen, weg, alles weg. De golven zijn degene die zijn gebleven. ‘Please, please, please.. laat me weer niet zo’n onheimisch gevoel in mijn maag krijgen als een aantal dagen geleden.

Richting South Georgia

27 maart

Een zonovergoten dag vandaag. Al zullen we vandaag geen land in zicht krijgen, het is heerlijk om zon, blauwe lucht en wolken te hebben die zijn te onderscheiden van elkaar. Elke dag dat we wat noordelijker komen, neemt de temperatuur wat toe. Vandaag trek ik mijn wollen jurk aan.. met thermo trui en thermo panty er onderaan.

Mijn droom van vannacht en vanmorgen blijft maar in mijn hoofd spoken. Oude en nieuwe gezichten. Een verdronken lichaam van iemand die ik ken en het mysterie erachter en hoe erachter te komen hoe dit op te lossen. In flarden komen de droombeelden voorbij en ik hoop dat dit niets met de werkelijk heeft te maken.

Na het ontbijt maak ik me klaar om bij de 10.00 uur bijeenkomst van Brent (crewmember) te zijn. Hij is Amerikaans en zijn Engels is voor mij het meest makkelijk te verstaan. Soms vergeten ze hier namelijk wel dat voor tweederde van de mensen aan boord Engels een tweede taal is en geen moedertaal. Geologische, natuurkundige, scheikundige formuleringen willen nog wel eens aan mij voorbij gaan omdat ik gewoonweg de vertaling niet in mijn hoofd heb. Bij Brent die volgens mij naast zijn jeugdige uiterlijk voorzichtig de 50 aantikt, is stand up comidian zijn iets wat hij naast zijn klimaat onderzoeken doet.

10.00 uur: Lezing van Brent over ‘de Adelie pinguïn en het uitsterven van dit ras’

Met een fotopresentatie op de achtergrond hebben we na 20 minuten wel door dat het slecht is gesteld met de Adelie pinguïns ten zuiden van de Zuidpool. Wat ik al eerder vermelde, dat er nog nooit zoveel ijs en sneeuw is geweest in 2012, wil niet zeggen dat dit een argument mag zijn voor personen die niet geloven in het broeikaseffect. Er is namelijk een vast gegeven (geweest) met het ijs, vijf jaar ijs, 1 jaar minder ijs. Zo leeft de ‘krill’ de kleine garnalenwolk ook; vijf jaar eten en kan 1 jaar zonder eten. Krill leeft onder het pakijs en is voedsel voor verschillende zoogdieren, waaronder de Adelie pinguïn. Krill heeft ‘complex’ ijs nodig. Met eenjarig of tweejarig ijs zijn er te weinig gangen en grotten in het ijs onder water waar de plankton zich kan vestigen en krill leeft van plankton. Ook hier is het dus een ‘cirkel of life’. Zonder ‘complex’ ijs; onvoldoende plankton, dus te weinig eten voor de krill. Te weinig krill, dus niet genoeg voedsel voor de Adelie pinguïns. Daling in het aantal Adelie pinguïns.

De Adelie pinguïn leeft ongeveer 18 jaar en begint met voortplanten als hij 4 is. Ze hebben ook een ingebouwde GPS en weten na een jaar precies hun oude nest terug te vinden. De nesten worden compleet gemaakt met stenen. Deze zorgen ervoor dat de eieren droog blijven. Bij het smelten van ijs zullen de eieren (max 2) niet in een poel met water te komen liggen. De oudste pinguïns hebben hun nest in het midden van de kolonie en door ervaring weten ze dat de jonge pinguïns stenen gaan halen op het strand om hun nest te bouwen. De ervaren pinguïns ‘stelen’ de stenen dus van de onervaren pinguïns. Die natuurlijk maar stenen blijven aanslepen omdat hun te bouwen nest steeds wordt ontdaan van stenen. Omdat het pakijs er steeds korter ligt, is er minder krill en daardoor wordt het voedsel voor de Adelie pinguin geminimaliseerd. Ze moeten steeds vaker verder zwemmen om zich rond te eten, met alle risico’s van dien; oa Leopard seals, orka’s.

De Gentoo pinguïn, die we onder andere hebben gezien in de South Shetlands, doen het veel beter met het warmer worden van het klimaat. Zo is de Adelie kolonie met 80% geslonken (op het zuiden van de Zuidpool, sommige kolonies in het noorden doen het nog steeds goed, omdat het pakijs daar wel ouder wordt). En de Gentoo pinguïn heeft een groei van 200% gehad sinds 1993. De Gentoo op H.0 eiland zijn groot en zwaar, leggen eieren op onregelmatige tijden in het zomerseizoen, duiken dieper in plaats van verder te zwemmen zoals de Adelie. Op een of andere manier kunnen zij zich beter aanpassen aan de veranderingen van het klimaat. De Gentoo is doordat ze voor de kust vissen en dieper duiken minder energie kwijt en zijn minder in het water waardoor ze minder kans hebben o m door een carnivoor gepakt te worden.

15.30 uur: Lezing James “Geologie van de Antarctic Peninsula en South Georgia’

Vroeger waren er bomen op Antarctica. En hele grote valse dino’s die elkaar met een bol op hun staart neer konden knuppelen. Dezelfde botten zijn gevonden in Australië en Zuid Amerika. Deze drie continenten hebben heel lang nog aan elkaar gezeten totdat uiteindelijk de zeeën ze uit elkaar hebben gedreven. Alle continenten hebben natuurlijk aan elkaar gezeten en hebben ieder hun eigen weg gekozen. Verder is alles ontstaan door vulkanen die stenen en vuur spuwden en ervoor zorgden dat platen en schollen naar-, op- en over elkaar werden gedreven. Kaap Hoorn en Antarctica hebben elkaar als laatste los gelaten. De Pacific drukte zo hard richting de Atlantische Oceaan dat het continent in tweeën brak en dat het daarvoor liggende stuk, Zuid Georgia wel 1300 mijl verder kwam te liggen. De ‘conversion’ van het zeewater is toen ook begonnen. Een grote lus die tussen Amerika en Europa rond gaat, tussen Afrika en Azië en tussen Azië en Amerika, zorgt ervoor dat warme zeestromen van het noorden naar het zuiden gaan. De zuidelijke stromen koelen het af langs de wateren van Antarctica en zorgen dat de koude zeestroom weer naar het noorden gaat. Door deze lus is het klimaat wat het nu is. Waarschijnlijk is het ooit verstoord geraakt omdat de Great lakes in Noord Amerika ooit gletsjers waren en smolten waardoor een overvloed aan zoetwater in de lus van (zout) waterstroming kwam. Gevolg: ijstijd.

De dino’s leefden op onze wereld totdat er waarschijnlijk een grote meteoriet bij Mexico terecht kwam. Het klimaat was toen ook gemiddeld 20 graden warmer dan dat het nu is. Op Antarctica was het tropisch en rijk aan flora en fauna. Nog steeds worden er veel fossielen gevonden en zit er zoveel steenkool in de grond.

Elephant Island is door platen die onder elkaar doorschoven opgestuwd tot een massief gebergte. South Georgia echter is gemaakt van land van Gondwana (het grote continent voordat ze (bijna) individueel van elkaar afdreven), vulkanisch gesteente van Gondwana en de opstuwing van de schotsen vanaf de zeebodem. We zullen het laatste zien en beter begrijpen als we er binnenkort zijn.

17.15 uur: We krijgen in de lounge weer het nodige te horen over ons volgende plan. In de afgelopen week is al gebleken dat we niet alles kunnen doen of konden doen door het slechte weer. Zo is een bezoek of een rondvaart langs de South Orkney’s.. door onze neus geboord. En hebben we Paulet Island nog niet eens in de verte gezien. Mij maakt het allemaal niets uit. Ik ben op Shetlands geweest, heb Antarctica gezien en ergens waar ik graag wil zijn, ga ik als het goed is binnen een paar dagen bekijken; South Georgia. Met de speciale pinguïns.. en de Olifant zeehond. Op die laatste ben ik verliefd geworden toen ik twee jaar geleden op 10 meter afstand naast zo’n kolonie heb gelegen, ook in Puerto Madryn. Geweldig, met die grote nieuwsgierige ogen kijken ze je dan aan, heel aandoenlijk.

We krijgen een ubersaaie ‘veiligheid’ DVD te zien over het behoud van de flora en het niet te dicht komen bij de fauna van South Georgia. Beetje jammer dat ze de voorbeelden letterlijk laten zien. Verschillende krijsende zeehonden en flapperende vogels die hier niet van gediend waren. Het voorbeeld; niet op mos gaan staan want dat gaat stuk en dat duurt jaren voordat het terug in oude staat is, hoeven ze mijn inziens niet bij te brengen door daadwerkelijk dit mos, kapot te trappen. Heel slecht. Zo dachten er meerdere over en waren we blij dat de misvertoning van 25 minuten over was.

 Richting South Georgia

 28 maart

Kanaal 1 heeft geen uitzending vandaag. Alleen sneeuw, letterlijk. Buiten is het uitzicht grijs en mistig en het sneeuwt. Zo zat ik gisteren nog op het dek in de zon en vond ik een paar stuks krill die door een vogel waren achtergelaten, vandaag; grijs. Gisteren is tevens de klok een uur verder gezet. Nog maar drie uur verschil met het west Europese continent. Ik verkies bij de wake-up call dan ook mijn slaap boven mijn ontbijt. Iets voor tienen ga ik naar dek drie, ik wil de lezing van Simon wel bijwonen. Gelukkig staat er een grote mand met fruit die je kunt plunderen. Met een banaan en een kopje thee ben ik weer braaf aanwezig bij de lezing.

10.00 uur: Lezing Simon ‘Birds (photographing) on South Georgia’

 ‘De juweel in de kroon van het Antarctische continent’

Wat te zien op South Georgia: Dramatische bergen, gletsjers, overvloedige vegetatie en wilde dieren. Fur seals, rendieren en miljoenen pinguïns. Shackletons ‘wandeling’ van Fortuna Bay naar het walvissenstation Stromness is een bekend wandelpad geworden op het eiland. (Shackleton kwam na een ‘mislukte’ ontdekkingsreis op Elephant Island terecht. Daar liet hij een paar mannen achter en is met een klein zeilbootje met nog drie man richting Zuid Georgia gevaren. Ze kwamen aan in de baai, hij liep met nog een man 36 uur naar de andere kant en hulp was gevonden om hen, de mannen in de baai en de mannen op Elephant Island te redden.) Er is een Noorse kerk waar je de klokken mag luiden. (Door de Noren gebracht toen Noorwegen hun eigen walvissenstation hadden geopend om de gevangen walvissen te ontleden en te ontdoen van vlees en olie). Rond het gesloten walvissenstation vind je veel olifantzeehonden en naast albatrossen en andere vogels ook een eendensoort. Shackleton stierf tijdens zijn laatste reis (5 januari 1922) op de Quest aan een hartaanval en werd door zijn bemanning naar zuid Amerika gebracht om daarna verder richting Engeland te gaan. Zijn vrouw liet echter weten dat Shackleton’s hart niet in Engeland hoorde en stuurde de mannen terug om hem te begraven in Grytviken op South Georgia. Zijn graf is hier nog steeds te bezoeken.

‘ Een feest aan vogels op dit eiland’

Er zijn albatrossen met een vleugelwijdte  van 2 meter. De Royal albatros heeft zelfs een spanwijdte van meer dan 3 meter en kan 70 jaar oud worden. Verder vinden we Koningspinguïn, Macaronipinguïn (met grote oranje wimpers op zijn hoofd, lijkt op Rockhopper maar niet hetzelfde), Chinstrappinguïn (de Engelse-leger-hoofdpan-met-een-lintje-om-zijn-kin-pinguïn) en de Gentoo samen op 1 strand. De Gentoo hier is hier echter groter dan op Antarctica.

Als pinguïns uitrusten dan hangen ze vaak ‘op hun staart’ en als vogels landen op een boot en zenuwachtig worden dan kotsen ze hun maaginhoud eruit (zoals de krill die ik gisteren aan boord vond). Allemaal leuke weetjes. Als laatste vernemen we dat er pinguïns en zeehonden zijn die te weinig pigment hebben en daardoor blond zijn. Het zijn dus geen albino’s, die helemaal geen pigment hebben, maar ze hebben minder pigment. Ze worden door hun eigen volk soms wel raar aangekeken maar slagen er altijd in om een niet-discrimineerde-partner te vinden.

11.30 uur: Lezing Elli ‘South Georgia’

‘South Georgia is een eiland van contrasten; steile kliffen en gletsjers die recht de zee in gaan. Aan de noord-oostkust is er veel gras, vlakke landen en verschillende stranden. Pinguïns leven graag op het vlakke land want ze hebben open ruimte nodig. Pas in de jaren ’50 werd het eiland in kaart gebracht. In 1958 was de kaart pas volledig en deze werd gebruikt bij de pre-Falkland oorlog. Kapitein Cook noemt in een van zijn logs ook South Georgia. Hij heeft zelfs een kaap benoemd; Cape Disapointment. Hij was niet onder de indruk van het eiland maar wist wel aan de buitenwereld te vertellen dat er veel zeehonden waren. Hierna zijn dan ook meer dan 50.000 furseals omgebracht.’ (Heb kapitein Cook altijd al een eikel gevonden met zijn ‘gestolen’ kaart van de Hollanders om zogenaamd Australië te ‘ontdekken’ maar nu is hij in mijn ogen helemaal een eikel eerste klas. Uit de geschiedenis boeken schrappen, wat mij betreft.) ‘Ook Elephantseals werden vermoord om hun olie; 15.000 stuks in 1 seizoen. Op het eiland groeien geen bomen, dus er was geen brandstof om de potten te verhitten voor de olie. Pinguïns werden gebruikt als ‘hout’. Kortom ze cremeerden pinguïns voor het vuur..’ (zieke mensen in deze wereld) ‘In 1904 werd de eerste walvis vermoord en daarna volgde er nog 175.000 stuks, die werden omgebracht met harpoenen.’ (zieke, zieke mensen) ‘De walvissen werden gevangen voor hun olie en het karkas werd in zee gedumpt. Per 1906 kwamen er al regels dat ze alles van de walvis moesten gebruiken, dus ook het vet en de botten. Er werd ook besloten om niet te jagen op de Southern Right Whale omdat er daar niet zo veel van waren. Als laatste werkten de Japanners (uiteraard) op de walvissen stations. Eind jaren ’60 kwam er een einde aan deze moordpartijen en werden de stations gesloten, tegen die tijd werkte er duizend mensen.’

Inmiddels ben ik zo misselijk geworden door die verhalen (de golven) en de empathie die ik heb met diertjes heb, dat ik al in de bieb op een bankje ben gaan liggen. Tenslotte besluit ik maar om te gaan. Mijn maag heeft moeite met de balans te houden in de golven en het is tijd om horizontaal te gaan. Op naar mijn kamer. ‘Tijd voor een schoonheidsslaapje?’ ‘Ja’. ‘Hmmm, misschien eerst lunchen?’ ‘Hmm, nee, geen lunch.’ ‘Doe het nu maar gewoon!’ ‘Ok.’

Ik neem plaats naast Michael voor de lunch. Ik heb het eerste diner van onze reis ook naast hem gezeten. Een hele zachtaardige Brit, al ergens begin de 70. Maar hij zat laatst alleen en ik moest nog een plekje zoeken en deed dat maar niet naast hem -dacht dat wel iemand naast hem ging zitten- maar niemand kwam aan zijn tafel- en hij is hartstikke aardig. Voelde ik me zo slecht over. Alhoewel het met sommige mensen er gezelliger aan toe gaat tijdens een lunch of diner, ik laat Michael niet meer alleen zitten. Dus vandaag neem ik ook weer naast hem plaats. Ik kan echter een half broodje op en dan moet ik echt gaan liggen. Maag, misselijk. Klote golven.

Eerst een …slaapje.                En nog een…              En nog een…

Omroep installatie: Fin Whale voor de boot. Ik ga toch een kopje thee halen boven en maak van de gelegenheid gebruik om eventueel een glimp van dit zoogdier op te vangen. En jawel hoor…. Groots komt hij met zijn rug naar boven om lucht en water te spuiten. Machtig. Toch weer mooi meegepikt.

19.00 uur: Diner met Fred (Uk maar leeft in Chili), Clive (UK uit de buurt van New Forest) en de dames Trish (van Patricia) en Val (van Valerie) beiden uit de buurt van Sydney. Een aantal dagen geleden riep Rinie door de speakers dat er een klein eiland bij de eilanden groep van Elephant Island lag. Het kleine eiland heten Edie Island en was genoemd naar de moeder van een van de passagiers. Ik had er verder niet bij stil gestaan tot het gesprek vanavond aan tafel ineens over de moeder van Trish ging. Met mijn journalisten wanneby achtergrond moest ik daar natuurlijk meer over weten..:

Elizabeth's (Trish haar moeder) vader was een havenmeester in een haven vlakbij Melbourne. In haar tienerjaren hielp ze haar vader en moeder veelvuldig. Het plaatsje waar de haven was, lag wat verder van de stad dus zij en haar moeder waren vrij sociaal in het ontvangen van scheepslui voor etentjes. Daar ontmoette ze Tom Oates, die van origine Engels was maar met zijn ouders en broer naar Zuid Afrika waren verhuisd. Zijn ouders waren religieuze mensen (van die mensen die het geloof verkondigen en vervolgens aan iedereen opdringen) althans zijn moeder. Zijn vader verdronk later als kapitein op zee. Ze begonnen in de jaren ’30 met brieven schrijven. Tom was inmiddels met een boot vertrokken richting South Georgia om rond Antarctica en de eilanden die in de Atlantische oceaan liggen, in kaart te brengen. Toen er een ‘nieuw’ eiland werd ontdekt wat niet uit twee maar uit 3 verschillende eilanden bleek te bestaan, vroeg hij aan de kapitein of het eiland ‘Elizabeth Island’ mocht heten. De kapitein zei; ‘Nee, we noemen geen eilanden naar vriendinnetjes. Maar we kunnen het eiland wel naar haar vader noemen; Edie.’ En zo werd ‘Edie Island’ in de boeken en kaarten opgenomen. Eigenlijk voor de liefde van deze vrouw…

Alle ‘liefdes’ brieven van hen zijn bewaard gebleven. Elizabeth ging of wilde naar Engeland omdat ze misschien met deze Tom ging trouwen maar op een of andere manier gebeurde dat niet. Tom is in 1941 omgekomen in de 2de wereldoorlog. Zijn broer op een van de laatste dagen van de oorlog. Elizabeth's Edie is uiteindelijk met een Australiër getrouwd maar heeft de liefdesbrieven altijd bewaard. Toen haar echtgenoot overleed heeft ze aan Trish gevraagd om ze te bundelen. Dit is in eigen beheer uitgegeven. 'The heart of a sailer’.Een liefdesbrievenbundel van Tom Oates en Elizabeth Edie.

Trish heeft een brief geschreven naar de gouverneur van South Georgia en als het goed is mag ze morgen op audiëntie komen om een meegenomen exemplaar van het boek in de South Georgia bibliotheek te plaatsen.

South Georgia - Fortuna Bay - Grytviken

29 maart

06.45 uur: Een uur eerder dan normaal krijgen we onze wake up call. Ik kijk naar buiten: grijs. Maar er is wel land. ‘Land in zicht!’ Mooi we zijn er.

07.05 uur: Een van de Nederlandse heren is aan het ‘zeiken’. ‘Wat een klote weer, het is niet mijn trip’. ‘Al die grijze wolken’. Ik ga voor het raam zitten om naar buiten te staren en hopelijk niet gestoord te worden. Hou ik sowieso niet van, dat mensen in de ochtend tegen me praten, laat staan zeiken. De Nederlander gaat een tafel verder door met zeuren. Vermoeiend.

Rudi, de tv Belg, vraagt of hij bij me mag zitten. "Alleen als je niet zeurt over het weer. Ik vind het wèl mooi en je mag alleen maar positief zijn". Hij stemt er mee in en komt tegenover me zitten. "Ooit wel eens een zeehond tijdens je ontbijt gezien?" vraag ik. Doelend op dat mensen niet moeten zeuren als ze voor South Georgia varen en de ‘Garden of Eden in wintertime’ aanschouwen. "Ooit wel eens gletsjers in de zee zien lopen bij je ontbijt?" voeg ik er aan toe en wijs de plek aan. "Of synchroon duikende pinguïns gezien die live een optreden geven voor het raam, bij je ontbijt?" of "Al 15 verschillende vogels om kwart over 7 voor je ontbijtraam zien vliegen?" Ik zal die Nederlander eens een nederig lesje leren over ‘zeiken op dit fortuinlijk uitzicht ’. "Ooit wel eens twee koningspinguïns voorbij zien zwemmen terwijl je aan je ontbijt zat?" Nou, ik niet.. Dat is niet normaal. Dat soort dingen gebeuren niet. Tenzij je in een LSD trip zit of verslaafd bent aan Disney games! Maar als je alleen maar zwart wit kunt zien, of in zijn geval, grijs. Grijs als in… de wolken die inderdaad wat laag hangen, dan zie je dat soort dingen niet.. ‘Nou….en ik wel! Dusssssss.

07.35 uur: Het anker gaat uit. We zijn in Fortuna Bay, de plek waar Shackleton en zijn mannen aankwamen.

08.00 uur: We krijgen een briefing over onze landing. We gaan aan land! Yeee. Degene die als eerste klaar zijn mogen in de eerste Zodiac. Laat ik nu net die boot kunnen halen. Ik heb alles gecheckt.. Alle batterijen opgeladen, nog steeds voldoende fotokaartjes en natuurlijk heel belangrijk; warme kleding. Het is 3 graden boven nul maar als je stil zit, wordt het al snel (te) koud.

Nogmaals; voor ons geldt de 5 meter regel maar voor de pinguïns niet. Als ze je van dichtbij willen bekijken, dan mogen zij dat. In de Zodiac zien we al de nodige zeehonden (furseals) met ons mee zwemmen. Aan land is er een heel crèche die ons welkom heet. Grote Koningspinguïns staan nog net niet te flapperen met hun vleugels, maar het scheelt niet veel. Het welkomstcomité is volledig en bestaat uit zeker honderden dieren. Je moet kijken waar je staat en waar je loopt want het hele strand staat vol. Het staat nog niet rijen dik maar de dieren zijn zo nieuwsgierig . Natuurlijk hebben ze vaker mensen gezien maar ze zijn gewoon niet schuw. Het is niet dat ze aan je handen komen ruiken maar als ze een mens zouden zijn, zou ik zeker zeggen dat ze ‘in’ my personal bubble zaten. Met deze zoogdieren heb ik daar echter geen moeite mee. Naast mij zijn er nog meer mensen die bevangen zijn geraakt door dit welkom. Je wilt eigenlijk verder het eiland op, je moet de 5 meter afstand regel in acht houden, de diertjes hebben altijd voorrang maar het is gewoon spits. ‘Flabercasted’, is het juiste Engelse woord. Wat een entree!

Als ik me bij de ‘Albert groep’ voeg die door een zeehonden kolonie loopt, kan ik niet begrijpen dat de mens zo bruut kan zijn om deze zeehondjes neer te knuppelen. Ze zijn hartstikke onschuldig en zo klein. Als je dat kan, kan het gewoon niet zo zijn dat deze mensen over een hart of ziel beschikken. Anders kan je nooit deze harige donzen schedeltjes inslaan.

Er is een zeehond die niet blij is met onze komst. De anderen kijken nieuwsgierig naar de langskomende kleuren parade die rechtstreeks uit de rekken van Beversport komen. De Fransman in een groene jas wordt dus niet aardig gevonden. Het groen werkt als een rode lap op een dolle stier, Zeker een halve kilometer probeert deze zeehond in zijn enkels te bijten. Hilarisch. Totdat ik als laatste van de groep klem sta tussen; over een beekje springen – en me dus omdraaien – of in het water moet stappen en…. Me moet omdraaien. ‘Oog op de bal, oog op de bal...’ Ik sla mijn wanten tegen elkaar, die doormiddel van een touwtje, via mijn mouwen - achter mijn rug door - door mijn jas heen - aan elkaar verbonden zijn (Ja, inderdaad… zoals een kleuter zijn wanten heeft en ze niet kwijt kan raken. Werkt heel effectief en ik dien er dan ook geen verantwoording of schaamte over af te leggen) De zeehond reageert op het geklap, gaat uit mijn ‘personal bubble’ en ik maak van deze gelegenheid gebruik om snel over de beek heen te springen en de zeehond achter me te laten. De zeehond was in hoogte niet groter dan een West Highland Terrier. Maar geloof me, niemand wil een litteken op zijn been van zo’n ‘onschuldige’ zeehond.

Ik heb me eruit gered en zeg nog gedag tegen alle lieve ronde ogen die me aankijken. Moeder met pups, grotere papa zeehonden en zelfs, alsof ik het op bestelling kan doen; een blonde zeehond! Knappe hond hoor. Niet veel verder gaat de zeehonden kolonie over in de pinguïn kolonie. Al lopen hier vier verschillende pinguïns door elkaar heen, vandaag zien we er maar 1; de Koningspinguïn. We komen aan bij een kolonie van 10.000 paren (dat is dus x2). Zij houden zich niet aan 1 broedseizoen en er lopen dus kleine bruine donzige kuikens, middelgrote bruine donzige kuikens, grote bruine donzige kuikens, ouders met een ei tussen de voeten en de buik, grote half witte, half dons bruine kuikens die van vacht aan het veranderen zijn en.. zo is de natuur; wat aangevreten pinguïn poten met bot en pezen. Jak.

Het is paradijs. De stem van meneer David Attenborough, die de narrator is van de DVD series Planet Earth en Frozen, hoor ik bijna op de achtergrond. Dat zou waarschijnlijk zijn als het geen oorverdovend geluid zou zijn om tussen deze pinguïns in te staan. Een kakofonie van een roep naar een kind, een roep naar een ouder, een roep naar een wederhelft of een roep naar een partner. Het is een grote symfonie a la pinguïn. Als ik plots tegen een muur van pinguïns aanloop, weet ik gewoon niet waar ik moet kijken. Het is alsof ik op een festivalterrein sta waar de mensen staan te wachten op hun graag geziene band. De pinguïns staan idem. Ze staan met elkaar te praten. De een leunt wat achterover in zijn ik-hang-op-mijn-staart-modus, de ander frommelt zijn ei nog even beter op zijn voeten, weer een ander geeft zijn bruine donzige jong te eten die onder zijn buik vandaan piept. Andere pinguïns komen net terug uit zee en lopen met zeven stuks in ganzenpas (op pinguïnpas) achter elkaar aan. De een is zich aan het wassen, de ander heeft zijn kop onder zijn vleugel gestoken voor een beetje slaap, een bruin wollig kuiken staat als een dikke Winston Churchill met zijn buik naar voren de omgeving rustig in zich op te nemen. Op de momenten dat je met de camera bezig bent, duwt nog net niet een pinguïn je aan de kant met de woorden, ‘he, he, laat mij ook eens even kijken. Laat nou even zien joh. He. He.’ Ze staan letterlijk naast me. Ik zou ze kunnen aaien, maar dat doen we natuurlijk niet. Er is zelfs een stel, aan de overkant van de kreek, die me zo interessant vinden, dat ze een voor een de kreek komen overgestoken. Ze raken je niet aan of komen in je broek of jas pikken, ze willen je gewoon van dichtbij zien. Als de ene de kreek is overgestoken en naast me is komen staan, dan komt de andere van stel. Geen haast, alsof ze de 65 al zijn gepasseerd. Gewoon rustig en beheerst. En dan kijken ze wat je aan het doen bent. Simpel als dat. Denk je dat je de 5 meter regel accepteert; binnen de kortste keren ben jij de vreemde eend in de bijt die plots middenin de kolonie staat. Je word namelijk omsingeld.

Grote roofvogels zoals de ‘Scuwa’ en de ‘Giant Petrol’ dansen als gieren langs de kolonie. Ze hebben het voorzien op de eieren. Er liggen verschillende eierschalen in het stromende beekje, die naast de kolonie loopt. Plots zien we een grote ‘Scuwa’ die een ei heeft gestolen. Hij houd het met zijn grote prehistorische schubben poten vast, pikt een gat in het ei, trekt de eischaal open.. en, alsof er totaal geen voorbereidingen aan vooraf zijn gegaan, trekt zo het ongeboren kuiken uit de schaal en slokt het binnen 3 seconden op. Ongelofelijk.. Daarna loopt hij naar het beekje en wast zijn snavel door het meer malen door het water te halen.

Ik zoek het hogerop. Er zitten verschillende mensen op een begroeide duinpan om een goed overzicht te hebben over de Koningspinguïns. Van dichtbij zijn ze schitterend gekleurd met oranje velden onder hun oren en wat goudgelig op hun borst. Er is ook een witte pinguïn, die zelfde ‘afwijking’ heeft in pigment. Zijn oranje velden, goudkleurige borst en zwarte rug zijn blond Er is ook een hele zwarte pinguïn, die geen witte borst heeft. Heb de foto’s gezien maar de twee eigenaardigste helaas zelf nog niet kunnen ontdekken. Ze hebben een mooi gevormde snavel met een oranje kleur en als je heel goed kijkt, zie je dat de snavel aan de bovenkant kobalt blauw is. De ogen zijn bruin en de iris is een kruis. Het lijkt alsof ze kleine ogen hebben maar in theorie is hun oogbal eenderde van hun kop. Bovenop de duinpan zie je hoe de kolonie is uitgewaaierd. Er lijkt zelfs een huize ‘kindergarten’ te zijn waar een verhoogde dosis bruin-wollig staat in plaats van zwart en wit. Langzaam vertrekken de mensen uit de pinguïnkolonie en lopen ze terug naar de zeehonden kolonie waar de Zodiacs zijn geland. Ik begin ook aan mijn terugtocht. De ‘huilers’, de jonge zeehonden piepen als je langs komt, sommige drinken bij hun moeder. De menselijke drang om zo’n klein zeehondbontje op te pakken, te knuffelen en weer terug te zetten is zo groot. Terug bij de Zodiacs blijk ik bij de laatste groep te zitten die weer van land gaan. Het is moeilijk afscheid nemen van de pinguïns die plots in een golfslag aan land staan. Zo van het niets naar twintig stuks die surfend op hun poten in het zand terecht komen. Dollende zeehonden, die duiken, springen, zwemmen, aan land komen, mingelen met de pinguïns, gewoon hun dagelijks leven. Om kwart over 11 gaan we weer aan boord van de Plancius.

Vannacht hebben we met een spot op dek gevaren. Op kanaal 1 zag ik ook het licht branden en dat de vogels in het licht vlogen. Alsof het een zwerm vleermuizen waren. Vanmorgen is uitgelegd waarom we met licht varen; de ijsblokken in het water. De kleine ijsrotsen die we zien drijven, is maar eenvierde van zijn totaal. De boot kan hierdoor ernstig beschadigen. Vanmorgen kwam ik al een paniekerige Clive tegen die verschillende gewonde of gedesoriënteerde vogels op dek tegenkwam. ‘Clive to the rescue!’ en probeert zo goed en zo kwaad als het kan iets met die vogels te doen. Hij heeft voordat hij aan boord ging van de Plancius nog in het Internationale gerechtshof in Den Haag een claim gelegd tegen de gevangenschap van Orka Morgan. Een strijder, voor groot en klein.

Als ik opgefrist in de lounge kom, kijken wat dames uit het raam. Twee kleinere vogels fladderen in het water. Ze zijn van de boot ‘gegooid’ in de hoop dat ze weer verder vliegen. Maar op een of andere manier lukt dat niet altijd. Een grote roofvogel komt langs en scheert over het water richting de twee ploeterende beestjes. Hij mist. Even later komt hij terug en met een snoekduik duikt hij op een van de vogels en begint aan zijn buffet. Een Amerikaanse dame kraait dat ze het ‘ niet kan aanzien’ en draait overdreven haar hoofd weg. ‘Dit zijn toch ook de mensen die gisteren bij het diner zo’n ongelofelijk bloederige biefstuk op hun boord hadden liggen?’ vraagt eigenwijze ikki quasi ongelovig aan mezelf. ‘Zou die koe op weg naar de slachtbank dan minder angst hebben dan het vogeltje die daar in het water ligt te verdrinken?’ ‘Ik denk het..’ antwoord Wijze ikke. ‘Enneh, stomme vraag misschien, maar heeft die koe dan ook minder pijn dan dat vogeltje dat daar word opgegeten door die grote vogel?’ Vraagt Eigenwijze ikke ‘Ik weet het niet, dat zou je denken’ Zegt wijze ikke. ‘Die koe is daar toch voor gekweekt.. die heeft toch geen pijn en angst. Die vogel is een wild dier. Dat is veel zieliger hoor.’Wijze ikke stopt zijn betoog. Wijze ikke is sarcastisch en Wijze ikke gaat op ramkoers als ze zo dadelijk bij de lunch bij deze mevrouw aan tafel gaat zitten en de dame in kwestie het eens goed gaat nemen van haar paté of ham met meloen. Helaas voor Wijze ikke of gelukkig voor de dame treffen elkaar niet.

15.oo uur: We komen Grytviken binnen gevaren. In de baai zijn twee gletsjers en er ligt in de verte een boot. Na een tijdje zijn we witte nederzettingen met rode daken opduiken. Het oude roestige Walvissenstation is heel fotogeniek maar krijg al een misselijkmakend gevoel als ik terug denk aan de beelden hoe ze met een hockeystick het dier levend of net niet dood van hun huid ontdoen. De Noorse kerk staat in het midden van de nederzettingen en het station. Helemaal aan de rechterkant, omheind door witte hekken die samen sluitend een vierkant maken, de begraafplaats. Twee mensen in het donker gekleed en een met witte laarsjes aan, gaan richting het kerkhof. Ik neem aan dat het geen toeristen zijn maar eerder mensen die in een van de nederzettingen wonen en een eer gaan bewijzen aan iemand die ze persoonlijk hebben gekend.

15.03 uur: Het anker gaat uit. We zullen zo een briefing krijgen over wat we gaan doen en hoe lang het gaat duren. Een bezoek aan het museum zit er zeker in en natuurlijk zal iedereen naar het graf van Schackleton willen. Traditie is om daar een borreltje op ‘de boss’ te drinken. Ik heb geen alcohol meegenomen maar in de duizenden euro’s die ik aan deze reis heb uitgegeven, zal wellicht een drankje inclusief zijn.

Oude vergane, roestige boten liggen aan het strand. Hoe Engels; zelf de auto die er rondrijdt is een Landrover, een rode met een wit dak. Op de oever liggen verschillende zeehonden. Zoals wij niet meer van de mussen op het dak opkijken zullen ze dat hier met de zeehonden hebben. Een stel duikt van het gras het strand op en gaan het koude water in.

Niet veel later gaan we aan land. We springen uit de Zodiac en landen op een grof kiezelstrand. Als eerste lopen we door het gras waar her en der de zeehonden verspreid liggen en lopen dan naar het pad wat naar de begraafplaats leidt. Een klein licht exemplaar zeehond zit braaf naast de poort en kijkt zonder angst omhoog om iedereen te checken. Deze zeehond probeert helemaal niet zijn territorium af te bakenen maar is veel te nieuwsgierig wie er allemaal langs komt gelopen. James en Albert staan er naast en zeggen dat de zeehond de leeftijd controleert. Hierbij wordt ons een alcoholische versnapering aangeboden en lopen we verder naar het graf van Ernest Shackleton. Een toast, een foto en een beetje alcohol over de stenen van het graf.

Als Albert heeft gespeecht gaat ieder zijn eigen kant op, de meesten richting het oude walvissenstation waar de Olifantzeehonden liggen. De mannetjes zijn groot. Zeker 2000 kilo zwaar. Terwijl de vrouwtjes vele malen kleiner zijn. Persoonlijk vind ik deze dames heel charmant omdat ze van die mooie grote ogen hebben en het lijkt altijd of de mondhoeken net wat hoger staan, waardoor ze een glimlach op hun snoet hebben. Overal spelende walvissen en het gesnuif en inmiddels bekende ‘geblaf’ zijn niet van de lucht. Een schip wat is vergaan, waar niets meer van over is dan het houten skelet is een speeltuin geworden voor de pups. Een stuk verderop liggen twee hele fotogenieke oude-vergane-roestige boten aan de kaai. Er is geen geld om de Walvissenstations te ontruimen. Al is me wel verteld dat er ergens olie lekt. Al het ijzer wat de zee in loopt, lijkt me ook niet al te best. Ik besteed weinig aandacht aan de grote ijzeren ketels, loodsen en opslag drums. Het is vergane ‘glorie’ en dat is maar goed ook. Dit maakt me net zo triest als een wandeling op het treinspoor van Birkenau. Mijn fantasie is heel levendig maar vandaag moet fantasie in zijn doosje blijven zitten. Aangekomen in de Noorse kerk neem ik een kijkje in het kleine, heerlijk ruikende bibliotheekje. Mijn vader zou smullen van al deze oude boeken. Nog even de trap op naar de klokken en een voor een laat ik ze over het vergeten Grytviken klinken. Niet ter nagedachtenis van de walvisvaarders met hun dodelijke harpoenen en hun gilette hockeysticks maar aan de duizenden kleine schepsels die hier zijn omgebracht. De mens is wreed.

Dan het museum. Meer een verplichting dan een interesse object. Ja, ontdekkingsreizigers. Ja, replica van Shackletons bootje waarmee hij van Elephant Island naar hier is komen varen. (en dat is een ‘klote’ end. ) En nee, geen interesse in harpoen foto’s, schepen waarop ze stonden, voorwerpen die ze ervoor gebruikten. Even komt er een flits voorbij van de school in Cambodja (Choeng Ek) die ik bezocht in 2011. Daar was een deel van het museum ingericht met oude martelwerktuigen en illustraties erbij hoe ze dan gebruikten. ‘Kokhalzen. ‘Naar de keel grijpend’. ‘Misselijkmakend’, zijn enkele woorden die me te binnen schieten. De mens is bruut, gewelddadig en capabel om het hele leven op aarde naar de verdommenis te helpen. Uit mijn geheugen verbannen waren deze momenten in Cambodja. Nog steeds kan ik niet alle beelden oproepen waar ik zo geschokt van was en hoop dat die beelden nooit meer zo maar voorbij komen. Dat is dit. Marteling. Voor wat? Olie? Vet? Pinguïns op het vuur gooien op de olie van de walvis te koken? Serieus?! Ik ben een heel nieuwsgierig wezen maar ‘curiosity killed the cat’. Ik sluit me hiervoor af. Ik wil hier geen kennis meer van hebben.

In de schemer ga ik terug aan boord. We hebben een BBQ, buiten op deck 3. In de lounge waar ik nog snel een kop thee haal staan ineens allemaal jongenmannen. Jammie! Waar komen die vandaan? Van het vaste land. Het zijn de onderzoekers die zijn gebleven voor het winterseizoen. In de zomer verblijven hier meer onderzoekers maar omdat de winter hier zo koud is, gaan de meesten terug naar het vaste land. Waar voor hen dat ook moge zijn. De dame van het postkantoor is er en nog een wat zwaarder type. De rest zijn mannen. Die zich helaas niet mingelen in het gezelschap en de crew van de boot

22.00 uur: Plots is het feestje over. Om 21.00 uur is de muziek gestopt en als ik de railing van deck 4 afkijk, waar ik even stond te praten met de crew naar deck 3, zijn ook plots alle mensen weg. Ik besluit om naar de lounge te gaan. Misschien zijn ze daar. Maar ook daar zit het mannelijk schoon niet aan de bar. Ik verstuur nog een mail en ga naar bed. Ik hoor dat de ankers worden opgehesen en plots gaan we. Gaan we echt? Ja, kanaal 5 geeft aan dat we 7 knopen varen. Hmm, beetje plots allemaal.. Vaag.

South Georgia – ‘Change of Plans’ – Richting Falklands | Malvinas

30 maart

Ik ben teleurgesteld. Op het dagprogramma stond dat we nog een dag in South Georgia hadden. Gisteren deden ze al heel mysterieus over het feit dat ze niet wilden vertellen wat we gaan doen. We hebben heel de avond gevaren en in eerste instantie dacht ik dat we naar het noorden of de andere kant van het eiland zouden varen zodat we hier in de morgen meteen aan land konden. Maar als ik wederom op kanaal 5 kijk, blijkt dat we South Georgia allang voorbij zijn. South Orkneys weg…. Paulet Island weg….. En ze zeiden dat we zeker twee dagen hier zouden blijven. Sucks. Niet blij mee.

08.00 uur: Bij het ontbijt zit ik tegenover Trish en Val. Ik vraag of alles goed is gegaan met het boek. Dat is allemaal goed gegaan. ‘En weten jullie al iets over die dame, Marie, die haar arm heeft gebroken?’ Trish antwoord: "Marie heeft een röntgenfoto gehad en haar arm is niet op 1 plek maar op 3 plaatsen gebroken. Geen goede breuken maar diagonale breuken… jikes.. Moet zeker een pin in. Daarom gaan we naar de Falklands. ‘Sorry?’ vraag ik. ‘Gaan we naar de Falklands..?’ ‘Ja, zegt Trish, dat is de dichtsbijzijnde plek waar ze hulp kunnen bieden.’ ‘Yessss! We gaan naar de Falklands! En ik doe er nog even ‘ik-heb-de-jackpot-gewonnen-arm bij.’

09.00 uur: We worden via het omroepsysteem erop geattendeerd dat we ons allemaal in de lounge moeten melden. Ik weet al wat er gaat komen… Ben niet helemaal achterlijk natuurlijk: Geen bijeenkomst voor het diner.. Albert die er gisteren niets over ‘mocht’ zeggen. De gesprekken tussen de crew, zoals toen ik gisteravond rond 21.45 uur mijn laatste mail uitstuurde en per ongeluk binnen kwam toen Rinie en James aan het praten waren en plots de conversatie stopte om deze ergens anders voort te zetten. Dat ‘stiekem’ verder gaan varen in de nacht met de maximale capaciteit van 12 knopen. Dat laatste doe je niet als je langs de kustlijn vaart. Beter langzaam varen als je zoveel tijd hebt. Sneller varen kost meer brandstof, meer geld. Het is bij elkaar opgeteld wel duidelijk wat ze in hun schild voeren. We zullen het nu van Rinie horen.

Rinie: ‘’Marie heeft haar arm gebroken. Gisteren is in het ziekenhuis van Grytviken een röntgenfoto gemaakt en daaruit is gebleken, mag daarover verder geen uitwijdingen doen, dat ze dringend medische hulp nodig heeft. Port Stanley in de Falklands is de dichtstbijzijnde plek die we kunnen aandoen. Het is minimaal drie dagen reizen. Alleen het weer is niet zo best. We hopen daar voor vrijdag te zijn omdat er zaterdag een vliegtuig naar het vasteland gaat. En wij…. Na Port Stanley.. Er wordt druk gebeld met het Oceanwide over wat te doen. Van Stanley wordt het waarschijnlijk rechtstreeks door naar St. Helena (dus geen Cough Island en Tristan da Chunha..)’

Dan klinkt er gemor vanuit de aanwezigen. Inspraak is echter niet mogelijk. Fred (de Brit die in Chili woont) probeert nog om te vragen of we dan in plaats van de drie dagen die we besteden op Ascencion, te verdelen naar een dag op Tristan. Maar, nogmaals, op deze aanvulling wordt niet gewaardeerd of openlijk op in gegaan. (Hadden ze wel even anders kunnen aanpakken.. Als je de mensen maar het idee geeft dat ze inspraak hebben of dat je ze het idee geeft er iets mee te doen, weerhoudt ze van de traditionele ‘muiterij’)

Goed, we gaan dus naar de Falklands… Maar 650 mijl naar het westen, terug naar Argentinië. Aan de ene kant vind ik dit super leuk aan de andere kant is het wel jammer dat ik Tristan da Cunha mis. Wat zijn de kansen om dit eiland ooit nog een keer aan te doen? Bijna nihil. Tenzij ik het gratis krijg aangeboden.. en dat zal niet gebeuren. Wederom geldt: Go with the flow. Hopelijk hebben we op de Falklands ‘even’ de gelegenheid om van boord te gaan..

15.30 uur: Brent (Houston) lezing over de ‘King pinguin in South Georgia’

Brent heeft een artikel gepubliceerd in het National Geograpic Magazine, genaamd "Ilsand of the King’ in de uitgave ‘50 places to spent a lifetime’

Brent, the comediant, vertelt geweldig over onze grote wit/zwarte/oranje rakker. Hij vertelt  als een beatboxer hoe de pinguïns uit de golven ploppen als ze aan land komen. Hoe ze er niet zijn en dan ineens met groepen van 20 plots uit een golf komen en met een laatste zetje staan ze op het strand. Hij vond het hilarisch om ons gisteren te aanschouwen, hoe we van de Zodiac af kwamen en daar met stomheid geslagen stonden. ‘De pinguïns bleven staan, jullie bleven staan.’ En ik dacht; kom op mensen, loop dat strand op maar jullie waren zo onder de indruk van de diertjes dat sommige bijna door de golven werden geholpen op verder het land op te komen.’

Pinguïns zijn gecamoufleerd. Ze zijn donker van boven zodat je ze bijna niet ziet zwemmen in het donkere water. Als er een roofdier onder hen zwemt, kijken ze tegen de witte buiken aan die vervolgens weer overeenkomen met het licht van de lucht wat door het water gefilterd wordt. King pinguïns hebben vers water nodig. Daarom zijn de kolonies altijd vlak bij een stroom, beek of kreek. Een kuiken doet er 7 tot 8 maanden over om het nest te verlaten. Daarna krijgt het een nieuwe jas wat tot 4 maanden kan duren en in deze hele periode kunnen ze niet zwemmen. Hun vacht is niet gemaakt om in zee te leven maar op land. In de tussentijd worden ze gevoerd door hun ouders en zijn ze uiteindelijk zo vet dat ze een tijd zonder eten kunnen. Water hebben ze altijd nodig, om te drinken en om zich te wassen.

Een ei uitbroeden kost 55 dagen. Dus het is best ‘vervelend’ dat een Scuwa dan voorbij komt gedanst en het ei pikt, net voordat het uit komt. Alhoewel Brent niet denkt dat de kuikens die nog moeten uitkomen, die winter zullen overleven. Als de kuikens nu nog niet groot en vet zijn, zullen ze sterven. Keizer of Emperor pinguïns zijn de grootste in de pinguïn wereld. Gevolgd door de Koning of King pinguïn. Ze zien er hetzelfde uit qua kleur maar de Keizer is groter, zo’n 20 cm. Dan volgt de Gentoo pinguïn als 3de grootste.

Het voelt als een zondagmiddag. We kunnen nergens heen. Als we al regie hadden in deze reis, dan is deze nu helemaal uit onze handen. Ik vind het allemaal prima en we zullen wel zien waar het spreekwoordelijke schip strand. Ik ben in de middag begonnen met een pil van Harlan Coben, ‘zes jaar’. Prima leesvoer en het houd me weg uit de negatieve stroom van gedachten, van anderen. Tijdens het diner komt Martha (uit Barcelona) aan mijn tafel zitten. Ze begint meteen te zeuren. Daar heb ik dus geen zin in, meteen de kop indrukken. ‘Martha, zeg ik; mijn vriendin heeft net voor de 3de keer chemo gehad (het is al erg genoeg dat ik dit erbij moet halen om mensen te ‘leren’ relativeren) en denk je nu echt dat wij het recht hebben om te zeuren over een reis die niet gaat zoals gepland..? We zijn bevoorrecht om hier te mogen zijn en dingen te zien die anderen nooit in het echt zullen zien. Zeuren omdat iemand aan land moet worden geholpen en vervolgens onze reis beïnvloedt, we hebben het recht niet.’ Ze geeft me gelijk en ik hoor haar de rest van de avond niet meer, gelukkig.

Ik zit bij Andreas (volgens mij stiekem een hele rijke Zwitser) en het getrouwde stel Puk (uitgesproken als Poek..) uit Thailand en haar Britse echtgenoot. Ze wonen in Bangkok. Haar echtgenoot, ben even zijn naam kwijt woont al 24 jaar in Thailand (en heeft al 24 jaar een privé chauffeur). Hij is advocaat van onder andere de Friesland Campina divisie in Azië. Beide nog jonge mensen. Volgens mij ergens in de 40. Puk is een feestbeest en met een beetje alcohol op heel luidruchtig en grappig. Wolf (met zoon Wulf, beide uit Duitsland) en nog een Brit zitten beiden aan mijn tafel en zijn jarig. Ik zit aan de juiste tafel vandaag; twee verjaardagstaarten. Yammie.

21.37 uur: Mijn boek is uit.

Heel erg in de verte, bijna niet waarneembaar, zeker niet voor de mensen die al slechter zien, zien we ‘Shag rock’. Brute sculpturen steenmassa’s die als drie piramides en twee stalagmieten in de zee staan. Shag rock hoort eigenlijk bij South Georgia. Qua geologie is het de top van een continentale korst. Het water er omheen is ondiep en helder. Ook dit is een onderdeel geweest van het continent Antarctica-Zuid Amerika. Het is zover verschoven omdat de continenten naar het westen dreven en de Pacific richting de Atlantische Oceaan is gedrukt. Met het zicht hierop, krijg ik nog live wat lucht en water spuwende walvissen er gratis bij. In de morgen zelfs een groep zeehonden door de golven zien springen. Ze zijn zover van land verwijderd…

Richting de Falklands | Malvinas

 31 maart

Ik haast me enigszins om van een bakje cruesli, aanwezig op het ontbijtbuffet, gebruik te kunnen maken. Ik ga naast het raam zitten om ongestoord naar buiten te turen. Simon zit aan de andere kant van de tafel en daar maak ik even een ‘verplicht’ sociaal praatje mee. Hij vertrekt na vijf minuten en mijn ‘me time’ voor het drie dubbele glas van het raam gaat beginnen. Buiten in het zo’n zeven graden en is het windkracht zes. Mijn beeld blijft staren op het zelfde stukje door het raam. De golven rukken op en slaan neer. De witte koppen deinzen omhoog en de wind pakt de bovenste kop om het als rook van een brandende kaars op een verjaardagstaart uit te blazen. De kop sprayt uit elkaar. De golven imploderen van bergen naar valleien. Een vogeltje scheert langs de water lijn en wordt plots verzwolgen door een onneembare golf. Ik vraag me af of ze, de vogels, het daarom doen. Zwemmen en duiken kunnen ze natuurlijk ook. Of was mijn oog niet voldoende scherp om te zien dat het vogeltje wel ontsnapte. Andere grotere vogels raken net of net niet het oppervlak van het water. Ze vliegen scheef en het lijkt een sport voor ze om op het water te slaan, zoals kleine kinderen dat fantastisch vinden om met vlakke hand zoveel mogelijk waterschade aan te richten in de badkamer.

Melanie en Marie Jean vragen hoe het met me gaat. ‘Niet zeeziek?’ vragen ze. Ik ben niet zeeziek. Ik heb vals gespeeld. Ik heb bij het opstaan (nu wel 10 hele minuten geleden) een reispilletje ingenomen, net zoals gisteren. Misschien heeft het placebo effect al toegeslagen, ik weet het niet, ik zal het nooit weten. Maar ik speel wel vals. Aan de andere kant; doen we dat niet allemaal? Neemt niet de helft van de gasten aan boord in de ochtend een pil om het hart niet te laten stoppen en proberen ze daarmee niet de dood te slim af te zijn of het lichaam, hoe je het maar bekijkt.

Ik staar in de golven en een deel van me wil de zee begrijpen. Het vloeiende water wat me nimmer angst inboezemt. Water is mijn vriend. Ik zou nog een zelfingenomen glimlach hebben, als ik mijn leven aan een zijde draadje zou aanschouwen als ik in een reddingsvlot op de oceaan zou drijven. Hetzelfde zou niet gelden als ik strompelend door een woestijn zou lopen. Ik word ‘agorafobisch’ als ik op grote, ruime plekken kom waar ik geen water kan ontdekken. Voor 13 dagen onafgebroken op de oceaan heb ik daar nog nooit over gedacht of is dat gevoel me ooit bekropen. De deining, het oncontroleerbare. En op het moment dat ik dit opschrijf denk ik; ik wil misschien ook graag overal controle over hebben. Precies de reden waarom ik nooit, bijna nooit, veel alcohol drink. Dan verlies ik de controle en die raak ik niet graag kwijt. Want wie zegt dat ik die controle ooit weer terug zal vinden of dat iemand het voor me vindt en bij me terug brengt? Ik zal op sommige mensen misschien over komen als een losbol met al dat gereis, maar vergeet niet, dat ik bij elke stap die ik zet, er een zweem aan aaneengeschakelde – keuze – antwoorden – oorzaak - gevolg achteraan komt. Niets gaat over een nacht ijs, meer over een ijstijd periode, al zou je dat in perspectief moeten zien.

Ik blijf staren naar het water. Het is wonderlijk hoe het zich voortbeweegt. Het is een paradox. Het geeft leven en neemt leven. Het is fascinerend om naar de draaiende witte kolken van zuurstof in de golven te kijken. Het is een grote vloeiende massa van hemelsblauw, donkerblauw, azuurblauw en alle andere blauws die er op de wereld te vinden zijn.

12.30 lunch: Wederom naast mijn raam gekropen. Ik zit met Clive (mijn buddy tegen wie ik al wel valse grapjes kan maken), Rudi (tv Belg) en Martha (zeur Barcelona). Martha: ‘Waarom hebben ze niet verteld dat het zou gaan stormen? Had ik vanmorgen een douche kunnen nemen.” Grrrrrrr. ‘Nou, dat is gewoon verteld door Rinie, toen hij gistermorgen bekend maakte dat we naar de Falklands zouden gaan. Bij goed weer 3 dagen. We verwachten een storm, dus we hopen er voor vrijdag te zijn.’ Zeg ik. Doe je rekenkunstje. Clive en ik doen in de tussentijd onze eigen rekenkunsten; hoe hoog zouden de golven zijn? Rudi zegt 6 meter hoog. Ik zeg 10 meter. Ik krijg gelijk. De zee is bruut. Soms helt het schip zo over dat ik me aan de rand van de tafel moet vasthouden. Peper en zout vaatjes moeten in de broodmand blijven liggen, maar schieten in luttele seconden naar het midden van de eetzaal. Op sommige momenten is het alsof glazenwassers buiten volle emmers water tegen het raam aan het gooien zijn. Andere momenten zouden er mensen zijn die hoogtevrees zouden krijgen van de gapende diepte die de zee naast de boot heeft gecreëerd. Een grommend geluid van de motoren achter de boot die in het luchtledige draaien in plaats van in het water. We schatten een nadere golf op 12 meter hoog. Als die Marie zich nog niet vervelend genoeg voelde omdat iedereen voor haar naar de Falklands moet, dan voelt ze zich nu wel heel beroerd om ons in zo’n storm mee te trekken.

11.45 uur. Rinie; ‘Alle buitendeuren zijn gesloten voor de storm. Alleen via de brug deuren naar buiten.’

Het weer is inderdaad heftiger geworden. Ik zit meerdere keren voor het raam om van de enorme golven en het opspattende water films te maken. De boot rolt, maar niet zoals op de Drake Passage. Hij of zij eigenlijk, want iemand vertelde me dat een boot altijd vrouwelijk is, hoe Freudiaans. Maar goed, de boot ‘ploegt’ door de golven. Om half 1 zit ik weer braaf voor mijn raampje bij de lunch. De golven zijn enorm en het fascineerde me om erin te verdwijnen, met mijn blik, niet lichamelijk. Rudi vindt het maar niets. Ik vind het steeds mooier worden. Alhoewel ik bijna geen gebruik kan maken van achtbanen in pretparken omdat mijn maag zich viermaal omdraait; de hoogte, de diepte, de snelheid en de spanning vind ik heerlijk. Bijna gierend zitten Clive en ik grapjes te maken over de golven en de rest op stang te jagen dat we met zo’n storm misschien wel 10 dagen onderweg zijn.

13.41 uur: Rinie door de omroep installatie: ‘Er is een voorstel van de Oceanwide binnen gekomen op papier. Deze gelieve op te halen in de lounge en mee te nemen naar je hut zodat je deze op je gemak kan lezen. Als het weer rustiger wordt, hebben we een bijeenkomst. Alle grote metalen deuren zijn gesloten en dat blijven ze. Wil je naar buiten; dan via de brug.’

Nou ik ben benieuwd. Ik loop slingerend door de gangen en loop de trappen op. Het is vechten tegen de G-krachten die de stappen zwaar maken. Al blijft de crew zeggen; 1 hand aan de boot of 1 hand aan de railing, niet iedereen doet dat. Ja, en dan krijg je dat je je arm op drie plaatsen breekt. Al is het (geloof ik) bij Marie gekomen omdat ze de grootste suite had waar veel open ruimte is. Ze zou bij een grote golf van de ene kant van de kamer naar de andere kant zijn gekwakt. Blijft nog steeds vervelend. (is te zacht uitgedrukt) Ik loop trappen op en af op snelheid maar dan wel met beide handen aan de railingen. Als ik achter de oudjes aan moet sjokken, dan inderdaad 1 hand. Goed; laat zien dat voorstel. Wat hebben ze ervan gemaakt.


 

Onderwerp:

Aangepaste reisbeschrijving Atlantic Odyssey door een urgente medische evacuatie

Beste passagier,

Door een urgente medische reden hebben we koers gezet naar Port Stanley in de Falklands. Daar zal een van uw mede passagiers worden geëvacueerd. We zijn dit verplicht als tour operator maar merendeel als schip zijnde. Het schip zal 2 of uiterlijk 3 april in de Falklands aankomen. Als we de passagier veilig hebben afgezet gaat onze Atlantic Odyssey verder.

De beste optie is om van Port Stanley rechtstreeks naar Tristan da Cunha te varen en ons verder aan het voorgeschreven plan te houden waardoor we wel vijf dagen vertraging oplopen. Enz enz

 (vertaald en ingekort)


 

OK, in de brief komt het er op neer dat we verder gaan waar we gebleven waren en dat de reis wordt verlengd met vijf dagen. Mensen die in Ascencion zullen afstappen zijn daar ook een paar dagen later. De meeste mensen en ik ook stappen af op Kaap Verdië. De meesten, als het via het bedrijf is geboekt, zouden de 25ste vliegen. Dat moet dus gecanceld worden. Ik vlieg de 28ste maar we komen waarschijnlijk pas de 30ste aan. Het enige wat ik dus moet doen is mijn hotel in Kaap Verdië annuleren, kost verder geen geld. Mijn hostel in Casablanca annuleren of alleen de data veranderen, kost weinig tot geen geld en mijn ticket naar Marokko aanpassen. Ben nu zo blij dat ik een dure annuleringsverzekering heb genomen!

Nou, voor mij dus gesneden koek. Doen! Zou ik zeggen. Als ik mijn solitaire dag in mijn hut even gedag zeg om thee te halen in de lounge, kom ik onvermijdelijk weer mensen tegen. Gelukkig zijn het Clive, Wolf, Wulf, Trish en Elli (crew), de minste zeikers van het gezelschap. Iedereen heeft dus zijn eigen wensen, mogen dat duidelijk zijn. Goed, we horen dus verder wel wat het gaat worden. Eerst hadden we een morrende menige omdat Tristan zou worden overgeslagen, (tot op heden ligt nog helemaal niets vast) en nu we Tristan waarschijnlijk wel aan doen, wordt er gemord over de verlate aankomst datum. Tja, het schip kan echt niet sneller hoor. Het mes snijdt aan twee kanten, er zijn altijd consequenties..

Ik heb de lezing over de rattenverdelging en de rendierenmoord op South Georgia niet bijgewoond. De ratten op het eiland zijn een ware plaag en zorgen ervoor dat inheemse dieren zullen uitsterven. De rendieren, ooit geïntroduceerd voor het vlees, zijn de afgelopen jaren in zulke getale toegenomen dat er ook is beslist om aan deze populatie een einde te maken. Rigoureus dan. Werd ons eerst nog verteld dat het proces in gang was gezet om een deel levend naar de Falklands te brengen en dat er nog een paar op het eiland zouden bijven. Niks daarvan. Allemaal dood. En stiekem zie ik ze er voor aan om de ingevroren spareribs van de week op de BBQ te hebben gebruikt. Om een lang verhaal kort te maken, ik ben niet naar de lezing van Elli en Sam geweest.

Simon zou een lezing hebben gegeven over het begin van de Falklands in de geschiedenisboeken maar die heb ik ook over geslagen. Golven zijn te hoog om geconcentreerd in een zaal te zitten.

18.3o uur: Rinie heeft ons allemaal weer samen geroepen om de vragen te beantwoorden over de brief die we vanmiddag hebben gekregen. Gisteren leek het alsof iedereen nog naar Tristan da Cunha wilde zwemmen. En nu loopt iedereen te zeiken dat we te laat aankomen. Ja, hee. Gelukkig is er een dame die mijn gedachten in de microfoon uitspreekt en die geef ik dan duidelijk een ‘hear hear’ (Ze is Brits, dus ik doe of ik in het Britse parlement zit en mijn goedkeuring geef) en een applaus. Het enige waar Fred (Chileense Brit) op terug kan komen is wat voor schadevergoeding hij kan krijgen. Beetje jammer Fred, je was zo’n leuke vent. Als de re-cap over is, gaan we dineren. Op de trap lopen Pat (de Britse dame) en haar kamergenote Annika. (Een hele lieve Française, die me laatst vertelde dat haar dochter op 14 jarige leeftijd was overleden. Ze kan niet meer stuk bij me, dat zal je begrijpen). Ze discussiëren over het feit dat we dan later in Kaap Verdië aankomen, de vliegtuigen vol zitten, de extra kosten bla bla en ze proberen mij erin te betrekken. Ik ben nooit van de kuddedieren politiek geweest en dat gaat hier midden op de Atlantische Oceaan ook niet gebeuren. “Er zijn zoveel ergere dingen in het leven, ik ga hier mijn hoofd niet over breken. Ik zie wel hoe het gaat. Ga me er niet druk om maken, ik vind het allemaal prima en ik vind dat ze het goed oplossen zo. Mensen moeten eens relativeren.’ Ik loop verder de hoek om en wacht niet op een reactie. Super lieve dames, maar probeer me geen mening op te dringen of me bij een clubje te krijgen.

Een plekje bij het raam. Martha (zeur Barcelona) komt erbij. Ik heb het idee dat ze goed heeft begrepen wat ik gisteren heb gezegd en het onderwerp ‘vervolg reis’ wordt dan ook niet aangesneden. Ze smeekt Albert (Beintema, crew) om naast haar te komen zitten zodat hij van alles kan vertellen over de pinguïns en al haar vragen kan beantwoorden. James (crew) komt naast mij zitten en zo hebben we gelukkig een diner zonder gezeik en ieders individuele meningen over het verloop van de reis. Afgezien van alle chauvinistische opmerkingen over Catalaans zijn in hart en nieren, ‘wij Catalanen, ik heb een hekel aan Cuba; de mensen dan, niet het land, de mensen daar zijn allemaal communistisch’ bla bla en nog meer Martha Blabla, is het best een prima diner. Ik moet de thee als vierde gang afslaan omdat de golven weer op mijn maag gaan werken en ik dringend een horizontale positie in mijn bed nodig heb, voordat het mis gaat.

Op weg naar de Falklands |Malvinas

1 april

De golven zijn iets minder hoog geworden, al is de zee verre van rustig. Ik moet nu toch echt even onder de douche en mijn haar wassen. Met 1 hand permanent aan de senioren steun aan de muur, probeer ik zo goed als het kan de shampoo door mijn haar te wrijven. Iets eerder op de ochtend hoorde ik na een grote golf een ‘boem’ een schreeuw en nog een ‘boem’. Ik weet nog niet wie dat was, geeft in ieder geval aan dat oplettendheid is geboden en je op elk moment sterk moet staan. Ik schaats over het tapijt in de slaapkamer. Ik hoef geen voet voor voet te zetten. Voeten naast elkaar en de overhelling van het schip doet de rest.

09.30 uur: Rinie heeft weer iedereen bij elkaar geroepen en we zitten met z’n allen weer in de lounge op dek 5 om te luisteren wat Oceanwide heeft aangepast aan het voorstel. Ik zit in de bieb om de hoek en kan alles goed horen, al ben ik mijn zicht over de anderen kwijt. Het voorstel is nu; Dat plan B doorgaat. Vanaf de Falklands zullen we koers zetten naar Tristan da Cunha. Cough Island valt af (maar dat was al bij geen enkel plan meer betrokken) en we zullen ‘haasten’ om per 28 april i.p.v. 30 april op Kaap Verdië aan te komen. De mensen die via Ascencion naar huis zouden gaan; sorry maar de vluchten op de 22ste en de 25ste april zijn volgeboekt. (Dit wordt namelijk via de Britse RAF verzorgd en zijn dus over het algemeen, legervliegtuigen met een passagiers gedeelte en geen commerciële toestellen. Er wordt nu gekeken of dit aanpasbaar is, anders wordt voorgesteld dat ze voor het helft van het geld mee kunnen naar Kaap Verdië en vandaar naar het vaste land kunnen vliegen.’

Het kon ook niet anders maar de negatieve opmerkingen zijn niet van de lucht. Dit keer zijn de vragen van mijn medepassagiers niet meer algemeen maar heel specifiek gericht op hun persoonlijke situatie. Ik dacht even voor 15 dagen dat ik met de meest bereisde personen van de afgelopen jaren aan boord zat en schaamde me al bijna dat ik geen titel of universitaire graad had zoals de rest, maar die prutsers kunnen hun eigen ticket niet eens boeken. Gaat allemaal via een agent. Hoe die te bereiken? Hellup??!! Deze mensen reizen dus volgens mij alleen in groepsverband. Alles is geregeld van A naar B. Ja, dan is het heel moeilijk om te schakelen als je zelf ineens keuzes moet maken of zelfs iets moet regelen.

Stik. Ik heb een datum, ga mailen met het thuisfront, zet mijn koptelefoon op, op het hoogste volume. Zodat ook alle slecht horende personen, horen dat ik muziek zit te luisteren en niet geïnteresseerd ben in hun persoonlijke sores. (Deze mensen kunnen wel naar de Zuidpool reizen maar ze weten niet dat een emailadres en een website niet hetzelfde is. Uiteindelijk toch mensen gaan helpen natuurlijk. Lafaard die ik ben. Een mevrouw wilde een bericht naar haar boekingsagent sturen en zij dacht, dat je een pagina kon openen met een @adres… ‘Shoot me’)

12.30 uur: Lunchen doe ik vandaag met Andreas (de rijke? Zwitser) die me gisteren 1 dollar heeft gegeven om mijn imperium op te bouwen, het begin van mijn rijkdom. Crowdfunding heet dat tegenwoordig. Wulf (de jonge versies van de Wo-u-lfs, de enige van mijn leeftijd) en Fred (Britse Chileen). Tegen Fred zeg ik gewoon dat hij niet moet huilen en gewoon mee moet gaan. Hij twijfelt nog of hij er op de Falklands af moet gaan, anders in Ascencion of toch op Kaap Verdië. ‘Ze zeiden tegen me dat ik niet na hoefde te denken op deze reis, alleen moest genieten van het uitzicht.’ zegt Fred. ‘Je hoeft ook niet na te denken’, zeg ik ‘Wij hebben net voor je beslist en je gaat gewoon mee tot het bittere eind. Niet zeiken.’ Hij legt even zijn hoofd op tafel en stiekem hoop ik dat deze directe aanpak, zonder iemand in een slachtofferrol te stoppen, het beste werkt. Hij begint weer: ‘Als de company nu…’ Ik zeg; ‘Fred, als je het echt zo wil spelen, moet je niet bij de company zijn. Dan moet je bij de dame in kwestie zijn. Als er 5x per dag wordt omgeroepen dat je je handen aan de railing moet houden omdat de boot zo schommelt en ze al voor de 2de keer valt met 3 botbreuken als gevolg, dan is ze onvoorzichtig geweest. Door haar moeten we heel dit stuk terug. De company probeert alleen maar te redden wat er te redden valt. Dus ‘sue here!’. Ze is Amerikaans, zijn ze wel gewend. Oh, Canadees.. (wordt even gecorrigeerd), hetzelfde…’ Niemand klaagt natuurlijk zo’n oudere dame aan, die de eerste dag al twee paarse ogen had. (Dat was haar eerste val) Discussie weer van tafel. Geen gezeik meer over onze de-tour. Ik ga hem als Brit even sarren dat ik op de Falklands Spaans ga praten, de boel ‘de Malvinas’ noem en probeer om met Argentijnse peso’s te betalen.

15.15 uur: Lezing James over ‘Geologie van de Falklands’

‘In de eilandengroep de Falklands noemen we oost en west Falkland. Stanley is de hoofdstad en ligt in het zuid-oosten van het ooster-eiland. (Gelukkig voor ons). De eilandengroep ligt op dezelfde latitude als van Engeland, in spiegelbeeld. Qua grote is het even groot als Wales (James komt uit Wales). Cape Meredith is het oudste gedeelte van de eilanden, daar is graniet gevonden van 1 miljard jaar oud. De Falklands lagen, toen het nog Gondwana werd genoemd en alle continenten tegen elkaar aanlagen, tussen Antartica en het puntje van Zuid Amerika in. Het was een onderdeel van Afrika. Mochten de Britten en de Argentijnen er nu nooit uitkomen; de Falklands horen geologisch bij Zuid Afrika.

Er zijn vier verschillende rotsformaties die de Falklands hebben gevormd en kunnen dateren. De onderste laag heet de Port Stephens formatie en is ooit begonnen als ondiep kust gedeelte. Daarboven ligt de Fox Bay formatie. Hier zitten veel fossielen verborgen. Charles Darwin heeft als Darwin Slab hier wat van verzameld in 1833. Deze verzameling ligt heden ten dagen nog in het Britse museum. Laag drie is de Port Philomel formatie. Hier zijn grote dierlijke fossielen gevonden en organisch afval zoals hout. Als laatste toploog hebben we de Port Stanley formatie. Hier is quarz gevormd door de diepzee duinen, zand en extreem schoon zand.

De ‘jongste’ steen in de Falklands worden ‘dykes of dijken’ genoemd omdat het de splitsing van Gondwana laat zien en is 200 miljoen jaar oud. Een boom van 7 miljoen jaar oud is de jongste fossiel.

De Falklands zijn niet met veel ijs of sneeuw bedekt geweest tijdens de ijsstijd. Dat is te zien aan de zogenaamde ‘Stone runs’ een veld vol met grote stenen die allemaal op dezelfde manier zijn uitgesleten. Grote keien ondergronds werden door uitzetting van koud naar warm naar de oppervlakte gedrukt. Het kleine materiaal en stenen dat erbij zat, werd door de regen weggespoeld. Wat overbleef zijn enorme rotsen, perfect uitgesleten in een groene omgeving.

Ten noorden van het ooster-eiland ligt Pebble beach. Deze pebbles, stenen, zijn agaten. Schitterende stenen met allerlei kleuren, van origine vulkanisch maar er is geen vulkaan in de buurt. Waarschijnlijk zijn ze aangespoeld. (vanuit Tristan da Cunha?) Naast goud, wat in kleine hoeveelheden is gevonden, is er ook olie rond de eilanden aangetroffen. Er zijn zes bronnen gevonden, maar bij de eerste boringen in 1990 liep dat op niets uit. In 2010 werd er een booreiland van Schotland naar de Falklands gebracht en nu wordt er wel olie opgepompt.’

16.30 uur: Simon vertelt dat zijn lezing niet doorgaat maar dat er een dringende mededeling is. Rinie neemt het woord over. Hij verteld dat we over 15 minuten in de lounge moeten zijn. O jee!

16.45 uur: ‘Is er iemand dood? Is Marie overleden aan interne bloedingen?’ Nee, we zijn bij elkaar geroepen omdat er een definitief plan op tafel ligt. Het plan houdt in dat we morgen aankomen in de Falklands, daar aan land gaan (yeee) en dan hopen dat de olietanker, die ons vol moet tanken, er ligt zodat we de uiterlijk 3de april weer kunnen varen. 11 april komen we dan bij Tristan da Cunha aan. Waar we geen 3 maar 2 dagen zullen doorbrengen. Door naar St Helena, Ascension en de 29ste april (dus niet de 30ste zoals plan B of de 28ste zoals plan C) bereiken we Kaap Verdië. Alles onder voorbehoud natuurlijk, zoals de hele reis. OK, geen doden of gewonden maar een definitief plan. Sommige stappen af in de Falklands omdat ze zich geen verlenging van een paar dagen kunnen permitteren, om wat voor reden dan ook. De meesten gaan gewoon mee naar Kaap Verdië. Ik zet ook verder mijn plannen in werking en ga wat annuleren en proberen aan te passen (aansturen dan, want heb traag c.q. duur tot geen internet).

Martha (zeur Barcelona) gaat nog even tijdens een rolling van het schip met haar 80 kilo op mijn voet staan. Heerlijk met haar rubberen zolen neemt ze één voor één de pezen van mijn voet. Een gvd is niet van de lucht. Als iets gevoelig is of wat doorwerkt naar mijn rugwervel zijn het de bovenkanten van mijn voeten wel. Iedereen is inmiddels gehavend door de vrijkomende G-krachten die ervoor zorgen dat je alle kanten van de kamer ziet, kom ik daar ongeschonden uit door mijn opmerkelijke waakzaamheid; staat die Catalaan met d’r hoeven op mijn voet. Gggrrr.

Andreas (de Zwitser) brengt me zijn beloofde voorraad reispillen. Ik ben gek op pillen! Mijn enthousiasme steek ik niet onder stoelen of banken en bedank hem hartelijk. “We moeten maar gaan trouwen.’ zegt hij, als reactie op mijn dankbaarheid. Een stel aan boord was of is namelijk van plan te trouwen op Tristan da Cunha maar door alle onzekerheden van de laatste dagen, weet ik niet of dit nog doorgaat. ‘OK’, zeg ik ‘doen we’. Als geintje. ‘Zo, toch maar even een rijke (denk ik) ouwe Zwitser aan de haak geslagen.’ (Weten zij hier veel dat ik alleen op de jongere garde val.)

19.00 uur: Tijdens het diner zitten Andreas en ik ook naast elkaar. Het spelletje gaat even door. Wolf (Duitser, oude versie), Maggie en Hienrich (Ozzies uit Duitsland) en … uit Atlanta, Georgia zijn onze andere tafelgasten. En toch, oudere mensen hebben meer levens ervaring en veel te vertellen maar ik ‘mis’ mijn leeftijd genoten. Er is zo’n kloof aan interesse. Al deze mensen hebben het over hun kleinkinderen of het moment dat nadert dat ze geboren worden. Veel wordt er in het verleden gekeken en zo weinig naar de toekomst. Je hebt het niet meer over werk, want iedereen is met pensioen. ‘Wat heb je gedaan dan?’ is het meestal. Het is altijd wel gezellig en iedereen is aardig maar een uitbundig feest (afgezien van het uitzicht) zal het nooit worden.

Falklands | Malvinas

2 april

07.45 uur: Rinie ‘Het is nog 62 mijl naar de Falklands. We zullen daar rond half 2 aankomen. We moeten eerst inklaren, de paspoorten moeten worden gestempeld en dan zijn we klaar om aan land te gaan.’

08.45 uur: Een ‘hourglass’ dolfijn springt uit de golven en ik heb een schitterend rechtstreeks zicht vanuit mijn raam in de ontbijtzaal. Geen mensen die komen storen, alleen ik en mijn dolfijn’.

10.00 uur: Lezing Simon over ‘Birds of the Falklands’

‘Er zijn veel en verschillende albatrossen op de Falklands. Op de eilanden kan de temperatuur ‘warm’ zijn; t-shirt en korte broeken weer. Pinguïns kunnen hierdoor oververhit raken. De Magelhean- pinguïn die hier woont is er al op aangepast, die heeft kale plekken bij zijn snavel zodat de warmte goed afgevoerd kan worden.’

Wat weetjes over de diertjes op de Falklands:

De Pipet is de enige landvogel die zicht. De vrouwelijke Kelpgans is schitterend in camouflage. Haar hoofd is bruin tot haar nek en dan met een horizontale lijn verandert dit in zwart wit. De mannelijke Kelpgans is helemaal wit. Zeeleeuwen kunnen zo groot worden en dan vooral de mannetjes, dat als ze hun neus omhoog houden, ze in totaal 2 meter omhoog steken. Ze eten ook pinguïns als een van de weinigen in het zeehondenras. De black-browd albatros zijn in zeer grote getale aanwezig aan de kust. Hun ogen zijn getekend alsof ze amandelvormig zijn gemaakt met zwarte oogschaduw. De Turkey-gier vliegt hier ook rond. Deze eet alleen dood vlees, hij zal niet doden. Zijn kop is kaal en rood van kleur, alles behalve een knappe vogel. Op de Falklands zijn van nature geen bomen omdat de wind te hard waait. Nu zijn er wel bomen, maar allemaal aangeplant. De Cheetbill oftewel een witte ‘kip’ eet alles. De Brown Chuwar, leven liever op land. Ze vliegen niet ver de zee op. Ze eten babypinguïns (dezelfde als die dat ei op South Georgia had gestolen). Soms werken ze in teamverband als ze een gewond dier tegenkomen. Het lijkt dan alsof ze er om vechten, maar eigenlijk helpen ze elkaar door het te doden. De King-shack of Bleu-eyed shack vogel; heeft geen blauwe ogen maar bruine. De ring die om het oog zit heeft geen haren of veren maar is kaal. De huid is blauw. De Rockhopper pinguïn (hoop ik nog te zien), zijn veerkrachtige diertjes. Zoals de naam al doet vermoeden, ‘hoppen’ ze de rotsen op vanuit de zee. Soms lijkt het alsof ze van rubber zijn gemaakt omdat ze op de rotsen ‘terugkaatsen’ als ze er door een golf worden opgesmeten. Ze leggen altijd 2 eieren. De eerste komt meestal niet uit en is ook altijd kleiner dan de tweede. Voordat ze gaan jagen of naar zee gaan, wassen ze zich al tijd goed in waterpoelen. Verschillende vogels van het noordelijk halfrond komen hier overwinteren.

11.30 uur: Verschillende groepen ‘Hourglass’ dolphins zwemmen met de boot mee! Ze zijn snel! De boot gaat 12 knopen en ze kunnen ons voor een deel bijhouden. Mooie zwart met witte dolfijnen. Blij!

11.30 uur: Lezing Elli over ‘haar leven op de Falklands’

‘De meeste mensen die op de Falklands leven, wonen in de hoofdstad Stanley. Er zijn weinig bomen doordat de wind altijd hard waait. Voordat het Panamakanaal er was, kwamen veel boten langs Stanley. Vooral de boten die net onder Kaap Hoorn uit waren gekomen moesten voor reparatie naar de haven. De zee (Drake Passage) is altijd heftig, waardoor er voor de verdere reis naar Europa of India, de boot in orde moest worden gebracht. De Lady Elizabeth was op weg van Oregan USA naar Sri Lanka en moest door averij naar Stanley. Ze was echter niet meer te repareren of het was te duur en ze is daar blijven liggen. ‘Ze’ is lange tijd een voorraadboot geweest, waar spullen lagen opgeslagen die nodig waren om andere boten te repareren. Ze is een vast gegeven in ‘the narrows’, het nauwe gedeelte waar het land samen komt voordat er naar open zee wordt gevaren. Door de eilanders word ze liefkozend “lady Liz”genoemd.

Nadat het Panamakanaal was gegraven, was er veel minder vrachtverkeer en nam de werkgelegenheid in Stanley flink af. De Falklands werden een beetje ‘vergeten’. Totdat op 3 april 1982 de Argentijnen de Falklands binnenvielen en het probeerde te (her) veroveren op de Britten. De meeste kennen de Falklands van de ‘Falklandoorlog’. Op 14 juni gaven de Argentijnen zich over en nu is die dag de grootste feestdag van het jaar. Waar eten en drinken gratis is tijdens het feest. In de oorlog zijn 245 Britten en meer dan 700 Argentijnen gesneuveld. Sommige graven hebben geen naam omdat niet alle gevallen soldaten een naamplaatje hadden. Het juiste aantal gesneuvelde soldaten zal nooit bekend worden. Afgezien van de vijandigheid (tot op heden) worden alle helden geëerd. Naast een monument ter nagedachtenis van deze fatale oorlog worden Britten en Argentijnen naast elkaar erkend . De veteranen zijn bijzonder welkom bij de bewoners. Er zal altijd gratis onderdak en eten worden aangeboden. Er is veel naoorlogs trauma.

Rond Stanley liggen nog mijnenvelden. Deze zijn (uiteraard) herkenbaar afgezet. Volgens de Geneefse Conventie moeten deze allemaal geruimd worden. Maar de Falklanders/Engeland zeggen dat het geen prioriteit heeft omdat de velden op plekken liggen waar verder niemand komt. Ze geven de voorkeur aan Afrika en Azië om daar eerst te ruimen, omdat daar mensen dagelijks de vernietigende kracht van de mijnen ondervinden. Daarnaast is het moeilijk, duur en kan levens kosten door ze te ruimen.

De Falklands zijn altijd een Britse kolonie geweest. Het grootste gedeelte van de populatie is Brits, zelfs al een 4de generatie. De Argentijnen die er woonden voor en in de oorlog mochten blijven als ze wilden. Uiteindelijk zijn twee gezinnen gebleven. Op de militaire basis die nog heel actief is, zijn 1500 man gelegerd en bezit vliegtuigen en twee marineschepen. Alles wat er op het eiland gebeurt wordt door eigen inkomen gereguleerd, behalve het leger, dat wordt door de Britse belastingbetalers betaald.

Het nationale inkopen wordt gegenereerd door (Merino) schapen (wol en vlees), inktvis vangst en de vergunningen die vissers moeten betalen als ze binnen 200 mijl van de Falklands vissen.’ De gordijnen waar Elli voor staat tijdens de presentatie gaan open en we hebben….. Land in zicht!!! De Falklands!

13.45 uur: Anker wordt naar beneden gelaten. ‘Standby for announcements’

14.25 uur: Yee, we gaan aan land. Geen laarzen dit keer maar ‘gewoon’ mijn snowboots. Ik ga met de tweede boot aan land en ga samen eerst met Andreas (Swiss) Wolf, Wulf (1 jaar jonger dan ik, chips, ben ik toch niet de jongste) en Clive een biertje halen in de Globe, het eerste café dat we tegenkomen. Pff, vaste land onder onze voeten. Maar daar is het ook mee gezegd; de Falklands is opper-Brits. Inclusief Landrovers, Defenders, rode telefooncellen, typische Britse baksteenhuizen en met ‘Fish and Chips’ volgepropte wijven. Wat zijn die Engelsen toch lelijk. En dan druk ik het nog zacht uit. Dacht ik altijd dat er een soort inteelt was op het Engelse continent of het Engelse koninkrijk, hoe je het noemen wilt. De Falklanders zijn direct ingevlogen.

We zitten aan een grote picknicktafel en hebben zicht op de Plancius en de Zodiacs die nu af en aan varen om de passagiers aan wal te zetten. In de tussentijd komen de Britse auto’s aan de ‘andere kant’ van de weg voorbij gereden. O jee, en de mensen die daar inzitten,  nemen nooit de benenwagen. Bol. Ben ik nog heilig.

Enfin, we hebben het naar ons zin. Het is alleen zo frappant: zit je daaaaaaaagen op zee en dan kom je in Engeland aan! Terwijl volgens mijn laatste calculatie maar 30 km van Calais naar Dover is. Samen met de Wolven, loop ik langs de waterkant en gaan we naar het museum. Deze staat vol met voorwerpen die in vergane boten zijn gevonden of replica’s hiervan. Een zaaltje is ingericht met brieven, krantenartikelen en foto’s van de Falklandoorlog, inclusief een hoek van een bunker met munitie, helm, kleding, rantsoen en gitaar.

In een ander gedeelte word er veel aandacht besteed aan het referendum wat een tijd geleden is gehouden. 93% van de eilanders heeft gestemd over het feit of ze bij Argentinië of Engeland wilde horen. 98,2 % heeft ervoor gekozen om bij Engeland te horen. Ongeacht mijn eigen mening hierover, vind ik inderdaad dat de bewoners het meeste recht hebben om te kiezen bij welk land ze horen. ‘Mooi, is dat ook weer uit de wereld…’

Er staan verder wat opgezette dieren, een woonkamer ingericht met dezelfde attributen die we thuis ook nog op zolder hebben liggen en er is een klein winkeltje nagebootst. Een heel leuk museum, heel divers en informatief maar het is nu weer tijd om het bekendste café van het eiland op te zoeken; Victoria bar. Wulf haalt eerst nog wat drank en chips (alsof we niet genoeg eten aan boord krijgen) en Wolf en ik doen nog even een koffie in het aangrenzende koffiezaakje. Waar hij pardoes alle Filippino dames van een extra drankje voorziet. Dames blij.

19.00 uur: Na een gezellig anderhalf uur in de Victoria bar en wat meer over de jongste Wulf te weten te zijn gekomen, is het tijd om met wat biertjes achter de kiezen, in het donker in de Zodiac te klimmen. Iedereen heeft gedronken, zeg maar gerust gezopen. Het is namelijk een soort ‘einde aan het gezeik’ met het ‘proosten op een nieuw begin’ en iedereen is super enthousiast om richting Tristan te gaan. Bij het diner ligt een dame bijna kwijlend tegen de schouder van Clive te slapen. Rinie en Albert nemen hun verantwoording als crew om haar toch maar even in haar eigen bed te leggen.

19.50 uur. De laatsten zijn aan boord en het anker wordt gehesen.

19.55 uur: Rinie vertelt dat we zijn vertrokken en zijn begonnen aan onze reis van 2374 mijl naar Tristan. En daar doen we 7 à 8 dagen over. Alleen zee, geen land, geen rondjes met de Zodiac, alleen varen met 12 knopen per uur, geen land in zicht.

Na het diner met Wulf (de jongste van de Wolfpack, zoals ze worden genoemd) Clive en een keurig ogende Brit (schijn bedriegt; W. Anker) aan de bar gehangen. Nog nooit zo’n smerige Pinot Grigio gedronken en deze valt toch wel onder de favorieten. Over naar het bier,  met heul stiekem mijn oude slechte gewoonte opgepakt, een heerlijke sigaret. Tis feest vandaag. We gaan vol goede moed en allemaal blije mensen verder richting Tristan.

We hebben het er allemaal voor over. We hebben Rudi (TV Belg), Marleen en Paul uit Breda, Marie (gebroken arm), haar man, Puk en haar Britse man uit Thailand en het stel dat zou trouwen op Tristan, achtergelaten. We zetten koers en zijn onderweg. RONDE TWEE!

Richting Tristan da Cunha (dag 1 van 7)

(Radioactieve deeltjes, aardbeving, tsunami & cycloon), 3 april

07.45 uur: ‘Goodmorning, Goodmorning’ (waar Rinie altijd mee begint als de eerste mededeling in de ochtend door de boxen galmt). We hebben al 150 mijl afgelegd.’

Pff, gelukkig geen kater. Had ik me gister met Clive en Wulf (cub of junior) voorgenomen dat we geen ontbijt zouden nemen, maar lekker lang zouden uitslapen. Ben ik zo fit als een hoentje. Dus we, ik dus, gaan maar braaf om half 9 naar het ontbijt. ‘Mooi, een plekje aan het raam met niemand aan de tafel.’ Ik ben helemaal teruggevallen in mijn thuisgewoonte en dat is in de ochtend mijn vinger opsteken om mensen goedendag te zeggen maar vervolgens mijn mond stijf dicht te houden. Andreas (hij was rechter, net gepensioneerd) vraagt of hij er bij mag zitten en ik zeg tegen mijn ‘echtgenoot’ dat ik in de morgen niet graag praat. Hij blijft aan de andere kant van de tafel zitten en krijgt al snel Wolf, zijn leeftijdgenoot als gezelschap. ‘Me time…’

10.00 uur: Lezing Albert ‘Argentina in the South…Oops..’

Albert geeft een persoonlijke maar theoretisch onderbouwde visie over de claims die zijn gedaan op het zuidelijk halfrond, met name de Falklands, South Georgia en Antarctica.

De Portugezen waren de eersten op de grote oceanen (vastgelegd dan). Ze wilden Azië en India bereiken door onder Kaap de Goede Hoop door te varen. Maar dat koste veel geld om continu nieuwe en verse producten in te schepen en te moeten betalen, in wat voor vorm dan ook, aan de koningen van de verschillende landen. Er moest worden gezocht naar een alternatief. Er werd naar de andere kant van de wereld gevaren.

Albert geeft ons een kleine geschiedenisles over hoe de Portugezen en de Spanjaarden de ‘wereld’ verdeelden, behalve Europa dan. Alleen Brazilië was toen nog niet ontdekt alsmede de rest van het continent Amerika. De Spanjaarden hadden het westen en de Portugezen het oosten. Voor beiden tot een aantal breedte en lengte graden. (Nogmaals nog niet alle continenten waren bekend). Brazilië werd ontdekt maar viel net buiten de afgesproken gedeelten en werd daarom Portugees i.p.v. Spaans. De Spanjaarden ‘vonden’ de Filippijnen en lijfden dat in. Terwijl dat volgens de afspraak wel Portugees moest zijn. En daar begon de ellende dat de Spanjaarden zichzelf dingen toe-eigenden wat niet volgens de afspraak was.

We nemen een stap voorwaarts in de geschiedenis. Een Schotse onderzoeker, ene Dr. Bruce, deed tussen 1902 en 1904 onderzoek op het Laurie Island, een zeer zuidelijk eiland, ergens in de contreien waar we nu zijn. Nadat Dr. Bruce zijn onderzoek had afgerond bood hij de Britten aan om zijn onderzoekstation over te nemen. Maar omdat de Britten en de Schotten elkaar graag in de haren zaten, besloten de Britten dat ze hier te goed voor waren. Dr. Bruce, die lange tijd met Argentijnen had samengewerkt, bood hen het station te koop aan voor het luttele bedrag van 1 pond. Sinds die tijd, 1904, is Laurie Island bewoond of in gebruik geweest door Argentijnen. Een groot deel van de claim op de Falklands, South Georgia en een overlappend gedeelte op de Zuidpool, hangt dus af van dit land wat lange tijd in gebruik was en is.

Nog een grotere stap in de geschiedenis: grote delen van de Zuidpool zijn in de loop van de tijd geclaimd door verschillende landen. Meestal aan de hand van in het verleden uitgezonden ontdekkingsreizigers die het zwart op wit hebben vermeld dat ze er waren of dat ze een vlag hebben geplant. Nadat er op de Noordpool ook land werd geclaimd door omliggende landen en d.m.v. vlaggen op de zeebodem te planten, letterlijk hun terrein afbakenden, zijn ze dit ook tussen 2007 en 2009 rond Antarctica, South Georgia en de Falklands gaan doen. De Britten hebben hun terrein met 350 mijlen naar het noorden verruimd. En dat is een officiële Britse claim. Argentinië was daar heel boos over. In 2009 hebben ze dan ook een tegenclaim gedaan en de landclaim is groter dan de Britten in eerste instantie hadden vastgelegd.

Rusland en Amerika hebben nooit een claim op een deel van Antarctica gelegd. Er zijn ook claims die niet kloppen of die elkaar overlappen. De reden van een claim van Argentinië vindt zijn oorsprong in een Zweedse landing waar een Argentijn zich onder de bemanning bevond.

Argentinië ruziet niet alleen over de overlappende gedeelte op de Zuidpool maar in het verleden (1977) ook over de eilanden Picton, Nueva en Lenox die in het zuiden van het Beagle kanaal liggen. Argentinië en Chili waren het niet eens over de verdeling omdat ze beiden vonden dat het bij hen hoorde. Ze vroegen Koning Elizabeth hierover te oordelen. Zij zei dat ze het bij Chili vond horen. Twee jaar later is Argentinië naar de Paus gegaan (wat heeft die er in hemelsnaam mee te maken?!) en die oordeelde ook dat de eilanden bij Chili hoorden. (Het is overduidelijk dat het nog geen Argentijnse Paus was) Sindsdien staat er een definitieve streep door het Beagle kanaal en zijn de eilanden van Chili.

11.15 uur: Een groep dolfijnen, Hourglass dolfijnen gezien. Ze schieten als kleine torpedo’s razendsnel door het water. Kleine orka’s zijn het, maar dan een stuk vriendelijker voor mede zeegenoten in de omgeving. In totaal al drie groepen gezien.

12.30 uur: Lunch met Eileen en Robert uit Portland, Oragon, (Zij is Amerikaans en hij is Brits maar van een Nederlandse moeder. Ze zijn 2 jaar getrouwd en ver in de 60, zoniet erover heen) Andreas (Swiss) en de Wolfpack.

15.15 uur: Lezing van Sam over fotografie in de sneeuw

.. Was leuk geweest als deze lezing was gegeven toen we nog in de sneeuw zaten.

17.00 uur: Een aflevering van de BBC over zoogdieren in de zee.

.. Sla ik even over..

18.30 uur: Re-cap van Rinie. ‘We hebben al 270 mijl afgelegd. En de temperatuur zal vanaf hier alleen maar stijgen. Hopelijk houden we dit weer en met wat geluk kunnen we de extra tijd gebruiken om een extra dag te doen in Tristan of het rustiger aandoen in St. Helena.’

Albert verteld; dat door de aardebeving in Chili en de daarbij behorende tsunami (waarschuwing) het vliegtuig wat Marie zou oppikken, vertraagd zou kunnen zijn. Er was onduidelijkheid of deze nog zou komen of niet. Volgens de verzekering mag Marie niet anders vervoerd worden door of een ambulance of vliegtuig. Gelukkig werd op het laatste moment doorgeven dat het vliegtuig kwam, anders hadden we Marie terug moeten nemen, de Atlantische oceaan op. Bevestigingen van de andere passagiers over hun vluchten waren er niet op tijd maar ook dat, gelukkig werd op het laatste moment geconformeerd.

Rinie hervat: ‘Anderhalf uur geleden kregen we een verontrustende (bevestigende) mail: ‘Due to racket SO-use VS07 launching, contingent radioactive particels faults in area bounded by ….. coordinants….. It is dangerous to navigate in the gulf area between 3 of april till the third of may 2014. (and that area is there. Rinie wijst de plek achter het raam aan) the southern end. So if you will look at the map just north of us a long strip of area, were navigation can not take place for the first month.’

‘We zijn dus al van koers veranderd om het gebied te ontwijken.’

Rinie: ‘Toen ik een gisteren een voorgaand bericht hiervan kreeg, heb ik het meteen met verschillende mensen gecheckt maar niemand wist ergens van af. Ik heb geïnformeerd bij de vissers, bij het leger en niemand schijnt er iets van af te weten. Toch wel belangrijk; als het net buiten de Falklands gebeurt en er liggen 44 vissersboten te dobberen. Gedurende de dag, immigratie aan boord en die vroegen aan ons of wij iets wisten van de verhalen over ‘radiaton particals were falling from the sky? Rinie zei dat ze die informatie hadden van de Navtag –IMSTAD (satelliet). Niemand lijkt iets te weten. Vervolgens is er weer een mail gestuurd naar het kantoor, om te vragen of er ergens een bron is die deze berichten kan bevestigen of ontzenuwen. Voor hetzelfde geld is het een of andere computernerd die heeft ingebroken en een verlate 1 april grap uithaalt.

Er is vanmorgen op gereageerd:

‘SO-use VS07 will lift off on the third of april 2014. (dit is nu anderhalf uur geleden) The rocket will carrie sentinal-1, the first in the family of Copernicus satellites. The satellite will be used to monitor many aspects of our environment (?) From tracking and detecting oilspills, mapping sea-ice, movements on land and in the way land is used. The rocket is launced from a spacecenter in South America and will be used by Europe Space Agency.’

En als dat nog niet genoeg is voor vanavond…. ‘Er is wel een naderende cycloon (alweer) die vanuit het westen naar het oosten gaat. Misschien krijgen we hier nog wat van mee, een staartje. Misschien als we eerder noordelijker varen dan geeft de cycloon alleen maar wind in de rug.’

Richting Tristan da Cunha (dag 2 van 7)                                               

(Fighting 50’s) 4 april

07.45 uur: Rinie verblijdt ons weer met zijn boodschap op dit vroege uur. We zijn de ‘fighting 50’s’ uit en nu op 49ste breedte graad. De woelige wateren van de Zuiderzee van de Atlantische Oceaan hebben we achter ons gelaten. Verder onderweg naar het noorden, richting de evenaar.

Ik sla het ontbijt over. Ik heb geen zin om op te staan. Er valt niets te zien vandaag behalve dan misschien wel dolfijnen en walvissen, wat geweldig zou zijn. Geen land, dat is zeker. Ik doe het rustig aan vandaag en ga me weer verder focussen op het schrijven. Ik heb wat achterstallig onderhoud van 2012 en 2013 dus heb mezelf beloofd dat op deze reis af te maken. Daarna mijn boek. Het boek wat ik ooit ben begonnen in 2006 maar dat nooit is afgemaakt. Ik hoop de ‘peace of mind’ te vinden. Ik installeer me in het hoekje van de bieb met al mijn digitale spullen en ga lezen, opzoeken, bekijken, terug in de tijd, totdat het tijd is om te lunchen.

12.30 uur: Lunch.

15.30 uur: Lezing Rinie over ‘Humpback whales composers of the ocean’

Rinie had al eerder verteld dat hij geluidopnames van bultruggen op Tonga had gemaakt. Bij binnenkomst van zijn presentatie worden we dan ook getrakteerd op de dierlijke geluiden van iets dat weg heeft van het gegrom en het gegaap van zeehonden.

Humpback Whale; zou o.a. deze naam hebben gekregen (in het Engels) vanwege de vorming van de rug voordat de walvis duikt. Na 6 of 7 keer ademhalen, vervormen ze de rug om een duik naar beneden te maken. Dit doen dus de Humpback Whales wel en andere walvissen niet. Ze hebben daarbij de grootste vinnen van hun soort en deze kunnen wel 4 tot 5 meter lang worden.

Deze walvis is heel nieuwsgierig en ze staan dan ook bekend om hun ‘spy hopping’. Dat is dat ze hun lichaam verticaal in het water houden en dan met hun hoofd boven water komen om te checken wie of wat je bent. Vrouwelijke walvissen kunnen 16 meter lang worden. Manlijke walvissen worden gemiddeld tussen de 12 en 14 meter lang.

Doordat het zulke vriendelijke dieren zijn (zoals al eerder vermeld in een van de verhalen) werden ze door de walvisvaart graag uit het water gehaald omdat ze ook niet bang zijn. (Curiosity killed the Whale..) Nadat de walvissenjacht was gestopt waren er nog maar 4500 tot 5000 van de 200.000 stuks over. Ze zijn nu beschermd en gelukkig is hun aantal de afgelopen 50 jaar gegroeid en zijn ze nu met 100.000 stuks om de wereldzeeën te bevolken.

De Blauwe vinvis (Blue Whale) was de grootste walvis die ooit bij Grytviken was gevangen. 33 meter (!) lang en met een gewicht meer dan 100 ton werd deze dame in koelen bloede gedood. Ik kijk weg bij de foto’s. Kan dit echt niet aanzien. Tussen 1930 en 1931 werden er meer dan 30.000 van deze giganten vermoord.

Momenteel wordt door o.a. een Braziliaans onderzoekteam foto’s verzameld. Van bijvoorbeeld scheepslui die foto's hebben gemaakt van walvissen. Vooral de staarten zijn heel belangrijk omdat deze de identiteit vrijgeven van de walvis. Met de datum en plaats kunnen de foto’s daar naar toe worden gestuurd. Uit onderzoek daarvan is al gebleken dat dezelfde groepen dieren dezelfde reis maken. Sommige reizen altijd naar de Noordpool om daar vetter te worden door veel kleine vis te eten en dan terug te gaan naar de warmere wateren van de evenaar om daar te bevallen. De kalfjes worden dus altijd in warm water geboren en gaan na enkele maanden, als hun moeder vaak weer zwanger is, mee naar de Zuid,- of Noordpool om dikker te worden. Een kalf haalt 4 x meer lucht aan de oppervlakte dan zijn moeder.

Mannetjes zijn goed in zingen. Ze kunnen een lied wel langer dan een uur volhouden. Na onderzoek is gebleken dat er verschillende subculturen zijn die soms hetzelfde lied zingen maar dan anders. Walvissen uit Hawaï hebben wel een ander lied dan bijvoorbeeld Walvissen die rond kaap de Goede Hoop zwemmen. Schijnbaar geven ze elkaar wel nieuwe ideeën als ze rond de polen elkaar ontmoeten. Na 5 of 10 jaar kan het nummer wel veranderen.

18.30 uur: Re-cap

Nog maar 1598 mijl te gaan naar Tristan! Yee. Vanmorgen waren er nog veel golven en was de boot flink aan het ‘rollen’. Na vanmiddag zijn we iets van koers veranderd en het gaat nu beter. De wind staat prima maar 25 knopen en geeft ons een duwtje in de rug.

Elli verteld even snel hoe het met Marie gaat. ‘Ze werd de dag dat we allemaal op de Falklands waren, opgehaald door een vliegtuig rond 19.00 uur. Ze is meteen naar Santiago in Chili (Argentinië kan natuurlijk niet door de ruzie met de Falklands) gebracht en is inmiddels geopereerd en maakt het goed.’ Een applaus en blijde geluiden van onze passagiers.

19.00 uur: Diner met Clive, zijn reisgenoot Sue (ook Brits, heeft een boek geschreven) en Kirsten (Zweedse, is bibliothecaresse). Na het diner hebben we een veiling. Maar ik ben terug in de bibliotheek en val in slaap met een hand onder mijn hoofd. Ze veilen shirts en dergelijke die ten goede komen van het South Georgia Conservation centre. Maar ik heb geen geld (meer) en laat het zonder enige vorm van interesse aan me voorbij gaan.

Richting Tristan da Cunha (dag 3 van 7)

5 april

07.45 uur. Rinie ‘Het is al 10 graden in de morgen. We hebben een westenwind, dus wind in de rug.

08.07 uur ontbijt. Ik probeer weer alleen te gaan zitten maar niet iedereen kent mijn nukken in de morgen. Ik blijf vriendelijk en sociaal maar nadat ik alle 32 rozijnen uit mijn muesli heb gehaald, excuseer ik me vriendelijk. Ik ga voor een ochtend wandeling. Misschien vanaf nu beter het ontbijt overslaan.

09.00 uur: Ik ga rondjes rond de boot lopen. Trappen op en trappen af. Met een 3-gangen lunch en een 3-gangen diner, zal ik helaas niet het gewenste resultaat behalen wat ik voor ogen had; afvallen. Dan maar meer bewegen. Ik zie weer een groep van vijf dolfijnen (Hour glass) voorbij springen. Ik sta op het onderste dek en kan de ogen duidelijk zien. Wat zijn het toch geweldige dieren!

09.50 uur: Snel afkoelen binnen, het word inderdaad warmer buiten. Bijna geen winterjas meer nodig. Kopje thee halen en de iPad om richting de lezing van Brent te gaan. Al gaat het ogenschijnlijk over vogels. Brent vertelt fantastisch.. wil ik niet missen.

10.00 uur: Lezing Brent over zijn werk op de Zuidpool

De Chinstrap pinguins en de Adelie pinguïns; Mannetjes pinguïns arriveren eerder dan de vrouwtjes en zij maken het nest. Chinstraps arriveren 2 weken later dan de Adelie pinguïns. De chinstraps nestelen dan ook hoger in de bergen omdat op het eerste gedeelte de Adelie’s al zitten. Ze krijgen ook minder sneeuw, wel meer wind. Sommige moeten wel 2 mijl landinwaarts lopen. En daarbij kunnen ze ook nog 200 mijl per dag zwemmen. Olympische sporters deze rakkers, anders overleven ze het niet.

Er zit een dag verschil tussen het uitkomen van de eieren, als ze er twee hebben. De jonkies van beide soorten zijn licht grijs en wit en niet bruin zoals de koning of keizer pinguïn. “Life in the freezer’ een documentaire van de BBC is een productie waar Brent aan heeft meegewerkt.

Marconi pinguïn (net als de Rockhopper van die kleurige sprietjes op zijn hoofd) zwemt samen met de Chinstrap pinguïn, door elkaar. Maar de Marconi leeft op South Georgia en de Chinstrap (met uitzonderingen) op de Zuidpool. Beide zwemmen dus ver voor hun eten en soms gaat er een naar het ‘verkeerde’ eiland mee. De Gentoo heeft geen grote kolonie nodig. Ze zijn namelijk groot genoeg om zichzelf te beschermen tegen o.a. de Scuwa’s en waar ze over het algemeen nestelen is het niet zo koud als waar de Keizer pinguïns zitten. Die hebben elkaar nodig om warm te blijven. De Gentoo’s gaan nu wel steeds vaker zuidelijker nestelen. Het duurt 37 dagen voordat hun ei uitkomt.

Naast vele pinguïns te hebben onderzocht, heeft Brent ook vogels bestudeerd. O.a. de Giant Petrol die wel 60 jaar kan worden. Er werd onderzocht waar ze naar toe gaan, wat ze doen en wat ze eten. Uit een onderzoek is gebleken dat de vrouwtjes van de Giant Petrol vroeger doodgingen dan de mannen. De reden was dat de vrouwtjes verder vliegen en achter de vis van vissersboten gaan. De Toothfisch, die onder andere bij de Falklands word gevangen, wordt doormiddel van lange lijnen opgevist en niet met een net. De Petrols duiken het aas van de lijnen achterna, krijgen die dan in hun bek en verdrinken. MSC (Keurmerk) heeft er onder andere aan bijgedragen dat de haken zwaarder zijn gemaakt, waardoor ze sneller zinken en de vogels er niet meer achteraan kunnen duiken. En dat er geluid wordt gemaakt om de vogels af te schrikken. Dit heeft inmiddels al zijn vruchten afgeworpen en vorig jaar zijn er 0 vogels overleden door deze aangepaste visvangst.

Grappig weetje over de Giant Petrol is: ze spugen als een lama als je te dichtbij komt. De olie die ze spugen is funest voor de veren van hun vijand en blijven daardoor uit de buurt. Olie zorgt er namelijk voor dat de kou buiten blijft en dat ze dieper kunnen duiken.

Scuwa’s werken samen om eieren te jatten van pinguïns. Ze stelen ook jonge pinguïns die dus al uit het ei zijn. Ze gaan dan als eerste voor de maag die volzit met krill.

Brent is zelfs een keer knock out ‘gevlogen’ door een Swuwa. De vogel ‘A6’ had een hekel aan hem omdat hij waarschijnlijk de langste persoon was. Van een afstand kwam de vogel die ene keer aanvliegen en Brent sloeg net zijn hoofd achterover: frontale botsing. Beiden hebben het overleeft. Brent heeft zelfs een helm geprobeerd maar dan vallen de vogels de nek en de schouders aan. Toen hij na tien jaar terugkwam op de plek waar hij lang onderzoek heeft gedaan, herkende de vogel hem meteen en ging vol in de aanval. (en die vogels zijn groot..) Ook Leopard seals wisten de boel te vernielen. Zo zwommen ze graag (3 mijl) mee met de boot maar zetten daar dan ook wel eens hun tanden in. De dieren wilde spelen, ze zijn niet echt vijandig. Ze geven bijvoorbeeld pinguïns aan fotografen, net als katten voor hun baas een prooi op de stoep laten liggen. Maar aangezien zo’n Zodiac al snel 10.000 dollar kost (heel veel geld hoor voor een rubber bootje, maar goed..) hebben ze nu als oplossing een kraan die de boten uit het water takelt.

Brent is bezig met een boek waar hij de leukste anekdotes van zijn onderzoeken in zet. Ik ben benieuwd. Als hij net zo schrijft als hij verteld, moet het een bestseller worden. In de gaten houden dus: Brent Houston, bioloog.

12.30 uur: Lunch met Ralph (Brit) en Helga (Duits) die elkaar 7 jaar geleden op een cruise hebben gevonden en nu vier jaar getrouwd zijn. Hij is bijna (eind van de maand) 60. Je zou hem 45 geven. Helga geef ik hooguit 41, ze wil haar leeftijd niet vertellen maar ze heeft 2 zonen ver achter in de 20. Ze is dus al ergens in de 50, waarschijnlijk 55 maar zo ziet ze er echt niet uit!

Weer verder schrijven aan de verhalen…

15.30 uur: Sam geeft informatie over fotograferen.

Sla ik even over...

19.00 uur Diner. (nog 1318 mijl naar Tristan)

Ik heb er geen zin meer in. Dat sociale gedoe gaat echt mijn keel uithangen. En het zijn niet de mensen met wie ik ben, maar het is ikke, waar ik de meeste moeite mee heb. Ik kan als ik aan tafel zit, geen geïnteresseerd gesprek meer voeren. Tis allemaal doodsaai. Dat zeven dagen op zee zitten: prima. Ik zou het inmiddels maanden kunnen doen. Ben helemaal één met mijn omgeving en vind het prima om geen land te zien. Maar dat continu moeten praten met mensen die je zelf niet hebt uitgekozen, dood vermoeiend. De oplossing is eigenlijk simpel: niet naar de ‘verplichte’ eetmomenten van de dag gaan. En dan is er net ook nog meegedeeld dat er morgen een quiz is. Ik haat spelletjes. Alleen maar nog meer een excuses om ‘samen’ te zijn met mensen, kots. Moet je weer een team maken. Clubjes gedrag… pff

In de avond aan de bar met (baby)Wulf, (papa)Wolf, de dame uit Canada- Australië die 5 jaar in Qatar heeft gewerkt, Clive (met de bijnamen Olive, Boots en Bear) en Steven (82) aka W. Anker. Later in de avond zijn alleen baby Wulf of Wulf-cup, Steven en ik nog over. Stiekem mijn slechte eigenschap opgepakt en sta laat in de avond dan ook graag op het voordek een frisse neus te halen.

Met z’n drieën staan we buiten en ben vast besloten om wat meer van deze keurig ogende Brit te weten te komen. Vroeger heeft hij in de verzekeringen gewerkt, zijn vader was priester (mogen die trouwen dan? Mijn kennis hierover een beetje opvijzelen.) meerdere keren naar de Himalaya geweest om deze te beklimmen en hij heeft 2 kinderen. Hij heeft een trustfund en daarin zit onder andere een zeilboot in die nog al eens gecharterd werd. Mede door J.K. Rowling werd het fonds financieel op peil gehouden. Ik vraag na verschillende verhalen; ‘je hebt twee kinderen maar was of ben je ook getrouwd?’ ‘Ja, zegt hij, 34 jaar.’ Zijn vrouw kreeg ALS. Hij verteld dat hij een soort Rijnreisje voor haar had geboekt. En hij was alleen maar bezig om haar ‘voedsel’ haar vloeibare infuus voedsel te regelen. ‘O, niet aangekomen? Aeroflot weer gebeld om een extra bestelling door te sturen.’ ‘… En daar zat ze in haar rolstoel met een vloeibare zak voedsel bungelend boven haar hoofd. Onder die boom.’ Hij stopt zijn verhaal. Ik weet niet wat er verder in zijn hoofd afspeelt of wat hij in gedachten ziet. Hij sluit af met; ‘Oh well…’ Ik zeg dat het me spijt. (Weet niet of ze toen is overleden) Doelend op het feit dat zijn vrouw zo’n pijnlijke strijd moest leveren om te sterven. En sorry dat ik weer zo nieuwsgierig was om te vragen naar een verleden.

Richting Tristan da Cunha (dag 4 van 7)

(Studententijd) 6 april

‘Zoooo, terug in mijn studententijd. Bier, sigaretten, laat naar bed, wel voor de pc zitten maar geen huiswerk maken, verslapen, geen ontbijt, te laat voor ‘school’. Yep, klink aardig als mijn tijd in Breda en Tilburg.

Mijn excuus: de klok is een uur verder gezet. Ontbijten met sociale vaardigheden is zwaar, heel zwaar en het leven is te kort om dingen te doen die ik niet leuk vind en daarbij dwarsliggen is iets wat ik graag doe.

Kwart voor 10 krijg ik een reminder over de luidsprekers over de lezing van James over het broeikas effect. Graag wil ik hier meer over weten om de stompzinnige mensen die dit nog steeds tegenspreken te kunnen bombarderen met feiten gevolgd door een ‘bomb’ op de neus, zoals eerder beloofd. Snel onder de douche, een kop thee halen met een cracker en ik plaats me op mijn vaste plek aan een tafel in de dinerzaal.

10.00 uur: Lezing James ‘Polar Climate Crisis’

Warmte heeft effect op de polen. Sinds 1860 is de aarde al 0,75 graden opgewarmd. 11 van de afgelopen 12 jaar, waren de warmste gemeten sinds 1860 toen officieel is begonnen de temperatuur op aarde vast te leggen. Statistieken geven aan dat het zeeniveau 2 cm is gestegen. Dit komt niet door het gesmolten ijs maar door de thermale vergroting van het water. Kortom door hitte zet het water uit, bij kou krimpt het.

80% van de gletsjers op Antarctica zijn 50 meter teruggetrokken. In South Georgia is maar liefst 97 % voor 30 meter land inwaarts gegaan. Op de Noordpool is er een strook van 70 km ijs weg. Warmwaterstromen gaan nu onder de koudwaterstromen door en laten de ijsbergen aan de onderkant wegsmelten. Tot nu toe was 2007 het slechtste jaar voor ijs, op de voet gevolgd door 2012.

Doordat wij mensen voor meer CO2 in de atmosfeer zorgen, krijgen we een broeikas effect. Een andere vorm die hiervoor zorgt is Carbon Dioxide, maar Methaan is de slechtste van allemaal. De laatste wordt veel door agricultuur veroorzaakt en dan met name de koeien oftewel de koeienpoep.

Zorgen mensen voor de opwarming van de aarde? Ja. Tevens warmt de aarde zelf ook op maar door ons toedoen gaat het veel sneller en desastreuzer. Al stopt de opwarming van de aarde morgen, de zee blijft rijzen en de aarde blijft opwarmen. Alles is al in gang gezet en dat stopt niet op de dag dat we minder vervuilen.

Prognoses uit 2007:

Temperatuur stijgt met 1.1 tot 6.4 graden

Bij 1.1 graden verhoging: 18-59 cm verhoging van het zeewater.

Bij 4.4 graden verhoging: Siberië ontdooid waardoor er nog meer CO2 in de atmosfeer komt waardoor de boel gaat versnellen.

Bij 5.4 graden verhoging: Super el Nino’s worden gevormd, monsterstormen. Miljoenen mensen zullen op de vlucht slaan naar landen op het noordelijk halfrond. Wereld voedsel raakt op.

Bij 6 graden verhoging: Groenland zal smelten en het zeeniveau zal met 7 meter stijgen. 1/3 van alle soorten dieren zal verdwijnen. Al het koraal op de wereld verdwijnt. De woestijnen worden groter.

Artikelen die Global warming tegenspreken vind je alleen in de media NOOIT in wetenschappelijke literatuur.

Maar er zijn oplossingen of verbeteringen die wij als mens kunnen doorvoeren om het proces te vertragen.

Zonnepanelen. Er zijn nu in verschillende woestijnen (China en ergens in de VS) torens gevuld met zout zeewater met honderden zonnepanelen eromheen. Zorgt voor alternatieve energie en dit kan duizenden en in de toekomst miljoenen huishoudens van stroom voorzien. Het enige probleem nu is het transport van de energie. Windmolens zijn ook perfect als vervanger van fossiele brandstoffen.

Er worden nu tests gedaan (Noorwegen) waar ze CO2 uit fabrieken opvangen en deze in de grond stoppen of in de gaten waar ze olie hebben uitgehaald. Zodat deze niet in de atmosfeer komt. Toekomst perspectief.

Het is heerlijk weer buiten. De zon schijnt, de zee is kalm. Ik ga zelfs zonder jas de deur uit en ga op het dek op een bankje zitten. Helaas geen dolfijnen of walvissen in de buurt.

12.30 uur: lunch

Met een halve discussie over vlees. Het blijven in mijn ogen hypocrieten. Wel naar alle beestjes willen kijken en zelf van een vogel een interessant gespreksonderwerp maken maar staat er lam op de kaart, dan deze wel bestellen. En vervolgens met het argument komen dat ze er toch voor gefokt zijn. Ja, daar ben ik dus helemaal niets mee eens. Moet blijkbaar echt de maaltijden gaan overslaan, cocoonen in mijn kamer tot ik het land op mag of totdat de reis over is. En dan Martha (zeur Barcelona) die als nationalist alleen maar over Catalaanse dingen kan spreken, hoe goed ze wel niet zijn, hoe onderdrukt ze worden blablabla. Ik zou bijna zeggen; Get me out of here.. Als ik niet beter zou weten.. Maar na 29 april ben ik zeker vastbesloten om kluizenaar te worden!

Naar buiten. In de zon. Koptelefoon op en genieten van de rustige golven en die domme vogels die wel schitterend op de wind kunnen drijven en voorbij komen scheren. Er is een lezing in de middag van Albert over vogels op Tristan en later wordt een film vertoond. Sla ik over..

Ik mijn eigen hut voor de film ‘La vita e Bella’ en een film over een jonge knul die een ‘cougar’ voorleest. Zij blijkt later bij de SS te hebben gezeten en wordt veroordeeld. Middels cassettebandjes houden ze contact. Ben de naam van de film kwijt.

19.00 uur: Diner. Ik ben film aan het kijken en heb geen behoefte aan menselijk contact.

De quiz. Ik zorg dat ik genoeg thee heb ingeslagen zodat ik tussen 20.00 uur en 22.00 uur niet in de lounge hoef te zijn. Ik ga verder met schrijven.

De klok gaat vannacht weer een uur vooruit.

Richting Tristan da Cunha (dag 5 van 7)

7 april

Weer laat uit bed, sla ik mooi mijn ontbijt over. Niet dat dat nu zo gezond is maar voor het geestelijk gestel een stuk beter om zo de dag te beginnen. Een herinnering klinkt over de boxen voor de lezing van Albert over Tristan. Daar wil ik wel bij zijn. Haasten dus.

10.00 uur: Lezing Albert “Geschiedenis van Tristan da Cunha’*

De eilandengroep van Tristan da Cunha bestaat uit verschillende eilanden: Tristan da Cunha, Inaccessible, Nightingale (Nagtglas) en de rots Stoltenhoff Island.

De Portugees Bartolomeu Diaz voer rond 1488 rond de Kaap de Goede hoop richting Indië maar miste Tristan. De Spanjaard Vasco da Gama voer in 10 maanden naar Indië langs de Afrikaanse kust maar miste ook Tristan. De Spanjaarden en Portugezen waren dringend op zoek naar een verversingsstation ergens in, rond of bij Afrika. Toen Pedro Cabral rond 1500 de beste zeilroute naar Indië vond, bestond dit niet uit rond de Kaap van Afrika varen maar bij Kaap Verdië rechtsaf naar Brazilië en langs Kaap Hoorn richting het oosten. Colombia was inmiddels al 4x naar Amerika geweest maar iedereen miste Tristan (wat natuurlijk niet zo heel verwonderlijk is, want het is ook maar minder dan een spetter in de zee).

Tristao de Cunha maakt in 1506 voor het eerst een aantekening van de bergen die hij in de zee ziet. Op de kaarten wordt het dan ook aangegeven met ‘het zicht wat Tristao da Cunha heeft gehad’.

Uiteindelijk waren het de Hollanders (uiteraard) die met de boot Nagtglas , Tristan ten zuiden van Kaapstad vonden en het als verversingstation wilden gebruiken. Ze noemen een eiland Nagtglas wat later door de Britten werd herbenoemd  .

John Patten, een Amerikaan werd de eerste bewoner in 1790. In 1793 werd hier de botanische collectie genoemd; ‘Du Petit thouars’. In 1810 word Patten vergezeld door de heren Curry en Millet. Patten benoemde zichzelf tot King Jonathan Lambert van ‘The Refreshment Island’ met alle wetten en rechten die hier bij horen. Hij was van 1811 tot 1812 koning en toen verdronk hij op zee.

Het ging verder met William Glass. Die was hier als korporaal gelegerd in 1815, toen de Britten het eiland bezetten om te voorkomen dat de Fransen hiervandaan zouden proberen Napoleon van Sint Helena te bevrijden. William Glass en zijn Hollandse-Kaapse vrouw Maria Magdalena Leenders zijn de stichters van de kolonie die volgde. (ze kregen namelijk 21 kinderen) Ze werden vergezeld door vijf vrijgezellen, voor wie in 1824 vijf vrouwen zijn ‘geïmporteerd’ uit Sint Helena (een donkere moeder en 4 dochters). De tweede familie; familie Green stamt af van de Hollander Pieter Groen uit Katwijk aan Zee, die hier in 1836 als schipbreukeling strandde. De voorvader van de Swains was een zonderlinge Britse zwerver. Rogers en Hagan waren Amerikaanse walvisvaarders, die op het eiland zijn blijven hangen omdat er op een gegeven ogenblik meer leuke jonge vrouwen waren te vinden dan mannen. Lavarello en Repetto waren de laatste kolonisten, achtergebleven na de schipbreuk van het Italiaanse schip Italia in 1892.

De bevolking van Tristan leefde lange tijd van ruilhandel met passerende schepen, het oogsten van vogels, hun eieren en de visvangst. In de kelpwierwouden rond de eilanden krioelt het van de kreeften, die tegenwoordig geëxploiteerd worden door een Zuid-Afrikaanse firma. De export van kreeften is nu de belangrijkste bron van inkomsten voor de eilanders, met de verkoop van postzegels op een goede tweede plaats. Daarnaast vindt er op het eiland op bescheiden schaal landbouw en veeteelt plaats.

Alleen Tristan is bewoond en bestaat uit een cirkelronde vulkaan met een diameter van 11 km en een hoogte van 2000 meter. Het eiland is omgeven door loodrechte kliffen tot 600 meter hoog. Onder aan die kliffen liggen zo hier en daar lage, vlakke plateaus, ontstaan door vulkaanuitbarstingen. Het grootste van die plateaus is 6 km lang en 500 meter breed. Alleen hier wonen de 300 mensen van 7 verschillende families. Het dorp heet officieel Edinburgh maar wordt ook The Seven Seas of The settlement genoemd.

*Bron: Eilanden –van Andøya tot Vuurland – niet toevallig van Albert Beintema

De zee is weer kalmer. Het weer wordt nog beter. Ik heb mijn schrijversplek in de bibliotheek omgeruild voor een niet-schrijvers plek op het achtersteven op dek drie. De zon doet zijn uiterste best om door het wolkendek heen te breken. Verschillende vogels (Spectical Petrol, White chinned petrol, Yellow nose Albatros, Wandering Albatros (die vind ik het mooist, en niet alleen de naam), Wilson storm petrol en de Great Sheer water) volgen ons al een paar dagen. De Albatrossen ‘hangen’ het grootste gedeelte van hun vlucht achter de boot. Zonder met hun vleugels te slaan, scheren ze over de wind en het lijkt hen geen enkele moeite te kosten.

Stapelwolken doemen op aan de horizon. Het lijken bijna ijsbergen als we niet beter zouden weten. IJsbergen komen we nu niet meer tegen. Het enige ijs wat we krijgen is het dessert. Blauw en grijs van de regenwolk die ons lijkt in te halen, zijn de kleuren die we zien. Met een ‘ram’ koers van 13.10 knopen blijken ze nochtans sneller te zijn en miezerregen daalt neer.

12.30 uur: Lunch met Albert, Andreas, Simon en Rinie. We hebben het over Tristan en over de mogelijkheden tot een vulkaan uitbarsting. Het zou wel een mooi verhaal zijn als we dat ook nog meemaken op deze reis. Het is de afgelopen dagen nogal ‘kalm’ qua natuurverschijnselen. Mocht dat gebeuren dan kiezen we unaniem voor Kaapstad om naar uit te wijken, aangezien dat de meest dicht bijzijnde plek is.

14.00 uur: Yee, er is weer zon. Te zien aan de schaduw die mijn hand geeft op mijn kladblok. Wederom op dek 3 achteraan en buiten. De wind is ook toegenomen. Vanmorgen al uit ‘verveling’ mijn camera naar buiten genomen om de vogels te fotograferen. Er is verder niets te zien dan water en wolken en we maken van de nood maar een deugd. Moet zeggen dat de vogels me meer gaan intrigeren of misschien is het jaloezie dat ik niet zo kan vliegen. Sommige vogels vliegen in elkaars slipstream. Ze scheren met hun vleugeltip langs de water lijn. Heerlijk om zo te kunnen genieten van de stromingen, de natuur en je eigen kracht.

Op het achtersteven zit ik drie meter boven het water en recht boven de schroef. Het water wat door de schroeven wordt gedraaid blijft zeker nog 50 meter achter de boot doordraaien. Wat voor een mooie zuurstof circulatie in het water zorgt. Resultaat: zwembad groen-blauw water. We zitten tevens op een warmwaterstroom in de oceaan en dat betekent dat het water hier 17 graden is. Het zwembad-kleurige water ziet er met deze extra kennis een stuk aantrekkelijker uit voor een duik.

Op het moment zijn we de meest afgelegen personen in de wereld. Met uitzondering van de mensen die nu in het heelal zweven. We varen precies tussen Kaap Hoorn en Kaap de Goede Hoop en dat is een eind weg van de bewoonde wereld. Een heel eind weg. Toch geniet ik ervan. Voor mij is het vrijheid, ultieme vrijheid. Toen ik dit gisteren tegen iemand zei, zei ze: ‘of een gevangenis omdat je nergens naar toe kan’. Ik heb dit een paar keer in mijn hoofd laten rondgaan maar nee. Het is geen gevangenis. Die vrijheid en het weten dat niemand anders weet waar je precies bent, precies kan doen wat je wilt en wat in je vermogen ligt omdat op deze vierkante meters te doen, is voor mij: vrijheid. Met alle ruimte die je daarbij kan verzinnen. Want ‘the sky is the limit’ en dat is dan ook het enige wat we zien. ..En water.

14.30 uur: Een loopgroepje is gecreëerd op dek 4 om de conditie op pijl te houden en het vele eten wat we doen, eraf te lopen. Ik ben afgeschermd van de buitenwereld door een koptelefoon maar Andreas fluit hard op zijn vingers om mijn aandacht te vangen. We zwaaien naar elkaar als een liefhebbend echtpaar.

15.30 uur: We krijgen een documentaire te zien over de mensen op Tristan. Met homevideo materiaal is er door twee Italianen een hommage gebracht aan het eiland. Eilanders houden niet van filmcrews of interviews omdat ze voor de buitenwereld maar raar zijn. Tja, vier en meer generaties met zeven familienamen is natuurlijk niet helemaal gezond maar wie ben ik om daarover te oordelen.

17.00 uur: Lezing Simon ‘Winged Wonders’

De black browd Albatros is de kleinste in zijn soort. Om ze te zien hoeven we alleen maar achter op de boot gaan staan en te kijken. Op het moment vliegen er twee ouders en twee jongen mee. De Camble Albatros heeft een honingkleurig oog en daardoor te onderscheiden, dat is als je er dicht bij staat. Andere Albatrossen hebben een zwarte stip voor hun ogen op hun veren. Dit is om ze niet verblind te laten raken door de schittering van het water. Net als American-footbal spelers hebben tijdens een wedstrijd.

Alle Albatrossen zijn monogaam maar als het geen nestseizoen is, zijn ze niet bij elkaar. Ze komen beide wel terug naar hun kolonie en zoeken elkaar dan weer op. Soms duurt het even voordat ze weer aan elkaar zijn gewend.

‘Diego Ramirez’ is het zuidelijkste puntje van Zuid Amerika en er is een Chileens onderzoeksstation gevestigd. Allerlei dieren schuifelen hier rond. Er is een pad tussen het hoge gras wat uitnodigend is voor de Grey headed Albatros om hier te nestelen, het is namelijk overzichtelijk. Albatrossen kunnen hun vleugels ‘op slot’ zetten. Ze gebruiken alleen de energie van de wind en niet hun eigen energie. Ze hoeven maar 8% van hun lichaamsvet te gebruiken. Maar als de wind er niet is, kunnen ze niet opstijgen en moeten ze wachten op land of in het water.

De vogels vissen op andere dieren en zullen als eerst voor de ogen gaan. Mocht je dus overboord vallen en een reddingsboei krijgen toegeworpen, leg dan gerust je arm over je ogen als er zo’n immens grote vogel in de buurt is…

Een ouder helpt zijn kuiken het ei openmaken als het is begonnen met pikken. Er zou zelfs al communicatie tussen ouder en kuiken zijn, als het kuiken nog in het ei zit. Het piepende kuiken zou hoorbaar zijn en moeder of vader zou haar of zijn snavel bij het ei houden en geluiden terug maken. Deze ouderliefde zorgt er misschien wel voor dat er in een kolonie in Nieuw Zeeland een Albatros is, die al 64 jaar is. (controle door ring)

Albatrossen kunnen niet ver duiken in het water omdat ze te licht zijn. Als er dus eten op het water ligt of net onder het oppervlak, moeten ze het van hun snelheid hebben en niet van hun zwemkunsten.

18.45 uur: Re-cap met gratis cocktail. We zijn nog maar 700 nog iets mijl van Tristan vandaan. Als we zulke snelheid blijven maken dan hebben we genoeg tijd.

19.00 uur: Yee, er zijn weer bananen! In de dinerzaal staat een mand fruit zodat iedereen naar behoefte zijn vitamine C kan pakken. Aangezien ik de brutaliteit had om de laatste tot mij te nemen, was ik hoofdverantwoordelijk voor het feit dat ze tot St. Helena algeheel afwezig zouden zijn. Dat was totdat we links omkeer maakte naar de Falklands en er daar opnieuw bananen werden ingeslagen. Er was al een ‘rumor’ onder de passagiers dat er bananen aan boord zouden zijn maar niemand had ze nog gezien nochtans geproefd in een dessert. Vanaf nu dus weer volop aanwezig. Gezellig diner gehad met Maggie en Heinrich (de Duitse Ozzies).

Na het diner verder met mijn slechte gewoonte. Een sigaret met de Wolfpack, Clive, Andreas, de kok en de assistent kok. Ik kan er niets aan doen dat de meest gezellige mensen roken. We vertrekken naar de bar waar we uit pullen onze bierblikjes drinken en de lijst naspeuren over wat te doen op Tristan. Het hoofd van toerisme op Tristan (hebben ze die dan..?) heeft contact gehad met Rinie, of andersom en een lijst gemaild met ‘things to do while on the island’. Ik schrijf me in voor de vulkanische wandeling en mocht er tijd over zijn; golfen. Op de meest afgelegen bewoonde plek in de wereld. De tractortour en de aardappelvelden sla ik even over.

Clive aka Olive of Clevexixxx, heeft in de avond weer prachtige verhalen over zijn tijd als hotelmanager. Eerst vertelt hij over een rare man aan de bar die vervolgens met een wapen dreigde en vervolgens een week later, samen met de politie een man uitschakelde met een terrasstoel toen de man in kwestie op een druk bevolkt strand bierblikjes zat te schieten. Het geheel afgesloten met een verhaal over een gestolen aanhanger, oplichtingspraktijken door derden en het verhaal waarom hij door de plaatselijke pers Olive werd genoemd. Wulf-cup doet er nog een schepje bovenop en vertelt over zijn IT-tijd in Pakistan waar hij bijna onder vuur werd genomen bij een massale knockpartij die binnen 30 seconden ontstond doordat een vrachtwagen met water niet doorreed en zijn chauffeur, die als rivaliserende stam werd aangezien, er iets van zei.

Richting Tristan da Cunha (dag 6 van 7)

8 april

Het is 15 graden buiten. Lekker weer om buiten rond te hangen dus. Vandaag beginnen we wel braaf met een ontbijt maar ik zorg er wel voor dat ik pas om 10 voor 9 aanwezig ben. De tijd dat de meesten al weg zijn of een plek hebben gevonden. Mijn favo plek aan het raam om mijn kommetje muesli te eten is nog vrij. Ik zonder me nog even af. Zorg dat mijn kamer is opgeruimd want de schoonmaakster vouwt altijd keurig mijn kleding op maar het kind heeft al zoveel te doen. Ik zorg dat ze aan mijn kamer zo weinig mogelijk werk heeft. Ik ga nog even snel naar buiten voor de lezing weer begint.

10.00 uur: Lezing Albert ‘Slide show over Tristan’

Albert heeft gisteren al het nodige verteld over ‘zijn’ eiland. Voor onder andere een onderzoek naar het ‘Waterhoentje van Tristan da Cunha’. Dit is trouwens onder dezelfde naam in boekvorm uitgegeven. Al meer dan 10 keer heeft hij het eiland aangedaan en vertelt dan ook mooi in de ‘we-vorm’ alsof hij een eilandbewoner is.

Inaccessible Island*

Inaccessible is het tweede eiland in de Tristan da Cunhagroep en het ligt ongeveer 40 km ten zuidwesten van Tristan zelf. Het is een rotsklomp die zijn naam eer aandoet. Als je eromheen vaart, zie je bijna niets anders dan vrijwel loodsrechte kliffen van honderden meters hoog. De bovenkant is vrij vlak en gaat vaak schuil onder een wolkenkap.

Tristan is Brits en de naam Inaccessible klinkt ook Engels maar het is Frans, de naam dan. De naam is gegeven door de Franse kapitein d’Etchevery in 1767. Maar eigenlijk had het eiland al een naam, namelijk: Nachtglas. Inderdaad Hollands. In opdracht van Jan van Riebeeck, de gouverneur van de Kaapkolonie, werd in 1656 een expeditie naar Tristan da Cunha gestuurd om te kijken of het eiland geschikt was als permanent verversingstation voor de VOC. Kapitein Jan Jacobszoon was de eerste die namen gaf aan de andere eilanden dan Tristan zelf. Hij noemde het eiland naar het schip waar hij mee voer maar dat is dus later door de Fransen herbenoemd en de Britten hebben er nooit bij nagedacht.

Een van de mooiste anekdotes van het eiland is het verhaal van de Blenden Hall, een schip wat hier op de rotsen sloeg. De geschiedenis is bekend omdat de zoon van de kapitein notities had gemaakt op een oude krant. Om te schrijven gebruikte hij; pinguïnbloed.

De Blenden Hall was met passagiers op weg van Londen naar Bombay. Aan boord waren twee dames die alleen maar konden ruziemaken met elkaar. Ze scholden op elkaar en als het zo uitkwam op anderen. De spanningen die zij veroorzaakten weerspiegelden zich in een bijzondere slechte verhouding tussen bemanning en passagiers. De kapitein dacht de stemming wat te kunnen opvrolijken door halverwege de reis een ‘leuk’ bezoekje te brengen aan Tristan, dat toen net een paar jaar officieel permanent bewoond was. Het schip liep helaas op de rotsen in een dichte mist. Het geheel gebeurde bij windstil weer en er viel dus niet te manoeuvreren. Vrijwel iedereen (op twee na) wist levend aan land te komen. Op een dag slaagde enkele mannen erin het eiland te beklimmen. Aan de horizon was Tristan te zien, dus nu wist men waar men was terechtgekomen. Er werden plannen gemaakt om van de grote hoeveelheid aangespoeld wrakhout een bootje in elkaar te knutselen en daarmee te proberen Tristan te bereiken. Maar het kwam erop neer dat twee ruziënde partijen ieder hun eigen bootje timmerden en 's nachts elkaars spijkers jatten. Uiteindelijk lukte het een ploegje Tristan te bereiken, waarna de eilanders een paar dagen later iedereen veilig konden ophalen. Ook op Tristan ging het geruzie door, dus de bewoners waren maar wat blij toen een passerend schip de hele meute kon afvoeren.

Stoltenhoff eiland is vernoemd naar de Duitse gebroeders… Stoltenhoff. Gustav, een van de broers maakte kennis met Tristan toen hij daar in 1870 als schipbreukeling terecht kwam. Hij was aan boord van de Beacon Light, met een lading steenkool op weg van Schotland naar Rangoon. Halverwege Sint Helena en Tristan brak er brand uit. De Beacon Light (what’s in a name..) ging sissend ten onder. De bemanning slaagde erin Tristan met een sloepje te bereiken. Daar hoorde Gustav over de enorme rijkdommen van Inaccessible Island. Er viel goud te verdienen aan de kostbare vellen van pelsrobben. Weer terug in Duitsland wist hij zijn broer ervan te overtuigen dat hun toekomst op Inaccessible Island lag. Ze lieten zich met wat kampeerspullen en tuingereedschap afzetten op het enige beschutte strandje van het eiland, aan de voet van een haast onneembare klif.

Hun verblijf ging niet over rozen. Via een met tussockgras begroeide goot konden ze omhoog klauteren naar het plateau, waar ze soms jacht maakten op de verwilderde varkens en geiten die daar toen rondliepen, maar die klimroute ging verloren door een brandje dat de voor houvast noodzakelijke graspollen vernietigde. Daarna moest een van hen op een windstille dag met een roeibootje naar de andere kant van het eiland varen, om daar de varkens en geiten te bereiken. Broer boven gooide dan zijn buit over de rand van het klif naar broer beneden. Dat roeibootje ging natuurlijk op een dag met slecht weer verloren. Ook de robbenvangsten vielen tegen en het vat dat gevuld moest worden met zeeolifantenolie bleef halfleeg.

Na een jaar wilden ze er aanvankelijk de brui aan geven maar opeens gingen de vangsten weer een stuk beter, toen het voorjaar werd. Ze besloten om nog een jaar te blijven. Maar daarna moesten ze het toch echt opgeven. Ze zijn door het Britse onderzoekschip Challanger, dat in 1873 tijdens een wereldcruise het eiland bezocht meegenomen. Een nog onbenoemd eilandje bij het naburige Nightingale werd door de kapitein van de Challanger naar hen vernoemd: Stoltenhoff Island. Wat niet meer is dan een grote rots in het water.

*Naar het verhaal Inaccessible Island uit ‘Eilanden”van Albert Beintema

12.30 uur: Lunch met Andres, Wulf-cup en Olive. Had ik vorige week Olive aka Clive nog op de foto gezet met zijn snorkelspullen op, vandaag heeft hij 2 appels als borsten onder zijn t-shirt gedaan en doet zich voor als een voormalig passagier. Graag paradeert hij even rond in de dinerzaal. 65 jaar maar kinderlijk creatief, haha.

Naar buiten! Heerlijk weer. Ik ga naar mijn favo achterdek, doe een paar rondjes voordat de loopclub in de weg loopt en ga uiteindelijk naar het bovendek waar een 8-tal banken staan. Ik ga richting de zon zitten en val in slaap. Totdat iemand hard ‘DOLFIJNEN’ roept en ik met een schok wakker word. Samen met heel de bevolking die aanwezig is schieten we naar stuurboord waar we een kleine glimp opvangen. Jammer, dat was het voor vandaag. Verder dan die zwevende dinosaurussen komen we niet vandaag en dan heb ik het over de vogels.

15.15 uur: Info van Rinie over te land gaan in Tristan. Het is na deze duizenden mijlen nog maar de vraag OF we inderdaad aan land gaan. Het is alleen mogelijk om ten noordwesten van het eiland de boot te ankeren omdat dit het dichts bij de haven van ‘The Settlement’ (klinkt als een goede titel voor een film M. Night Shamalayan) is. Daarbij beslist de havenmeester of het wel veilig bij de haven is. Nul garantie na de 7 dagen op zee. (Maar ja, dat wisten we)

15.30 uur: Documentaire van de BBC over ‘The Forgotten Island’. Dit keer een beter gefilmde maar dan ook officiële documentaire over Tristan. The voice over is van een dame die in het filmpje van de Italianen vertelde dat ze naar Schotland ging. Nu komt ze na zoveel jaar terug met haar kind om een bezoek te brengen. We krijgen een mooi inzicht wat er is veranderd, hoe de haven is aangepast, dat er een grote winkel is gekomen en dat er (meer) auto’s op het eiland zijn. Verschillende dames worden geïnterviewd over hun leven op Tristan. Twee daarvan wilden graag weg. Na de film werd ons medegedeeld dat ze allebei zijn vertrokken. De jongste versie, Carla Repetto werd verliefd op een Zwitserse onderzoeker die een tijd op het eiland leefde. Ze is daarmee vertrokken naar Zwitserland en is getrouwd. De oudere versie is weggegaan en weer teruggekomen.

Wat centraal stond is de verantwoordelijkheid die iedereen tegenover elkaar heeft. Er worden onderling geen betalingen in geld gedaan, alles gaat samen; huizen bouwen, voor de mannen vissen, voor de dames koken, naar de “patato petches’ om groenten te verbouwen. Post komt alleen met boten die langs komen. Niet alleen om dingen af te geven maar ook om de ‘Cray fish’ (kreeft) op te halen die is bedoeld voor de Zuid Afrikaanse, Amerikaanse en Parijse markt. Er is radio, een eigen radiostation met fragmenten van de BBC.

Inmiddels is er ook internet en maken sommige boten gebruik van hun helikopter om aan land te komen en spullen van het land te halen.

17.00 uur: Sam geeft een slideshow over South Georgia

.. Geen tijd voor, buiten is het veel te mooi met ondergaande zon.

18.45 uur: Re-cap van Rinie over wanneer we ongeveer aankomen. Hij drukt nogmaals op ons hart dat we pas zeker van een landing zijn als we daadwerkelijk grond onder onze voeten hebben.

19.00 uur: Diner met Andreas, Wulf-cup en Marlyn (zonder de Monroe) de dame uit Manhattan en die ook een huis in Maine heeft. Marlyn, ongeveer 1.50 meter kletst de oren van je hoofd. Ook als je niet meer luistert. Het is een schatje en ze bedoeld het goed. ‘Oh, wat spreek je toch goed Engels’, zegt ze tegen Wulf-cup. Die in zijn verdediging voor de derde keer vertelt dat Engels zijn moedertaal is maar hij heeft een Duits accent. Na het diner haal ik mijn jas en ga op het bovenste dek zitten. De maan is half vol maar geeft enorm veel licht. Ik leg mijn hoofd in mijn nek en zie miljarden sterren boven mij, inclusief de mooie grijs witte waas van de Melkweg. Ik zie een vallende ster en doe snel een wens voor mijn neefje.

Richting Tristan da Cunha (dag 7 van 7)

(Argo-probe – Haai – Walvis… – Regenbogen) 9 april

07.45 uur: Rinie geeft ons een update en vertelt dat het mooi weer is en dat we weer prima hebben gevaren vannacht. Soms moet ik mezelf eraan herinneren dat we op een boot zitten. Deze ochtend gaat het schip als een mes door zachte boter en kan ik mijn haar wassen met twee handen i.p.v. een hand aan de invalide stang. Nadat gisteren iemand me vertelde, dat bij een andere bootreis een Zwitser tijdens een storm uit zijn bed was geslingerd en op volle snelheid tegen een openslaande deur klapte en zijn complete schouder had gebroken (alles wat kon breken was gebroken), denk ik nog meer na. Net alsof Canadese Marie geen goed voorbeeld was. Rinie vertelde gisteren dat tijdens die storm die we hadden in de Drake Passage een deur uit het kantoor was gekomen. Helemaal uit de sponning. Was dat nog niet zo erg, doch verontrustend dat het kan gebeuren, kreeg hij bij het terugzetten ervan de deur alsnog op zijn hoofd..

Ik ben wakker en schuif mijn beige gordijntjes open. De zon is net op en geeft een warme oranje gloed aan de individuele wolkjes die laag hangen. Naar buiten! Eerst een braaf ontbijt met een dubbele appelsap en maar liefst twee kopjes thee (dat was iets teveel van het goede) en dan met mijn trui over mijn schouders gedrapeerd in de zon. Heerlijk. Zoals gisteren en eergisteren en de dag daarvoor en de dag daarvoor en de dag daarvoor… hangen de vogels achter de boot. Vandaag weer een sport om ze goed op de foto te krijgen. In de weinige momenten dat ik vogelboeken opensla in de bieb, zie je hoe zeldzaam en uniek de vogels hier eigenlijk zijn. Des te meer ‘druk’ om een goede foto van ze te maken.

10.00 uur: Lezing van Rinie over ‘De biologie en het voedselweb van de Atlantic’

GH2O+6CO2 zon C6H12O6+6O2

.. Daar begint de lezing mee en ik vraag bijna of het nog niet te laat is om te vertrekken… Als ik cijfers en letters samen zie voel ik me al de domste van de klas. Wiskunde en scheikunde zijn niet aan mee besteed. Maar voor de smart kids betekent dit gewoon: Fotosynthese.. ‘Ohh, zeg dat dan’. Carbon en watermoleculen met bladgroenkorrels (groene planten) en zon gecombineerd= Zuurstof. Heel simpel, dat weet elk kind... En laat dit nu precies zijn waar ik als enige voor heb geleerd voor mijn Havo examen. Biologie en (kunst)geschiedenis heb ik altijd interessant gevonden en als ik iets interessants vind hoef ik er niet veel voor te doen om dit voor altijd op een C-schijf te parkeren.

Rinie verteld over het voedselweb van de oceaan. Niet hetzelfde als met de voedselpiramide die we op land hebben. In de oceaan begint het namelijk met de phyto plankton en algen (de vieze drab die we in het ijs zagen zitten op Antarctica). De Diatoms (soort plankton) houden zich op in koud water en de Diaflactuets houden zich op in warmer oceanisch water. (Plankton betekent drijvers of drijvend in het Grieks)

Tot 200 meter onder het wateroppervlak vind je dit plankton. Er is voldoende licht waardoor ze hun formule kunnen bewerkstelligen. In de zomer is er meer licht dus meer fotosynthese. Overdag word er zuurstof gemaakt en in de nacht gebruiken ze dit zelf. Ze maken echter meer dan dat ze gebruiken. Het Phyto plankton word op zijn beurt weer gegeten door krill en Copepods. Dit laatste zijn 12.000 verschillende meercellige dieren (inktvis, kwallen, zeesterren, kleine vissen) die zich bevinden in zeeën, zoet water, grondwater, waterpoelen, watervallen, noem het maar op. Krill is vooral op het zuidelijke halfrond veel aanwezig. Daarom komen de walvissen zich hier vol eten in het seizoen. Krill leeft in de bovenste 60 meter van het wateroppervlak en beslaat meer dan 13 miljoen vierkante km. De zeehonden eten op hun beurt weer inktvis en vis. Walvissen (weliswaar groter maar bedenk dat het een web is en geen piramide) eten weer plankton met hun baleinen. De zeevogels en pinguïns eten weer vis en krill. De Orca en de Leopard seal eten weer pinguïns en zeehonden. Op de Noordpool worden de laatste gegeten door de IJsbeer.

Een van de eerste dagen op de boot vroeg ik me af, waar die golven überhaupt goed voor waren. Vandaag mijn antwoord. Al dood materiaal zinkt, want ook in de zee is er zwaartekracht. Dus als een vogel dood gaat op zee zal de Albatros hem opeten en andere vogels of wat voor dier dan ook. Er zullen altijd resten overblijven en deze zullen naar de diepte van de zee zinken. In de eerste 200 meter kan het plankton dit gebruiken om door middel van fotosynthese zuurstof van te maken. Maar als het verder de diepte in gaat, is er geen licht meer dus geen leven. Bijna geen leven. Door de stroming van het water, wordt koud en warm water gemixt zoals eerder beschreven maar het is zeker zo belangrijk om deze soep aan compost te verwerken. In diepe zeeën is de stroming minder en in de ondiepe stukken is er veel meer stroming waardoor er veel meer leven is. Bijvoorbeeld de Noordzee waar veel vissen zijn omdat er veel kleine meercellige zijn, die zich op hun beurt weer voeden door plankton die leeft van dood materiaal.

Antarctica is 14 miljoen km2 groot. In de winter is dit 24 miljoen km2, door het zeeijs wat aan land bevriest. Hier groeien dus veel algen en phyto plankton, de koude vorm. En daarbij heb je het verhaal met de Brine channels; het zout wat zich door het bevroren ijs vreet en zorgt dat zout en zoet gescheiden worden. En het zoute water kan weer kouder worden dan zoeter water waardoor er stroming ontstaat en het water zich weer mixt en zorgt voor golven waardoor compost weer opgenomen kan worden voor… fotosynthese.. Simpel. (Had dan ook een 8,9.. voor mijn examen)

Wat ik echter niet wist en wat ik vandaag heb geleerd is dat 60% (ja, 60%) van de zuurstof in de wereld wordt gemaakt in.. zee.. Nooit geweten. Heb altijd gedacht dat de Amazone en Borneo met zijn enorme wouden (wat er nog van over is) de ‘longen van de wereld’ waren en elke boom en groene plant daar zijn steentje aan bijdroeg. Maar in de zee word dus het meeste van onze zuurstof gemaakt. Nooit geweten dat de oceanen daar zo’n groot aandeel in hadden. Betekent alleen maar weer dat we nog zorgvuldiger met onze zeeën moeten omgaan en dat we ons maar eens goed moeten afvragen of we olie belangrijker vinden dan zuurstof…

Ik zeg: Gazprom GO HOME. Blijf van de Noordpool af!

Na de lezing en na de lunch ben ik alleen nog op het buitendek te vinden. Om staand in te dutten, met veel fantasie een olifant in de wolken te zien, mijn kleur bij te werken en her en der wat te kletsen. Wulf-cup vindt net als ik New York stom en verkiest Chicago boven de Big Apple. Gelukkig dat die mensen er zijn. Afgezien van het feit dat hij net zo’n prutser is als ik en altijd bezig was met andere dingen dan school, heeft hij veel kennis is zijn kop. Geboren in Indonesië, lang gewoond in Singapore, op school gezeten in Engeland en Canada maakt een mens inderdaad wijzer. We praten over Khmer Rouge, de Aziatische keuken en ‘waarom niet naar Thailand te gaan’.

15.30 uur: We zitten recht boven de Atlantic Ridge met een diepte meer dan 5000 meter. Vandaag laat de bemanning een “Argo Probe’ in de oceaan. Dit grote gele op een zuurstoffles lijkend meetinstrument is er een van de +/- 2463 op de wereld. Amerika heeft de meest probes losgelaten in de oceanen. Er wordt van alles gemeten voor onderzoek. Van diepte tot hoeveel plankton er per vierkante meter is, temperatuur, waterdruk, van alles. Iedereen staat buiten op het achterdek, ‘mijn’ achterdeck, om naar de lancering te kijken.

De gele fles ligt nog geen 20 seconden in het water of Elli (crew) roept; ‘SHARK’. Iedereen richt zijn camera meteen van stuurboord naar de achterkant van de boot om een glimp op te vangen van dit grijze gevaarte. Het wordt nog wel herkend als een ‘Oceanic White tip’ maar voor mij is hij te snel. Zag ik gister dat water achter de boot nog als een heerlijke zwembad waar ik qua kleur en temperatuur zo in zou duiken - is die lol hiermee compleet over. Clive ziet nog Marlijnen zwemmen maar ook dat gaat te snel en die dieren zijn alweer verdwenen. Bijna op hetzelfde moment; Simon via de luidsprekers: ‘WHALE’. De probe ligt nog aan een touwtje te bungelen en is nog niet eens officieel losgelaten – heeft iedereen een kwartier op de vingers van die knullekes staan kijken toen nummer 1 het niet deed en tot overmaat van ramp probe 2 moest worden gehaald – scheurt iedereen binnen 30 seconden weg van plaats delict om naar de walvissen te kijken. Launch failed. Althans wel gelukt maar niemand die het echt loslaten daarvan nog heeft meegekregen. Op de boeg.. kijken kijken kijken.. Waar zijn de ‘blows’? 50 man staat van dek 6 tot dek 3 opgesteld met camera’s (de een nog groter dan de ander) en verrekijkers. Speuren speuren over de zee… Yess! Op 11 uur; water en lucht en ik zie iets grijs een buiging maken. ‘Zou het echt…?! Is het misschien…?’ De boot manoeuvreert, al hebben we haast om bij Tristan aan te komen, richting de walvis is nu het belangrijkste. ‘1 uur’ roept iemand en iedereen staat meteen aan stuurboord. We zien weer water opspuiten; krachtig en hoog. Dit is absoluut een verschil met de ‘blows’ die we een aantal dagen geleden hadden gezien. We zien geen staarten in het water gaan maar lichte stukjes huid die even boven de oppervlakte komen. Dat is afgezien van het feit dat je weinig ziet, wel positief. Punt 1: omdat als ze de staart laten zien, ze meestal de diepte in duiken waarna je ze in geen 10 minuten meer ziet en punt 2; het is dus geen Humpback whale. We blijven kijken en af en toe zien we een grote puf die lang in de lucht blijft hangen. James zou zijn lezing over de geologie van Tritan om 16.00 uur geven maar ja, walvissen gaan voor. Ook voor hem en hij staat met twee camera’s om zijn nek te fotograferen.

Als de walvissen lijken te zijn verdwenen druipt iedereen af naar de diningroom waar de lezing word gegeven. Mijn notitieboekje en thee staan daar al klaar maar op een of andere manier heb ik over de boxen niet goed gehoord wanneer de lezing begon. Oops. Daarbij ben ik nog geobsedeerd door de walvis die eerst rechts achter de boot zwemt en langzaam achter de boot zwemt. Met een select groepje staan we nog boven op het dek. Het leek toch echt een lichtere versie in kleur. Ik vraag het Clive, want die weet alles over zeezoogdieren en was de eerste die hem spotte. Het is een Blue Whale.. Het is een BLUE WHALE..?. HET WAS EEN BLUE WHALE!!!. HET WAS EEN BLUE WHALE!!! Yeeeee, mijn eerste Blauwe vinvis gezien! Het grootste dier op aarde! Het grootste dier wat de mensheid ooit heeft aanschouwd. Groter dan een dinosaurus. Tot wel 33 meter lang. Dat is driekwart van een Olympisch zwembad. Dat zijn meer dan drie hectometerpaaltjes langs de snelweg. Dat zijn ruim vijf rijtjeshuizen naast elkaar! Dit zijn gemiddeld acht normale auto’s die voor een stoplicht staan te wachten! En ik…. Gelukkige ikke.. Ik heb hem (of haar) gezien. Ttssss, niet normaal. Ik heb niet echt een ‘lijstje van dieren te zien’ – had me drie jaar geleden gevraagd wat ik wilde zien en het was een Koala-beer. Maar nu gaat het echt naar de extremen. Adelie pinguin, Koning pinguin, Leopard seal, Hourglass dolfijnen…. Blauwe vinvis..

Zes dagen op zee. Er gebeurt helemaal niets. En dan in 40 minuten tijd gebeurt er van alles. Wetenschappelijk onderzoek waar we getuigen van zijn, haai… walvis… en niet zomaar één… een Blauwe vinvis!!... Vliegende vissen. Heb serieus nooit geweten dat vliegende vissen echt vliegen. En met ècht vliegen bedoel ik ook ècht. Het is niet dat ze even uit het water springen om er vervolgens weer in te duiken. Ze vliegen als kleine vogeltje over het wateroppervlak (in eerste instantie dacht ik dus dat het kleine vogeltjes waren) en dan duiken ze er weer in om vervolgens niet meer uit te komen. Nooit zoiets gezien. Clive heeft zelfs Marlijnen zijn zwemmen… En als dat allemaal al geen bonus was, krijgen we ook nog regenbogen te zien. Stukjes en beetjes en hele regenbogen. Het is feest. ‘Blauwe vinvis. Blauwe vinvis. Blauwe vinvis….’

Drake Passage… kus mijn kontje. Heb het er voor over, om dit almachtige grootste zoogdier van de wereld te zien… Wauw.

Tristan da Cunha

(Zodiac trip) 10 april

07.45 uur: De wake up call van Rinie. We zijn dichtbij Tristan en over een paar kilometer komen we langs Inaccessible Island gevaren. Het is ons gelukt om binnen zeven dagen van de Falklands naar Tristan da Cunha te varen. Ik ben benieuwd hoeveel boten dit de afgelopen tijd in 1 rechte lijn hebben gedaan. Volgens papa-Wolf, zijn we de eerste in 10 jaar.

Vandaag hebben we de opdracht om bij het ontbijt onze eigen lunch te pakken. Mochten we aan land gaan dan kunnen we onze lunch daar eten. Mocht het niet lukken, wat nu bijna ondenkbaar lijkt omdat het water kalm is en de zon schijnt, dan hebben we een ‘picknick’ aan boord. Mijn eerste frisdrank in weken - Ice tea - wordt samen met een broodje en een fles water ingepakt. Verder staat er vandaag niets op de agenda; geen lezingen en geen documentaires.

08.45 uur: Ik zie Inaccassible Island! Het komt zo voorbij gedreven langs mijn ontbijtraam. Ik hoef er niets voor te doen. Betekent wel dat ik moet zorgen dat ik binnen de tijd van de 40 km naar Tristan, klaar moet staan op het dek om Tristan te aanschouwen.

10.35 uur: De ankers gaan uit. We zijn er! Tristan da Cunha. Het meest afgelegen bewoonde eiland van de wereld.. en ik zie het liggen!

11.00 uur: We worden verzocht naar de lounge te komen waar er een bijeenkomst is. Dit is het moment van de waarheid. Gaan we aan wal of niet.

Nee, helaas. Het is ons vandaag niet gegund. De stroming zorgt voor te hoge golven. Naast ons ligt een zeilboot en een klein containerschip de Baltic Trader. De boten zijn hard aan het schommelen. Dat betekent dat wij dat ook doen, al lijkt het een stuk minder als je aan boord zit. Er komen twee bootjes aangescheurd. We worden namelijk op de reis naar St. Helena vergezeld door de politieman van het eiland Conrad Glass en zijn vrouw. Voor hun is dit de enige manier om te reizen, meegaan op schepen. 8 man zitten op het bootje en ik ga naar dek 3 waar de gangway (ladder naar het water) naar beneden wordt gelaten. De golven beuken op de boot en het is een hele onderneming om alles soepel te laten verlopen. Ze hebben de kleinste Filippino uitgezocht om de gangway in orde te maken. Standaard wordt door bemanning en passagiers een tuigje gebruikt als we dicht in de buurt van de zee komen. Het tuigje blaast zichzelf op tot reddingsvest als het in contact komt met water. De ladder duikt in een keer een halve meter het water in, net als de kleine Filippino daar bezig is. Hij staat tot zijn knieën in het water. Alex, een knul van de bemanning pakt de kleine Filippino snel achter aan zijn tuigje vast zodat hij niet in het water valt.

Oké, kust is veilig. Alles is in orde en de duimen worden omhoog gestoken. De Zodiac met Glass en zijn vrouw en nog zes andere mensen zijn klaar om aan te leggen. Het is gevecht tegen de natuur. De golven rammen tegen de boot. De gangway hangt dan weer anderhalve meter boven het water en vervolgens staat hij weer onder water. De boot ligt vol met koffers en tassen die ook allemaal bij ons aan boord moeten. Hier is echt de juiste timing verreist. Met veel moeite komt de eerste aan boord, gevolgd door de tweede. Uiteindelijk zijn het Conrad, zijn vrouw en drie jongen knullen die aan boord komen. Vervolgens word er een lijn aan personeel gemaakt die de bagage en wat kisten vanuit de boot als een doorgeef systeem transporteren tot het veilig op het dek ligt. Wat een hachelijke situatie. Mevrouw Glass is in tranen. We weten niet of dit door de spanning komt van het aan boord komen met zulke golven of omdat ze in haar 50+ leeftijd nog nooit van het eiland is af geweest.

Voor de kok zijn er verse producten gebracht. Twee grote tonijnen zijn in plastic verpakt. Een kist vol met Gray fish gaat rechtstreeks naar de koeling. Wulf-cup vraagt me of ik de Cray fish wil zien en we gaan richting de keuken. Ralph de chefkok heeft de kreeften al via de lift naar dek 1 laten gaan. Hij neemt ons mee via de steile trappen om vervolgens naar de inloop koeling te gaan. Daar liggen een 50-tal nog levende garnalen in een bak. Mooi om te zien, alleen jammer dat ze de volgende dag niet meer halen.

13.00 uur: Helaas is het weer omgeslagen van warm en zonnig naar regenachtig, bewolkt en grote golven. We hebben onze ‘picknick’ niet op het dek boven maar gewoon in de dinerzaal. Omdat er gevierd mag worden dat familie Glass bij ons aan boord is gekomen, krijgen we bubbels bij de lunch en dat slaan we natuurlijk nooit af.

14.00 uur: Rinie roept ons op om naar de lounge te komen. Ze hebben besloten dat we een rondje kunnen gaan varen in de Zodiacs. Aan land gaan, lukt helaas niet. Zelfs niet nu we een stuk verder zijn gevaren, waar het klaarblijkelijk iets rustiger is dan voor de haven van het dorp. Na deze mededeling scheurt iedereen naar zijn hut om zijn wind en waterdichte spullen te halen – dit keer niet te warm kleden want het is rond de 18 graden – de camera te pakken en het tuigje om te doen.

Ik sta als een van de eerste bij dek 3 om mezelf in te laden in de eerste Zodiac en mag zelfs als eerste aan boord stappen. Ik ga aan boord bij James, al had ik Elli beloofd om bij haar in te stappen. De trap naar beneden is goed te doen maar bij het instappen moet je dit keer wel heel goed opletten. Timing is alles; wil je niet met je voet tussen de gangway en de boot terecht komen. Andreas komt als tweede aan boord (verbetering: Andreas was geen rechter maar de ‘deken’ van de advocaten orde in Zwitserland, als je zoiets al noemt. Geen Google aan boord..) Australische
Val en Britse Michael zijn een van mijn medepassagiers. Er worden in totaal zes Zodiacs van boord getakeld maar niet iedereen wil mee. We scheuren richting de steile kliffen en hebben de hoop om een kleine Rockhopper pinguin te vinden. James is natuurlijk enorm gefascineerd door stenen en verteld dat ook vrijuit over de verschillende vormen en stenen die we zien in de honderd meter hoge klif.

De golven zijn niet mals en we krijgen meerdere malen dan ook een bak water over ons heen. Of het nu aan de stuurstijl van James ligt of aan het weer. Droog komen we niet terug. Via de walkietalkies houdt iedereen elkaar op de hoogte van wat ze zien en dat ze de hoge golven in de gaten moeten houden. Met watervrees zit je hier echt aan het verkeerde adres.

Iemand heeft een Rockhopper gezien. Natuurlijk varen alle boten naar deze plek. Aangezien het hier hemel is voor de Albatrossen zien we overal witte vogels zitten. De Rockhopper (niet voor niets Rockhopper genoemd) gebruikt zijn springvaardigheid om over de rotsen te klauteren terwijl de vogels het mooi hogerop kunnen zoeken. Ik spied naar waar wordt gewezen maar kan er maar moeilijk iets van maken. Dan zie ik iets met zijn vleugels slaan. Zijwaarts wel te verstaan want vogels slaan neerwaarts. Ik probeer de andere te vertellen waar ze moeten kijken maar meer dan een vlek wordt het niet. Jammer, was leuk geweest om een goede foto van dit wezentje te kunnen maken.

Brent komt over de walkietalkie. Zijn Zodiac loopt leeg aan de voorkant. Oh oh. De mensen aan boord moeten overstappen op de andere boten. Alle boten komen bij elkaar en een voor een komen ze tegen de lekke Zodiac liggen zodat de passagiers kunnen overstappen. Uiterste concentratie is hier vereist. Onze boot zit al aardig vol en we hoeven geen passagiers mee te nemen. Brent vaart in zijn eentje terug naar de Plancius. Arme Brent, de enige die helemaal gek is van pinguïns. (Afgezien van Martha, zeur Barcelona)

We komen nog wat zeehonden tegen die verschrikt maar nieuwsgierig tegelijkertijd op de rotsen heen en weer waggelen. Er komt er een het water ingedoken en zwemt met zijn koppie boven water om te zien wat er gebeurt. In colonne varen we terug langs de indrukwekkende kliffen. Sommige zijn afgebrokkeld en er ligt een nieuwe berg aan puin in zee. De Albatrossen nestelen overal en het lijkt alsof ze hun eigen kleine inkepingen over grotten hebben gegraven waar ze een schitterend uitzicht hebben over zee, zonder weg te waaien door de harde zeewind maar deze anderzijds wel nodig hebben om op te kunnen stijgen. Gras en mossen maken het op de iets minder steile stukken, natuurlijk. Er groeien zelfs bomen die zich met veel wortelvorming staande weten te houden tegen de soms bijna verticale wand. Het geheel heeft een uitstraling van de film ‘Waterworld’. De zeespiegel is enorm toegenomen en hetgeen wat rest zijn de toppen van de bergen in de wereld. Het lijkt of dit hetgeen is wat er is overgebleven van de wereld. Schitterend. Ik krijg een zere nek van het om,- en naar boven kijken om alles zo goed mogelijk in me op te nemen.

Het eerste deel van de colonne gaat terug. Wij vertrekken als laatste richting het schip wat een paar km verderop ligt. De wind is toegenomen en stevige windvlagen pakken grote hoeveelheden water van de zee en blazen deze over de zee. Ik zit gelukkig achterop de boot en niet vooraan. Een andere ‘gust of wind’ steekt op en we zitten allemaal in elkaar gedoken en proberen ons te verschuilen achter onze voorganger. James moet zich schrap zetten en zichzelf kleiner maken om tegen dit stukje natuurgeweld te vechten. We komen als laatste aan maar het uitladen van de mensen uit de Zodiacs naar de gangway is traag. Waar je normaliter in 10 seconden de juiste deining kan gebruiken om aan boord te stappen, kan dit nu een stuk langer duren. Dit heeft even wat meer voeten in de aarde dan de andere keren. We zijn getuige van hoe de mensen worstelen om aan boord te komen. De bemanning staat op de gangway hun uiterste best te doen om de Zodiacs aan de kant te houden. Terwijl de mensen aan boord van de kleine rubberboot moeten zorgen dat er geen rugtassen, handen of armen tussen de boot en het metaal van de trap komt. Het water stijgt en plonst, soms wel met bijna drie meter verschil. Als een boot onder de trap komt en het water stijgt daarna weer, heb je de kans dat de boot omklapt richting de trap met alle gevolgen van dien. Het lukt twee boten om alle passagiers uit te laden. De derde boot heeft de 82-jarige Nederlander aan boord en voor hem lukt het niet om aan boord te stappen. De kapitein beslist dan om verder te varen met de Plancius om een rustiger stuk te vinden bij het eiland. Alleen Rinie met crew en Leo de Nederlander, Elli met haar passagiers en wij met James, zitten nog op zee in onze bootjes.

Het anker van de Plancius wordt gehesen. De boot vertrekt. James moet met vol gas, moeite doen om ons ‘moederschip’ bij te houden. Het weer word er niet beter op. Het is gaan regenen en daarbij krijgen we vlagen van wind en golven over ons heen. We zijn letterlijk gebukt onder de kracht van de natuur. Ik heb de grootste lol. Het is allemaal fantastisch. (Ik heb alleen een camera mee die in een plastic zak onder mijn waterdichte jas zit, hoef me daar dus niet druk over te maken en ik kan goed zwemmen) Samen met Val en Andreas maken we grapjes over dat we waarschijnlijk wel voedselpakketten krijgen toegeworpen, als blijkt dat we niet meer aan boord kunnen komen. Michael ziet de lol er niet van in. We ploegen door het water en na 10 minuten non stop op de golven hebben gehakt lijkt de Plancius te stoppen. In de ‘lij’ van de boot (uit de wind) legt Elli als eerste aan. Het is nog steeds geen makkelijke opgave om aan boord te komen maar het lijkt een stuk veiliger. De boot rampt tegen de metalen constructie van de gangway en ben blij dat ik mijn handjes binnen boord heb. Als een na laatste stap ik van de boot. Nog best galant vind ik zelf. ‘Yes, we made it!’ We zijn er weer!

Dan moeten de Zodiacs nog uit het water worden gehesen. Op de bodem van de boot liggen twee grote kabels die aan de haak van de kraan moeten worden bevestigd. Een bemanningslid van Russische komaf probeert met veel moeite door zijn boot te lopen om de touwen bij elkaar te krijgen. Net als hij zonder iets staat, slaat een grote hem tegen de boot. Maar hij is niet voor een gat te vangen en het lukt hem om staande te blijven. De haken zijn bevestigd en de kraan boven op dek 5 hijst hem naar boven. Hij is net los van het water als een volgende golf hem een enorme duw naar boven geeft. Weer een enorme dauw. Dit keer weet hij zich goed vast te houden aan de touwen. Rustig wordt de boot naar boven gehesen en kan hij veilig afstappen op dek 3. De boot word verder gehesen naar het achterdek op 5.

Uiteraard is het een kippenhok als we er allemaal weer zijn. Iedereen vond het ten eerste heel fijn om na al die dagen aan boord van een gewoon schip, wat anders te kunnen doen. De meeste vonden het denk ik wel spannend. De mensen die bang waren, en terecht, praten er niet meer over. We weten niet of we de eerste komende dagen de mogelijkheid krijgen om te landen op Tristan. Dit is dan de dichtstbijzijnde plek die we hebben gehad. Met de Zodiacs 10 meter van de wal. Maar het was spectaculair, nat en weer een avontuurlijke ervaring.

Na het diner, waar uiteraard weer iedereen uitgelaten over de middag praat, ga ik naar het rokersdek. In de middag heb ik al plastic bekertjes ‘gejat’ van de lunchtafel. Deze waren bedoeld voor de bubbels van de lunch (maar bubbels drink je uit een glas en niet uit plastic). Een aantal dagen geleden hadden Wulf-cup en ik afgesproken dat we maar eens op het bovenste dek moesten gaan drinken. Hij had nog wel een fles wodka. Ik heb de glazen. Maar alleen pure wodka is niet wat we willen. ‘We hebben jus ‘d Orange nodig’ zegt hij. En soms kies je je vrienden… Ik loop naar het restaurant waar de lieve schatten van de bediening de boel nog aan het netjes maken zijn. Poeslief (zoals ik altijd tegen ze ben want je weet nooit waar je ze voor nodig hebt…) vraag ik om jus d ‘Orange. Ze begrijpen natuurlijk een glas maar dat is niet voldoende. Hoe kan ik zo goed mogelijk vragen om een liter sap zonder te hebberig over te komen. Ik vraag of ze misschien wat in een kan kunnen doen. ‘Sap is eigenlijk alleen voor het ontbijt’. ‘Ja, ik weet het zeg ik maar alsjeblieft...’ Er is nog 1 pak. En ik mag het meenemen. Als een kangoeroe verstop ik mijn pak vitamine C in mijn buidel van mijn trui en loop fluitend het restaurant uit. ‘Yes, got it.’zeg ik tegen Wulf-cup. We sneaken door het trappenhuis langs de bar zo dat niemand ons ziet en gaan naar het bovendek. Met veel wind proberen we beschut naast de stuurhut onze drankjes te schenken. Wyberowa wodka met jus d ‘Orange met sterren aan de hemel, een maan die schijnt en een fantastisch uitzicht op Tristan da Cunha! Voor de rest van mijn leven op mijn netvlies gegrift! Voor beide. Als de fles leeg is, blijkt het al drie uur in de nacht te zijn. Oef.. Nu gaan we ervan uit dat we morgen niet aan land gaan, anders zal ik het moeilijk hebben met een halve fles drank achter mijn kiezen. We zeggen elkaar gedag en gaan braaf naar onze eigen kamers.

Tristan da Cunha

(Een dag zee..) 11 april

07.45 uur: ‘Goodmorning everyone, goodmorning’ aldus Rinie. Het weer is nog steeds niet gunstig, er is veel wind en de golven zijn te hoog. We kunnen niet aan land.’ Nou dat is mooi, dan draai ik me nog even om.

08.00 uur: ‘Goedemorgen. Het restaurant is geopend voor het ontbijt. Als je trek hebt, kom ons vergezellen in het restaurant’ aldus Mark. Nou, ik ben bang dat dat er niet inzit vandaag, dus ik draai me nog even om.

09.30 uur: Een kleine bijeenkomst in de lounge. Ik ben uit mijn bed, ben aangekleed en licht opgemaakt maar als ik boven kom om te luisteren blijkt dat Conrad Glass - of Connie in de wandelgangen - al is begonnen. Ik heb geen zin om in het aanzicht van alle andere passagiers binnen te lopen. Ik blijf in het trappenhuis staan en kan zo ook horen wat hij zegt; veel verschillende groenten op de ‘patato petches’... Dan komt Rinie aan het woord. Ze hebben het weer beter bekeken maar het gaat echt niet lukken om vandaag aan land te gaan. We hebben als voorbeeld hoe het gisteren ging en daar is iedereen het wel mee eens. Dan gaan we maar weer in bed liggen.

10.00 uur: Een slideshow over iets. Maar ik ben net omgedraaid.

12.30 uur: Lunch word omgeroepen. Hhmm, noop. Blijf nog even in mijn bed.

15.30-16.00 uur: Ik word wakker. Na een goede dag slapen ben ik er weer. Geen echte kater en heb zelfs niet eens overgegeven wat ik meestal meteen doe als ik teveel heb gedronken. I love Wodka!

In de tussentijd verkoopt Connie zijn boek ‘de Rockhopper copper’ wat vol staat met zijn avonturen als politieagent op het eiland en alles wat erbij komt kijken. Hij signeert de boeken maar ik ben blut dus ik laat het even voor wat het is. Ik kom de Wulf-cup tegen die in de lounge rustig wat zit te lezen. Hij heeft het zwaarder gehad dan ik maar was wel eerder wakker. ‘Het beste ‘medicijn’ tegen die bewolking in je hoofd; ‘the hair of the dog’. Dat schijnen de Engelsen te zeggen als katerremedie. Kortom; Gin-tonic.. En inderdaad, vuur met vuur bestrijden. De Gin-tonic werkt prima en bewolking in mijn hoofd klaart een beetje op. Met wat nachos op tafel, komt Andreas ons vergezellen. Na het diner – waar ik echt aan toe was – check ik nog even mijn mail en ga op tijd naar bed. Niet dat ik kan slapen omdat ik nog maar een paar uur op ben maar ga een film kijken.. of twee, the Rebound en Spiderman. (en de andere was the Reader, waar ik niet op kon komen.)

Tristan da Cunha

(Vulkanische wandeling & Golf ) 12 april

De wind is nog steeds ruw en als ik over het dek loop weet ik het zo net nog niet wat het vandaag gaat worden. We zijn weer op het punt aangekomen dat mensen gaan klagen. Altijd maar klagen over van alles. ‘Waarom kunnen we niet aan land.?’ ‘Met deze wind ga ik echt niet aan land.’ Zolang varen om Tristan van een afstand te bekijken.’ Pfff. Moe word ik ervan. Zoveel mensen – zoveel meningen. We zijn continu aan het varen. Als we naar kanaal 5 of het beeldscherm in de bieb kijken, waar onze afgelegde koers met een rode lijn wordt aangegeven – lijkt het alsof we een knoop in een rode bol wol zijn. Volgens de kapitein is het beter om rustig tegen de wind in te varen of de rug in de wind te hebben dan te dobberen als een boei.

We komen wel weer verdacht dicht bij de Baltic Trader te liggen. Bij de Baltic Trader, wat een containerschip is die vanuit Zuid Afrika is gevaren, zijn ze wel bezig om spullen aan land te brengen. Per jaar komen er gemiddeld 7 à 8 boten om het eiland te bevoorraden met allerlei goederen. Bij deze missie duurt het vijf hele werkdagen om de boot te lossen. De eilanders hebben twee grote zodiacs met een enorm platform erop wat dient als transport ferry. Vanuit de Baltic Trader worden kisten met goederen op het transport bootje gehesen en deze gaat dan terug naar de haven. In de haven worden de houten kratten door dezelfde kraan, als waarmee de boten uit het water worden getakeld, van het platform gehaald. Vervolgens worden ze op de Massey Furgeson met aanhanger gezet en deze rijdt vervolgens naar de supermarkt annex loods.

09.10 uur: We worden bij elkaar geroepen door Rinie en in de lounge krijgen we een update. De update klinkt als volgt; ‘wees geduldig’. Ze gaan hun uiterste best doen maar de wind is nog zeer krachtig maar de prognose (ja, daar istie weer) is dat het vanaf nu beter gaat worden.

10.00 uur: De ankers gaan uit! Dit is een heel goed teken!

10.45 uur: We worden weer bij elkaar geroepen en we gaan… Ja, we gaan aan land! Niet zo bijzonder omdat we na zoveel dagen op zee eindelijk land onder onze voeten gaan voelen, maar we gaan landen op: Tristan da Cunha! Hoe bijzonder is dat?! Meer dan de helft van de wereld heeft er ten eerste nooit over gehoord, de andere helft weet niet waar het ligt. Laat staan hoeveel mensen het ooit echt hebben bezocht. Heel speciaal. Het plan is om, om 11 uur te lunchen. Een flesje water en een snack mee te nemen, regenkleding aan te doen (voor in de boot) en eventueel andere schoenen dan de laarzen mee te nemen.

11.30 uur: We beginnen met het inladen van de Zodiacs. Iedereen heeft snel zijn vroege lunch naar binnen gewerkt en is vervolgens zijn spullen gaan pakken om aan land te gaan. De zee is inderdaad een stuk rustiger (en het opstappen in de Zodiacs dus ook) en met veel glimlachen op de snoetjes omdat we er zijn, klimmen we in de haven van boord. Verschillende mannen staan er om hun voedseltransport te regelen. Je kan duidelijk zien welke mannen familie zijn van de Italiaanse kant. Dat er genoeg voedsel is, mag ook duidelijk zijn. We moeten via de haven de weg, omheind door een wit stenen muurtje omhoog lopen. Al meerder keren in de films en documentaires gezien en nu loop ik er zelf. In een uitsparing met wat gras en een stenen trap naar boven moeten we wachten tot iedereen is er. Dat is, de mensen die een vulkanische wandeling of een voettocht naar de ‘patato petches’ hebben gekozen.

Ik heb me opgegeven op een bezoek te brengen aan de vulkaan die in 1961 is uitgebarsten. We lopen via de noordwest kant van het eiland naar de koeienwei. Een speciaal hekje zorgt ervoor dat de koeien binnen de omheining blijven en wij zonder ergens over heen te klimmen makkelijk toegang hebben. De groep bestaat ongeveer uit 25 man en we worden vergezeld door onze eigen crew (die dit ook fantastisch vinden) en twee gidsen. Beide zijn al wat ouder en zijn in de jaren ’60 dan ook geëvacueerd. Ze zijn toen naar Engeland gebracht. Waar ze twee jaar hebben gewoond. De meningen over dit verblijf zijn bijzonder verdeeld. Een van onze gidsen vond het een fantastische ervaring maar ik heb ook begrepen dat de Tristianen zijn gebruikt als een soort ‘proefkonijnen’. Hoe zat het met de genen poel van deze zeven families? Waarom is er zoveel astma op het eiland? Allerlei vragen en onderzoeken waar de mensen aan werden onderworpen, verschrikkelijk. En met alle verhalen die ik heb gehoord – en nu ik hier loop- de mensen zijn echt niet anders dan wij. Er gaan er heel veel van naar het buitenland. Jongelui gaan gewoon studeren in Engeland en ze gebruiken dezelfde shampoo, gebruiken dezelfde pampers, hebben internet en dat soort zaken. Het is bij lange na geen achtergebleven gebied.

Als we de koeienstront proberen te ontwijken, valt het me op dat de koeien helemaal niet bang of schuw zijn. Ze blijven staan waar ze staan en gaan verder met herkauwen en kijken net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. In mijn ogen betekent dat, dat ze heel goed worden behandeld en niet worden opgejaagd. We komen langs een oud huisje dat is opgeknapt met rieten kap. Fel blauwe raamkozijnen en een blauwe deur geeft het een Schots uiterlijk. Het staat midden in het heuvelachtige groene weiland. Er zijn verschillende kippenrennen waar de kippen inzitten om hun eieren te leggen en er lopen verschillende rond.

Tristan is een eigenlijk een hele hoge berg wat ontwikkeld is op een ‘hotspot’. Een vulkanische plek onder het aardoppervlak waar de aarde in drieën splitst. Er is nog steeds een werkende vulkaan maar dit is een kleintje. De vulkaan die in 1961 uitgebarsten is was een stuk groter en heeft wonder boven wonder maar langs 1 kant een lavastroming gehad. Er zijn maar enkele huizen bedolven. Er zijn in de tijd geen doden of gewonden gevallen. Onze gidsen vertellen ons in de tussentijd van alles. Het weer verandert van regenachtig naar zonnig, het wordt zelfs warm. Doormiddel van touwen en wat klauterwerk komen we op het hoogste plekje van de lavastroom, vlakbij waar de cone is geweest. Er liggen mooie stukjes lava steen. Helemaal zwart, poreus en heel licht. Helemaal bovenop Tristan komen is bijna onmogelijk. De hoogte is immens. Dit is het domein van de vogels.

Genoten van het uizicht over ‘The Settlement’ begint de weg naar beneden weer. Sommige blijven nog even boven, ik wil naar het dorp om er rond te kijken. Met wat grotere snelheid (bedenk, ik ben veruit een van de jongste van de club) loop ik naar beneden en haal Don in. Don (Chicago) staat op nummer 1 van de wereld van de meest bereisde persoon. www.mosttraveledpeople.com of zoiets. Ik zal het eens opzoeken als ik weer eens internet heb. Op de lijst staan +/-842 te bezoeken plekken in de wereld. Veelal Unesco World Heritage sites, provincies in landen en andere bijzondere plekken. Dit gaat dus ver, ver boven een aantal landen bezoeken of zeven continenten. Hij heeft fascinerende verhalen en is echt bijna overal geweest. Niemand zal echter alles kunnen zien omdat er wat gevangenissen of legerbases bij zitten waar je als burger of als niet-crimineel niet komt.

We steken het wildrooster aan de andere kant van de wei over en lopen door het dorp. Prima onderhouden huizen met veelal muurtje van opgestapelde lava stenen die als omheining fungeren. De was hangt buiten en zal prima drogen met de eeuwige wind die hier blaast. De tuinen staan vol met tussock gras wat een goede bescherming geeft of bijna een isolatie is. Bijna de hele bemanning is neergestreken. Zelfs Mark de hotelmanager en de Filippino schoonmaak crew en bediening zitten in het gras. Voor hen moet het ook heerlijk zijn om even land onder hun voeten te voelen. De koks zitten lekker aan een biertje in de zon. Ik ga nog even door het dorp ronddolen en ga op zoek naar de supermarkt.

Ik zie een mooie jongen lopen! Man bedoel ik, geen jongen meer, ik ben ook geen 19 meer. Man dus. Hij heeft een lange oranje veiligheidsjas aan, een petje op, een bril en een iets scheve hoektand wat super sexy is als hij naar me lacht. ‘Ik besta nog in deze wereld.. Ik word nog gezien door mannen.’ We zeggen elkaar gedag en ik ben helemaal onderste boven van zijn knappe en oprechte gezicht. Ik bedenk me even of hij crew van de boot is of eiland maar hij is zeker eiland.

Als ik nog een rondje ga lopen door het dorp omdat ik tot drie uur moet wachten tot mijn golf spelletje begint zie ik ‘hem’ weer. Vriendelijk zeggen we elkaar weer gedag. ‘En ja, hij heeft een super mooi glimlach’. Als een jong meisje met een hond aan de lijn komt aangelopen, wordt de hond dol van enthousiasme als hij deze man ziet. (ben dus niet de enige met die reactie..) ‘Zijn hond? Zijn nichtje? Dochter misschien? Ik weet het niet. Ik kijk naar de mooie man en hoe hij de hond knuffelt.

Mijn wandeling gaat verder. Ik ga even naar de supermarkt, kijk binnen even rond wat ze hebben en loop waanzinnig in de weg natuurlijk omdat ze alles met de hand binnen moeten uit,- en inladen. Dat gaat heel gemeenschappelijk met een rij van mensen. Ik schaf super dure sigaretten aan om Clive, Andreas en Wulf-cup sigaretten terug te geven. Wandel nog even naar rechts. ..Weer de mooie jongen. Man bedoel ik, mooie man..en weer die glimlach als hij me gedag zegt. Dan moet ik terug naar het koffiehuis annex museum en toeristenpunt annex postkantoor (waar ik nog 1 kaartje als bewijs dat ik hier ben geweest heb gestuurd) en daar loop ik prompt weer mooie man tegen het lijf. Ik krijg weer die super mooie glimlach van ‘onbekende man’. Hij heeft zeker geen Italiaans bloed. Beetje blond, lichte huidskleur, bril waar ik niet perse op afknap. Ik heb een kaart van het dorp… (mocht je verdwalen tussen 136 huizen en de belangrijke punten..) Op de achterzijde van de kaart staat wie waar woont. Misschien heb ik het goed gezien uit welk huis hij kwam en weet ik hoe hij heet. Niet dat ik er iets mee ga doen natuurlijk want daar ben ik veel te ‘chicken’ voor maar gewoon ‘leuk’ om te weten. Op de kaart staat Stanley en Jean Swain.’ ‘Hhmm, das jammer, getrouwd. Of hij woont samen met zijn dochter, het meisje met de hond..? Of hij was bij zijn ouders op bezoek en hij woont een paar huizen verder en hij heet Rupert Swain. Ik weet het niet. Zal het waarschijnlijk ook nooit weten. Zulke mooie mannen lopen sowieso toch nooit ‘los in het wild’ maar voor het oog en het hart wat een sprongetje maakte, wel leuk.

Terug bij het koffiehuis. Samen met Annika (Franse dame uit Parijs), Right said Fred (Chileense Brit) en Olive aka Boots of Clive gaan we het golfterrein op. Ik denk dat we een wandeling moeten maken naar het veld maar als we het hek naar de koeienwei doorgaan blijken we er al te zijn. Dit is een andere koeienwei dan waar ik net doorheen ben gewalst met mijn rubberlaarzen maar zeker dezelfde kwaliteit. Heb nooit van mijn leven golf gespeeld, afgezien van mini of midgetgolf wat voor naam je het wil geven. Wel eens een golfclub in mijn handen gehad en daarmee bijna meteen iemand een kaakfractuur gegeven. De rest weet allemaal wat ze moeten doen en ik helemaal niet. Gelukkig is daar Zuid Afrikaanse Erik die al negen jaar op het eiland woont en onze caddy of buddy is. Ben nog niet helemaal ingewijd in het ‘golf jargon’. Het is een 9-hole baan en de mannen gaan na de eerste hole hun eigen weg. Ze denken het allemaal wel te weten totdat ze van hole 1 naar hole 5 gaan en er de brui aangeven. Annika en ik gaan tot hole 3 en dan besluiten we maar om een biertje te pakken op het terras van het postkantoor. De driver en putter zet ik terug in het karretje en ik krijg voor de moeite dat ik golf wilde spelen zomaar een certificaat.. Een bewijs dat ik golf het gespeeld op Tristan da Cunha...! Die wordt ingelijst! Daarnaast krijg ik een super te gekke blauwe stropdas van de golfclub. Blij mee. Heel blij.

Annika, Zuid Afrikaanse Erik en ik gaan nog even aan een picknicktafel zitten om bij te kletsen. Clive en Andreas komen ons al snel vergezellen. Clive heeft een rotte aardappel van de ‘patato petches’ meegenomen en overhandigt deze officieel aan Andreas. De mannen lopen elkaar al een tijdje voor de gein te pesten. Goed voor de spirit aan boord.

Het is iets na half zes en om zes uur gaat de laatste Zodiac terug naar de Plancius. Met maar een halve lunch en twee bier achter mijn kiezen ben ik in opperste stemming. Ik loop samen met Andreas naar de haven. En we lopen langs het pakhuis waar ze nog steeds aan het uitladen zijn. Het schip zal tot donderdag blijven liggen. Tot die tijd zullen hoofdzakelijk de mannen zorgen dat alles aan land komt. Bij het pakhuis staat weer mijn ‘mooie man’. Hij geeft me weer zijn mooie glimlach en ik gegroet hem terug met de mijne. Dit is mijn kans om erachter te komen wie het is. ‘En wat dan? Als hij gaat praten is de magie van de glimlach misschien wel weg.. Misschien had ik wel een trouwring kunnen zien en hem uit mijn hoofd zetten. Nee, ik ben een watje en blijf gewoon naar hem kijken met mijn beste glimlach en hij kijkt naar mij.’ Ik moet mijn hoofd weer terugdraaien voordat ik mijn nek verdraai. Als een puber kijk in nog even stiekem achterom. Hij is weer aan het werk. ‘Dag mooie man, met je sexy smile, wie je ook bent.’

Iedereen terug aan boord en in de beste stemming. Na het diner zit de vaste club weer aan de bar. ‘Pff, had me een hoop geld gescheeld als ik gewoon bij mijn dagelijkse thee was gebleven.’ Er zijn nieuwe gezichten aan boord. Trevor, een super aardige vrolijke bolle gast van in de 40 die gids is op de eilanden. Nog twee jonge knullen van het eiland die meegaan als gids. Holy, een Brits meisje van eind 20 die marine bioloog is met haar collega Rohan, ook Brits. En een Franse jongen die ook bij het onderzoeksteam zit. Kortom drie onderzoekers en 3 gidsen. Fijn om wat ‘jongere mensen’ aan boord te hebben. Zij zullen ons vergezellen rond de eilanden Inaccassible en Nightengale Island. De drank vloeit weer rijkelijk en eigenlijk ben ik al klaar met de alcohol. Stel dat we morgen weer aan land gaan, dan moet ik wel fit zijn . ‘Kom, we nemen er nog een’ zegt Wulf-cup. En daar zit ik weer, zonder ruggengraat aan het volgende biertje. Iemand steelt weer wat van mijn bier. Wulf vult de mijne weer aan.. Ohh, dat wordt weer een zware morgen.

Tristan da Cunha | Nightingale Island

13 april

Heb het vannacht zo koud gehad dat ik een wollen trui en mijn sweatpants heb aangedaan. Waarschijnlijk is het gewoon de
climat control die echt goed begint te werken. Die heb ik namelijk op 15 graden staan. (of overmatig alcohol gebruik)

07.45 uur: Rinie is er weer klaar voor en ik moet dat ook zijn want ik voel al dat de boot bijna niet schommelt. Mijn hoofd voelt weer een ‘bewolkt’ van gisteravond maar ik moet even bikkelen van mezelf. Vandaag is het geen dag om kansloos op bed te blijven liggen want we gaan weer aan land. Althans dat is de ‘prognose’.

Ik pak mezelf in mijn nekvel en sleep mezelf onder de douche waar ik 20 minuten onder blijf staan. Ik kleed me aan, kleding heb ik voor de gelegenheid gisteren al klaar gelegd. Mezelf kennende in de morgen, niet weten wat aan te trekken, waardoor alles nog langer duurt. Ik ben zelfs zo sportief om voor een ontbijt te gaan. Maag doet het niet zo heel goed dus vandaag laat ik de muesli voor wat het is en ga voor droog geroosterd brood met een klein beetje boter, twee glazen appelsap en twee koppen thee. Mooi, er is een hele lege tafel aan het raam. Ik zie mijn naam er denkbeeldig opgeschreven. Inaccassible Island verschijnt op dat zelfde moment aan mijn raam. Het is schitterend fel verlicht door de zon die door het wolkendek heeft weten te breken. Niet veel later verschijnt er Nightengale Island met de Stoltenhoff rotsformatie. Schitterend, zo ruw – puur – groen - natuurlijk.

Ik zie later vanuit mijn kamer al een clubje van de crew in de Zodiac richting het eiland gaan. Ze gaan kijken of de zee niet te ruw is en of er een goede plek is om te landen. In de tussentijd worden we al door Rinie bij elkaar geroepen om ons te briefen over onze landing. ‘Landing?! Wauw, twee dagen achter elkaar! Wat een bonus! ‘Nightengale Island daar komt helemaal nooit een toerist, alleen de mensen van Tristan en wat onderzoekers, speciaal.’

Bij de gangway staat het al helemaal vol met ons toeristen. Er zijn weer bakken met desinfect klaargezet om je laarzen in te dopen zodat we geen uitheemse dingen meenemen. Ik maak weer een prima entree in de zwarte opblaasboot en we zijn niet veel later klaar om naar een kleine inkeping op het eiland af te varen. We eindigen midden in een zeehonden kolonie. Het water is bizar helder en je kan de kelp (zeewier) tot bijna aan de bodem volgen. In het water duiken en springen zeehonden. Op de rotsen liggen er wel 70 verdeeld door elkaar heen; groot, klein, papa’s en mama’s. Het ruikt zoals in de dierentuin. Of nee, ik zeg het verkeerd; in de dierentuin ruikt het net zo als een zeehonden kolonie in de Atlantische Oceaan.

We wachten tot iedereen aanwezig is. ‘Die verrader Wulf-cup is er gewoon niet. Mij een beetje dronken lopen voeren.’ ‘Ja, neem nog maar een biertje. Hier heb je nog wat van mij.’ En vervolgens zelf niet aanwezig zijn, traider. Die ligt waarschijnlijk nog lekker in zijn bed te stinken met een te hoog alcohol promillage in zijn bloed en mij op avontuur laten gaan met een bewolkt hoofd.

Het rotsachtige vlakke stuk waar we op zijn geland is de thuishaven van de Rockhopper pinguïn. Hij zou al door meerdere mensen zijn gespot maar ik heb hem nog niet gezien. Wel andere vogels die heel nieuwsgierig zijn, komen dichtbij. Zelfs zo dichtbij dat ze in je laarzen pikken. We zoeken het wat hogerop. Letterlijk. We moeten naar de bovenkant van de berg en dit gaat gedeeltelijk over de poep en urine van de zeehonden die hier leven. Het stinkt dan ook behoorlijk. Uitglijden is dus geen optie. Ik loop als 4de persoon achter Trevor aan. De andere twee jonge gidsen (George en Julian) lopen al voor hem. Er zijn zeehonden die voor ons in de weg liggen en die worden weggejaagd. Het steile pad naar boven is niet wijder dan vier meter maar als er plots een zeehond al blaffend naar beneden komt gezeild is het pad ineens maar 2 meter breed. Als de gidsen vervolgens een beer van een zeehond wegjagen die alleen maar weg kan komen door naar benden te schuiven over de modderige ondergrond wordt het even spannend. Al happend en blaffend komt dit 200 kilo gevaarte dreigend op ons af. Naar beneden rennen kan niet want daar staat de rest van de golden oldies te wachten tot ze verder naar boven kunnen klauteren. Ik druk mezelf tegen de linker stenen wand aan om zo ver mogelijk van de gevaarlijke zeehond te komen. Onlangs heb ik wat foto’s gezien van menselijke handen die waren gebeten door een zeehond. Verschrikkelijk smerig. Een paar losgescheurde pezen, spieren, losgeslagen vleeshompen, bloed… echt heel heel vies. Dat wil ik vandaag dus even voorkomen en blijf dan ook mooi tegen mijn rotswand staan tot de mannetjes zeehond buiten mijn zichtveld is. We komen nog een grot tegen waar een zeehonden familie zich in schuil houdt. Uiteraard blaffen ze, of wat er op lijkt, naar ons. Waarschijnlijk zijn ze banger voor ons dan wij voor hen maar als je geen plek hebt om te vluchten. Dan kan ik je vertellen; hogere hartslag.

Of het nog niet spannend genoeg was gaan we verder met onze ‘survival’. Doormiddel van een touw (hemelzijdank… daar is
een touw) moeten we een super steile rotspartij op klimmen. Goed je voeten wegzetten en bij ontbreken van een touw jezelf aan het tussock gras omhoog trekken. Pff, als het voor mij al 7 op de schaal van moeilijkheidgraad 10 is, hoe gaan de ouderen dit dan doen? Schijnbaar hebben er een paar de klim overleeft. Andere zijn terug gegaan en zijn gaan genieten van een Zodiactrip rond het eiland. We lopen op wat stabieler terrein door het tussock gras. Het tussock gras is eigenlijk meer een palmblad waar ze onder andere touw van maken. Het staat dicht op elkaar met een pad ertussen wat lijkt begroeit met fel-groen-eilandjes van heel zacht gras. De tussock is drie meter hoog. We hebben geen idee waar we naar toe lopen. Dan horen we het inmiddels bekende klep-klep-klep geluid. Het is een jonge ‘yellow nosed Albatros’. De vogel lijkt wel een verenpak van zijde te hebben. Schitterend wit en glanzend. Zijn ogen zijn mooi met donkere oogschaduw opgemaakt. Best een knappe vogel. Wel heel groot; zonder vleugels, in de hoogte, groter dan onze hond en dat is een labrador (of iets wat er op lijkt).

Het pad, het enige waar de vogels kunnen opstijgen en leven –broeden doen ze namelijk onder het tussock gras en kleinere vogels in nesten onder de grond – is maar 2,5 meter breed. Het ligt bezaaid met vogellijkjes, delen van vleugels, botjes en schedels. Meestal zou ik hier bijna van over mijn nek gaan of krijg ik er een vieze smaak van in mijn mond. Maar wetende dat dit een natuurreservaat is en dit alleen door de vogels wordt gedaan, heb ik er vrede mee. Maar ik kijk nog steeds wel uit dat ik niet op teveel
afgescheurde vleugels ga staan.

Bij een kruising in het gras aangekomen – nul uitzicht natuurlijk want het gras is drie meter hoog – kies ik ervoor om naar de hutten van het eiland te gaan. De hutten liggen lager gelegen en hebben rechtstreeks uitzicht over zee. Een ander deel van de mensen gaat naar de top. Dat zijn over het algemeen de vogelaars die bij elke nieuw gespotte vogel bijna een orgasme krijgen, rare mensen zitten erbij. Nog een jonge Albatros komen we tegen en dan onze eerste pinguïn. Alleen deze Rocker hopt niet meer zoveel want het is een skelet,  jammer.

Aangekomen bij de zee slaat het water woest op de vulkanische stenen. We hebben een schitterend uitzicht op Stolltenhof eiland wat badend in de zon ook mooi fel is. De kleine hutjes zijn helaas afgesloten. Deze worden door de bewoners van Tristan gebruikt als vakantie huisje of voor onderzoek. Ik zit nog even met Andreas naar de zeehonden kolonie onder ons te kijken en ik schuif even later bij Mark (hotelmanager van Plancius) op een steen om te kletsen. Langzaam aan besluit ik weer terug te gaan. Voordat ik de spannende afdaling naar beneden maak, moet ik even een filmpje maken van het waanzinnige uitzicht. Whoeezzzz, hoor ik boven mijn hoofd. Het lijkt wel een geluid van een vlieger maar ik zie niets. Even later weer whooooeezzz. Ik kijk naar boven maar ik ben te laat. Er scheert iets boven mijn hoofd maar ik mis wat het is. Als ik nog iets later voor een minuut heb stil gestaan hoor ik getrippel achter me. Snel draai ik me om en ik zie nog even snel een Skuwa aka Skua, de grote roofvogel, achter me weg rennen. Draak. Het geritsel blijft bij me in de buurt. Hij volgt me mij van een afstandje.

Mijn afdaling gaat prima. Het touw gebruik ik om deels abseilend naar beneden te gaan. Op dat moment is er niemand om me heen dus ik kan niet zien hoe anderen het ervan af brengen. De ouderen,  die zullen het moeilijk krijgen. Mark vertelde me dat de Rockhopper pinguïn met die mooie grote gele wimpers nog steeds aanwezig is bij de landingplaats. Ik ga nog even naar hem op zoek en ik vind de meest lelijke- in de rui- kleinste- pinguïn die ik ooit heb gezien. Al zijn vriendjes zijn vertrokken en meneer (of mevrouw) zit hier ziels alleen lelijk te zijn. Martha (zeur Barcelona) zal zoooo blij zijn dat ze eindelijk een Rockhopper heeft gezien. Ze heeft deze reis dan ook speciaal geboekt voor deze kleine vogel die niet kan vliegen. Ik blijf nog even kijken naar de zeehonden die aan het spelen zijn en de kleintjes die heel voorzichtig dichterbij komen.

We zijn weer allemaal terug voor een late lunch en ik beschuldig Wulf-cup ervan dat hij een verrader is. Zijn vader is nota bene wel gegaan en die is al 72 jaar. In de middag zit ik op het voorste dek lekker in de zon als er iemand vanuit de brug iets roept. Ik hoor het niet helemaal, zit ook met een koptelefoon op mijn hoofd en zie dan Holy, de marine bioloog met haar camera naar de voorkant van de boot rennen. Gelukkig heb ik ook een camera bij me, al is het de kleinste versie. Er is een groep Orka’s gespot. Uiteraard hang ik ook meteen over de railing heen met mijn camera en ben even later getuigen van zes (!) Orka’s die tegelijkertijd uit het water springen. Waanzinnig. Elli staat naast me en zegt dat de groep waarschijnlijk uit 10 tot 15 familieleden bestaat. Alleen de bovenste versie zie je en dan ook nog niet eens allemaal tegelijkertijd. Wauw, nog nooit zoiets gezien. Zes bijna identieke,  in grote verschillende, Orka’s tegelijkertijd uit het water zien springen. Conrad aka Connie heeft nog nooit eerder Orka’s rond de eilanden zien zwemmen.

In de namiddag lijkt het er nog even op dat we een landing gaan maken bij Inaccassible Island. Helaas besluit de kapitein dat de branding te gevaarlijk is. We varen door, maar we hebben Inaccassible wel van een hele kleine afstand mogen bestuderen. Ook dit eiland is spectaculair in vormgeving; verticale kliffen, heel groen, glooiende weilanden op de top waar niemand kan komen en her en der bomen.

We krijgen een cocktail van het huis rond 18.00 uur. We zijn bijna terug op Tristan waar onze jongste aanwinst van biologen en gidsen weer afscheid van ons gaan nemen. Jammer, veel te snel. Was zo leuk om wat meer jongere mensen aan boord te hebben die ook wat te vertellen hebben. Rohan geeft nog even een presentatie in de lounge en verteld wat hij, Holy en de Franse jongen precies doen. Ze werken voor het Darwin plus Project. Dit project; het ‘Sustainable management of the marine environment and resources of Tristan da Cunha’ houdt in dat ze de wateren rondom Tristan observeren en bekijken of er klimaatverandering is en wat dit op lange termijn teweegbrengt. Ze werken ook nauw samen met de RSPB, Royal Society and Protection of Birds, Tristan da Cunha overheid en de ‘Fisherie department’. Verder geeft hij ons aan de hand van wat filmpjes op de beeldschermen inzicht op wat er zich onder water afspeelt. Zo zien we kleine kreeftjes die maar een paar cm groot en doorzichtig zijn en zien we sponzen. Met slecht weer konden ze helaas niets doen. Hij laat een filmpje zien met ontiegelijke harde wind die over het water raast; 87 knopen. Dat is niet misselijk. Elli zit naast me en vertelt dat we op de Drake Passage ook 79 knopen hebben gehad. Dat is orkaan snelheid. Geen wonder dat ik op mijn bed bleef liggen. Het Darwin project is al in september 2013 van start gegaan maar uiteindelijk pas echt begonnen afgelopen februari. Heel interessant wat hij allemaal vertelt en wat ze onderzoeken. Maar helaas is de tijd daar gekomen en moeten ze van boord.

Beneden bij de gangway geef ik Holy nog een kus en een knuffel en schud ik anderen de hand. Nog even met de Fransoos gesproken die in geen 5 jaar meer thuis heeft gewoond. Alleen maar werken, onderzoeken, reizen en onderweg zijn. Pittig maar je komt wel op plekken waar andere mensen van dromen. Zoals Tristan da Cunha, waar blijkt dat Utopia toch bestaat.

Op weg naar Sint Helena (dag 1 van 4)

Vloedgolf, 14 april

Nadat we onze bezoekers hebben uitgezwaaid is de kapitein meteen vertrokken richting St. Helena. We zitten weer in de routine van de dag. Rinie is er weer om 07.45 en Mark om 08.00 uur om te vertellen dat het ontbijt klaar staat, waar ik wederom geen gebruik van maak. De lezingen zijn weer begonnen; schooltijd! Maar de 10.00 uur lezing gaat over de stromingen/conversions in de oceaan. Onlangs heb ik de documentaire ‘The inconvinient truth’ van Al Gore gezien. Dit zouden ze verplichte leerkost moeten maken op school. Daar werd de oceaanstromingen heel duidelijk in uitgelegd. Daarna is het nog twee keer langs gekomen in een lezing dus ik begrijp het punt. Verder dus met mijn eigen dingen; schrijven. En hoeveel tijd ik ook dacht te hebben aan boord van een schip, niets van dat alles. Als ik dan ook in de bieb ga zitten om me goed te concentreren word ik meerdere malen ‘gestoord’ door mensen die hulp nodig hebben met de pc. Geen probleem, ik doe het graag maar ben wel weer uit mijn schrijfmodus. Tussen mijn acceptatie en irritatie van mensen loopt een flinterdunne lijn.

Voor de lunch ga ik nog even een paar rondjes over het schip lopen. Het waait hard en ik heb mijn winterjas weer aan maar al snel blijkt dat overbodige luxe. Het wordt met de dag warmer. Ik gebruik een goede lunch waar ik weer een speciale behandeling krijg door een caramelvla te krijgen i.p.v. een bordje kaas. ‘Dank je Mark!’ Na de lunch weer op het dek. Het bovenste dek om op een bankje mijn zonnebril in mijn gezicht te laten branden.

14.40 uur: We spotten zomaar een tanker. Het eerste schip op de oceaan dat we zien. Na zoveel dagen, weken, bijna al een maand op zee te hebben gezeten, is dit buiten het Beagle kanaal en de haven van de Falklands en Tristan de eerste boot die we mogen aanschouwen op open zee.

15.30 uur: Conrad vertelt ons een geïllustreerd verhaal over ‘Free Willie’

Het was 25 november 2011 toen Conrad en zijn mannen bezig waren een jacht te helpen met een gebroken mast. Via de radio werden ze opgeroepen omdat er een walvis voor de haven bleef zwemmen. De walvis trok een boei achter zich aan en was duidelijk gestresst. Conrad en zijn mannen besloten om met de boot richting de Humpback whale te varen en te kijken wat er aan de hand was. De walvis had een vissersnet met boei aan zijn staart hangen en elke keer dat het dook, kwam het touw strakker rond zijn staart te zitten. Voorzichtig werd de boot dichter bij het dier gemanoeuvreerd en ze zetten de motor uit. Zoals iedereen weet heeft de walvis een fantastisch gehoor en een draaiende schroef vijf meter naast zijn  oor vindt niemand fijn. De walvis bleef rustig nabij de boot hangen om zich te laten redden. Er was nooit eerder een walvis zo dicht bij de haven gespot, laat staan dat deze daar baantjes aan het trekken was om aandacht te krijgen. De mannen kregen de boei los en sneden zo dicht mogelijk bij de staart het touw af. Het touw zat als een lus om de staart en liet al snel los. De walvis, compleet kalm (zo intelligent, die dieren) bleef twee meter van de boot vandaan totdat het voelde dat het touw los liet en zwom daarna weg. Nooit meer gezien. Het dier kwam dus eigenlijk letterlijk hulp vragen, heel bijzonder.

Nader onderzoek wees uit dat boei met het vissersnet van een Taiwanese boot kwam. Deze boten komen illegaal vissen in de wateren van Tristan. Ik zou zeggen; geen vis meer eten met afkomst Taiwan! Ze schenden de wetten. Anders zouden er binnenkort o.a. helemaal geen Albatros meer in de lucht zweven. Aangezien zij niet altijd volgens de richtlijnen van het ‘langlijn vissen’ handelen.

Het is een kort verhaal dat met foto’s  op de tv- schermen en het beamerscherm wordt vertoond. Niet zo heel erg, aangezien het vandaag heerlijk zonnig is. Al hebben we een forse wind en krijg ik bij rondjes lopen vaak genoeg zeewater in mijn gezicht gesprayd, het is rond de 18 graden. Rondjes rond de boot lopen doe je idem als binnen; altijd 1 hand aan de railing. Door het opspattende water zit er inmiddels een goede laag zout op, wat ervoor zorgt dat handen en kleding aardig wit zijn na afloop. De zon is fel en daarom besluit ik er niet te lang in te blijven. Terug naar mijn kamer om verder te schrijven val ik even in slaap. Het is maar een hazenslaapje van 45 minuten. Voel me heel de dag maar 77% met energie in plaats van 100.

We hebben weer een re-cap om 18.30 uur en daarna gaan we dineren. Andreas, Wulf en ik komen als een van de laatsten  de zaal in en kiezen een tafel voor ons drieën uit. Na het eten gaan we een sigaret doen op het inmiddels vertrouwde dek 3. Wolf senior komt erbij om zijn pijp te roken en Stephen (W. Anker) komt er altijd bij  voor de gezelligheid. Het dek is nat wat betekent dat de golven over de boot heen slaan en op het dek terecht komen. Vaak staan we aan de railing van de opgeklapte gangway naar de maan en de sterren te kijken. Vandaag echter slaan er te vaak golfen naar binnen, waardoor je op die plek als eerste wordt geraakt. Wulf staat op de 40 cm hoge drempel bij de deur om natte voeten te ontwijken. Ik sta in de hoek en kan op een stellage springen als het water over de vloer komt gezeild. Wolf en Stephen zitten op de koelingen. Stephen zit het dichts bij de railing en krijgt dan ook de volle laag als er een golf water op het dek slaat. Verzopen als een kat druipt hij letterlijk af om droge kleding aan te doen.

We gaan naar de bar en een inmiddels vaste club van crew, Janice (Canadeese Australische die in Qatar heeft gewerkt), Sue (reismaatje van Clive en nieuw maatje van Albert), Stephen, Clive, Wolf-pack en altijd Rosie. Rosie de liefste barvrouw die me altijd begrijpt, al plaats ik nimmer een bestelling met mijn stem maar altijd met mijn ogen. Quilmes bier is een te grote pul maar ze spoelt deze altijd wel voor me om. Wulf-cup en ik zijn een van de laatsten die vertrekken, we gaan nog even naar dek 3. We nemen onze laatste beetjes drinken mee en zorgen dat we niet geraakt worden door de hoog opslaande golven. We zetten de deur even open zodat we meer licht hebben. Door de patrijspoortjes komt maar heel weinig licht, zo zien we iets meer.

Een vloedgolf van zeker 400 liter water walst de hoek om met een hoogte van twee meter. De golf maakt een krul in de hoek waar we zitten. Ik zit op de koeling waar schoenen in liggen en trek uit reactie nog mijn benen omhoog. Het water gutst overal. ‘Neeee, de deur, de deur staat nog open’ schiet er door mijn hoofd. Ik ben al te laat de eerste golf gutst al over de 50 cm hoge deur. SHIT. Als de boot weer schuin ligt zodat het water langs de zijkanten weer weg kan lopen, loop ik snel naar de deur om hem dicht te doen. Wulf komt me snel helpen. Het is te lachwekkend. Schoenen compleet doorweekt, broek doorweekt, T-shirt en trui nat. Ik moet toch even snel een blik werpen door het kajuitraam van de deur. ‘Tja, daar was ik al bang voor, binnen in de gang staat meer water dan we dachten. Laat ik het zo zeggen: door het schommelen van de boot zie ik het water van de ene naar de andere kant drijven. Shit, dat wordt dweilen. We wachten op de juiste kanteling van de boot om de deur te openen en binnen te stappen. Alle matten die er liggen zijn doorweekt en een drijft er letterlijk door de gang. Ik trek de deur open naar de wenteltrap die naar dek 2 leidt. Shit shit shit.. daar loopt het water al naar beneden. Snel stelen we handdoeken uit de voorraadkast van de huishouding en daar zitten we dan om 12 uur in de nacht op onze knietjes de vloer te dweilen. Eerst maar de wenteltrap voordat het personeel door heeft dat het water daar al stond.

Onze pullen bier staan nog op de koeling buiten. Daar zit inmiddels zeewater in, dus dat hoeven we niet meer. Mijn net nieuwe pakje sigaretten met aansteker is verdwenen. Toch nog even kijken of het ergens op het dek ligt. Ik gebruik het minieme licht wat door de ramen van binnen naar buiten komt om te zoeken. De deur houden we maar even dicht. Een volgende golf raast over het anders zo droge dek. Swoeeep, zo over me heen, of iemand vijf emmers water over me heen gooit, of ik nog niet genoeg nat was. Grappig natuurlijk, ik moet er ook hard om lachen. Het is warm buiten, ik loop 20 meter en ik ben in mijn kamer en kan me verkleden. Wulf neemt de natte handdoeken naar zijn kamer. ‘Nog 1 sigaretje dan op het bovenste dek. We voelen ons een stel delinquenten. De lol van dek 3 is er nu wel een beetje af. We ontmoeten elkaar boven.’ Ik ga naar mijn kamer en trek mijn compleet doorweekte nep-Uggs uit. Mijn trui en shirt gaan op de hanger en trek een droog T-shirt aan. Aangezien mijn andere broek net is gewassen en die nog hangt te drogen, houd ik mijn natte spijkerbroek maar aan.

Als ik boven op de brug kom, is er consternatie. Ik weet niet of ze weten dat wij net buiten hebben gestaan en de deur hadden open laten staan. Ik loop door naar buiten en wacht op Wulf. Die komt even later en vertelt dat hij twee bemanningsleden bij dek 3 hoorde lopen met walkietalkies. Iets over een water alarm wat was afgegaan. ‘Ja, daar zijn wij dus mooi schuldig aan.’ We wachten tot de Sherlocks het hebben opgelost. We staan tot bijna half twee in de nacht nog te kletsen over van alles. De Sherlocks hebben het niet uitgevonden of waren met totaal andere dingen bezig, dat kan ook. We hebben ons lesje in ieder geval geleerd. Met veel wind, de deur gewoon dicht houden. Nu maar hopen dat de camera die daar hangt ons niet heeft gefilmd.  Anders moeten we ons morgen bij de kapitein verantwoorden.

Op weg naar Sint Helena (dag 2 van 4)

Quiz night 15 april

Geen ontbijt vandaag maar ben wel op tijd wakker. Ik ga voor de 10 uur lezing nog even naar buiten. Het waait hard maar de zon schijnt en het is rond de 18 graden, heerlijk.

10.00 uur: Lezing van Albert ‘History of St. Helena’

João da Nova vond op 21 mei 1502 St. Helena. Maar het was Fernão Lopes die de eerste resident was tussen 1516 en 1546 (daarover meer). Er komen verschillende namen voorbij zoals die van kapitein Thomas Cavendisch die er in 1588 was, Jan Huygen van Linschoten die het eiland een jaar later bezocht en King Phillip II die er in 1592 was. De laatste verbood iedereen om nog aan land te komen. Het land was te gevaarlijk omdat de Portugezen en de Hollanders er oorlog met elkaar voerden tot 1625. Uiteindelijk waren het de Hollanders die het bezetten in 1633 en 1645. In deze jaren eisten ze het ook. Waarom ze het  een twee keer hebben gedaan is onduidelijk. In 1649 namen de Britten de zeggenschap weer over, de Hollanders weer in 1673 en in hetzelfde jaar waren het weer de Engelsen. Vanaf toen is het in Engelse handen gebleven tot de dag van vandaag.

Een aantal belangrijke personen in de geschiedenis hebben op het eiland hun verblijf gehad waaronder Napoleon (daarover
meer) en de sterrenkundige Edmund Halley die nu zijn eigen komeet heeft. In 1676 kwam hij aan land als nautische mapmaker. Dit zou er in resulteren dat de lengtegraden werden opgesteld waardoor het zeevaren makkelijker werd.

Er is natuurlijk het verhaal van Napoleon die hier na zijn nederlaag in Waterloo naar toe werd gebracht. Altijd al een eilandenman geweest met zijn Corsica en Elba, vond hij zijn laatste rustplaats hier. Op 15 oktober 1815 kwam hij aan in de hoofdstad van het eiland Jamestown. Nadat hij daar een nacht had verbleven werd hij voor twee maanden in de Briars ondergebracht waarna hij zijn laatste zes jaar in Longwoodhouse heeft geresideerd. Er werd een nieuw huis voor hem gebouwd maar daar heeft hij nooit kunnen betrekken. Hij stierf namelijk op 5 mei 1821. Zijn lichaam werd eerst op het eiland begraven. Zijn hart werd op sterk water gezet en in een zilveren vaas bewaart. Zijn (verkankerde) maag werd in een zilveren kistje gestopt. Uiteindelijk zijn het lichaam, de vaas en het kistje naar Parijs gebracht waar tot op heden zijn kist nimmer is geopend. Longwood house is officieel Frans grondgebied. Er is een eenpersoons consulaat en de Franse driekleur wappert in de wind. Alhoewel in 1834 de Engelsen St. Helena officieel hebben overgenomen, is dit nog steeds van kracht.

Neuzend in mijn boekje ‘Eilanden’ van Boudewijn Büch (thanks pap) en het boek ‘Eilanden’ van Albert Beintema, die beiden als achtergrond informatie dienen voor mijn verhalen, kwam ik een mooi (doch gruwelijk) stuk tegen in het boek van Albert*

… Het gaat om de Portugees Fernão Lopes. Het verhaal begint met de reis die als bijproduct de ontdekking van Tristan da Cunha opleverde. In 1506 vertrok een vloot van vijftien schepen uit Lissabon, onder aanvoering van Tristão de Cunha. De vloot had ongeveer 1300 soldaten aan boord onder wie Fernão Lopes. Tien schepen, waaronder da Cunha’s vlaggenschip de São Tiago, zouden zo snel mogelijk naar India varen om er handel te drijven. De overige vijf, onder aanvoering van Afonso de Albuquerque, zouden eerst nog een tijdje langs de oostkust van Afrika en rond de uitgang van de Rode zee de moslims het leven zuur maken. Daarna zouden ze naar India komen waar Albuquerque (Albu) gouverneur zou worden. Maar deze had grootsere plannen. In 1509 moest de Portugese onderkoning van India, Francisco de Almeida, afstand doen van zijn troon om plaats te maken voor de machtigere Albu. Albu wilde de handelsroute van de moslims in de regio lamleggen en het volledige monopolie krijgen. Het zwaar belegerde Gao moest ook overmeesterd worden. Hij legerde er een garnizoen soldaten onder leiding van Lopes. Maar door meerdere tegenslagen en om hun eigen hachje te redden, liepen Lopes en zijn mannen over naar de vijand, die onder bevel stond van Rasul Khan. Ze liepen niet alleen over maar bekeerden zich ook tot de islam. Albu hoorde hiervan en was des duivels. Het lukte hem niet om Gao te heroveren zonder zijn extra manschappen. Uiteindelijk, na een lange belegering bereikten Albu en Khan een staakt het vuren en ze kwamen overeen dat Khan zich overgaf als de levens van de Portugezen werden gespaard.

Dit gebeurde maar vraag niet hoe. Eerste werden de afvalligen onderworpen aan een ontharingskuur, uitgevoerd door negerbeulen. Al hun haren werden uitgetrokken (al de haren) en daarna werden ze door de varkensdrek gewenteld tot hun gezichten niet meer te herkennen waren en werden ze in een cel gegooid zonder eten of drinken. Daarna werden ze zo opgesteld dat iedereen hen mocht bespugen of over hen mocht urineren. De volgende dag werden ze naar buiten gesleept voor de vervolgbehandeling. Nu werden neuzen en oren afgesneden. Hun wonden werden niet verzorgd. Op de derde dag werd hun rechterhand afgehakt en de duim van hun linkerhand. Nu werden hun wonden wel verbonden anders zouden ze te snel doodbloeden. De dag erna werden ze vrij gelaten maar de helft was inmiddels al overleden aan bloedverlies of infectie. Leven daarna was een hel omdat ze overal herkend werden en door hun verminkingen niet meer konden functioneren. Lopes bemachtigde in 1515 een plek aan boord richting Portugal. Hij was getrouwd en wilde zijn vrouw zien, als ze nog leefde. Maar toen het schip Sint Helena aandeed werd hij bevangen door angst. Bang dat hij er net zo slecht zou worden behandeld als in India, sprong hij overboord en zwom naar het eiland en verstopte zich. De bemanning kon hem na een korte zoektocht niet meer vinden en lieten een voorraad vlees, gedroogde vis en oude kleding achter. – Volgens sommige vestigde hij zich met een zwarte slaaf, volgens andere alleen. Er wordt wel beweerd dat deze hypothetische slaaf model heeft gestaan voor de figuur Vrijdag in Defoes verhaal over Robinson Crusoë. Lopes staat te boek als eerste permanente bewoner van Sint Helena. –

Een jaar later passeerde het volgende schip. Lopes hield zich in het bos verscholen. De bemanning van de boot vonden zijn grot maar lieten zijn spullen ongemoeid. Ook dit schip liet wat voorraden voor hem achter met het advies zich te melden als er weer een schip zou komen. Toen het schip de zeilen hees, viel er een zwarte haan overboord, die zwemmend de kust wist te bereiken. De haan zou de komende jaren tot gezelschap en gesprekspartner van Lopes dienen. De jaren gingen voorbij en Lopes werd een legende. Als er een schip passeerde zorgde hij dat er een voorraad fruit en groente op het strand klaarstond. In ruil liet de bemanning dan altijd wat spullen voor hem achter maar hij liet zich nooit zien. Het is het meest waarschijnlijk dat Lopes de eerste tien jaar in volstrekte eenzaamheid heeft geleefd, zonder die zwarte slaaf. In plaats daarvan is waarschijnlijk veel later een donkere jongen, mogelijk van Aziatische herkomst, op het eiland terecht gekomen maar Lopes zal zijn gezelschap niet op prijs hebben gesteld. Bij een volgend scheepsbezoek vond de bemanning de jongen, die onmiddellijk de schuilplaats van Lopes prijsgaf. Lopes werd verrast. De kapitein vertelde dat hij Lopes mee wilde nemen naar Portugal, omdat zijn faam inmiddels de koning had bereikt. De koning wilde hem spreken. Lopes weigerde en smeekte in plaats daarvan die jongen mee te nemen. Hij bood aan zaden te planten om beter te kunnen zorgen voor voorzieningen voor passerende schepenen. De kapitein ging akkoord en liet hem op het eiland achter.

Uiteindelijk is Lopes door de knieën gegaan. Kort voor 1530 accepteerde hij vervoer naar Europa. Hij wilde de paus ontmoeten om absolutie te vragen voor zijn misdaden tegen het katholieke geloof. Bij aankomst in Lissabon werden de kapitein en Lopes ontvangen door Koning João III en zijn vrouw Catharina, die zijn bezoek aan de paus voor hem regelde. Lopes reisde door naar Rome, kreeg absolutie van de paus en een brief met het verzoek aan de koning om Lopes zo snel mogelijk naar St. Helena terug te brengen. Lopes werd panisch van mensenmenigtes en bracht zijn tijd bij voorkeur opgesloten door, met alle deuren en gordijnen potdicht. Een ernstig geval van agorafobie en antropofobie. Ook kon hij geen lawaai verdragen. Hij wilde niets liever dan met een schoon geweten terug naar zijn geliefde eiland en de eenzaamheid nu de zaken met de paus geregeld waren. In 1530 of 1531 keerde Lopes terug naar zijn eiland, waar hij zijn kluizenaarsbestaan nog 15 jaar voortzette. Hij is vermoedelijk gestorven in 1546, dertig jaar nadat hij daar voor het eerst voet aan wal zette. Zijn lichaam is nooit gevonden…

 *Bron: Albert Beintema ‘Eilanden’ van Andøya tot Vuurland

Na de lezing wat rondjes gelopen, van de zon genieten en dan ga ik weer terug naar mijn hut om verder te schrijven. Met de lunch schuif ik aan bij Conrad en zijn vrouw Sharon. Sharon heeft veel meer gereisd dan ik vermoedde. Er werd gezegd dat ze nog nergens was geweest maar in de tussentijd is ze al 15 keer in Zuid Afrika geweest, tientallen keren in Engeland en zijn ze zelfs met de doop van onze boot de Plancius in Vlissingen geweest. Niets wereldvreemd dus. Ik heb nu alle tijd om al mijn vragen af te vuren. Heel interessant om al deze ‘inside information’ te krijgen. Na de lunch nog even een praatje met Annika en Pat over mijn schrijven. Op een of andere manier zijn veel mensen heel erg geïnteresseerd in wat ik op papier pen en vooral wat en waarvoor ik schrijf. Veel tijd gaat er natuurlijk naar het dagelijks blog waar ik nog niet eens uitweid  over wie ik eigenlijk allemaal spreek en wat ik allemaal zie. En het boek. Aan het boek heb ik ook gewerkt al kost me dat altijd veel tijd om me weer in te lezen. Oude reisverhalen die afgeschreven moeten worden. Ik ben er mee bezig maar er zit te weinig tijd in een dag. Of ik moet gewoon eens vroeg uit mijn bed komen en niet al om negen uur aan de bar hangen. Maar ja, ik maak de reis om nieuwe dingen in me op te nemen en niet ongezien achter me te laten omdat ik het verleden moet noteren.

15.30 uur: Documentaire of eigenlijk meer toeristen info film van 40 minuten over St. Helena. Heb ik niet helemaal meegekregen want ik viel in slaap. Na dit soezen besluit ik maar boven op het dek in de zon te gaan zitten. Dit mag van mezelf tot 17.00 uur en dan moet ik verder aan mijn werk. Van 17.00 uur tot 18.30 uur keurig en gedisciplineerd bezig geweest. Alleen even naar buiten gerend om de mooie zonsondergang te fotograferen.

18.30 uur: Re-cap. Bijna iedere crewmember komt aan het woord. Het belangrijkste is echter hoe voorspoedig we gaan. Volgens Rinie, niet echt. Niet pessimistisch maar realistisch. Door de wind varen we geen 13 knopen meer maar ergens tussen de 10 en 12. Op lange termijn scheelt dit wel degelijk in onze aankomst op St. Helena. We weten dan ook niet of we op de berekende dag aankomen. We zien het wel. Bij de bar word ik door Clive ingedeeld in zijn quiz-groepje. ‘Ik haat spelletjes’ zeg ik maar ik kom er niet onderuit. De club bestaat uit de mensen van het rokersdek en Fred (right said Fred). Of ik een naam weet. ‘Hhmm, Nicoteam?’ Ja, zoiets mag het wel worden.

Om 20.30 uur begint de quiz en we krijgen vragen over van alles. Ik haat spelletjes, zeker als ik de antwoorden te laat heb verzonnen. Sommige vragen kan ik niet beantwoorden omdat het over een ziekte gaat in het Engels en zonder een stukje Latijn of over typisch Britse dingen. Whatever. Uiteindelijk worden we 2de maar omdat er twee andere groepjes hetzelfde aantal punten hebben moeten ze nog 1 vraag beantwoorden. Eigenlijk zijn we 3de. Stom spel! En nee, ik kan niet tegen mijn verlies maar zijn ergere dingen in de wereld.

Op naar dek 6 waar we een sigaret gaan doen en naar de volle, of bijna volle maan gaan kijken. Wulf-cup en Andreas gaan mee. Later komt Janice (Canadese-Australische die in Qatar had gewerkt) tussen mij en Wulf-cup in zitten. We weten niet precies waar de Southern cross is aan de sterrenhemel. ‘Damn you Google.. We zijn er zo afhankelijk van geworden.’ Uiteindelijk gaat Wulfie (zijn eigenlijke bijnaam) naar beneden en blijven Janice en ik nog praten over relaties, reizen en dat soort zaken. Ze is ‘al’ 73 maar ze is klein en slank met een volle bos bruin krullend haar wat hip geknipt is. 55 jaar… zou je ze geven, hoogstens. Leuk mens.

Op weg naar Sint Helena (dag 3 van 4)

Rode wijn 16 april

07.45 uur: Rinie verteld dat de wind is gaan liggen en dat we een betere snelheid maken. We hebben wel regen, da's jammer.

Vandaag wil ik mijn lijst van ‘te schrijven verhalen’ verder gaan inkorten en besluit om de dag meteen maar te beginnen. Braaf mijn bakje muesli met appelsap en thee. Afgezien van het feit dat we dagelijks een ontbijtbuffet hebben, een 3-gangen lunch en een 3-gangen diner (waar mijn porties minimaal zijn) heb ik het idee dat er wat kilo’s af zijn. Hoe slecht roken ook voor je gezondheid is, ik denk dat het mede daardoor is dat de vertering wat sneller gaat. En wat is slechter voor je; hart en vaatziekte door roken of hart en vaatziekte door teveel eten en suikers? De verslavingsgen zit gelukkig niet in mijn DNA en ik maak me dan ook geen zorgen dat dit een blijvende ‘failure’ van mijn slechte eigenschappen is.

Buiten is het nog bewolkt en regenachtig. Geen tijddoding op het dek in de zon. Met mijn rondjes lopen wacht ik ook nog even. Zoals mezelf beloofd: schrijven. Dit keer gewoon met twee kussens achter mijn hoofd in mijn bed, met gezicht naar buiten. Geen bieb waar ik de vraagbaak over ‘kompjoeters’ ben. Om 10 uur is er een documentaire over St. Helena. Aangezien ik gisteren hierbij heel gênant in slaap ben gevallen, laat ik deze even voor wat het is. Om 12 uur moet ik toch even naar buiten om een frisse neus te halen en even wat te lopen. Jammer genoeg is het harder gaan regenen en met mijn slippers op het dek niet echt stabiel.

12.30 uur: Lunch. Ik ga bij Maggie en Heinrich (Duitse Australiers) zitten en Wulf-cup komt erbij. Albert, Don (meest berezen persoon ooit, Chigaco) Rinie en Conrad komen ons vergezellen. Gezellig.

De dag kabbelt voort en ik geniet vooral van de zon op het achterdek. De vogels zijn verdwenen en we zien verder helemaal niets. Clive weet wel te vertellen dat hij vroeg in de ochtend, heel ver weg nog wel een ‘blow’ zag. Een enorme blow, wat moet betekenen dat het een Blue Whale was. Helaas, gemist.

Na een mooie zonsondergang ‘moet’ ik me melden in de lounge. Clive heeft namelijk een video voor ons die hij wil laten zien. Aangezien we natuurlijk ‘schipsmaatjes’ zijn moet ik daar wel bij zijn. De video presentatie gaat een beetje mis omdat het in het verkeerde programma wordt afgespeeld. Bijna iedereen van de passagiers is er om naar productie te kijken. Die is natuurlijk hartstikke mooi. Hij heeft verschillende opnames van walvissen en dolfijnen in de Golf van Biskaje. Duidelijk een plek om rond te hangen met een boot om het dierenrijk te bekijken. Als de video wordt afgespeeld geeft Clive commentaar. Hij doet het hartstikke goed en ik ben trots op hem. Hij zet zich met een foundation in voor de bevrijding van onder andere orka Morgan die van Nederland naar Tenerife is verhuisd. Deze dieren horen niet in gevangenschap te leven en zoals eerder vermeld, heeft hij dit hoog gespeeld in het gerechtshof in Den Haag. Zijn website is nog niet online. Hij werkt met een paar anderen om mensen te laten inzien waarom bijvoorbeeld de orka’s in SeaWorld USA bevrijd moeten worden. Black Fish is een film wat een duidelijk beeld hierover geeft.

‘Waar was je, ik kon je niet vinden. Heb op je deur geklopt maar je was er niet. Had een glaasje whiskey voor je.’ Aldus Wulf-cub. Ik beschuldig hem er altijd van dat hij stiekem een whiskey drinkt voor het eten. Nu wilde hij er een met me delen.

In de avond besluit papa-Wolf dat er een fles wijn op tafel moet komen. ‘Alleen de rokers zegt hij, speciale tafel.’ Andreas, de Wulf-pack en later Maggie, Heinrich en James komen ons vergezellen. De laatste drie komen nooit op dek 3 maar dat maakt niet uit. Na het eten zijn we weer op dek 3 rokerslounge te vinden. De chefkok Ralph (oost Duitsland) is er ook altijd. Slimme jongen al heb ik altijd een haat-liefde relatie met chef-koks. Hij heeft een T-shirt aan van Zanzibar en meestal koop je die als je er daadwerkelijk bent geweest. Ik vraag naar zijn reis. Hij heeft vorig jaar bijna dezelfde reis gemaakt als ik. Hij is alleen een stuk verder noordelijker gegaan, dus ook naar de apen in Oeganda en Rwanda. Hij verteld het treurige verhaal over de oorlog tussen de Hutus en de Tutsi’s. In een museum dat hij heeft bezocht hingen foto’s van de mensen met hun hobby’s en waar ze woonden, plus hij ze om het leven zijn gebracht. De Fransen hebben hier enorm geblunderd. Eerst kwamen ze het land in om te helpen en op moment suprême, toen het mis ging, waren ze nergens te bekennen. Ik denk dat iedereen wel weet wat voor slachtpartijen daar een aantal jaren geleden hebben plaatsgevonden, verschrikkelijk. Volgens Ralph is de bevolking zo teleurgesteld (understatement) in de Fransen dat alle Franse straatnamen en borden naar het Engels worden omgezet. De gids weigerde ook Fransen mee te nemen. Bang voor reprimandes.

Wulf-cup haalt nog een fles wijn en Clive, Andreas en wij hangen aan Ralph zijn lippen om zijn verhalen. Hij vertelde ook dat toen het ijzeren gordijn was gevallen, zijn vader perse bananen wilde eten. Twee kilo had hij gekocht op de eerste dag dat de grens open was. Moeder kreeg een fles parfum en Ralph kon eindelijk echte Adidas schoenen kopen en kreeg zelfs korting omdat ze in de winkel met hem te doen hadden. Vader at de twee hele kilo’s op voordat hij thuis kwam. In jaren had hij ze niet meer gegeten. Bijna een vergeten verleden.

Langzaam aan vertrekt iedereen en Wulf-cub en ik blijven over. Nog een fles wijn. Het is zelfs rode wijn en dat drink ik zelden. Maar het is gezellig en we kletsen honderduit kijkend naar de sterren en de maan. Clive komt nog even terug en die geeft ons zijn visie op een leven lang gelukkig met een persoon, zijn Pam. De jongere generatie (aan boord van het schip, allebei aanwezig op dek 3) snapt het gewoon niet. Minie (Mouse, mijn goedkope horloge die ik dit keer gebruik voor mijn reis en van mijn moeder heb gekregen met kerst) verteld dat het alweer 1 uur is. Morgen een dag op zee, we kunnen niets spectaculairs missen. We praten over Wulf-cub zijn jeugd in Singapore en zijn boardingschool in Engeland. Dat laatste is bijna een vernietigingskamp. De beulen hier zijn  de oudere kinderen die letterlijk de verse aanwas afranselt, verschrikkelijk. Minie verteld dat het drie uur is. Hij verteld verder over zijn studies en zijn tijd in Canada en Chicago. Ik vertel over mijn leven en mijn keuzes en de ‘foute dingen’ (‘Were have you been all me live? When do we get married?’ vraagt hij voor de gein) en niet wetende wat te doen in de toekomst. En dan doet plots ‘iemand’ het licht aan. De zon komt bijna op. Minie verteld: 6 uur in de ochtend. ‘Nee, waar is de afgelopen drie uur gebleven?!’ Nu besluiten we toch maar naar bed te gaan. Dat betekent hij naar zijn snurkende paps en ik naar mijn walk-inn fridge.

Op weg naar Sint Helena (dag 4 van 4)

The day after.. 17 april,

10 voor 11 wakker. ‘Dat is nog niet zo slecht.’ Lezing gemist van Albert. Ik ga maar rondjes lopen op het dek, het is al warm. ‘Drie flessen wijn (gedeeld weliswaar) en een whisky: krijgt slechte vormen, deze hobby.’ Misschien nog slechter als je bedenkt dat ik me prima voel. Geen kater, geen hoofdpijn, niet misselijk, niets. Dit is nieuw voor mij.

12.30 uur: Een lekkere lunch. In buffet stijl vandaag. De chef-kok Ralph is een topper. Ik zeg dat ik van avocado hou, hij geeft me avocado als voorgerecht. Ik zeg dat ik van cous-cous hou, een berg cous-cous ligt op het buffet. Ik zeg niet dat het door mij komt, maar vind het wel heerlijk om iets eetbaars te vinden wat ik dagelijks zou kunnen eten. Ik schuif bij Martha (zeur Barcelona) aan. Ze is Catelaans en alles in Catalonië is beter dan Spanje; taal, onderwijs, eten en drinken. Tortilla met chorizo is ‘not Catalaan’. Soms is ze zo lachwekkend omdat het een typetje zou kunnen zijn in een cartoon. Haar herhaling over Rockhoppers en Catalaan zijn zo; haar. (als je over de irritatie heen bent). Kirsten (Zweden) en James (Wales, crew) komen erbij. Vooral James heeft van alles te vertellen over zijn eigen reis bedrijfje. Ik ben meer luisterend oor dan dat ik vertel. Daarbij geniet ik van mijn cous-cous, mijn zongedroogde tomaatjes en gebrande zaden en pitten. Ik moet naar buiten, rondjes lopen, frisse lucht. En dat is omdat ik het wil, niet omdat mijn lichaam het nodig heeft.

Wulf-cup ligt op het dek en ik ga even bij hem zitten. (20 minuten en mijn schenen verbrand, om even aan te tonen hoe fel de zon is) Er zijn meerdere mensen die hun rondjes komen doen. We spenderen wel wat tijd met elkaar maar dat is meestal op het buitendek 3, niemand die dat verder ziet behalve de rokers en wat personeel uit de keuken die daar ook even een sigaret komen doen. Je zal zien, daar komen de roddels van, maar aan de andere kant; we doen niets fout, hebben het gewoon gezellig samen en er valt altijd wel wat te vertellen. Ik ga proberen een klein slaapje te doen want 4,5 uur slapen is meestal niet genoeg voor me.

15.30 uur: Lezing James ‘Geology van Sint Helena’

(Als een niet-van-nature Engels sprekend persoon, heb ik de meeste moeite met dit onderwerp. Daarbij wordt het als ‘lezing’ gegeven en niet als ‘les’. Ik weet wel waarover het gaat maar de termen die worden gebruikt, zijn nou niet de woorden die ik vroeger op Engelse les heb  gehad. Ik leer elke dag weer bij, dat is duidelijk.)

‘Sint Helena is een vulkaan die voor het laatst zeven miljoen jaar geleden is uitgebarsten en nu aan het eroderen is. Het was ook een ‘hotspot’, een plek in de aardkorst waar de aarde is opengebarsten en door verschillende fracturen lava naar boven stroomt. Het ligt nu 800 km van de midden-Atlantische ridge vandaan. Die midden-Atlantische ridge of crack tussen St-Helena en Tristan da Cunha (is nog steeds een hotspot) is er mede verantwoordelijk voor het uiteendrijven van de continenten van Gondwana.

Charles Darwin is zelfs op St-Helena geweest in 1844. Wat veel mensen niet weten is dat hij eerst geoloog was en toen bioloog. Met zijn scherp denkvermogen had hij al het een en ander uitgedokterd over de opbouw van het eiland. Er zijn namelijk twee vulkanen op het eiland. De noordoost (NO), en de zuidwest (ZW) vulkaan. De NO is de oudste en er zijn resten – stenen – gevonden op de zeebodem van meer dan 14 miljoen jaar oud. 11 miljoen jaar geleden is de NO voor het laatst uitgebarsten. De vulkaan begin in de zee op de bodem. De lava die hier gevonden wordt, wordt ook wel marine-lava genoemd. Daarnaast heb je ook nog ‘phonolite’ lava, (Phono in Grieks is geluid). Deze lava geeft een geluid, - een hogere trilling als een bel - als je er op slaat. En ‘tracheyt’ lava.

Er is nu nog maar één hoge piek op het eiland. Deze is 820 meter hoog maar ooit was het eiland 1200 tot 1500 hoog, althans de hoogste berg. Doordat het eiland hoger was, was er ook meer bewolking en meer regen. De flora was uitbundiger dan dat het nu is. Inmiddels is er al 20 vierkante km van het eiland verdwenen door erosie.

In het verleden werd er gedolven naar Carnelian. Een type rode kwarts met kleine imperfecties. ‘Red vains’ word het ook wel genoemd. Het wordt gevonden in de Turk’s cap valley maar de productie is niet erg intensief.

James vertelt verder nog over de kleuren van lava die je duidelijk kunt zien in de bergen. De lava was langzaam en modderig waardoor je veel ‘bulten’ van log en traag gestold lava ziet. De kleuren geven aan of het lava (zwart) of as (rood) was.

Na de lezing ben ik weer buiten te vinden. Het is zonnig met wat wolken aan de blauwe lucht. De zee is zo anders, zo kalm. Apart hoe je gewend raakt aan dagen geen land zien. We wonen op een drijvende stad. De dag word afgesloten met een mooie zonsondergang.

17.45 uur: Rinie ‘Goedenavond iedereen, goedenavond. Ik heb goed nieuws! Drank tussen 18.00 en 19.00 is gratis vandaag. Dus kom naar de bar, gezellig.’ O, jeetje,  nog meer drinken. Dit keer houden we het op het bier. Jong als sommige zijn, slaan we natuurlijk wat extra biertjes in voor na het happy happy hour.

Eigenlijk heb ik mijn taks bereikt en ben moe. Gelukkig hebben ze op rokersdek 3 een tafel en een bank gezet. De meeste gesprekken vinden hier weer plaats. Ondertussen zijn Wulf-cub en ik hier de vaste clientèle, al is het ‘jammer’ dat er geen bar is (net of we nog meer versnaperingen nodig hadden.) Wat wel lekker zou zijn; tortilla's met quacemole bij een biertje. We genieten weer van de sterren en de maan. Wederom een fantastisch uitzicht. Ik kan zeggen; dit is beter dan overdag, nu de walvissen en dolfijnen ons even in de steek hebben gelaten. Er is alleen een schildpad in het water gezien door Kirsten. Maar die kwam bij de boot kijken toen ik nog lag te slapen.

Sint Helena

Goede vrijdag 18 april

Vroeg wakker, dus ik ga voor het ontbijt. Om 10 uur ben ik aanwezig bij de lezing van Conrad over samenwerking op het eiland.

10.00 uur: Lezing Conrad ‘Community team projects in Tristan’

‘Een van de belangrijkste punten van samenkomst en elkaar te helpen is om een huis te bouwen, te helpen met verbouwen of het vervangen van een dak. Om bijvoorbeeld een huis te bouwen (iedereen krijgt 60 m2) heb je eerst toestemming nodig van de overheid. Dan leg je de fundering en dan wordt de hulp ingeroepen van familie en vrienden. Als er een machine aan te pas moet komen dan helpen hier meestal 4 tot 5 mensen aan mee. 10 tot 12 mensen werken daadwerkelijk aan het verbouwen of dakvervanging. Er kan op elke dag van de week aan huizen worden gebouwd behalve op een ‘visdag’. Dan moet er geld worden verdiend voor export en dit is voor henzelf ook een bron van voedsel. Er word qua hulp nooit iets aan geld aan elkaar uitbetaald, afgezien van de te kopen benodigdheden. Waar altijd wel in voorzien ‘moet’ zijn is eten en drinken. De dag begint vroeg, om 05.30 uur. Om 10.00 uur is er dan een laat ontbijt (altijd door de vrouwen verzorgd) en dit houdt in; koffie, thee, cake, scones, sandwiches, en koekjes. Iets na 14.00 uur zit de dag erop en dan worden er alcoholische versnaperingen geschonken. Het diner houdt dan meestal in, curry´s, kip, groentetaarten, schapenvlees en daarna pudding. Altijd een toetje.

Een paar jaar geleden is begonnen om de metalen daken, die corroderen, om te ruilen voor aluminium daken. Een aantal jongens van het eiland zijn toen naar St. Helena gegaan om dit onder de knie te krijgen. Zij geven dan meestal leiding aan het geheel. Daarna is het hun taak de kennis weer over te brengen op andere jonge gasten. De taakverdeling op het eiland is nog steeds ´ouderwets´. Niet omdat het moet of omdat er twee kerken zijn, maar ieder voelt zich daar gewoon het beste bij. De vrouwen koken graag en komen dan samen en brengen de lunch naar de haven als de mannen een visdag hebben. (Ik vind dat toch wel mooi.)

Een ander terugkerende ‘teambuilding’ is het schapen scheren. Iedereen op het eiland heeft vee. Vroeger was het zo geregeld dat een familie van twee personen zeven schapen heeft en een persoon heeft drie schapen. Dat is echter veranderd en het is nu per persoon gelijkgesteld. Twee schapen per persoon, groot of klein. Daarbij wordt de over-grazing van de dieren goed in de gaten gehouden. In december worden alle schapen van het eiland verzameld om geschoren te worden. Dit is ook mannenwerk, de vrouwen zorgen voor alles erom heen. De schapen worden naar de kooien bij de ‘patato petches’ gebracht. Ieder scheert zijn eigen familie schapen. De schapen hebben geen label in hun oor of om hun nek. Maar bij de dieren wordt een kenmerk in het oor gesneden .. of afgesneden. De schapen worden nog allemaal handgeschoren. Dat betekent met een wolschaar en niet met een elektronische trimmer. Het teveel aan schapen word geslacht en gebruikt voor het vlees. De wol houden de dames en breien daar warme truien van. De wol die niet goed is, wordt gebruikt als bemester voor de aardappelen. Bij het planten van de aardappelen wordt er een laagje wol bovenop gelegd en dat wordt vervolgens bedekt met grond. De lammeren worden ‘gemerkt’ en ze worden beschreven in een boek. Iedereen moet deelnemen aan dit festijn, als je niet komt, krijg je geen gemiddeld dagloon uitbetaald.

11.50 uur: Rinie ‘Land in zicht!’ Sint Helena verschijnt aan de horizon. Zonnebril op en een pet op om te gaan kijken. De pet heb ik helaas thuis gelaten. Heb me meer gefocust op de kou dan op het warme weer. Een pet is een must in deze zon, wil ik niet weer een zonnesteek oplopen. De zon brand als een gek als we allemaal weer als pinguïns op het dek voor het eerst land aanschouwen.

12.00 uur: In de lounge is een bijeenkomst over het verloop van de dag. Het is goede vrijdag en de eilandbewoners zijn nogal gelovig. Alles is dus gesloten. We hebben de namiddag om ons zelf aan land te vermaken. Je kunt rondwandelen of zwemmen of snorkelen of in het park zitten.‘Zwemmen… dat klinkt goed. Vier werken alleen maar water gezien en het nog nooit mogen voelen. Afgezien van de twee vloedgolven die ik een paar dagen geleden over me heen kreeg.’

12.30 uur: Lunch. Met rustig weer hebben we een lunchbuffet en aangezien de stormige dagen over zijn, vaker een buffet.Tortilla’s met quacemole, jammie! Zouden ze me gisteren hebben gehoord.

14.15 uur: We gaan voor anker. We gaan weer aan land… yeee.

14.30 uur: Nog niet aan land.. Het wachten is op de douane die het schip moet ‘klaren’. Check check check, paspoorten moeten gestempeld zijn voordat we aan land gaan. Inspectie van de keuken, koelingen, ruimen, boeken, administratie, logboek, weet ik veel wat allemaal meer.

15.30 uur: Nog steeds niet aan land. Negen bulkzakken vol met Tristanse aardappelen gaan doormiddel van een kraan van boord. Een grote boot ‘Wideawake 6’ komt met vier man sterk de zakken halen. We staan te trappelen om aan land te gaan. De zon is wel heet maar er staat een fijne zachte wind. Ik sta al aan de gangway met mijn veiligheidsvestje aan. Mijn tas is gepakt met bikini en handdoek, mijn kaartje ‘ik ben afwezig’ staat op rood (als je terug op de boot komt moet je hem weer omdraaien, zodat de crew weet dat iedereen weer op schip is.’ En dan gaan we eindelijk, de eerste boot. Wulf-cub, Stephen en ik gaan op zoek naar een zwemplek. Zij gaan snorkelen, ik wil alleen een frisse duik. Als we onze eerste ontmoetingen met de ‘Saints’ zoals ze in de volksmond heten hebben gehad - heel vriendelijk allemaal - lopen we richting het eind van het waterfront. Jamestown, de enige stad op het eiland ligt in een vallei tussen twee enorme bergen gepropt. Het is ook niet meer dan een lange straat die landinwaarts leidt. Er is een hele, lange steile trap van 699 grote treden die je naar boven kunt nemen. Het record staat op 8 minuten, naar boven en naar beneden. Met mijn ervaring in traplopen durf ik wel een recordpoging aan.. in 10 minuten.’Als je dat kan, zegt papa-Wulf, dan heb ik waardering voor je, mijn hele leven.’ Ik kijk naar de steile trap en ik wil echt mijn beweging, maar op het moment kies ik toch voor een verkoelend bad. De stroming is sterk en ik hoor de grote stenen rommelen als een golf wegtrekt. Ik ben een goede zwemmer maar het is werken tegen zo´n golf en dan moet je ook nog ergens naar boven krabbelen, met blote voeten.

De Saints zijn op hun vrije dag lekker aan het barbecueën, drinken en hun luide muziek aan het luisteren. We hebben het eind van het water bereikt. Verschillende zeilboten dobberen in het water. Mooie vissen zwemmen er rond maar helaas is dit ook geen plek om te water te gaan. We lopen terug naar de plek waar we met de Zodiacs aan land zijn gekomen. Er is een trap en d.m.v. touwen kun je jezelf weer naar de kant trekken. De stroming lijkt hier ook minder en je hoeft niet over de keien en rotsen te klimmen. Het moment van de waarheid; chips, moet ik in mijn bikini. Eng. Maar het in sniki-heet en ik moet echt het water in. De jongens zijn nog bezig om hun snorkel gear te bevestigen. Ik maak van dit onbewaakte ogenblik gebruik door mezelf uit mijn handdoek te wikkelen en meteen in het water te springen. ‘Oh, dat is goed zeg! Het water is zo lekker! Er zwemmen overal vissen maar gelukkig niet al te dicht bij me. De mannen komen ook in het water en zijn helemaal tevreden met al het leven onder water.

Aan het einde van de middag, als de rest van de club al aanstalten gaat maken om terug te gaan naar de boot of om te gaan zwemmen, is het voor ons tijd om richting de stad te gaan. Alles is gesloten maar als het goed is, is het Filippijnse restaurant wel open. Eten hoeven we hier niet want we hebben vanavond een BBQ. Een
drankje zou wel heel lekker zijn, een koude frisdrank. We vinden Brent en James (crew) die aan een heerlijk ruikend Aziatische plaat zitten. Buiten in de schaduw van de binnentuin die vol staat met kruiden, nemen we plaats om onze altijd durende conversatie voor te zetten.

De laatste Zodiac is voor ons. Ik heb nog even de tijd om een douche te nemen en me om te kleden in iets van avondkleding wat ik bij me heb. Als een van laatste kom ik aan en alle tafels zijn gevuld met eten, flessen wijn, punch en mensen. De punch wordt aanbevolen. Ik neem naast Don de wereldreiziger en Right said Fred plaats. De punch smaakt inderdaad lekker. Ik zou voor witte wijn gaan, maar de Pinot Grigio is bij lange na niet de krek droge groene wijn zoals ik hem ergens anders heb kunnen vinden. Na een korte maaltijd, zoek ik het een dek hoger op waar personeel en gasten staan. Ik raak in gesprek met Fred en hij vertelt in correcte orde van al mijn vragen hoe zijn leven is verlopen. Een eigen financieel bureau gehad wat in de tijd was over gekocht door BDO.

Daar nog gewerkt en nu voor de 4de keer getrouwd. ‘Voor de 4de keer?!’zeg ik. Dat is best optimistisch. (zeker voor Fred die niet altijd optimistisch was op deze trip). Hij verteld dat hij in het vliegtuig zat en aan de grondstewardess had gevraagd om helemaal achterin te mogen zitten en niemand naast hem te zetten. Dan loopt de allerlaatste passagier het vliegtuig in met een grote viool koffer voor haar neus. En waar moet ze zitten.. inderdaad naast Fred. Ze is een jonge, 25 jarige, Chileense conservatorium meid en ze zit de 57-jarige Fred wel zitten. Nu 10 jaar later, zijn ze nog steeds getrouwd. Die meid heeft dezelfde leeftijd als ik. Ik moet er niet aan denken om mijn zo’n vele malen oudere man te daten. In de tussentijd heb ik Fred dronken gevoerd met punch. ‘Als ik morgen een kater heb, geef ik jou de schuld,’ zegt hij. Ik vind het allemaal prima. Freddie is net in waarde gestegen. Naast zijn negatieve blik op sommige dingen, kan je hem makkelijk terecht wijzen en daarbij blijkt het een enorme toyboy te zijn. Grappig. Verder leuke gesprekken gehad met de Nederlandse Teun, die de vriend van Elli is en als monteur in de machinekamer werkt, Elli, Clive en Ralph de chefkok.

Het einde van de avond nadert en Wulf-cub en ik gaan uit het feestgedruis over de railing hangen om naar de vissen te kijken. In het licht van de boot zwemmen ‘long toms’, althans dat is hoe ik ze noem. Het Filippino personeel gooit geregeld wat eten overboord om de vissen aan te trekken. We roken samen een sigaret en nemen de laatste slokjes van de allerlaatste punch (die Mark nog even voor ons verzameld heeft). Vandaag was een leuke dag en eigenlijk hebben we hem heel de dag samen beleefd. We staan steeds vaker dichterbij elkaar. Zo ook deze avond. Als niemand ons ziet staan we bijna arm tegen arm naar de vissen te kijken. ‘Op een gegeven moment, zal ik je moeten kussen, dat begrijp je?’ zeg ik en ik loop de hoek om wat weg te gooien (meer om geen gezichtsverlies te lijden, als hij niet leuk vind om dit te horen) Hij: ‘Ik hou wel van een goed dreigement.’ Oef, goed antwoord. Geen flater geslagen.

Een half uur later gaan we richting rokersdek 3. Morgen hebben we een lange dag en gaan we veel zien. Het is half 11 geweest en iedereen is vertrokken naar zijn kamer. De gemiddelde leeftijd ligt wat hoger, dus bedtijd voor de meesten. Een laatste gesprek en voor hem een laatste sigaret. Ik maak de grote kiep deur open om naar binnen te stappen, raap mijn moed bij elkaar, trek hem aan zijn blouse dichterbij ..en kus hem.

Sint Helena

Eilandtrip | Huis van Napoleon 19 april

Na een vroeg ontbijt zijn we al om 08.15 uur aan land. Georgetown is een stuk levendiger nu het precies de dag tussen goede vrijdag en Pasen is. De boten zijn gaan varen voor vis. Er lopen meer mensen op straat. Ver komen we nu nog niet. Er staan een aantal busjes voor ons klaar waar we in moeten plaatsnemen. Lokale gidsen nemen ons mee op tour. Wat natuurlijk een van de hoogtepunten moet zijn is het huis waar Napoleon heeft gewoond. Kan me niet voorstellen dat dit door al teveel mensen is bezocht.

‘Eerste bus. Ga naar de eerste bus,’ zegt Wulf. Ik loop braaf door terwijl andere passagiers al in de andere bussen plaatsnemen. De Wulfpack volgt en de kleine grijze muis uit Frankrijk, waar ik een van de eerste dagen kennis mee heb gemaakt, komt naast me zitten. Deze dame loopt veel, ik kom haar geregeld tegen als ik mijn rondjes doe en zie haar dan nog 20 keer voorbij mijn raam lopen. Ze is dan ook super slank. Helaas niet moeders mooiste maar ik denk dat ze heel lief is. Nicole heet ze en ik stel mezelf voor met een Frans accent, zoals mijn naam eigenlijk uitgesproken hoort te worden.

We rijden de stad door wat niet meer is dan een straat met aan weerzijde een ongelofelijk hoog gebergte. Er is een weg naar boven gemaakt en daar aangekomen hebben we een schitterend uitzicht op de bebouwing ver onder ons, de groene natuur, een hartvormige waterval en de Plancius die in het verlengde van de stad ligt. Er wonen zo’n 5000 mensen op St. Helena en de voertaal is Engels. Wat uiteraard logisch is aangezien het onderdeel is van het gemenebest. Engelse bouw van huizen voert dan ook de boventoon, mede de typische tropische bouw van goedkope blokken steen. De meeste mensen beschikken over een auto omdat er meer plekken zijn om te wonen dan de hoofdstad alleen. Bij elke bocht wordt er duidelijk getoeterd om tegemoet komend verkeer te waarschuwen. We rijden door de bergen en we hebben een wederom mooi uitzicht over de groene valleien. Er zijn overal bloemen die in bloei staan.

We komen aan bij een groen pad wat naar beneden leidt. De bussen stoppen en we lopen een gids achterna die ons meer gaat vertellen over Napoleon want we zijn aangekomen bij de tombe van Napoleon. In het verleden was hij hier begraven, maar hij is een aantal jaren later uit zijn graf gehaald en naar Parijs gebracht, waar de kleine rakker nog steeds in een kist ligt. Tenminste dat denken we aangezien de kist nooit meer is open gemaakt. Ik probeer aandachtig naar zijn verhaal te luisteren. Wat hij verteld is hartstikke interessant en een bron van informatie en geschiedenis. Er is een stel aan boord, altijd hun rode jassen aan -2 halen, 1 betalen – die alles samen doen. Ze zijn in de 60, allebei grijs, allebei bril dragend, allebei een verrekijker om hun hals, lopen altijd naast elkaar, hebben altijd suffe kleding aan. Heb ik over het algemeen respect voor mensen die na zo’n lange tijd nog steeds bij elkaar zijn en heb ik respect voor hun obsessieve gedrag betreft vogels bespieden (op het ziekelijke af), neem ik aan dat mensen ook voor mij respect hebben als ik naar iets luister wat ik interessant vind. Niet dus. Ze staan bij de groep maar samen met Simon (crew, en de andere bijna op het idiote af, vogelliefhebber) praten ze hardop door de gids heen. Onrespectvol en ik ben niet de enige die dat zegt. Die liefde is dus over. Ik ben niet meer ‘professioneel aardig’ tegen deze mensen. Houd ik mijn mond als zo’n suf gevogelte dichtbij komt, zodat ik het niet wegjaag en zij elke veer van dit laatprehistorische dier kunnen begluren, niets komt terug. Sukkels.

We gaan verder met onze tour en we maken een stop bij het Longwood House van Napoleon. Dit is de plek voor alle Napoleon-filien. Hij heeft hier de laatste jaren van zijn leven doorgebracht en verschillende mensen hebben zijn leven hier opgetekend in tekening en op schrift. Het huis is bijzonder ruim zo niet statig en goed onderhouden met een schitterend uitzicht. De tuinen zijn groot, vol bloemen en er is zelfs een stenen prieel waar je met heet weer kan zitten in de schaduw en de wind. Het huis staat nog vol met spullen uit zijn tijd. Voor de toerist is het prachtig, voor Napoleon zelf zal het hebben gevoeld alsof hij spullen bij de dump of de tweedehands winkel heeft gehaald. Zijn exclusieve smaak heeft niets te maken met de inrichting al zijn de keurig gebeitste kasten een appeltje voor mijn ogen. Er staan verschillende gidsen die me een verhaal vertellen bij elk vertrek. Er is een grote hal, wat eigenlijk gewoon een deel van het huis is. Er is een woonkamer, een slaapkamer, een kamer waar hij dood is gegaan (maag kanker) en opgebaard heeft gelegen, een fraaie badkamer voor die tijd en nog meer verschillende ruimtes die vol hangen met zeer mooie pentekeningen, anekdotes en schilderijen. Heel bijzonder om hier te zijn. Alhoewel weinig mensen warme gevoelens bij Napoleon Bonaparte hebben is het echt een hele speciale plek. Een deel van de meubelen staan inmiddels in een museum in Parijs opgesteld. Er wordt dan schriftelijk ook meerdere malen excuses voor gemaakt. De soberheid die het geheel nu uitstraalt is misschien daarmee ook beter om de sfeer te creëren van toen. Al zal de man hier ongelukkig zijn geweest, momenteel zouden verschillende rijke mensen er een klein fortuin voor over hebben om in een ‘lodge’ met een uitzicht zoals dit te kunnen verblijven.

Op weg naar Sandy bay. Hmm, geen Sandy Bay, we volgen wel de verkeersborden maar we gaan niet werkelijk naar het strand in het oosten van het eiland. We stoppen wel voor een fantastisch uitzicht op een rotsformatie. James is nog niet hier, hij is met een paar mensen naar de bank. Hij zou zich als een kind in een snoepwinkel voelen. Geen steen is hetzelfde voor geologen. Lot is de steenformatie waar we naar kijken. Officieel Gates of chaos’ genoemd naar de wilde vormen van stenen en bergen. Er is geen flora te zien op de witte, bruine en rode stenen. Het geheel is vernoemd naar de bijbelse Lot die in steen veranderde. Bij hem staan in de rots formatie; Lots vrouw en kinderen.

We gaan verder naar het ‘Governance house’ met vijf grote schildpadden in de tuin. We zien er maar drie maar een van de drie is waarom we hier gaan kijken. Jonathan is namelijk al 181 jaar oud. Hij is net zo groot als een motorkap van een middelgrote auto en heeft een reusachtige grote kop. Als we zijn weggesmolten bij het schitterende huis van de Governer, (en het tennisspel van hem met twee vrouwen hebben aanschouwd) wat door de Britse Belastingbetaler wordt betaald, gaan we verder naar het naar het (Nederlandse) fort wat boven de rots van de stad is gebouwd. Hier is ook de Jacobsladder die vroeger werd gebruikt om met wagonnetjes spullen te vervoeren van de haven naar het fort. Inmiddels is het een trap met grote treden. Zoals gisteren bedacht of me bedacht moet ik eigenlijk zeggen, ren ik de trap niet op en af in 10 minuten. Wulf vind het wel een goed moment om zijn vader en de groep gedag te zeggen, aangezien het enige wat nog rest, de terugweg naar de stad is. Ik vind het prima maar dan wel met een record poging. We gaan rennend - op volle snelheid- van de trap af. 699 treden is een heel eind. Wulf gaat eerst en ik volg hem in zijn voetsporen. We racen de trap af. Het enige waar ik me op moet concentreren zijn zijn voeten. Het is inderdaad een enorme afstand maar we blijven gaan. Op een gegeven moment zwakt hij af en ga ik vooraan lopen, rennen dan. De diepte die je zit als je halverwege bent, ongewoon. Ik snap niet dat mensen dit voor de lol lopen, zeker niet omhoog en dan ook nog een keer omlaag. Bij de laatste treden probeer ik mijn tas al van mijn rug te pakken om mijn telefoon wat tevens mijn timer is op het juiste moment stil te zetten. Ik heb de tas voor me hangen, neem de laatste tree, ik sta stil en ..ik stort ter aarde. Mijn benen begeven het. Geen kracht meer. Nu weet ik hoe verlamde mensen zich voelen. Totaal en algeheel geen kracht, energie of controle over mijn bovenbenen. Ik kom hard terecht op mijn knieën maar in de tussentijd kan ik wel mooi mijn tas openen om mijn telefoon te pakken. Net iets over de vier minuten. Haal daar de begin seconden vanaf en de eind seconden en ik heb het in minder dan vier minuten gedaan. Ben trots op mezelf, minder op het idee om naar beneden te rennen. ‘Wat denk ik soms wel niet’. Wulf vraagt of alles oké is. Hij heeft er net iets langer over gedaan maar zeker een goede snelheid. Tijd voor drinken en zitten. Ik veeg het beetje bloed wat ik op mijn knieën heb af en we gaan richting Ann’s place waar ze een mooi park voor de deur hebben.

Na even rustig gezeten te hebben, trek ik er voor een uurtje even zelf op uit. Even naar het museum, de winkel en het postkantoor. Om twee uur begint onze historische wandeltour bij de oude poort van de stad

De gids verteld over het schip in de haven wat nog steeds op de zeebodem ligt. Bij laag tij zie je nog steeds een stuk metaal boven het water uitkomen. Er zou brand hebben gewoed, waarna het schip ten onder is gegaan. Gisteren hadden we de mogelijkheid om er rond te snorkelen. Nog Stephen, nog Wulf of ik zijn er naar toe gegaan om het beter te bekijken.

Onze gids vertelt vol liefde over zijn eiland en vertelt hoe de smeltkroes van slaven, Aziaten, gevluchte boeren uit Zuid Afrika tijdens de Boerenoorlog en zeelieden het eiland hebben bevolkt. De wandeling gaat verder naar de kerk. De eerste anglicaanse kerk op het zuidelijke halfrond. We betreden de kerk en nemen plaats op de houten banken. Mij is geleerd dat als je ergens binnenstapt, je je hoofddeksel en zonnebril afzet. Beide voor respect. Een aantal mensen (vooral de Fransen en Amerikanen) nemen hun hoed niet af. Dan naar het gerechtsgebouw waar we binnen mogen. De gids heeft de sleutel en het is natuurlijk fantastisch dat je als simpele toerist zomaar in een gerechtsgebouw mag zitten ‘waar het allemaal gebeurt’. Heel uniek. Het eiland heeft zijn eigen rechtssysteem wat gebaseerd op het Engelse rechtssysteem. Als ze een nieuwe wet willen hebben, dan komt er een ‘supreme court’of hoger gerechtshof aan te pas. Gaar van het rennen van de trap nemen we graag de drankjes aan die onze gids uit zijn auto haalt. De tour is nog niet klaar maar Wulf en ik verlaten de groep om in het park bij Ann’s te gaan liggen. Gaar, helemaal gaar, op, moe, zere benen. Dit word pijn lijden morgen en de dag erna en de dag daarna.

We zijn dus moe en willen even inzoesen. Een kleine ‘power nap’ of ‘cat nap’. We gaan echter bij een aantal vogelaars zitten. Het zijn gelukkig niet de –twee halen , 1 betalen- rode jassen exemplaren maar Trish, Val en Richard. Nochtans praten ze over elke vogel die langs komt gevlogen en moeten ze overal foto’s van maken. Maar als ik er zo over nadenk; de laatste 5 weken hebben we geen vogels gehoord. Alleen echte landvogels zingen hun lied. Dat getjilp waar we anders niet echt bij stilstaan was er niet. We drinken op het gemak wat en als de tour ten einde is komt papa-Wolf ook bij ons zitten, later gevolgd door Andreas, Clive en Stephen. Ik ben door papa-Wolf uitgenodigd om mee te gaan eten bij het Filippijnse restaurant ‘the Orange tree’. Vandaag is er geen diner aan boord. Alhoewel iedereen op het hart is gedrukt om in de stad te gaan eten en dit keer niet op het schip, zodat het personeel na zo’n lange reis eindelijk ook een wat langere dag kan vrij hebben, zijn er toch mensen die het vertikken om zelf ook maar iets extra’s te betalen. Personeel moet voor deze (drie) mensen dus wel terug naar de boot, beetje triest.

Na het eten gaan we terug want de boot vertrekt vanavond weer naar onze volgende bestemming. Ik heb Sharon, de vrouw van Conrad gedag gezegd. Zij blijft hier en neemt de volgende boot naar Kaapstad. Er wordt een vliegveld op het eiland aangelegd maar dat is nog niet klaar. Conrad aka Connie gaat met ons mee naar Praia, Kaap Verdië. Vandaar uit vliegt hij naar de UK. Eindelijk heb ik het plan van die twee doorgrond. De dag op het eiland was heerlijk en ik kan zelfs zeggen dat het als een soort vakantie voelde in plaats van een reis. Wulf en ik gaan nog even naar het voordek 3. De sterren zijn schitterend en op het noordelijk halfrond worden we nu eenmaal niet getrakteerd op de Melkweg. Als Wulf richting de andere kant van het dek loopt, ziet hij twee enorme stalen pilaren over het hoofd die kunnen dienen om de touwen rond te hangen. We denken dat we alleen zijn maar als hij zich een ongeluk stoot aan dit ijzer, horen we een dek boven ons Janice, Kirsten en het Schotse stel vragen of alles goed met hem gaat. Ik lig natuurlijk weer helemaal in een deuk (leedvermaak). Vervolgens wordt aan mij gevraagd of het ook wel goed met mij gaat, aangezien ze denken dat ik aan het huilen ben. ‘Ja, het gaat,’ zeg ik. Al pis ik bijna in mijn broek van het lachen. Slechte ikke. Als we denken dat de kust veilig is, gaan we verder met de zoensessie die we gisteren onderbroken hebben. De maan, de sterren, Orion, het 'Southern cross', af en toe een vallende ster, de reis krijgt een speciaal tintje. Het is ‘bijna’ romantisch te noemen als we samen bij de boeg onder de sterrenhemel staan.

 

Richting Ascension (dag 1 van 2)

Eerste Paasdag 20 april,

08.45 uur: Spierpijn! En een enorme blauwe plek ter grote van een sinaasappel onder mijn linkerknie. Schrammen en iets van blauw onder mijn rechterknie.

Aan het ontbijt. Ben bij Clive aangeschoven. Iedereen begint over mijn rode vlekken in mijn nek en op mijn armen. ‘Nee, het is niet verbrand, het is spierbalsem’. Het is ook zo intelligent om 699! treden naar beneden te spurten. Serieus, hoe heb ik kunnen denken dat 699 grote treden geen effect zou hebben om mijn spieren. Goed, Clive zit niet te zeuren en wil zelfs een sneetje toast voor me halen zodat ik niet ‘lastig word gevallen’ door alle vragen. Hij heeft gisteravond Wulf-cup en mij horen praten. We stonden voor zijn cabin buiten. Oeps. We zijn heel voorzichtig in het feit dat niemand ontdekt wat we ‘uitspoken’.  Maakt het meer speciaal en daarbij voelen we ons als pubers en dat gevoel is net zo leuk als toen we het echt waren.

11.30 uur: Rinie ‘Bericht van Janice. Er zijn verborgen paaseieren op deck 3 en in de lounge. Gevonden eieren mogen….. bij Rinie  gebracht worden.’ De wereld op een boot.. dagen, weken met dezelfde mensen. Het lijkt absurd maar soms voelt het alsof het een grote familie is. Alsof je in een groot drijvend huis woont, met generaties, ooms en tantes. Heel apart. En dit, paaseieren zoeken wat door iemand is opgezet is gewoon leuk. Leuk dat iemand de moeite neemt, al heb ik zelf niets met Pasen.

Vandaag word een rustige dag. Ik sla de 10.00 uur lezing van Albert over. Hij gaat iets vertellen over de lengte, en breedte maten van de wereld. Wiskunde is nooit mijn sterkste vak geweest. De berekening van gaan en niet gaan is dan ook snel gemaakt. Met kussens achter mijn rug en rustige muziek, staar ik van beeldscherm naar buiten en terug. Buiten zijn de tropische temperaturen aangebroken. Er is bijna geen wind. De vlag op de boeg hangt slap. Het zal niet meer worden vandaag dan naar buiten gaan en rondjes lopen in zon en schaduw en binnen in mijn ‘walking fridge’ schrijven.

Na de lunch met onder andere het leuke stel Charles en Mary uit Edinburgh,  terug naar de routine van de morgen.. naar binnen en naar buiten. Buiten is het zoniet kalmer dan vanmorgen en de boot schommelt zo rustig dat ik mezelf er soms aan moet herinneren dat ik op een boot zit. De zon is fel en in het water is niets te zien. Dat is voor de keren dat ik kijk. Clive heeft namelijk twee Sperm whales gezien, in de verte. Zonder verrekijker had je ze niet gezien. Verder zijn er heel veel vliegende vissen maar geen vogels, weinig te zien, maar toch altijd wel iets. De rest van de middag in mijn privé vertrek gebleven, al dan niet omdat mijn benen nu best wel last hebben van die spurt op de trap.

18.30 uur: Re-cap van Rinie over onze vooruitgang in de reis. Teun, de machinist, houd de Gerbils (hamsters) rennende in hun kleine ren-radjes, zodat we de 12 a 13 knopen blijven varen. Conrad verteld 10 minuten over zijn politie werk en dat op St. Helena. Hij is 27 jaar geleden voor het laatst op het eiland geweest en is benieuwd wat er allemaal is veranderd. De ‘Saints’ zelf willen zelf niet deelnemen in het politie korps omdat ze het te saai vinden. Politiemensen moeten op het vasteland van Engeland worden gecharterd. De afgelopen jaren is het politie team een stuk officieuze geworden. De toekomst van St. Helena zal rap veranderen als het vliegveld af is. Op het moment word daar druk aan gewerkt. In eerste instantie is het om de toeristen te krijgen, later zal het overgaan naar een militaire vliegbasis. En we krijgen een  aankondiging van Niki (Tasmanie) dat er vanavond een quiz-night is. ‘Nee, niet weer een quiz!’ Ook dit keer kom ik er niet onderuit. Of we moet ik eigenlijk zeggen. Wulf wil eigen film kijken in mijn kamer met een fles rode wijn. Natuurlijk heb ik daar veel meer zin in dan van die kansloze vragen te beantwoorden. We kunnen helaas onze ploeggenoten niet in de steek laten. We krijgen er zelfs een bij; Rinie. De vragen in de quiz zijn een allegaartje van alles. In de categorie ‘eten & drinken’ en foto’s van ‘steden in de wereld’ scoor ik in mijn eentje wel heel goed. Andere teams verzieken alleen onze score door ze niet goed na te kijken. En wij zijn natuurlijk te lui om te checken of ze ons wel goed hebben nagekeken. We winnen dan ook niet. Stom spel!

Richting Ascension (dag 2 van 2)

21 april,

07.45 uur: Wake up call van Rinie. ‘Het is heerlijk weer en we gaan voorspoedig in deze rustige zee.’ Nou dat is het positieve nieuws voor vandaag want ik heb een spierpijn! Niet normaal. Wist niet dat ik zoveel spierpijn kon hebben in mijn bovenbenen. Vooral mijn rechter bovenbeen doet zeer en ik kan niet of nauwelijks op mijn hurken zitten. Mijn rek en strek oefeningen die ik meestal in de morgen zijn niet volledig te doen en ik geef me als een geslagen hond over aan de pijn.

08.30 uur: Ontbijt. Mijn schatjes (Marie-Jane, Melanie en Johny) weten het precies. Kamertemperatuur appelsap.. Het staat nooit bij de fruitdranken maar als ze me zien gaan ze het speciaal voor me halen. Heerlijk die mensen die het snappen.

10.00 uur: Ali lezing over ‘Schildpadden op Ascension’

Op het eiland Ascension vinden we de Groene schildpad. Deze schildpad die een lengte heeft van 1,5 tot 1,7 meter, 250 kg kan wegen en 60 tot 100 jaar oud word, migreert van Brazilië naar Ascension. Deze migratie duurt van zo’n zes weken tot vijf maanden en in die vijf maanden eten ze ziet. Het is daarom waarom deze dieren zo’n groot lichaam hebben, kijk naar de walvissen; deze eten veel in een keer en reizen dan terug. Door hun omvang is het voor ze ook makkelijker om aan land te komen. De vraag is.. Hoe kwamen ze daar? Fossielen wijzen uit dat de schildpadden deze migratie al voor 10.000 jaar doen. Deze dieren leven al wel 150.000 jaar op aarde. Misschien zijn een paar eenzame schildpadden aangespoeld en hebben zich daar vermenigvuldigd. Duidelijk is wel dat vrouwtjes elke 3 tot 4 jaar terug komen naar Ascension en mannen bij elk jaar. Ze keren altijd terug naar de plek waar ze hun eieren hebben gelegd.

Op Ascension zijn 32 stranden. Longbeach heeft de grootste populatie en in 2001 waren er wel 5191 nesten geteld. De cijfers variëren enorm en niemand weet waarom precies. Als voorbeeld; in de zomer van 1998-1999 waren er 13.882 nesten.

Vrouwtjes schildpadden zijn volwassen als ze tussen de 20 en 30 jaar zijn. Ze leven dan in Brazilië en vertrekken als ze geslachtsrijp zijn naar Ascension. Het broed seizoen begint in december en duurt tot juli, met een piek in maart. De vrouwtjes worden bevrucht in het water, op de bodem van de zee. Ze kan van verschillende mannetjes zwanger raken en kan zelfs sperma opslaan om later haar eieren te bevruchten. Als de zon onder is gegaan komen ze aan land. Ze graven een kuil, als ze niet gestoord worden, van 1 meter diep en twee meter in omvang. Per leg, leggen ze 120 eieren en als ze deze eieren aan het leggen is, gaat ze in een soort van trance. Het leggen van de eieren gebeurt meestal tussen 22.00 uur en 02.00 uur. Ze probeert haar eieren te bedekken door er een laag zand op te schuiven. In totaal komt ze nog drie tot vijf keer aan land om in totaal rond de 500 eieren te leggen. Als ze het nest verlaat maakt ze verschillende ‘dwaal sporen’ om de vijand te misleiden. Het vrouwtje gaat hierna op de bodem van de zee liggen en rusten. Ze komt  1x per uur boven om adem te halen. Na 60 dagen komen de eieren uit. De temperatuur bepaalt de sexe van het dier; als de gemiddelde temperatuur hoger dan 29 graden was, dan word het een vrouwtje. Alles wat 29 graden precies was; een mannetje. De eieren komen altijd in de nacht uit en meestal in mei. Ze wegen 25 gram, zijn vijf centimeter groot en ze doen er drie tot vijf dagen over om uit het ei te komen. Als kleine opwind-speelgoed-beestjes flapperen ze met hun voorpootjes/vinnen richting het water. Zouden ze dit overdag doen, dan worden ze het slachtoffer van de landkrab, de Frigate vogel, honden, katten, vissen in de zee en is het veel te warm in de zon.

Helaas zijn er in de loop der jaren verschillende bedreigingen voor de diertjes geweest zoals mensen op het strand die de dieren kunnen wegjagen. Honden en katten die de eieren opgraven en opeten, horizon vervuiling door teveel licht. Gelukkig word er op het moment hard gewerkt aan het beschermen van dit jaar en zijn er meerdere maatregelen genomen.

Na de lezing hou ik me weer braaf bezig met mijn lichamelijke conditie. Dat betekend in dit geval een half uur langs de railing van  deck 4 en vijf lopen. Via de intercom klinkt onze volgende opdracht voor vandaag; laarzen poetsen en terugbrengen. De boot vaart onder de regels van de IATO en de passagiers horen zich daar ook naar te gedragen. Geen betreding van kwetsbare grond met pollen of zaden van je eigen schoenen. Vanaf Ascension zullen we ze niet meer nodig hebben en daarbij hebben we ‘droge’ landingen, kortom geen halve salto over de rand van de Zodiac in de branding. Er is een vliegende vis op het laarzen-scrob-dek terecht gekomen. Brent gooit hem terug in zee maar ik denk dat de vis al overleden is. Fascinerend om te zien hoe groot de vinnen, of eigenlijk, de vleugels zijn. Als ik mijn laarzen heb weggezet in een labyrint van rubber en alle andere laarzenpoetsers zijn verdwenen, kus ik snel Wulf, buiten de camera’s en nieuwsgierige blikken om.

12.10 uur: Bijeenkomst over Ascenscion. We moeten tekenen of we gebruik willen maken van de schildpadden-tour in de avond en de excursie inclusief lunch die we morgen beide krijgen. Vervolgens (er is vandaag toch heel weinig te doen) krijgen we de volgende opdracht; Zwemvesten en (reddings) tuigjes aan de buitenkant van de kamer hangen. Omdat morgen verschillende mensen ons gaan verlaten en er misschien wel mensen bij komen, moet alles gecheckt worden. Ben bang dit ik een tuigje niet kan vinden en de kamer is nu ook weer niet zo groot.

12.30 uur: Lunch

15.30 uur: Lezing James over 'Geology of Ascension Island'

 'The dreariness of this island. Surpassed all the horror of Easter Island and Tierra del Feugo even without the assistance of snow'

By: George Forester (Naturalist to captain Cook on HMS Resolution, 1772-1775)

Ascension is op de breuklijn tussen Afrika en Amerika gelegen. De 'hotspot' ligt op het Afrikaanse continent. Ascenscion ligt echter 80 km verder, op de Amerikaanse continentale plaat.

 De Scoria cones op het eiland zijn de meest prominente in het landschap. Ze verschillen van kleur; rood als er veel ijzer in zit, zwart als het nog 'vers' is. Ze zijn niet altijd perfect van vorm omdat er door de harde wind van de oceaan erosie ontstaat, anderzijds door water 'flash floods' als er stromen water door de regen van de bergen af razen.

Georgetown, de hoofdstad van het eiland heeft een berg die 'Crosshill' heet en dat is een vorm van een 'Scindy cone'. In het meest westelijk gedeelte van het eiland ligt de bodem bezaait met gestolde lava stromen van basalt en 'Benmoreite' composiet.

Alle moeilijke woorden die hij gebruikt zal ik achterwege laten. Wat ik echter wel heel interessant vond waren de verschillende vulkanen:

Klassieke eruptie benaming:

- Hawaiian: mild

- Strombolie: vernoemd naar de vulkaan tussen Italië en Sicilië, geeft ploefjes

- Vulcanian: Eolian Island bij Italië. Grote knallen

- Plinian of Vesuvius: tot 30 km hoge aswolk (zoals Vesuvius in 1631 waar 4000 mensen omkwamen door vervuilde atmosfeer. Of Mount Helena in de VS)

- Tambora: in 1815 de grootste eruptie, die van de Krakatau in Indonesië. 160 kubieke km aan lava is er toen uitgespuugd. Er was een aswolk tot 35 km hoog. 71.000 mensen kwamen hierbij om, waarvan maar 1200 van de directie uitbarsting. Er was dat jaar geen zomer.

- Ultraplinian: Dit type uitbarsting is er nog niet geweest. Deze zou tot 45 km hoog in de atmosfeer komen.

- Toba super Vulkaan: Deze zou een winter van 6 tot 10 jaar veroorzaken en zou qua omvang 100x groter zijn dan de Tambora.

Na het diner loop ik terug naar het restaurant. Ik heb weer een pak vruchtensap nodig voor onze wodka, die Wulf op St. Helena heeft gekocht. Dit keer wil ik niemand in problemen brengen. De dames en heer van het restaurant zijn super lief dus ik wil niet dat ze op hun kop krijgen omdat ik iets wil. Ik besluit maar naar Mark te vragen en in mijn pure onschuld om een pak Jus d’Orange te vragen. ‘Oh, zeker je eigen drank meegenomen?’ vraagt hij. Ik knik onschuldig ja. ‘Ik weet alles’, zegt hij..

Oh oh ‘alles?’ vraag ik mezelf af.. ‘Betekend dat hij weet van het vorige pak jus? Of van de deur die we open hebben laten staan waardoor er een golf water naar binnen kwam? Dat we handdoeken hebben gestolen om het droog te maken? Dat we vervolgens niets hebben gezegd, alhoewel we wel hoorde dat ze iets op het spoor waren? Weet hij dat we hebben gezoend? Hebben we het voor een van de camera’s gedaan? ‘Alles’ is wel heel veel..’ Ik besluit mijn pure onschuld langer uit te spelen en vertrek met een glimlach en het pak vruchtensap onder mijn arm naar mijn kamer.

‘Mark weet alles…’ zeg ik tegen Wulf. Hij haalt zijn schouders op.

Ascension

Jungle tuin | Schildpadden | Springende dolfijnen | 22 april,

Ik hoor de gangway vroeg, heel vroeg in de morgen naar beneden gaan. De ‘birders’ en de mensen die van boord gaan krijgen hun Zodiac tripje naar Boussevain Island bij het ochtendgloren. Right Said Fred, vertrekt ook vandaag, jammer.

07.45 uur: Wake up call van Rinie;  ‘Good morning, goedemorgen, bonjour, we zijn er, Ascension, super.’ Mijn benen.. mijn bovenbenen doen nog zo’n pijn. Of ze papiersneetjes om de vijf millimeter in mijn spieren hebben gekerfd…

Ons volgende eiland is weer in zicht. Tropische temperaturen, maar we zitten dan ook net onder de evenaar. Het eiland Ascension is droog en dor, vol stenen en rotsen wat hemel is voor James, onze huis geoloog. De vogels zijn weer terug en dit keer een stuk minder groot dan die we een aantal zeemijlen geleden achter ons hebben gelaten. De fregat vogel zullen we hier ook tegen komen. Twee jaar geleden nog een kolonie in Equador bezocht. Zit dus bijna op dezelfde breedtegraad.

Als de boot weer is geklaard mogen we aan land. We worden via de douane, waar nog braaf mijn tas door de scanner moet, doorverwezen naar een colonne aan witte LandRover Defenders. Clive wil niet bij stomme mensen zitten, zegt hij. ‘We nemen die witte, die daar staat en hij wijst naar een grote LandRover waar een klein knap gebruinde dame instapt. We worden gevolgd door de Wulfpack, Brent (crew) en Albert (crew). We zijn de eerste wagen die het parkeerterrein verlaat en worden gevolgd door de rest waar onze steeds kleinere club inzit. De Tazzies, het pasgetrouwde stel uit Tasmanie, hebben vanmorgen te horen gekregen dat de moeder cq schoonmoeder van Angus en Niki  is overleden. Eerder deze week werd Angus al via de intercom naar de brug geroepen. Later bleek dat dit was omdat familie belde over het feit dat het slecht met zijn moeder ging. Ze zouden eigenlijk Kaap Verdie als eindpunt hebben maar ze hebben het kunnen regelen dat er twee plekken vrij zijn gehouden in het RAF (Royal Air Force) vliegtuig, wat vertrekt van de Engelse luchtbasis. ‘Hoe erg, ben je op huwelijksreis moet je eerder naar huis omdat je moeder is overleden.’ Ook Right said Fred en Don the worldtraveler hebben ons verlaten. Janice, de Ozzie-Canadees, het Brits-Duitse stel en het Atlanta echtpaar (hij was rechter) zullen vanavond met hun ‘speciale’ vlucht richting de bewoonde wereld gaan.

We rijden door de enige ‘stad’ van het eiland, genaamd Georgetown. Het is niets zoals Tristan en al helemaal niets als St. Helena. Het lijkt een beetje of wereld oorlog III is uitgebroken of misschien nog wel WO II aan de gebouwen te zien. Het is zinderend heet. Er is overal donker asfalt en het lijkt alsof we op een inductie kookplaat lopen. Er is bijna geen mens te bekennen, wat ik niet gek vind. Iedereen zit waarschijnlijk voor, zoniet boven zijn airco. Jo, onze gids verteld waar we het postkantoor, de supermarkt, het museum en de bar kunnen vinden. Dat is dan meteen alles wat we een beetje zien. Het is bijna griezelig zo verlaten. Als we het dorp uitrijden, als je daar al van kan spreken, lijkt het alsof ze met wegwerkzaamheden bezig zijn. Alsof overal bergen grind en asfalt klaar liggen, een rommelig landschap. Maar niets is minder waar, dit zijn allemaal lava stromen geweest en soms zie je een fontein van lava wat gestold in de lucht hangt. Alsof water bij een ijstijd plots is bevroren.

We gaan richting een vogel kolonie (Birders blij..) waar ook James zijn hart kan ophalen. Overal verschillende stolsels van lava stromen.. iedereen blij. Hm, de vogels misschien iets minder blij. Misschien heb ik het al ergens laten vallen, maar door het overdreven gedrag jegens vogels, ben ik mijn interesse kwijt geraakt. Alsof het een stel vampieren zijn; ze vullen zich met mijn bloed wat interesse heeft in het vogelrijk en gebruiken het zelf wat tot een ongezonde drang leidt.

Het is warm, de zwarte stenen geven nog meer hitte af, het word tijd om de koelte op te zoeken. Jo, rijdt als een kleine Schumacher (al weken geen nieuws gehoord of gezien dus weet niet of hij inmiddels al overleden is of op wonderbaarlijke manier uit zijn coma is gekomen) de bergen in. De weg is scherper dan een haarspeldbocht en soms moet ze de auto in een bocht draaien om hem achter uit te laten glijden en vervolgens de dag te redden door een hellingproef uit te voeren.

We rijden een jungle aan planten in. Hoe bizar, zagen we net alleen stenen, lava, rotsen en nog eens stenen, alles droog en kaal.. en zie ons hier rijden tussen de varens, planten, bananenbomen en geiten. (huh? ja, er staan geiten aan het gras te knagen naast de weg) Helemaal bovenop de hoogste berg van het eiland zijn we in een klein paradijs aangekomen. Er staat een huis, een museum, er zijn een aantal kassen waar de inheemse planten en bomen nieuw leven word ingeblazen, er lopen landkrabben rond en er ligt een dooie rat te ontbinden.. Ik rook al zoiets. De flora conservatie van het eiland vind hier gedeeltelijk plaats. In de kassen word er jaren overgedaan om de kleinste varentjes en grasprietjes te laten vermenigvuldigen. In de tussentijd zijn ze bezig om uitheemse struikgewassen weg te kappen die het eiland lijken over te nemen. Hoog op de berg hebben we een fantastisch uitzicht over de vegetatie en kunnen we mooi ons vorige punt, de vogelkolonie bij zee zien.

We scheuren, nou ja, Jo dan, met alle auto’s weer naar beneden en komen terecht bij ‘Two boats’ waar een lunch voor ons is klaar gemaakt. Vanuit hier mogen we bepalen of we naar Georgetown willen, naar Comfortless Cove om te zwemmen, dit is namelijk de enige plek voor ons op het eiland om te zwemmen, alle andere hagelwitte stranden zijn eigendom van de mega-schildpadden of je mag terug naar de boot. Clive, the Wolfpack en ik gaan eerst naar ‘het dorp’ en daarna maken we van de Zodiac taxi’s gebruik om naar Comfortless te gaan. Voorheen heette dit piepkleine strandje Comfort Cove maar kort daarna werd het gebruikt als quarantaine voor zieke mensen. Met een bootje werd er eten gebracht naar het afgezonderde strandje en halverwege op het water werd dan de bel geluid. De gedupeerde op het strand konden dan verder de rotsen op en landinwaarts om hun voedselbrengers niet ook ziek te maken. Het was dus letterlijk niet echt comfortabel om daar te zitten, hence de naam.. Wij gaan er wel graag naartoe.. Wit strand, kristal helder water met een perfecte temperatuur, rotsen die je beschermen tegen de wind, heerlijk. Net een echte vakantie. Er zwemmen wat vissen rond en sommige onder ons (waaronder ikke) is zo intelligent geweest om een duikbrilletje mee te nemen. Ik leen hem alleen liever uit dan dat ik zelf naar de vissen ga kijken. Ik balanceer liever op het touw wat de lijn tussen veilig zwemmen en dieper water aangeeft.

Er zijn inmiddels al heel wat van onze mensen en ook is de blanke bevolking van de crew aanwezig. De Roemeen die we vaak in de nachtdienst op de brug tegen komen is in zijn nopjes. Hij vergezeld de jongeren zoals Alex (ook van de brug) Ralph uit de keuken, James, Wulf en mij dan ook bij het zwemmen. Wulf springt ongelukkig van de drijvende Zodiac af zodat hij zijn schenen (weer) open haalt. Ik heb inmiddels twee brandwonden van het touw en laat mezelf per ongeluk een gilletje ontglippen als blijkt dat een vis aan mijn pols zit te knabbelen. ‘Hhmm, ik eet hun niet, moeten ze natuurlijk niet aan mij beginnen te knagen, zo werkt het niet.’ Niemand gelooft me als ik zeg dat een vis me heeft gebeten en ga dan maar richting wat ondieper water. En verdomd, een tijd later; hap! In mijn kont! Wederom een kreet van ongenoegen en ik begin in mijn beste Jules de La Tourette Hollandse ziekten te roepen. ..Wat voor sommige bijzonder komisch overkomt. De vissen zijn stom en ik schop en sla in het water om ze uit mijn buurt te houden, wat wederom voor nog meer hilariteit zorgt.

Aan het eind van de middag word het hele strand geëvacueerd en gaan we allemaal terug naar ons moederschip dat in de verte ligt te dobberen. Na het eten ben ik zo moe dat ik even een heel klein tukje moet doen. Heel even maar, 20 minuten. Want om 20.30 uur gaan we weer aan land om naar de grote schildpadden te kijken die hun eieren komen leggen. Heel even een tukje.. Heel even. Ik word tussentijds wakker en ik kan nog zeker voor 10 minuten mijn ogen sluiten.. Heel even maar…

Ik hoor de deur van mijn kamer open gaan en zie Wulf met zijn tuigje om staan. Ik kijk op mijn horloge.. 10 over half 9. Shit! De boot gemist, letterlijk. ‘Ik dacht, ben je nu van mening veranderd.. Je wilde toch de schildpadden zien? Maar ik zag je niet bij de gangway, dus ik dacht, ik kom je maar halen.’ Aldus Wulf. Ik ben hem dankbaar en ben nog halfslaap dronken als ik mijn camera en mijn tuigje pak. Chips, laatste boot, nog net op tijd.

We komen weer aan in de ‘haven’ en daar word op het moment een grote vis schoongemaakt. Bloed overal, gatver. In het licht zie ik een stuk lager bij het strand een grote schildpad rondzwemmen. Ik kan dus eigenlijk al terug, want ik heb er nu een in het echt gezien. Wulf had geen zin, zijn vader had geen zin en die laatste ging dan ook met Clive en Conrad naar het café. Ik heb eigenlijk ook geen zin, ben heel moe en eigenlijk vind ik het een grote kermis. Blijkt des te meer als we eerst een film moeten bekijken waar het hele verhaal van Elli daags geleden nog een keer word herhaald. We hebben het begrepen, geen zaklampen met fel of witlicht en geen flits van de camera.

Als een kolonie pinguïns lopen we in het donker richting het strand. Vind er nu al niets meer aan. De groep moet verdeeld worden in kleinere groepen want we gaan kijken hoe die mega schildpad zijn eieren in een trance in het zand legt. Uiteindelijk blijft onze groep over; 22 man. Toch gaan we met z’n alle naar het strand en gaan we luid pratend rond de  schildpad staan om er vervolgens met zaklampen op te schijnen en met flitsen foto’s van te maken.

Sorry, maar begrijp ik de definitie ‘conservatie’ nu niet. Een van de dames komt naar me toe en vraagt of ik het niet interessant vind, of iets in die trant. Ik ben behoorlijk geïrriteerd door het feit dat alles wat ze zeggen, onzin is.. niets te kleine groepen, niemand die zich maar iets aantrekt van de zaklampen of het continue flitsen van de camera’s. Ik voel of ik samen met 21 anderen naar een barende vrouw met gespreide benen aan het kijken ben, om te zien wat er uit komt, walgelijk.. In mijn meest beheerste geagiteerde stemming probeer ik dit aan de dame in kwestie bij te brengen. ‘Ja, maar ze zijn in trance als ze eieren aan het leggen zijn, en dan merken ze niet wat er in hun omgeving gebeurt’ zegt ze. ‘Sorry, maar dan snap ik het niet..’ zeg ik en doe nogmaals mijn verhaal; ‘waarom proberen jullie de mensen te educeren over deze schildpadden, zodat ze in de toekomst ook nog kunnen leven, maar vervolgens niets doen als de mensen niet luisteren?’

 ‘Nog een iemand die met een zaklamp schijnt of een foto met een flits maakt en iedereen gaat van het strand!!!’ zegt mijn nieuwe vriendin.

Geweldig! Ik geef haar een schouderklopje. Top, meid. En zo hoort het. Niet dat ik altijd mijn zin moet hebben, maar we komen hier toch om te waarderen dat deze dieren er nog zijn? Zoveel informatie word er gegeven over hoe de dieren niet te storen in hun natuurlijke habitat en dan doen we met z’n allen dit.

Wulf en ik lopen met z’n tweeën terug en balen dat we zijn gaan kijken naar de barende groene reuze schildpad. Maar onze avond word goed gemaakt als we de Zodiac terug naar de Plancius hebben. In het licht van de boot zwemmen kleine
schilpadjes. Als opwind speelgoed flapperen ze met hun grote voorpoten in het water. Te schattig. En als bonus; er zwemmen dolfijnen naast de Zodiac als we aankomen. We gaan naar de andere zijde van de boot en daar komen continu dolfijnen voorbij. Zeker een groep van zeven vind ons net zo interessant als wij hen. Van een afstand horen we ze in het donker aankomen. Hun ademhaling klinkt precies hetzelfde als een mens dat aan het snorkelen is. Soms springt er een uit het water en ik moet hard lachen. Een salto krijg ik als cadeau. Ik moet nog harder lachen want dit is gewoon magie. Zulke mooie intelligente dieren die niet verder dan 10 meter van ons vandaan zwemmen. Hier word ik heel gelukkig van. Mijn tweede lachsalvo heeft misschien als resultaat gegeven dat de dolfijn nog een salto maakt. Zouden deze wilde dieren zo intelligent zijn dat ze reageren op menselijk gedrag? Ik weet het niet maar dit maakt zeker onze dag goed. Niet de reuze schilpad, al kan ik die enorm waarderen maar deze grijze geweldige dieren. Die ons stiekem net zo aan het observeren zijn als wij, tot laat in de avond.

Ascension

Comfortless Cove 23 april,

Vroeg in de morgen worden we gewekt voor onze pre ontbijt Zodiac trip naar Boussevain Island aka het vogel eiland. Ik ben moe, heb nog steeds spierpijn, hoofdzakelijk in mijn rechter bovenbeen en eigenlijk wil ik het gewoon overslaan al zou ik me schuldig tegenover mezelf voelen als ik dat deed.

Gelukkig verteld Rinie ons om 7 uur dat de golven te hoog zijn en dat we maar naar de gangway moeten kijken. Oke, dat gaat dus niet door. Kan ik mooi nog even bijslapen.

Rond half 8 word ik wederom gewekt. De boot gaat terug naar Georgetown en we krijgen een mooi uitzicht over het eiland.

Hhmm, toch maar even kijken dan, gordijnen open. Nee, geen uitzicht. Dan maar naar de andere kant van de boot. Ik ga eerst een kop thee halen en zie papa-Wulf met Maggie kletsen. Dat betekend dat de Wulf-cub alleen in zijn kamer ligt. Misschien tijd voor een ochtendkus. Ik breng de thee en de camera terug naar mijn kamer, doe mijn slippers uit en trip zo stil en zo geruisloos mogelijk naar beneden. Nog even checken of ik inderdaad wel het goede kamernummer heb onthouden. Ik voel me als een puber die op schoolreis is en stiekem naar een andere kamer sneakt. Ik gooi de deur open en … niemand. Hij ligt niet meer in zijn bed. Zal wel ergens buiten staan om te kijken naar de rotspartijen van de vaste grond. Ik kom Annika tegen en een stukje verder staat mijn ‘object van affectie’ maar nu staan we helaas in het vizier van anderen. We zijn er nog niet aan toe om dit prijs te geven. Ik word meteen aan de dolfijnen voorgesteld die met de boot mee zwemmen. ‘Bow riding’, ze zwemmen voor de boeg van de boot uit. Eerst zie ik er vier en dan stormen ze opeens met zeven stuk boven het water uit. Witte boobies vliegen naast ons.. Even kan ik me voorstellen hoe de ‘Garden of Eden’ eruit moet hebben gezien.

Het ontbijt is niet aangekondigd. We hebben een vrije dag. Geen programma, geen vaste tijden voor iets. Ben meteen helemaal van mijn à propos, moet ik ineens zelf weer gaan nadenken. Om tien voor half negen roept Mark toch om dat we kunnen ontbijten. Wat de rest van de dag in petto heeft..

Er word een taxi programma voorgesteld tijdens onze 09.10 uur bijeenkomst. De Zodiacs zullen naar Georgetown gaan en vanuit daar naar Comfertless Cove om vervolgens weer naar de boot terug te gaan. De eerste boten vertrekken een uur later maar Wulf en ik zijn nog te gaar. We trekken ons terug in de koelheid van mijn kamer en laten de aankondigingen van het vertrekken van de Zodiac aan ons voorbij gaan.

Vandaag een relax dag. Ik heb alleen zwemmen en zonnen bij Comfertless Cove op het programma. Wulf gaat nog voor de excursie die James heeft georganiseerd. (James, trots want die had meer gegadigde dan voor de birding-tour) Een geologische rondrit op het eiland. In eerste instantie wilde ik wel mee maar na zijn laatste lezing met alle Engelse benamingen van elke andere steen, in de hitte.. hmm, heb ik toch besloten om niet te gaan. Rond 11 uur besluiten we toch maar eens te gaan kijken of we een Zodaic-taxi kunnen nemen. Op dat moment zijn Mark en Ralph net bezig met de laatste voorbereidingen voor de BBQ op het strand. Net op tijd.. We helpen ze even mee en gaan zo als een van de laaste van de boot.

In Comfertless Cove aangekomen zijn er al heel wat mensen aanwezig. Het Filippino personeel heeft de tijd van hun leven en scharen samen. Ralph gaat beginnen met zijn BBQ waar de nodige faciliteiten al voor aanwezig zijn. Bij het ontbijt vroeg hoe of ik aanwezig was voor de BBQ, zodat hij vegetarische burgers voor me mee kon nemen. ‘Ik vind deze Ralph goed!’

Met gratis drank, zonnebrand, zwemmen zonder dat vissen me bijten.. (maar uiteindelijk wel anderen.. Ik ben dus niet gek..) en zon is het een heerlijke middag. Wulf, James en de rest die zich heeft opgegeven voor de tour, vertrekken rond een uur of 13.00 uur. Ik maak een mooie plek voor mezelf in de schaduw en ga met behulp van mijn koptelefoon, zodat ik afgesloten ben van de buitenwereld, bijslapen. Hard aan wat slapen toe.

Om half 4 word ik gewekt door Mark met de mededeling dat de laatste Zodiac naar de Plancius vertrekt.  Ik raap mijn spullen bij elkaar en we krijgen van Teun, onze chauffeur van vandaag, nog een kleine rondtour langs de rotsen om de Boobies van dichtbij te bekijken.

Aangekomen aan boord, bekijk ik het ‘aanwezig/afwezig’ bord en constateer dat de Geo-tour nog niet terug is. Ik draai mijn eigen kaartje:  ‘ik ben groen, dus terug op de boot’ ook weer om en ga me opfrissen in mijn kamer.

17.00 uur: Het anker word gehesen. We gaan richting Kaap Verdie. We zullen een deze dagen de evenaar overgaan. Met als het goed is een ´smerig bad´ voor de eerste die de evenaar per boot overgaan. Het einde van de reis is bijna in zicht en zoals de meeste trips, ben ik er nog niet klaar mee.

Richting Kaap Verdie (dag 1 van 5)

24 april

We hebben geen wake-up call. Na twee dagen echt vakantie vieren zijn de meeste toe aan wat rust. En dat is best grappig als je bedenkt dat sommige mensen opmerkingen maken over het feit dat er niets te doen of te zien is. Er zijn natuurlijk lezingen en je leeft van de ene maaltijd naar de andere maar ongestoord uitslapen is er niet bij. Mark maakt ons wel wakker om acht uur om te melden dat er ontbijt is.

10.00 uur: Lezing van Albert 'Meten van de aarde' Citroen - meloen - peer of aardappel

Meridianen VS parallel.

De omtrek van de aarde is berekend op 40.000 km, na een kleine herziening blijkt dit 40.008 km te zijn. ... En de aarde is niet rond..

1 NM, nortical mile = 1852 meter

In de Griekse oudheid werd al berekend dat er 360 dagen moesten zijn, waardoor dit verder werd berekend naar 360 graden.

Pythagoras vond dat de aarde rond was. Een andere wijsgeer Anaximes dacht dat de wereld vierkant moest zijn. Plato, de grote denker was het met Pythagoras eens maar uiteindelijk was het Aristotles die zei dat de aarde rond was en gaf daarbij zijn redenering op; hij dacht na over zwaartekracht, over de schaduw op de maan, hij bedacht dat de schepen over de 'ronding' van de evenaar gingen en hij ondervond dat de sterren 'veranderde' naar gelang je naar een ander werelddeel of halfrond reisde.

Geocentrisch is Heliocentrisch

Copernicus (1473-1543) bedacht dat de zon het centrum van ons universum was.

Plato deed een wilde gok hoe groot de aarde moest zijn en bedacht 70.000 km. Archimedes deed hetzelfde maar kwam een stuk dichter bij. Hij bedacht namelijk dat de aarde wel 50.000 km moest zijn. Erastosthenes (276-195) werkte in de grote bibliotheek van Alexandrië rond het jaar 230 (vc) en berekende met een meridianen arc dat de aarde 39.698 km in omtrek moest zijn. Hij calculeerde de hoek van de zon in Alexandrië, berekende daar de schaduw van een paal en voila..

Daarna waren het de Indiaase mensen, de Chinezen, de Perzen en Arabieren die probeerde de omtrek van de wereld te berekenen.

De eerste echte meridiaan lijn werd uitgezet in Europa door Jean Fernel (1497-1558), namelijk van Parijs naar Amiens en werd berekend in 1528.

De telescoop werd later uitgevonden door Sacharias Jansen Hanslipperhey uit Middelburg. Willibrord Snel van Royen (Snellius) berekend vervolgens de 'Triangulation' van Alkmaar tot Bergen op Zoom.

In het Parijse observatorium werden door Lodewijk de 14de, twee geleerde aangesteld. Deze moesten de herberekening van Frankrijk maken. Isaac Newton deed ook een herberekening en vond dat de aarde 'oblate' was, meloen-vorming. Daarna ontstond consternatie tussen de Cartesians en de Newtonians, over wie er gelijk had over de omtrek van de aarde.

Later werden er nog twee expedities gedaan om de juiste omvang van de aarde te berekenen. Onder andere door de Fransen en Spanjaarden die een meting deden in Peru. (Dit is nu Equador) en er werd een expeditie naar de Noordpool gemaakt door een Zweeds team met daarbij Anders Celcius, die later veel bekender zou worden met zijn eigen ding dan met het berekenen van de aarde.

Tot op heden is er geen juiste vorm van de aarde bekend. Of het nu een meloen, peer of aardappel is, we weten het niet. Een ding gebeurt nog dagelijks; de satellieten die om de aarde zweven zijn dit nog aan het berekenen.

12.30 uur: Lunch. Een leuk gesprek met Brent (crew) over de US. Hij woont in Montana maar ik kan me even niet meer voor de geest brengen of het bokkende paard met een rodeo cowboy het logo van de staat zijn. ‘Nee, dat is Wyoming,’zegt hij. O, ja Wyoming met Jacksonville en ‘the grand tetons’ en Yellowstone park en Old Faithfull. Montana heeft ook een deel van Yellowstone maar dan een klein stukje. Kan me even niet goed herrineren of ik in deze staat ben geweest. We hebben het over de schitterende natuur in de VS en het feit dat de meeste Amerikanen niet eens weten in wat voor schoonheid ze eigenlijk wonen. Gelukkig is hij een Amerikaan die het meeste van zijn land heeft gezien. Alles wat ik opnoem wat ik heb gezien in de VS, heeft hij ook gezien ook de plekken waar niet zo veel toeristen komen. Na de lunch terug naar de kamer en schrijven met de Italian Job op de achtergrond.

Rond vier uur even een paar rondjes lopen om maar buiten te zijn geweest. Pff, het is warm, alsof je onder een bloedhete douche hebt gestaan en alle damp in de badkamer is blijven hangen. De luchtvochtigheid is hoog. Op ‘mijn’ achterdek drie is een Zodiac zonder motor weggelegd die fungeert als zwembad. We kunnen hier verkoelend pootje baden. Een echte zwemslag is niet mogelijk al kan je wel helemaal horizontaal in de boot liggen. Het water klotst aan de kanten omhoog en zorgt al snel dat mijn kleding doorweekt is als ik er in sta. Andreas heeft al wel een verkoelende ‘duik’ genomen en komt net uit het bad. Via de omroep installatie worden de rest van de passagiers er ook even op gewezen dat het ’zwembad’ er ligt. Voorzover ons privacy badje. Geloof haast niet dat iemand hier gebruik van maakt of gaat maken. De meest hadden gisteren uber preuts allerlei kleding aan om te gaan zwemmen. Dan zullen ze hier ook niet verschijnen in badpak of zwembroek.

De volgende omroep volgt al snel. IJsje worden uitgedeeld in de bar..  Om te voorkomen dat de mensen oververhit raken. Beter gewoon de verkoeling van mijn kamer op zoeken met bezoek weliswaar.

Richting Kaap Verdië (Dag 2 van 5)

Oversteek naar het noordelijk halfrond | Evenaar 25 april,

Vandaag zullen we rond 12.25 uur de evenaar overgaan. Het dagprogramma ziet er een beetje saai uit en ik weet wel waarom. Om 10 uur is er een lezing van Albert over zijn reizen met zijn dochter over de lengte graden op aarde. De rest van de dag is een beetje vaag. Mocht ik nu niet het boek van Albert hebben gelezen, ‘Eilanden’, dan had ik waarschijnlijk niet geweten dat hij Neptunes of Poseidon speelt als we de evenaar over gaan. Op schepen blijkt het een belangrijk ritueel te zijn om te vieren dat je naar het zuidelijk of noordelijk halfrond gaat.

In de morgen zitten Wulf en ik in de Zodiac, ons nieuwe toegeigende zwembad en James komt erbij. Hij heeft een opblaasbare haai op zijn hoofd die als hoofddeksel dient. De middag word in mysteriën gewikkeld maar James is wel bereid om er iets over te verklappen. Eigenlijk niets meer dan dat ik al wist.

Het bad is heerlijk. Met de buiten temperatuur is dit de verkoeling die je kan hebben. Ik moet nog even snel wat halen in mijn kamer, ik kom Sam tegen en die zegt dat ik moet opschieten... We gaan bijna de evenaar over en hoe leuk is dit om dit ‘drijvend’ te doen.. Ik haast me snel naar het zwembad, geef het biertje aan Wulf. Stephen heeft inmiddels de ‘jonge honden club’ vergezeld en het aftellen begint. Sam maakt foto’s van ons als we een biertje laten rond gaan als een joint,  en we met z’n vieren dit moment mee maken. De evenaar al te voet, met de bus en per vliegtuig overgestoken, maar nog nooit met een boot, laat staan drijvend in een Zodiac vol met water.

Na de lunch worden we dan eindelijk getrakteerd op onze verrassing. Ik ben na de lunch terug gegaan naar de Zodiac maar werd al snel weggestuurd door Simon. Die moest natuurlijk zijn voorbereidingen treffen. Ik hoor de machine van de kraan aangaan en weet, al zie ik het niet, dat er een Zodiac van het Zodiac deck word getakeld. Deze word iniedergeval aan bakboord van de boot naar beneden gelaten want aan stuurboord zie ik niets. Vijftien minuten later, Rinie over de intercom: ‘Mensen kom kijken, kom naar de brug of het voordek. Zoiets nog nooit gezien. Kom toch kijken, dit is heel speciaal.’

Natuurlijk als brave burgers luisteren we allemaal en zo ik ook. Er is commotie aan boord. Iedereen wil nu weten wat en waar er wat gaat gebeuren. Ook ik ben benieuwd hoe ze dit in elkaar gaan zetten en voel me even een vier-jarige kleuter die de komst van Sinterklaas bij de haven staat af te wachten. Daar gaan de eerste klikkende camera’s. Een Zodiac ligt in het water en Brent staat aan het stuur. Hij zou een mooie zijn om tijdens de Gay-parade in Amsterdam mee te lopen. Het andere figuur wat met een 3-tand staat te zwaaien in een licht blauw Yomanda gewaad is Albert, verkleed als God van de zee, welke  je dan ook aan wil hangen, de Griekse of Romeinse. Hij vloekt en hij tiert; ‘Hoe durven jullie de evenaar over te steken zonder mijn goedkeuring! Jullie land-apen. Jullie moeten worden gestraft! Er hoort eerst aan de heerser van de zeeën gevraagd te worden of jullie van het zuidelijk halfrond naar het noordelijk mogen varen.’ Hij valt even uit zijn rol en is weer op en top Nederland; ‘Fuck you’!  roept hij ons nog na met de bekende middelvinger. Te grappig.

We worden vervolgens door de stem op de intercom verzocht om naar het achterdek van deck drie te gaan en ook hier bieden wij gehoor aan.

‘O jee’, ik zie het al gebeuren. Ralph de chef-kok staat voor een enorme bak met bruine drap erin. Dit is dus het ritueel: Je krijgt een bak met visresten-afval over je heen en je wordt gedoopt omdat het je eerste keer per boot over de evenaar is. ‘Oh NEE, te smerig!’ Iemand word al naar voren getrokken om te gaan biechten bij Poseidon die naast Ralph en de bak met drek zit. Het slachtoffer weigert echter en Rinie grijpt mijn arm. Ik ben de beroerdste niet en ik zal me wel als eerste laten dopen. Gelukkig heb ik mijn bikini aan met grote rode lap die als sarong dient, want dit gaat heel,  heel smerig worden. Ik moet op mijn knieën voor Albert gaan zitten. En hij gaat verder in zijn rol; ‘hoe durf je de evenaar over te steken zonder mijn toestemming en bla bla bla.’ Ik zie Ralph in de tussentijd al de grootste pollepel aller tijde volschepen en daar gaat een liter drek over me heen. Niet op mijn rug, niet op mijn borst maar loodrecht op mijn haar… JAKKES. Er komt nog een lepel met drek en nog 1…. Ralph laat de pollepel voor wat het is en gebruikt zijn bezem om de drek eens heel goed op mijn huid in te wrijven. Ik zie helemaal niets meer. Overdag met de felle zon draag ik standaard een zonnebril maar die is op het moment niets waard. De drek loopt van mijn haar, in mijn gezicht, de zonnebril zit helemaal onder en mijn bikini top is verdwenen onder de donker bruine korrel drek. Maar wat ruik ik? Godzijdank zijn het geen vissenlever, magen of graten, het ruikt naar chocolade… Jaaa, chocolade en zie met een half oog open twee flessen chocolade saus staan. Het is gemengd met iets van jam en brinta met muesli. Ik dank wie dan ook op mijn knietjes, dat het geen dooie vis is!

Mark staat vervolgens klaar met een tuinslang om me af te spuiten. Vervolgens maar even de Zodiac in.. O, overal ranzig spul. Mijn kin nog helemaal onder en mijn oren zitten helemaal vol. Na mij zijn er nog verschillende die zo sportief zijn om te gaan. Moet ik er wel bij zeggen, dat het meestal dezelfde zijn die zich laten meevoeren in het enthousiasme van de crew.

Elli heeft kosten nog moeite gespaard om zich om te toveren als een zeemeermin. Inclusief lang blond haar, groene lippen, een kroontje en een licht blauwe komo-zak waar vis-scubben op zijn getekend. James is een gehavende schipper, inclusief kapotte broek en shirt  met een haai op zijn hoofd. Simon heeft oranje vlechtjes, een roze zonnebril en uiteraard, hoe kan het ook anders, een (pluche) papagaai op zijn schouder, onze vogelaar. Rinie piraat heeft een zwart geschminkt gezicht en een lapje voor zijn oog. Sam ziet er uit als een schipbreukeling en Brent nogmaals, als iemand die klaar is voor Amsterdam of roze maandag in Tilburg.

Na mij worden onder andere Annika, Sue, de Wolf-pack, Clive, Erik (de Belg), Stephen en de Schotten uit Edinburght gedoopt. Heb ik mezelf bijna schoon, pakt de Schot me stevig vast en drukt mijn borsten tegen zijn net gedoopte chocolade lijf.. Terug naar de Zodiac.. Als laatste word Albert nog even te grazen genomen. Ralph keert de bak met prut boven zijn hoofd om en er zijn meerdere die zich graag in de rol zien om Albert eens een goede schrobbeurt met de bezem te geven.

Na de doping blijven nog wat mensen hangen op het achterdek. Zoals heel de reis is er van alles weer prima geregeld. Er staan drankjes klaar, er staat een plaat met hapjes en een 50 liter pan vol met punch... Op warme dagen zoals deze,  geldt het advies; voldoende blijven drinken. Dan doen we dus ook maar.

Sue, Albert,Simon Rinie en James zitten in de Zodiac met hun drankje, of ik er bij wil komen zitten. ‘Ja, natuurlijk.’ Het is feest vandaag. We hoeven nergens naar toe, we hoeven niet naar huis te rijden, eten te koken of op tijd naar bed want morgen moeten we niets en hoeven al helemaal niet te werken.. Genieten dus, lachen en in de tussentijd scheppen we rustig de punch leeg. Wulf komt erbij, Stephen komt erbij en met overreding kracht komt ook mijn Franse vriendin Annika erbij.  Het water gaat van donker bruin en brinta vlokken (ja, het is eigenlijk te smerig, maar een lol..) naar licht bruin met punch fruit op de bodem. Het lijkt of we echt op vakantie zijn en met wat vrienden in jacuzzi of hottop zitten. Na anderhalf uur gebadderd te hebben en het zeewater eindelijk gefilterd is in doorzichtig water, vinden we het genoeg. Onafhankelijk van elkaar gaan Wulf en ik uit het bad en zien we elkaar later weer.

Na het diner, wat weer een feestje was, gaan we richting de bar waar we al een tijdje niet geweest zijn. Inmiddels hebben sommige natuurlijk allang uitgevogeld dat de cub van de ‘pack’ en ik elkaar wel heel vaak zien. Zo melde Annika vanmiddag dat het beeld van de camera boven de Zodiac, heel goed te zien was op de brug. Aangezien er bij het oversteken van de evenaar er heel wat mensen op de brug waren en het beeld nog al duidelijk is, ben ik bang dat de meeste het nu wel weten. Maar ach, wat maakt het uit. We zijn jong, single, hebben aan niemand verantwoording af te leggen en zijn zo vrij als vogels.

We sluiten met Andreas en Clive ons laatste drankje van de avond op deck 6 te doen. Achter de brug staan mooie banken waar we heerlijk naar de sterren kunnen kijken.

Richting Kaap Verdië (Dag 3 van 5)

Verjaardag 26 april,

‘Goodmorning birthday-girl’. Het zijn de eerste woorden waarmee ik wakker word en ik prijs mezelf gelukkig. Op een bootreis van Antarctica naar het noordelijk halfrond – dozijnen nooit geziene dieren ontdekt – avonturen beleeft en de knapste jongen van de boot gestrikt, wat wil ik nog meer? Mijn verjaardag cadeau zijn pijnstillers (heb nog steeds spierpijn in mijn bovenste been) en een van de meest kostbare dingen aan boord – het goud van het schip – waar muiterij voor zou ontstaan en waar mensen over klagen als het er niet is: ..een banaan. Maakt niet uit waar ter wereld je bent, als er geen bananen zijn, dan is het knudde. Hier aan boord zijn ze goud waard. Je legt er een weg in de fruitschaal, je knippert 1x met je ogen en weg zijn ze. En ik heb de allerlaatste. Tenminste dat denk ik. ‘Connecties in de keuken’, zegt Wulf en dat geloof ik meteen.

De 10 uur lezing slaan we over. Ieder gaat weer zijn eigen weg en ik probeer weer het een en ander op papier te krijgen. De reis loopt nu echt op zijn einde en ik baal ervan. Mijn ultieme vrijheid, al is het op een paar vierkante meters, is binnen een paar dagen verdwenen. Ik zal mijn eigen dagen moeten terug lezen om te begrijpen wat er de afgelopen tijd is gebeurt.

Na de lunch komen mijn ochtendtraktatie en ik elkaar weer ‘tegen’.  Ik opper het idee om met wat bubbels in het zwembad te gaan zitten. Ik denk dat er geen betere manier is om je verjaardag te vieren met champagne in een bad. Al in mijn bikini gehesen ga ik richting de bar om een fles Cava te halen. Ik hoop dat ik heb duidelijk gemaakt dat ik voor de ena bovenste op de wijn kaart ga. De goedkope versie is uitverkocht en een fles van 75 euro vind ik teveel van het goede. Zeker omdat ik er voor vanavond ook al een besteld heb. Wulf gaat boven op de brug regelen dat het zwembad weer volloopt (en de camera uitstaat) , aangezien er nog een bodem van water in staat en de resten van de fruit punch nog duidelijk herkenbaar zijn.

Heb vanmorgen op eigen initiatief het achterdek maar even opgeruimd. Nog verschillende bierblikjes en plastic glazen liggen her en der verspreid. ‘Sharky’ en ‘Albatros’, de plastic opblaasdieren drijven als stille getuigen tegen de wand van de boot. Met een gevulde koeler en twee glazen in de hand lopen we naar beneden. Gelukkig zit alleen Stephen daar een boekje te lezen. Als we eenmaal in het bad zitten, gaat de brandweerslang met zeewater aan en zitten we in de kortste keren in een bad waar je zeker drie slagen naar de overkant kan maken. Kirsten komt nog even langs en vergezelt ons voor een half uur. Later worden we alleen gelaten, het is alleen jammer van die ordinaire camera die boven de Zodiac hangt. ‘Staat die aan of uit..?’

Voor het eten en de re-cap zien enkele van ons nog twee zwarte vinnen boven het water uitkomen. Het zijn geen dolfijnen. Wulf zegt dat het eventueel haaien kunnen zijn maar dit sluiten we al snel uit. We vragen het Clive, die ze helaas net gemist heeft. ‘Het kunnen verschillende soorten walvissen zijn geweest’, zegt hij. Hij noemt er een paar op en enkele daarvan zijn zeer zeldzaam. We zullen het helaas nooit weten wat ik als extra verjaardag cadeautje vandaag heb gekregen.

We zorgen dat we een tafel voor ons zelf hebben; the Wolf-pack, Clive, Andreas en Stephen. Ik bestel nog een flesje bubbels die we met z’n alle bij ons voorgerecht gebruiken. Heerlijke Cava of Pro-secco, niet te droog, niet te zoet, precies goed. Papa-Wolf heeft nog een fles Argentijnse rode wijn uit zijn privé collectie meegenomen en Clive vult het druivensap aan en besteld nog een fles Malbec. Andreas geeft me zijn verjaardags cadeautje. Je moet behoorlijk infinitief zijn om met iets aan te komen, er is namelijk geen winkel open, of überhaupt in de buurt. Hij geeft me zijn laatste pak Lindt (Zwitsers uiteraard) chocolade met mint, toevallig wel uit de Falklands, een pakje
sigaretten, en die zijn op het moment heel schaars.., en een bon om een Gin-Tonic te halen bij Rosies bar. Nooit van mijn leven Gin-Tonic gedronken en op deze reis meer dan 1, naast cognac, whiskey’s en wodka. Ik heb het idee dat er toch wat mensen zijn met een slechte invloed.. Maar het is bij uistek een heerlijke na-middagse dorstlesser.

Bij het dessert gaan de lichten uit en de gevulde lange tafel in het midden begint mijn naam te roepen. Bij het ontbijt en gedurende de dag al door meerdere mensen gefeliciteerd. Het is totaal anders dan de voorgaande twee jaren, waar ik het niemand heb verteld. Ik weet dat er taart voor de jarige komt, dus waarom niet van te voren vertellen dat je jarig bent, ze komen er toch wel achter. Het geroep word luider en een vers gemaakte taart met vuurwerk word door Mark en zijn gevolg uit de keuken naar mijn tafel gebracht. Gelukkig wat camouflage op mijn wangen, anders zou ik zeker te weten gaan blozen. …29 jaar voor de zoveelste keer…

Na het diner, het is tenslotte mijn verjaardag en ik kan doen wat ik wil, gaan Wulf en ik voor op deck 4 zitten. Tegen de wand staat er een soort vierkante bak met een deksel wat perfect fungeert als lounge bank. De wind is hier wat steviger en de temperatuur is gelukkig afgekoeld. Overdag was het 32 graden. Het zeewater wat in de Zodiac werd gepompt is 27 graden. En ikke, die toch al niet heel goed tegen extreme hitte kan, vind een goede zeebries en verlaging in de temperatuur dan ook prima. Al zittend, muziek luisterend, staren we weer naar de sterren. We zijn weer terug in onze ‘eigen’ sterrenhemel, dat wil zeggen; op het noordelijk halfrond. Papa-Wolf komt langs gelopen en snel schieten we in een neutrale zithouding. Ook Stephen komt even langs en als twee brave schoolkinderen hervatten we onze ‘Zwitserse’  zit-houding. We kletsen even met Stephen en hij laat ons alleen, met een super Britse opmerking waar hij eigenlijk niets mee zegt maar tegelijkertijd,  alles..

Richting Kaap Verdië (Dag 4 van 5)

Relaxen 27 april,

We zijn gemist in de bar. Bij het ontbijt ‘beschuldigd’ Andreas mij ervan dat ik een bon voor een mix drankje krijg en het vervolgens niet kom halen. ‘Toch wel apart dat je er niet bent en Wulf-cup heb ik ook niet gezien…’ Tja, wat heb ik daar op te zeggen. Wulf red het verhaal en zegt dat we op deck 4 zaten. En we wijzen onze getuigen aan die dat kunnen conformeren; Stephen en papa-Wolf. Onze muziek stond daarbij nogal hard aan, dus het was moeilijk te missen.

10.00 uur: lezing Conrad ‘Invaders of the UK overseas territories’

Conrad, Connie laat ons een film van 18 minuten zien over de RSPB. Kort gezegd verteld het filmpje ons dat konijnen, ratten, ezels en schapen vernietigers zijn van de tere flora op de eilanden in de Atlantische Oceaan. De vogels op Ascension; Suki turn aka Wide Awake (zoals de douane-boten genoemd zijn op St. Helena en Ascension), Boobies, Fregat vogels en Naughtys (en de groene schildpad) worden bedreigt door de Feral kat. Op het moment zijn de katten voor het grootste gedeelte ‘verwijderd’. Alleen huiskatten bedreigen de vogels en hun eieren nog. Toen de Feral katten hun entree deden op Ascension (door de mens in het Victoriaanse tijdperk) verdween er 98% van de kolonies. Gelukkig zijn de aantallen nu in een stijgende lijn.

En wisten wij dat Charles Darwin 2x zoveel tijd heeft gespendeerd op Ascension, en dan vooral op ‘Green Hill’ waar we waren bij de kassen, het huis en het museum, als op de Galapagos? Nee.

Op Tristan word er jaarlijks een wedstrijd uitgeschreven voor het opruimen van ratten. Deze zijn vooral te vinden bij de Patato Petches. Anderzijds gebruiken ze rattengif om van de ratten af te komen. Ratten zijn een plaag voor mens maar vooral voor de inheemse vogels. Als een schip van Kaapstad vertrekt word deze nauwkeurig gecheckt op ratten.

Conrad verteld ons wederom het verhaal van de twee schepen die schipbreuk leden. De boot met de soja bonen heb ik al eerder vermeld. Er was echter een boot die olie verloor, dicht bij de Rockhopper kolonie. De Rockhoppers die besmeurt waren zijn toen naar Tristan gehaald en schoongemaakt met groene zeep, tandenborstels en föhns. Een deel van het zwembad (hebben ze een zwembad op Tristan? Ja.) werd leeg gehaald om de pinguïns in te plaatsen. De Plancius kwam daags aan na het ongeval en de gasten en bemanning heeft toen meegeholpen om de pinguïns te schrobben. De eerste stuurman destijds was Erwin. ‘Waarom is Erwin zo speciaal dan..?’ Erwin heeft namelijk een tijd gevangen gezeten in Japan omdat hij met Greenpeace op de Sea Shepard heeft gevaren tegen de walvisvangst. Vind ik interessant.. En ik waardeer deze mensen enorm. Of je nu voor of tegen het radicale gedrag van deze organisatie bent, ze  doen dit wel zonder enige vorm van egoïsme en ik vind dat knap. Respect!

Na de wijze woorden van Connie ga ik zonnen. Achter op het dek vind ik mijn affectie object die ook heerlijk in de zon geniet. De crew is bezig veiligheidszakken met spullen te herindelen. In de morgen in het in mijn nek geschoten.. Pijn.. Een jaar en en een dag ouder.. en ik voel het meteen. Met een kleine massage gaat het al beter en nadat mijn nek letterlijk ‘gekraakt’ is (wat een misselijkmakend geluid is) moet ik me morgen weer beter voelen.

12.30 uur: Lunch

Na de lunch probeer ik weer te schrijven. Als ik het niet doe vergeet ik het gewoon. Mijn hoofd is een rust modus en daardoor is het moeilijk om gebeurtenissen of kennis op te slaan. Gelukkig ben ik niet de enige. Wel een van de weinige die totaal oninteressante  informatie op papier zet om maar geen dag van de reis te vergeten. Mijn deur van mijn cabin gaat open en ik ben na dagen niet meer verbaasd wie er binnen komt. Ben heel blij dat ik een up-grade heb gekregen naar een tweepersoonskamer.

We zijn lui vandaag en slaan elke lezing van de middag over. Geen lezing om 15.30 uur waar ik meestal wel naar toe ga. En geen documentaire om 17.00 uur. Hier word meestal een National Geograpic natuurfilm getoond. De afgelopen tijd was dit ‘Life of mammals.’ Wulf en ik zijn graag bij elkaar en raken niet uitgepraat. .. Nog even zonnen dan op het voordek van 4. Hij heeft een wervel in zijn rug die niet goed staat. Komt dat even bekend voor.. Ik weet precies waar de pijn zit en ik krijg dan ook een 11,5 op de schaal van 10. Zo’n rapportpunt hebben we dan toch maar even binnen.

Om 16.00 uur word omgeroepen dat er weer ijs te halen is op deck 6. .. Het heeft inderdaad wat weg van een luxe cruise, afgezien van de gala-avond, het casino en de andere 940 passagiers. Voor mijn inzet word er een ijsje voor me gehaald die we dan ook in rap tempo moeten opslurpen.. IJs eten in deze temperatuur is een race tegen de klok. Niet alleen om het te halen (Mark roept om dat er ‘aasgieren’ aan boord zijn, dus je moet snel zijn om niets te missen.) maar ook om te eten.

De dag gaat verder. De zon is heet. We zoeken het al sneller weer koeler op. Om 18.30 uur treffen we de meeste stamgasten weer aan de bar en de re-cap begint weer met Rinie.

19.00 uur: Diner, inmiddels met een vaste club. Na het diner, standaard naar de ‘smokers lounge’ op deck 3 om vervolgens nog een drankje in de bar te gaan halen. Bijna, is het over.

Richting Kaap Verdie (Dag 5 van 5)

Laatste dag op zee 28 april,

Onze laatste dag op zee. ‘Neeee.’ Ik ben nog helemaal niet klaar om te gaan. Laat me mee varen naar Vlissingen waar de boot voor onderhoud gaat. Laat er nog een (klein) ongelukje gebeuren zodat we niet verder kunnen en moeten wachten op onderdelen van een ander werelddeel. Ik wil even niet verder maar blijven waar ik ben en met wie ik ben.

10.00 uur: Lezing van Albert ‘Kaap Verdie, de introductie’

De taal van Kaap Verdie is officieel Portugees maar de meeste mensen spreken Engels. Er zijn verschillende eilanden en het word ook wel gezegd dat toen God klaar was met het scheppen van de wereld, hij de laatste modderstukken van zijn vingers afsloeg in de Oceaan en dat de Kaap Verdische eilanden zijn. De eilandengroep is onderverdeeld in oost en west. De oosterlijke eilanden liggen het dichst bij Afrika en zijn meer woestijn. De westerlijke eilanden bestaan meer uit bergen en zijn vruchtbaarder.

De eilanden in het oosten zijn als eerste ontdekt. In de tijd dat de eilanden waren opgemerkt woonde er geen mensen. Hier geen slachtpartijen om ‘landjepik’. De Fenicier Hanno beschrijft de eilanden echter al in 445 voor christus. Cadamasto uit Venetie claimde de eilanden in 1456. Doordat de eilanden een strategische plek hadden in de oceaan om verder richting Afrika te gaan of richting Amerika, werden er konijnen en schapen gedumpt. Als de schepen voor verversing kwamen, hadden ze vers vlees. Jammer alleen dat deze groene eters de complete flora hebben verpest.

In de 1500 eeuw, onze gouden eeuw, kwamen Hollandse schepen ook langs. Niet alleen voor de verversing van voorraden maar ook voor reparatie aan de schepen. En daarbij waren de nieuwe inwoners niet alleen handig maar ook het verhandelen van ivoor, goud, katoen en uiteindelijk slaven was aan hun besteed. Zout was heel waardevol en gelukkig had het eiland Sal (hence the name) daar voldoende van.

In de 17de eeuw kwam er een oorlog tussen de Britten en de Hollanders. In de tussentijd werden er 3000 slaven per jaar verhandeld en begon het ontstaan van het Kaap Verdische ‘ras’. De mensen zijn veel lichter gekleurd dan mensen van het vaste land van Afrika.

In de 18de eeuw begon de oorlog met de Spanjaarden. Er was inmiddels een monopolie over de slavenhandel en in deze eeuw werd besloten om daar afscheid van te nemen. Er kwam echter geen investering van de overheid om de inkomsten van de slavenhandel te compenseren waardoor de eilanden sneller armer werden. Daarbij had de bevolking te maken met enorme droogte. Tussen 1773 en 1776 kwamen 441 mensen om door verhongering omdat de gewassen niet konden groeien.

In de 19de eeuw bereikte de ‘verlichting’ in Europa ook deze eilanden groep. Er kwam een algeheel einde aan de slavernij maar daarmee ook een einde aan de enorme zeilboten die de oversteek van Afrika naar Amerika maakte. De Amerikaanse en Franse revolutie hadden tevens hun effect. Wat echter wel begon toe te nemen was de walvisvaart. Het eiland Brava werd een stop over voor de boten die richting het zuidelijk halfrond gingen voor de jacht.

20ste eeuw: In 1921 was er weer een enorme droogte die leidde tot 17.000 doden. Helaas was er binnen aanzienlijke tijd weer zo’n ramp, namelijk in 1941. In 1945 was er wederom te weinig water en er stierven 30.000 mensen aan honger.

Olie heeft inmiddels een einde gemaakt aan het verstoken van kolen voor de elektra. De meest Kaap Verdianse mensen wonen inmiddels ergens anders (kan ze het niet kwalijk nemen als het er snikheet is, geen economie en geen eten..) Ze zijn nog steeds goed in het repareren van schepen. Grote aantallen wonen dan ook in Rotterdam en in Boston.

De taal die ze inmiddels spreken is Crioulo en het eiland doet het inmiddels goed met eten en water. Mede dankzij een continue aanvoer via lucht en zee.

11.00 uur: Lezing Rinie over ‘ijsberen op de Noordpool en Spitsbergen’

Rinie is niet alleen expeditieleider naar de zuidelijke pool maar in de zomer ook op het noordelijk halfrond. Hij verteld aan de hand van zijn slideshow over zijn ontmoetingen met ijsberen. Hij begint met een mooie foto dat een ijsbeer bijna op de boot was geklommen. De boot was namelijk (zachtjes) tegen een ijsberg aangevaren en de ijsbeer was daarop geklommen, klaar om over te stappen op de boot. Een mooie actie maar niet als je de eerste in de rij bent.

Hij verteld verder over de voortplanting van de ijsberen (ijsberen kunnen net als katten zwanger zijn van verschillende mannetjes) en hun jachtseizoen en dat ze daarbij wel 2 kg per dag kunnen aankomen. IJsberen in Spitsbergen zijn echter kleiner dan die in de Hudson Bay.

Wisten wij dat ijsberen wel 12 dagen (!) achter elkaar kunnen zwemmen als het nodig is. En wat in de toekomst misschien ook wel zal moeten… Hun metabolisme verandert pas als het -35 graden buiten word en hun spijsvertering werkt sneller als ze in het water zijn. In hun jachtseizoen hebben ze ‘hyperfaga’ dan eten ze meer dan dat ze honger hebben. .. Net zoiets als wij hebben gedaan, de afgelopen zes weken op de boot..

12.30 uur lunch

15.30 uur: Film Blackfish.

Clive is een voorstander van de bevrijding van alle Orka’s in de wereld. Hij heeft met andere mensen een club opgericht om dit te bewerkstelligen. Hij vertelde me aan het begin van de reis dat hij net in Den Haag was geweest om Orka Morgan vrij te eisen. Morgan is inmiddels van Nederland naar Tenerife gebracht. We krijgen de film Blackfish te zien en worden daarbij gewaarschuwd.. We zien hoe baby  Orka’s bij hun familie worden weggehaald. Ze worden gewoon gekidnapt! Kleintjes in rouw, moeders in rouw. En dan zien we beelden hoe een moeder Orka in het water ‘drijft’ in SeaWorld als haar kindje is weggenomen, bedoeld voor een ander aquarium.. De moeder was gewoon aan het huilen, echt huilen. En de andere dame Orka’s kwamen af en toe naar haar toe om haar te troosten… Zo zielig! Ik kon wel janken.

De boodschap van de film is duidelijk: ga NIET naar SeaWorld of andere Orka shows!! De ongelukken die daar gebeuren met trainers is niet voor niets. De dieren zijn gefrusteerd, leven in een te kleine ruimte en hun hersenen zijn groter dan die van ons. Ze zijn inteligenter. Vraag hoe de slaven zich hebben gevoeld.. en je weet hoe de Orka’s zich voelen. Kleine behuizing, ze worden beloond en gestraft met eten; slecht gepresteerd? Geen eten.. Ik vind dat anno 2014 dat het verboden zou moeten zijn.. En wie het niet met me eens is: Kijk eerst naar deze documentaire met vele interviews die zijn gedaan met oud-trainers van SeaWorld en praat dan nog maar eens. Heel erg! Nooit meer SeaWorld!!

Boycot SeaWorld!!

18.15 uur: Bijeenkomst met champagne een algehele samenvatting over de reis en een blik op de dvd die Sam en Elli in elkaar hebben gezet. En een grappig verhaal van de kapitein die de nacht dat we in het ijs zaten, ook wel heel spannend von

19.00 uur: BBQ en buffet op het achterdek van deck 3. Weer gratis drank. En het is hartstikke gezellig maar Wulf en ik zullen dit keer niet als laatste vertrekken. Stiekem verlaten we een voor een de menigte. Het is onze laatste avond samen.

Kaap Verdië

29 april

We worden wakker en dit is het. Het einde van de reis. Ik moet nog steeds mijn koffer pakken. Alhoewel het geen grote opgave lijkt te zijn omdat ik niet ‘na hoef te denken’ wat mee te nemen, vormt de dikke winterkleding toch een goede competitie. Heb zoveel mogelijk geprobeerd om alle vloeistoffen zoals shampoo en crèmes op te maken maar tot vijf voor acht ben ik toch nog bezig om alles passend te maken. Bij het ontbijt zeg ik de dames en Johny gedag. Cherry mijn kamermeisje geef ik een knuf en bedank hoor.

We kijken hoe de koffers in een groot net op het dek liggen, klaar om omhoog gehesen te worden en op de kaai te worden getakeld. We wachten en wachten en buiten is de zon brandend, alhoewel het wel een paar graden koeler is dan op en rond de evenaar. Mark roept ons op 0m naar de lounge te komen. Hij verteld dat hij twee weken geleden de visa aanvragen heeft ingediend en dat het gratis was om een stempel in het paspoort te krijgen. Nu, dat betekend dat er iets veranderdis  in de afgelopen twee weken, kost een visa 25 euro per persoon. Welkom in Afrika.

Een schip met witte mensen komt aan in de haven en corruptie viert hoogtij, verschrikkelijk. Maar ja, ook hier kan je enorm om gaan ‘bitchen’, helpen doet het niet dus ik betaal braaf mijn 34 dollar om even – welgeteld 11 uur – aan land te gaan. Snert Kaap Verdie. Super droog, geen levende plant te bekennen en het kost je per dag bijna net zoveel om te parkeren als bij LaFayette aan de Boulevard Hausmann in Parijs..

De eerste gaan van boord. Eerst is er een super-snelle-shuttle-cruise naar het vliegveld. Niet alleen kost het meer aan geld om aan land te komen, ook meer aan tijd. Brent en nog iemand hebben hun vlucht om half 11 maar missen deze bijna omdat de douane zo ongelofelijk traag is. Dan mogen de mensen van boord die hun eigen accommodatie hebben geboekt. De Wulf-pack is erbij... Hopelijk zie ik ze nog tijdens de excursie. En dan als laatste gaan de mensen die een dagkamer hebben geboekt. Ik ga van boord, het vasteland weer onder mijn voeten, kan niet geloven dat ik zes weken zonder kotsen aan boord van een schip heb gezeten. Heeft de investering in acupunctuur echt gewerkt? Of is het de combinatie geweest met heel veel drinken en af en toe een reispil? Misschien stiekem toch iets van het vaar,- en zeil gen in mijn genen?

We worden bij ons ‘hotel’ afgezet waar er 1 kamer beschikbaar is voor de dames en 1 kamer voor de heren. De kamer is niet bepaald proper en het is een tijd geleden dat er een verfroller over de muren is gehaald. Het kleine koelkastje wat er staat, staat vol met allerlei voedingsmiddelen en het ziet er niet naar uit dat we op een lijstje kunnen turven wat we hebben gebruikt. Clive kan het al niet meer aan, nu iedereen zijn eigen ‘karakter’ weer terug krijgt en boekt een kamer voor hem en Sue waar ik ook gebruik van mag maken. Ik kom niet verder dan de ty-rips die ik al jaren met me mee draag, te overhandigen om Sue haar tas te maken. Een douche of opfrisbeurt zit er even niet in. We vertrekken in de avond, slapen doen we er dus niet.

Onze gids neemt ons mee terug de bus in om een kleine excursie over het eiland Santiago te geven. We rijden de stad door en als je me hier geblindoekt naar toe had gebracht, had ik gezegd dat ik in Afrika was. Vrouwen lopen weer met teilen water boven hun hoofd, het is droog en dor en overal ligt of hangt plastic. Er lopen geiten aan de acacia’s te plukken en er ‘grazen’ wat bruine magere koeien.

We komen aan het bekende ‘Fortaleze Real de S. Filipe’ oftewel het Fort van Filipe. Wat ooit was gebouwd om de piraten tegen te houden om aan land te komen. Frances Drake was een van de bekende belagers. Onder het fort ligt een kleine stadje waar ze in het verleden 150 jaar hebben gewerkt aan een kathedraal (over het algemeen katholiek op het eiland), 1 piraten aanval van een uur… kathedraal volledig verwoest.

We gaan naar het stadje wat aan een verkoelende baai ligt. De nationale trots Strela bier moet geproefd worden en we strijken in de schaduw neer. Bus twee heeft ons, nadat we ze bij het fort waren tegen gekomen, weer ingehaald en de belangrijkste onderdelen van het team zijn weer compleet. Of er nog vrijwilligers zijn om de kerk te bekijken? Ja, gelukkig wel. Dat is mooi, kan ik prima in de schaduw bij de mannen blijven zitten.

In de middag rijden we nog langs een vaag toeristen bureau wat al onze paspoorten heeft gestempeld en dan gaan we terug. Even relaxen, klinkt als een goed plan. Via de sms (gelukkig hebben we na 6 weken weer bereik) heb ik contact met Wulf. In de tussentijd zoeken Clive, Sue en ik uit waar hij verblijft en lopen naar zijn hotel. Bij een klein terrasje om de hoek strijken we neer en al snel word de groep groter met Albert, Simon, de Birders en Kirsten.

‘Wat waren de high lights?’ vraagt Clive. Hij gaat het rondje bierdrinkers rond en iedereen antwoord trouw; Wulf: Vastzitten in het ijs bij Esperanza op de Antarctica, ik noem de Blauwe vinvis omdat ‘vastzitten in het ijs’ al was genoemd, Kirsten: vastzitten in het ijs, Simon; Soothie Albatros in de wolken, Birders; weet ik niet meer, (geen interesse), Sue: vastzitten in het ijs, Albert; vast zitten in het ijs of Nightengale island.

Ik noem ook de dolfijnen die Wulf en ik hebben gezien na onze ‘mislukte’ schildpadden tour, de Falklands (heel blij om daar geweest te zijn), Tristan da Cunha, zeker nog bijzonderder dan de Falklands, de grote familie Orka’s tussen Nightengale en Tristan die zelfs nooit door de echte Tristianen zijn gezien, de golven van 10 meter, waar ik toch aan de lunchtafel kon blijven zitten om te genieten van het natuur geweld, de bubbels in de Zodiac (maar dat fluister ik tegen Wulf), de vloedgolf die ons twee keer trof toen we aan het roken waren en we de deur open hadden laten staan…Tijd om het op te biechten, we voelde ons zo schuldig; zaten we daar om 12 in de nacht op onze knieën de vloer te dweilen met gestolen handdoeken.. ‘Ja, zo is de Herald Free Enterprice ook ten onder gegaan..’ zegt Albert. Ik weet het, ik weet het, het was ook zo dom, niet over nagedacht, onverantwoordelijk maar stiekem, achteraf, wel heel grappig. Iets wat je niet kan snappen of kan inbeelden als je er niet was.

In de avond hebben we iedereen doormiddel van,  wederom moderne technologie; de telefoon, bij elkaar gekregen. We hebben een tafel gereserveerd in het restaurant naast ons hotel, als het al een hotel mag heten. Andreas komt ook, samen met zijn vriendin Katherine. Ik zie hoe Clive en Andreas proberen uit te leggen hoe groot en immens de ijsbergen waren op Antarctica. Hoe koud, echt hoe koud het was met windchill -35 graden en hoe we moesten wachten op een ‘overstekende’ ijsberg. Iedereen aan tafel heeft hier beelden bij, omdat we het samen hebben gezien, Katherine kan het aanhoren maar zal nooit een visuele reactie krijgen bij dit soort verhalen. Daarom kan het wel leuk zijn om met mensen samen te reizen; om de herinneringen te delen. En wij hadden het geluk dat we leuke mensen om ons heen verzameld hebben, wat de reis nog dierbaarder heeft gemaakt.

Het is half 10 in de avond geworden. Ons taxibusje en de vrachtwagen voor de bagage zijn aankomen. De Wulfpack, Andreas, zijn vriendin en Annika blijven nog een paar dagen op Kaap Verdie. Afscheid nemen is iets wat erbij hoort als je aan het reizen bent maar dit keer ben ik niet enthousiast voor de nieuwe fase, gewoonweg omdat ik nog niet klaar voor ben om verder te gaan.

Ik kan geen omschrijving of samenvatting van de reis geven. Ben het nog steeds aan het beleven. Zoveel indrukken, zoveel dieren, zoveel verschillende menselijke karakters, zoveel dwalingen, zoveel zeemijlen afgelegd, water, lezingen, menu’s, alcohol en dan èèn iemand die ervoor zorgt dat ik het helemaal niet meer weet. Misschien ooit of misschien in de nieuwe fase van deze reis, als ik in Marokko ben met mijn moeder, weet ik het onder woorden te brengen. Terug naar Ushuaia, terug naar de Zuidpool, terug naar Tristan.. Zou het mogelijk zijn?

Lees verder bij Marokko 30 april tm 12 mei