Home » Azië » Indonesië 2011

Indonesië 2011

Amsterdam - Bali
14 & 15 april

2 dagen voor vertrek belt het bedrijf waar ik mijn ticket heb geboekt. Ze waren gebeld door Singapore Airlines, of ik de juiste papieren heb om met een enkeltje naar Indonesië te vliegen. Wat??Papieren?? Ik heb toch alleen een bewijs of in deze, een ticket naar een ander land nodig om aan te tonen dat ik het land ook echt weer ga verlaten? Ja, zei de mevrouw dat is goed... Ppfff, opluchting.
De volgende dag, ik bel met mijn reisgenoot, waar ik samen mee ga motorrijden. Hij twijfelt ook of alles wel ik orde is. "Bel anders de ambassade even." Is zijn voorstel. Ik begin echt te twijfelen aan mezelf. Ik heb voor al mijn tickets vooraf goed gecheckt hoe het met de visas zit. De ambassade aan de telefoon. Netjes meteen een dame aan de telefoon met Indonesiës accent. De vraag mocht meteen aan haar gesteld worden. Nou, leg ik uit, ik heb een enkeltje geboekt, "Nee, nee dat kan niet mevrouw, onderbreekt ze mij. "U wordt niet in het land toegelaten met een enkeltje." Ik probeer het opnieuw. "Maar ik kan aantonen dat ik vanuit Bali doorga naar Australië." "Oh, ok dan is het goed," antwoord ze. Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat ik de enige ben die zo reist. Er zullen toch wel meer mensen zijn die dit als beginstation hebben en dan vanuit een andere stad weer doortrekken naar een ander land?

Onderweg is er veel turbulentie maar zelfs met de grootste schokken kan je me niet doodsbang maken. Onlangs heb ik namelijk vernomen dat turbulentie iets van de minst gevaarlijke dingen aan vliegen is en daar leg ik me zonder discussie meteen bij neer. Het vliegen is vandaag geen straf. Met een reispilletje, een bloedverdunnertje en wijntje bij het eten, met video on commant en wel 2 stoelen tot mijn beschikking, vindt ik het wel prima. Een overstapje op Singapore en dan door naar Bali. Op schiphol bleek al wel dat mijn reisgenoot 4,5 uur vertraging had. Daar moet dus op gewacht worden.

Visum on arrival, ik ben de eerste in de rij. Je betaalt en er worden geen vragen gesteld. Door naar het volgende loket. Paspoortje, net gekochte visum en 3 briefjes die ik heb ingevuld in het vliegtuig. 2 minuten en ik mag doorlopen. O nee, toch niet. "Mevrouw, wilt u uw verblijf verlengen met een maand?" "Nee, antwoord ik beleeft, mijn ticket naar Australië is al geboekt."

De laptop die ik via een onderonsje van mijn moeder met haar vriendin in mijn handen kreeg gedrukt, bedoelt voor haar geëmigreerde zoon in Bali, mocht ik meteen bij aankomst aan de goede man afgeven. Hij was echter niet van de andere Indo's te onderscheiden. Gelukkig had hij een sms gestuurd. "Ik sta al te wachten, heb geen bordje, heb een blauw shirt aan. "Ja, dat is lekker als alle 60 taxi chauffeurs toevallig ook allemaal een blauw shirt aan hebben..." Gierig als ik eigenlijk ben, besloot ik om een lange zoektocht maar kort te houden en terug te sms'en. "Ik sta links van de uitgang, wit shirt en lang blond haar." Naast me gaat het bekende Nokia deuntje af. Ik kijk opzij en kijk naar een gespierde, Indonesische man, die duidelijk is groot gebracht met veel proteïnen en eiwitten. Adeline? Pieter? Yep, we hebben elkaar gevonden. Een gesprek volgt en ik zie dat ik mijn reisgenoot aan deze Pieter moet voorstellen. Die kunnen duidelijk veel voor elkaar betekenen.

Verder is het wachten en wachten en... Ik neem plaats op mijn koffer trolley en moet alle aansnellende taxi chauffeurs teleurstellen. Even later komt een vrouw in het Engels, met een accent, aan me vragen of ze naast me mag zitten. Ik heb namelijk een prima hoekje met een zuchtje wind bij de tropische temperatuur van 30 graden gevonden. Ik antwoord in het Nederlands dat dat natuurlijk mag. "Friesland boppe!" Ze komt uit Sneek en zo te horen is het een klein waterratje met duiken, snorkelen, surfen en skûtsje zeilen. Ik heb belooft dat ik haar eens zal opzoeken in het ziekenhuis van Sneek. Mijn nichtje komt daar nog al geregeld voor haar bloedonderzoeken.

Inmiddels ben ik van het punt van opstaan tot nu, 31 uur verder en heb bij elkaar, met het kwartiertje dat ik met mond open buiten op mijn bagage trolley zat, nog geen 3 uur geslapen. Ik verlang naar een alcoholische versnapering en een bed. Het hoeft niet perse in die volgorde te zijn.
Helaas tot op heden nog steeds bezig met 1 werkwoord: Wachten.

Bali

16 april
Inmiddels 3 motorbedrijven en een scooter verder zit er een zonovergoten dag op.

Vroeg uit de veren om de mannen die de motoren kwamen brengen te ontvangen. 1 motor was zwaar gehavend en de ander had minder cilinder inhoud dan afgesproken. Na een uur onderhandelen over de al afgesproken prijs en nadat ze ons originele paspoort wilde hebben, heeft Mark vriendelijk aan de heren verzocht om te vertrekken, mét motoren. Plan b: een ander motorverhuur bedrijf wordt gebeld en een prijsafspraak staat. De motoren worden de volgende dag gebracht. Er is 1 maar.. Niet op alle eilanden geldt de verzekering. We nemen het risico. Het is tijd om te ontbijten rond half 12, gebakken noedels met groenten, zonder vlees aub. Mijn bordje zit vol met kip.. En terug..
We besluiten om maar eens even de boel te verkennen maar lopen eerst terug naar het guesthouse voor mijn factor 50. Daar spreken we met de eigenaar en die geeft ons de tip om naar een andere zaak te gaan die hij altijd aan zijn gasten toevertrouwd. We gaan er een kijkje nemen en huren daar een scooter voor de dag en maken de afspraak voor 2 motoren voor 20 dagen. Plan c wordt het, plan b bellen we weer af.
Met de scooter scheuren we door het chaotische verkeer van Sanur en Kuta richting Tanah Lot, bekent om zijn tempel in de zee. We schieten wat mooie foto's en Mark krijgt een zegening met heilig water, wat rijst op zijn voorhoofd geplakt en een bloemetje in zijn haar (net als de rest van de honderd andere toeristen).

Bali - Lombok
17 april

Om 7 uur in de ochtend zit Mark al te stuiteren in zijn bed. Ik lig nog knock out tot 8 uur. Gisteren was een lange dag met veel zon en weinig eten en voelde me even niet al te best. Na een dagje rijden storten ik op mijn bed om vervolgens een uur buiten westen te liggen. In de ochtend voel ik me een stuk beter. We gaan de motoren halen. Mark krijgt een mooie zwarte en ik ga voor de blinkende grijze. Na een jaar niet meer gereden te hebben voelt het alles behalve onwennig en ik hou me meteen helemaal aan de verkeersregels, dat betekend links rijden.
Van zuid Bali gaan we richting het oosten naar de ferry die ons naar Lombok brengt. Op weg ernaar missen we weer een afslag maar het uitzicht door de bergen is er niet minder om. Er is ons verteld dat er bij de ferry politie staat te controlen en dat er altijd een "fee" moet worden betaald. Ik lach lief en onze nieuw geleerde woordjes zorgen ervoor dat we geen 4 tot 8 euro hoeven te betalen. De ferry halen we net. 4 uur op de boot en daar komt het uitzicht van de verschrikkelijke lelijke haven van Lembar. Het is inmiddels 6 uur en we hebben afgesproken om niet in het donker te rijden. Het hotel wat we zoeken in het havendorp kunnen we niet vinden dus de enige optie is om tussen de honden, geiten, koeien en paarden door te rijden naar Mataram. In mijn ooghoek hou ik de zonsondergang in de gaten die mooi kleurt over de rijstvelden.
Mark heeft al rijdend weer iemand aangesproken om te vragen waar we kunnen overnachten. Het stel, waarschijnlijk net terug uit de moskee (en die zijn er hier nogal wat) rijden ons voor. We komen van houten hutjes en loslopende beestjes via donkere straatjes plots in een straat vol met grote verlichte billboards, de Mc Donalds en de KFC... Een beetje een domper.
Na een koude douche en de Lonely Planet ter hand te hebben genomen, komen we uit bij een restaurant die niet bestaat uit tafels maar in de buitenlucht staande bamboe hutjes met een ieder een laag tafeltje. In lotus houding heb ik genoten van een heerlijke gado gado, die zeker niet onderdoet voor die van mijn moeder en Mark genoot van Lombok pepers, met zweet op zijn neus en een halve liter Bintang, begeleid door zwarte vis, plat geslagen kip in kokos en rijst.


Lombok
18 april

Om 8 uur worden we gewekt door onze gastheer met gebakken rijst op de kamer. Dezelfde man rijdt ons daarna naar de weg die we gisteren hebben gemist. Mark wilde deze toch bekijken om te oordelen of hij zijn toekomstige gasten ook deze weg wilde laten rijden. Het antwoord is nee maar het bracht ons wel langs leuke onverharde wegen, rijstvelden met bergen op de achtergrond en een klein dorpje met bootjes op de oever. We trekken over haarspeldbocht richting Senggigi. Bovenop genieten we van een fascinerend uitzicht over de vallei. Kleine kindjes komen plastic verzamelen wat helaas overal wordt gedropt. Lichte regendruppels in veranderen in no time in een ware moesson en we rijden rustig naar beneden, vergezeld door veel kleine aapjes, grote aapjes en vlooien aapjes. Rap schieten ze naar de kant van de weg om er wat eetbaars vandaan te halen. En zo snel ze komen, schieten ze ook weer weg, bang om aangereden te worden. We vervolgen de weg richting de zon en komen langs kleine "kampongs" waar de kippetjes drentelen over de weg, kleine kindertjes zwaaien en volwassene die altijd lachen. Na grote gaten in de weg en mensen die hun koeien uitlaten komen we op een nieuw aangelegde weg. De moesson heeft ons ingehaald en we stoppen even onder een boom om mijn poncho weer over mijn tas te binden. Een grote KTM bike komt langs gereden volgepakt met koffers. We zwaaien en steken een duimpje op. De jongen keert om voor een praatje. Hij is 14 maanden op reis, voor het goede doel, "fight against cancer" en inmiddels zijn er 10 verstreken die hij rijdend heeft doorgebracht in Afrika, Europa, het midden oosten en nu vanuit Siberië en Mongolië naar het zuiden van Azië trekt. Misschien dat we hem nog ontmoeten op Flores. De tijd zal het leren, de kaartjes zijn iniedergeval uitgewisseld.
We genieten van het uitzicht op zee aan de rechterkant met de Gili eilanden in het verschiet en de groene velden met palmbomen aan de linkerkant. We praten elkaar enthousiast bij tijdens de lunch in Seringigi. Locals en sjaggeraars zijn bijzonder vriendelijk en in de tussentijd proberen ze altijd wel wat kwijt te raken. De één armbandjes, de andere apentours. Het is nog vroeg maar we gaan op zoek naar een plek om te rusten en vannacht te slapen. Wat wijzer over accomodaties in de regio rijden we een stuk terug en komen "off road" op Coconut beach. Het seizoen is laag dus de koetjes staan te grazen en de strand toko's staan leeg. Even verderop is de plaats die we zoeken; op zich staande bamboe hutjes in een schitterende aangelegde tuin vol met palmbomen en bloemen. Het hutje bestaat uit een hemelbed van klamboe en een veranda met lounge kussens en een hangmat. De "badkamer" is buiten met een douche die bestaat uit een stenen pot waar je een kurk uit moet trekken om water te krijgen. Bijzonder charmant om in de buitenlucht te douchen. Het is alleen hopen dat er geen kokosnoten uit de bomen vallen.

Vanaf de veranda liggend in mijn hangmat, kijk ik naar de ondergaande zon. De lucht kleurt niet zoals het kan van een pastel schilders palet maar de drie dansende vlinders die met elkaar aan het spelen zijn en het geruis van de golven maken het plaatje wel compleet. De geluiden die ik ga onthouden van Lombok zijn de mannenstemmen die het avondgebed uit de moskee zingen en zoals een sirene in je hoofd kan blijven zitten zijn dit nu de belletjes die rinkelen als de kleine paardjes aangespannen voor hun karretje dravend over de straat heen gaan.

Lombok-Gili

19 april
In het donker loop ik over een verhard zandpad, door een kleine jungle van bomen, die overdag gele en rode bloemen hebben. Vergezeld door een orkest krekels en af en toe een gekko die zijn eigen naam noemt, vindt ik ons bamboe hutje op palen terug. Morgen willen we om 6 uur op het strand staan om de zonsopgang te zien en voor mij is het tijd om te gaan slapen. Ik heb Mark en Hainz op het strand achtergelaten, bij de lokale jongelui die Indonesische liedjes aan het zingen zijn, begeleid door een gitaar en een eigen gemaakt kampvuurtje. De mannen wilde het diner, wat voor hen bestond uit zelf uitgezochte verse vis die op een vuurtje van kokosnoot-schillen werd gegrild, afsluiten met een gezellig kampvuur. Al snel kwamen de jongens die bij het restaurant hoorde met hout aanslepen en kwamen de musici onder hen met oa een gitaar en een trommeltje. Het sfeertje was geboren.
Eerder die dag troffen we Hainz, zoals afgesproken, bij het ontbijt. De avond ervoor maakte we met hem kennis tijdens het gezamenlijk diner in een grote open hut, die tussen de gasten hutjes was geplaatst. Met een club van 9 man deelde we de inhoud van de potjes en pannetjes die voor ons bereid waren. Verhalen en interesses kwamen al snel ter tafel. Hij was benieuwd naar de Gili eilanden die net boven Lombok liggen en wilde ons graag vergezellen met deze trip. Een paar uur verder stonden we bij de haven van Bangsai om met een lokale boot af te reizen naar het kleinste eiland van de drie; Gili Air. De boot zou echter pas vertrekken als er genoeg gasten zich hadden gemeld. We hadden ook de keuze uit een toeristenboot, wat zeker 10 keer zo duur en sneller was maar zeker niet zo'n ervaring zou geven als deze. De boot werd vol getast met manden fruit, groenten, zakken rijst en aardappelen, tonnen water, dozen Bintang en zakken vol kroepoek. Daarna mochten de 40 passagiers instappen en op de smalle bankjes naast de voedelvoorraad plaatsnemen. De boot was zeker niet groot en had een oranje bouwzeil als bescherming voor de zon maar alles paste en we gingen op weg. Aan de linker kant van Gili Air ligt Gili Nemo en daarnaast Gili Terawangan. De laatste is vooral bekent bij toeristen en de feestjes die er worden gegeven. Aangezien dit geen Ibiza vakantie is laten we die dus links liggen. Als de enige 3 blanke in de boot worden we door iedereen goed opgenomen en de brutaalste durven te vragen waar we vandaan komen. Gearriveerd springt jong en oud in de halve meter hoge golven om aan wal te komen. Hier geen aanleg steigers of trappetjes. In de vorige haven trouwens evenmin. Gewoon de sarong omhoog en springen maar. De één de golfslag beter ingecalculeerd dan de ander. We trekken te voet verder naar onze volgende accomodaties. Waar aangekomen door de mannen wordt gecheckt of de hutjes iets is. Ik vermaak me inmiddels prima in de grote bamboehut annex restaurant-bar pal aan het strand gelegen, met bamboe bankjes, grote kussens en lage tafels. Het uitzicht bevat in de verte Lombok met her en der rookpluimen van de inlanders en van dichtbij overhellende bomen boven het zand met een nostalgisch schommeltje. Waar met vloed je tenen het water raken. We genieten wederom van een heerlijk Indo maal. Mark en ik trekken ons even terug bij de hut. Hij om zijn huiswerk omtrent zijn reis te maken en ik om een middagdutje te doen in de hangmat. Met de geluiden van kraaiende hanen en hinnekende paarden afkomstig uit het naast gelegen weitje, als achtergrond.

Gili-Lombok

20 april
Ochtendgymnastiek na het ontbijt op een woensdag morgen. Dat moet voor velen senioren toch als muziek in de oren klinken. Maar als ik rond een uur of 10 na mijn pannenkoek-met-ananas-ontbijt in de zee mijn schoolslagje doe en kijk hoe het witte koraal aanspoelt, vindt ik toch dat je niet hoeft te wachten tot je oud bent om dit te doen.
Rond een uur of 12 nemen we afscheid van het eiland waar we een dag lang geen gemotoriseerd vervoer hebben gehoord en geen enkele hond hebben gezien, enkel een paar katten. Met de boot worden we terug gebracht aan de wal van Lombok. Met z'n drieen trotseren we even later de branding om via het strand een vissermans huisje te bezoeken voor een lunch. Onze voeten stoppen we verkoelend in het gitzwarte zand. Al snel hebben we 6 verkopers om ons heen verzameld die allen de kunsten van het eiland aan ons mee willen geven, onder betaling uiteraard. Na meerdere malen 'tidak, bloom' (oftewel nee nog niet, je moet de mensen toch wat hoop geven..) te hebben genoemd, druipen de meeste al af. Een aantal blijven hangen waar we een zeer geamuseerd gesprek mee hebben. Mark en ik besluiten daarna nog even uit te waaien op de motor. We bezoeken een tempeltje en voordat we deze betreden krijgen we op serene wijze een geel lint omgeknoopt. Nog een fotootje bij een meer vol waterlelies en een rit naar een berg die volstaat met villa's van rijke Europeanen doet ons besluiten om haast te maken voor echt Lombok douche. (dit wil zeggen een koude douche in de buitenlucht met een zelfde straal die je krijgt uit een oud buitenkraantje). We hebben afgesproken met Heinz, even ter correctie, geen Hainz (dus niet echt als de tomaten ketchup), om bij een Italiaan echte cappu te drinken, aan het strand, hyper modern ingericht, met zwembad, bij zonsondergang. Helaas geen taxi te bekennen als je er één nodig hebt dus we zwaaien naar 6 knulletjes op de brommer die net van de voetbaltraining afkomen. Of we even achterop mogen springen naar Senggigi. Het idee was nog geen halve minuut oud of we zaten al achterop en werden even later netjes afgezet. Tijdens de rit kwamen de jongens allemaal bekende tegen die het bijzonder vermakelijk vonden, die toeristen achterop. De koffie was helaas niet aanwezig zoals we dachten en vertrokken na een flesje water en een uurtje gratis internet richting een ander restaurant. De zonsondergang was overigens gemist, maar dit kleine avontuur was natuurlijk veel leuker.

Lombok- Sumbawa

21 april
Als je alle bovenstaande subtropische verhalen en de verheerlijking hiervan, gelezen hebt en denkt dat het hier paradijs op aarde is, moet ik helaas menigeen teleurstellen. Er zijn dingen die ik niet schrijf maar zeer zeker wel aanwezig zijn. Zoals de hoge luchtvochtigheid die ervoor zorgt dat je altijd zweet en plakkerig aanvoelt en tevens zorgt dat je was nooit droogt met het resultaat, dat die raar gaat ruiken. De malaria muggen. De ijskoude douches. De moesson regens die zorgt dat het regenwater je bilnaad inloopt. Het ontbreken van toiletpapier (er staat een ton met water met een klein emmertje erin, de rest mag je zelf invullen). De gekko's die s'nachts 30 cm naast je hoofd een wekker gaan imiteren. De colonne mieren die onverstoord over de muren van de badkamer lopen. De kapok matrassen waar je een spontane hernia van krijgt. Het gejengel van die gast die 3x per dag de Koran opleest. Het altijd teveel laten betalen van toeristen voor iets wat het absoluut niet waard is (zoals de kamer waar we nu in liggen op Sumbawa, zonder wastafel...?!).
Daarnaast is het gelukkig nog steeds leuk.
Vandaag hebben we beide voor wat extra actie gezorgd (het was natuurlijk ook aftellen voordat er wat mis zou gaan...) We reden vanmorgen om 8 uur weg, nadat we afscheid hadden genomen van Heinz en enkele promotie fotootjes hadden geschoten voor MotorGlobe. Na een route langs de kust dokken we het binnenland van Lombok in, om steile bergen te beklimmen en weer af te dalen. Veel bochten zijn niet goed 'te doorzien' en wij rijden daarom als gast deze toch wat rustiger. Zo dacht een tegenligger van Mark, die altijd voorop rijdt, er niet over. Hij kwam veel te hard door de bocht, kwam op Mark zijn weghelft er reed hem aan. Mark kon gelukkig goed zijn evenwicht bewaren maar dit gold niet voor het meisje wat achterop bij de tegenligger zat. Hier zit de passagier zoals wij achterop de fiets zitten, met beide benen aan 1 kant. Ik zag haar wankelen en net achter mij viel ze van de brommer, ogenschijnlijk meteen op haar hoofd. Ja, die hoofddoekjes werken natuurlijk niet zo beschermend als een helm... Enfin, Mark ging nog even kijken, het meisje was ok maar had pijn aan haar hoofd. Verder was er niets aan de hand, afgezien van een gedeukte uitlaat van de motor van Mark. En..... laat ik nou ook net op dat moment aan het filmen zijn... (De camera hangt om mijn nek zodat ik 2 handen aan het stuur kan houden) dus de hele actie staat op camera..
10 minuten later was het helaas mijn buurt. We stopte op een steile helling (als je dit leest snap je natuurlijk wel dat het fout moet gaan) om een foto te nemen van de fascinerende bergen. Ik stop de motor maar hij valt om. Aangezien ik ooit een les heb gehad 'hoe val ik van mijn paard', probeerde ik deze tactiek weer. Ik maakte 2 maal een salto en kwam bijna net zo snel weer op mijn voeten terecht als ik door de zwaartekracht werd aangetrokken. Helaas heeft mijn linkerspiegel het niet overleeft. Verder geen blauwe plekken of pijn en eigenlijk geen schade, dus ik kwam er weer goed vanaf. Na een korte beschutte regenpauze en een bekertje 'kopi' in de middle of nowhere begonnen we nu zeer geconcentreerd aan onze steile afdaling over een natte weg vol met gaten, modder en zand. We reden in een jungle, weliswaar met een asfaltweg, vol met lianen, een gesloten overkapping van bomen en bermen vol varens. En ook hier hielden verschillende aapjes ons nauwlettend in de gaten. Sommige gingen zelfs netjes zitten als je aan kwam rijden.
Rond half 4 vertrokken we met de boot naar Sumbawa, waar we inmiddels in een klein stadje een kamer hebben betrokken in het enige hotel wat er is.

Sumbawa (Alas- Sumbawa Besar)

22 april
We zijn gaan ontbijten waar we gisteren een provisorisch diner hebben gebruikt. De vrouwelijke kokkin lag in haar tuinstoel voor de tv maar stoof uit haar stoel en joeg haar man uit de zijne toen we binnenkwamen in hun huiskamer annex restaurant. Na een lekkere omelet met Aziatische kruiden, vervolgen wij onze weg naar een grotere stad. In de Lonely Planet oftewel Mark zijn bijbel, gaan we op zoek naar een leuk aangeschreven resort voor de locals. Met wat hulp van de bevolking komen we een heel end en rijden een goed verstopt terrein op met een groot zwembad, grote stenen Afrikaanse dieren in de tuin en zoals we ze inmiddels al vaker hebben gezien, leuke bamboe hutjes. We hebben er nog maar 2,5 uur rijden op zitten maar we kiezen ervoor om hier even te blijven. Er is helaas geen hutje meer vrij maar een middag in en aan het zwembad en uitzicht op een kalme zee, is op dat moment prioriteit. Een club van Lombokanen is neergestreken en bereiden in no-time een heerlijk gerecht klaar. Als een soort catering is alles aangeleverd, oa rijst in bananenblad gewikkeld, je kent het wel. Met kwijl in onze mondhoeken keken we wat voor lekkers ze elke keer uit de dozen toverden. Zat ik dan met een tosti van gebakken banaan en Mark met zijn ananas pannekoekje... Enfin in de avond hadden we heerlijk gegeten in een bekende zaak van Besar. Een gast die achter ons zat, moeide in ons gesprek en kon zelfs een beetje Nederlands praten. Hij had in Deventer gewoond en was op Sumbawa 3 jaar lang gids geweest bij Djoser reizen. Mark en Eros, zoals hij zichzelf noemde, hadden elkaar gevonden en de flessen halve liters Heineken vlogen over tafel met op de achtergrond jaren 80 popliedjes die werden afgespeeld op de Blackberry van Eros zijn vriend. Die verder geen woord Engels sprak en er elke keer weer op uit werd gestuurd om glazen en bier te halen.
Het eind van de avond naderde, althans de zaak ging sluiten en de heren stelde voor om ons naar huis te brengen op de scooter. Aangezien we het promillage hadden berekend van de mannen, namelijk: teveel, besloten we maar op de intuïtie te vertrouwen en naar het hotel terug te lopen. De nummers en emails zijn uitgewisseld en ook hier geldt; 'het is niet wie je bent, maar wie je kent'. Eros zou wel eens een intressante gids kunnen zijn op dit eiland.,


Sumbawa (Sumbawa Besar-Bima)
23 april

Vandaag is het de dag van de cijfers.
We vertrekken om 8 uur in de morgen. We moeten een lange route afleggen naar Bima. Als we rondvragen hoelang het rijden is, verschillen de tijden van 4 uur, tot 6 uur. Er wordt zelfs 8 en 12 uur gezegd. Omdat er in de tussenliggende route van Sumbawa Besar en Bima geen overnachtingsmogelijkheden zijn, besluiten we om vroeg weg te gaan. Het eerste gedeelte van de 250 km af te leggen weg, bevalt goed, althans de weg is goed maar de regen blijft maar komen. Naar een uur komen er wegwerkzaamheden aan. Nu klagen we in Nederland nog wel eens als we in de file staan maar ik denk dat er niemand meer klaagt als je 10 uur doet over 250 km... Bij deze werkzaamheden verwijderen ze al het asfalt inclusief ondergrond. We hebben zo om en nabij, 100 km 'off road' gereden. Dit hield in dat ik ongeveer 235.978 kuilen heb gezien, er in 522 met water heb gereden, over zo'n 5.000.000 kleine stenen ben gehobbeld, er zo'n 20 liter modder-water tegen mijn broekspijpen is opgespat en mijn 2 schoenen onherkenbaar van natuurlijke kleur zijn geworden. Het regenwater wat we hebben mogen ontvangen duurde bij elkaar zo'n 3 uur. Daarnaast zit er zo'n 2 kilo zand aan de motor vastgekoekt en heb ik 3 keer als een bouwvakker opzij moeten tuffen om de zandkorrels uit mijn mond te verwijderen. Op stukken die wel goed waren hebben we 26 keer hard moeten remmen voor een geit of geiten die op de weg liepen. Het totaal van geiten die we hebben gezien was echter behoorlijk hoger, namelijk 1021 en dan tel ik het vermoorde geitje wat dood aan zijn pootjes aan het stuur van een scooter hing niet mee :(
Verder kwam er 1 kalf als een hysterische keukenmeid op ons afgerend. Het totaal aantal van zijn soort wat op de weg en naast de weg liep zat rond de 504. De grovere uitvoering genaamd de buffel, bleef echter op een totaal van 175 steken. Er is 1 kat als een malle overgestoken en over huisdieren gesproken, er hebben zich 205 honden gemeld. Familie kip was in verschillende uitvoeringen en maten bij het straattoneel verschenen, zij waren actief met 150 leden. In de bergen waar we slippend en schuivend door 5 cm meter diepe modder worstelde om vast wegdek onder de 2 wielen te krijgen, hebben zich 16 aapjes laten zien. Ik ben helaas de tel kwijt geraakt hoe vaak we 'Hello mister' hebben gehoord. (Dit is in Indonesië trouwens unisex en kan daarom aan mannen en vrouwen gericht zijn) Dan nog maar te zwijgen van de aantal uitgerukte dorpsbewoners die ons komen bewonderen. De teller van wildplassen staat bij mark op 3 en bij mij op 1 maar ik ben daarnaast wel in 2 privé vertrekken geweest om van het 'gat in de grond' gebruik te maken. Na 9 uur en 50 minuten zijn we dan eindelijk in Bima. Ik lig inmiddels in bed en zorg dat het licht binnen 10 minuten uit is omdat we morgen om 6 uur vertrekken ivm het halen een boot waar we 1 uur van te voren aanwezig moet zijn en wel 8 uur op moeten zitten. Ben moe en ga schaapjes tellen....

Sumbawa-Flores

24 april
Om half 5 in de ochtend worden we wakker gebeld door een onbekend iemand, niemand aan de lijn, althans niet verstaanbaar. Een half uur later gaat de wekker en moeten we snel de spullen pakken om er voor te zorgen dat we om 6 uur op de motor zitten richting Sapeh, waar de boot vertrekt naar Flores. De dag begint met een peeling van mijn gezicht, dat betekent striemende regen.. Het is weer stijle hellingen op en af en de regen blijft ons totaal anderhalf uur geselen. Via de rotsen van de bergen vormen zich kleine watervallen die uiteindelijk in de vallei tot enorme wateroverlast zorgen. Een tijd geleden waren in dit gebied al modderstromen geweest waarbij mensen zijn omgekomen. Het anders zo kalme riviertje is nu een wild waterbaan waar denk ik alleen een suicidale rafter zich aan durft te wagen. Dan is er file. Een aantal grote vrachtagens staan stil maar we kunnen niet zien waarvoor. Ik roep nog dat er wel een stuk weg zal zijn weggeslagen. Wat niet ondenkbaar is, na al het denderende water wat we hebben gezien. We halen de vrachtwagens voorzichtig in en even lijkt het op een 'spookfile'. Nog geen 100 meter verderop zien we een groep mensen staan en overal geparkeerde brommertjes en motors. Er is inderdaad een halve weg weggevaagd door het natuurgeweld. Voorzichtig passeren we het stukje asfalt wat nog intact is, nadat we geld hebben gedoneerd in een bekertje dat door een omwonende omhoog werd gehouden. Ik hoop alleen echt, dat het wordt gebruikt om de weg te laten repareren. Daar hebben de bewoners namelijk meer aan dan een avondje lol met een Bintang (voorzover ze mogen drinken). We arriveren netjes op tijd bij de roestige boot met de inmiddels bekende slogan "We bridge the nation'. Op dat moment kom ik erachter dat mijn camera niet in mijn tas zit. Een klein beetje bezorgd waar die is gebleven, ik heb aardig kunnen relativeren in de afgelopen 8 maanden, gaan we maar bellen naar het hotel. Zoals sommige mensen weten; de ochtenden zijn niet mijn sterkste kant. Ik ben dus de camera vergeten in de hotelkamer. Als het goed is, is deze nu op weg naar Bali. Waar ik de laatste 2 dagen die ik doorbreng in Indonesië er nog even gebruik van kan maken.
Inmiddels op de boot, raken we weer in gesprek met verschillende Indonesiërs en Belgische reizigers. Op de gladde zeespiegel duiken af en toe dolfijnen in de lucht en volgens mij heb ik een school met opspringende zwaardvissen gespot. Aangekomen op Flores gaan we weer op zoek naar een plekje om te slapen. Dit keer ligt de accommodatie boven op een berg met fantastisch uitzicht op de haven, grote drie-masters die voor anker liggen en verschillende eilanden in het verschiet.

Flores-Rinca-Kanawa

25 april
In de ochtend vertrekken we naar Rinca waar zo'n 1300 Komodo dragons, of zoals wij ze noemen, Komodo varanen, leven. De Komodo is genoemd naar het eiland waar het oa leeft maar ze hadden net zo goed de Rinca varanen kunnen heten omdat de populatie hier met 200 stuks hoger ligt. Dit zijn trouwens ook de enige eilanden waar ze in het wild leven. Daarbij is het Komodo eiland 4 uur varen en met een privé boot die we hebben gehuurd, naar Rinca maar 2 uur. Met gevaar voor eigen leven krijgen we een tour van Ranger die ons probeert langs een paar van deze prehistorische dieren te loodsen. Als eerste worden we aangevallen door een zwerm muggen waarna we een stuk of 12 Komodo's als hanggroep-jongeren bij een keuken zijn liggen. Ze zijn niet van het grootste formaat maar ze zo te zien, met slierten kwijl uit beide mondhoeken en wetend dat ze een sprintje kunnen trekken van 18 km per uur, zijn we op ons hoede. Gedrieënd lopen we door de geur van een terrarium door een droge rivierbedding en af en toe kijk ik om of er niet zo'n rakker me vanachter wil aanvallen. We hebben geluk. Niet dat we worden aangevallen maar we spotten een 'klein' formaat, volgens de Ranger een 'baby'. Deze 'baby' is 3 jaar oud en berekend van kop tot kont wel bijna een meter lang. Nadat een Komodo uit een ei is gekomen, wat al 9 maanden duurt, leven ze de eerste 3 jaar in een boom om niet opgegeten te worden door een ouderling. Leuk om te weten dat ze hele buffels eten maar nog fijner om te weten dat ze dus ook kunnen klimmen, not! Mark en ik vragen bijna in koor, wat te doen als ze je aanvallen. Het antwoord is: heel hard rennen. Altijd goed om te weten.
Na dit leerzame Steve Urwin avontuur, klimmen we weer in de boot om even verderop bij een baai van een onbewoond eiland voor anker te gaan. De 3 koppige bemanning heeft een lekker maaltje voor ons klaar gemaakt. Nadat opgepeuzeld te hebben, trekt Mark zijn snorkel outfit aan en gaat met zijn flapperende zwemvliesjes de zeebodem verkennen. Ik heb een matrasje gevonden op het achterdek en doe bij een lounge muziekje uit de laptop een klein middagdutje. Na anderhalf uur vertrekken we naar Kanawa. In de uurtjes varen krijgen we een bijzonder zware tegenbui over ons heen. Gelukkig heeft de boot een waterdicht dak van landbouwzeil. Niet veel later zien we een grote dode vis in het water drijven. We steken en draaien verschillende keren met de boot en uiteindelijk trekken ze met 2 man sterk, de ongeveer 17 kilo zware vis (ikan) aan boord. De vis stinkt. Ze willen de vis meenemen naar de haven om op te eten.. Mark en ik hebben hier zo onze bedenkingen bij.
Kanawa was tot voor kort een onbewoond eilandje maar is recent gekocht door een Italiaan (voorzover je eigenaar kan zijn van Indonesische grond). Hij heeft er 10 hutjes en een receptie met bar/restaurant opgezet en dat is het. We hangen dus weer in een hangmat op de veranda en hebben weer uitzicht op zee met verschillende eilanden. Je zou haast denken dat het gaat vervelen.
Met precies 19 stappen sta je vanaf het huisje op het strand. Tel daar 4 stappen bij op en je staat met je voeten in de azuur blauwe zee.
Verveling? Nog steeds niet. We blijven hier 2 nachtjes slapen en worden dan weer opgehaald door dezelfde jongens die ons afgezet hebben. Mochten ze zich niet melden dan zullen we nooit weten of het de vis was of niet..

Kanawa
26 april
Met een drafje over het strand spoed ik me met de camera (van Mark uiteraard) naar een mooi punt om foto's van de zonsondergang te maken. Dit keer zal ik hem hebben! Er lopen 2 herten op het eiland en die liggen precies mooi bij de branding fotogeniek te zijn. Al 'tijgerend' met de standaard van de camera in mijn hand probeer ik dichterbij te komen zonder ze af te schrikken. Met wat kiekjes van een ondergaande zon, een bootje en een hertensnoet ben ik tevreden en klaar om te gaan. Het mannelijk hert, met horens, komt eens bij mij kijken. Blijkt dat ze harstikke tam zijn en heb ik voor niets mijn landmacht tactiek laten zien...
De dag bestond verder uit slapen in de hangmat, muziekje luisteren en af en toe het water induiken bij de steiger waar een school van duizenden vissen zich hadden verzameld. De eigenaar heeft een deal gemaakt met de vissers van het naastgelegen eiland. Als zij niet vissen rond zijn eiland dan komt hij aan het eind van elke middag verse vis halen voor zijn gasten. Volgens mij zijn de vissen zich daarvan bewust. Mark is al snorkelend door de school heen gegaan. Ik genietend van de zon, 2 meter hoger, kwam toch nog een fuikje tegen waar 3 vissies inzaten. Stiekem knoopte ik de fuik los om ze vrij te laten. Niet geintresseerd of dit daadwerkelijk als diner moest gaan fungeren. Een handje geholpen, kozen er 2 de vrijheid maar voor de derde was het al te laat.
Mark had na een lunch met een liter Bintang de moed verzameld om een berg op het eiland te beklimmen. Vol met krassen van de doornen kwam hij verbrand maar voldaan weer terug.

Kanawa-Flores
27 april
Na het ontwaken met het geruis van de branding als wekkerradio, duiken we 1 voor 1 de badkamer in. Dat betekent hier: de zee. Onze 'natte cel' bestaat bij dit hutje alleen uit een latrine en een bak water met een emmertje. Geen bad, geen douche, geen wastafel. Ik moet zeggen dat je behoorlijk snel went aan deze basis levens behoefte. Ik was namelijk al enigzins verbaasd van de luxe die ik vond bij het restaurant toilet. Een bamboe afzetting van 4 delen met een ècht toilet erin en luchtverfrisser, terwijl je eigenlijk al buiten zit.
Na het ontbijt, gaan we naar de haaien..
Althans, naar het haaienrif wat hier bij het eiland ligt. Na een kleine kimpartij komen we bij een mangrove, bestaande uit laag water met bomen die groeien in zout water en dient als kweekvijver voor kleine visjes en haaien. We maken wederom een Steve Urwin avontuur. Met dit keer Mark die te water gaat met zijn snorkel-gear en enthousiast met Australisch accent zijn zoektocht naar haaien presenteerd. Er zwemmen 2 kleine onschuldige haaien als een speer weg, bang om te belanden als haaievinnensoep. We maken verder een wandeling die veel mooie schelpen oplevert maar die we maar laten voor wat ze zijn. De tassen zijn al zwaar genoeg. Op de boottocht naar het "vasteland" Flores, varen we door ondiep water en ik zie nog snel een schilpad van 80 cm lang en 50 cm breed weg zwemmen van de boot. Met zijn grote voorpoten/klauwen slaat hij enkele keren de schoolslag en weg is hij.
We kijken nog 1 keer om naar ons huisje aan het strand en ik vindt dat wij toch het best gelegen plekje hadden. Mark heeft het verblijf op het eiland me aangeboden als verjaardags kadootje. Ik moet zeggen, zonder iemand teleur te stellen, dat dit wel èèn van de bijzonderste, zoniet het bijzonderste verjaardagkadootjes in mijn leven was, 3 dagen op een bijna onbewoond eiland. Ik wil niemand tekort doen en sta dan ook geheel open voor alle overtreffende suggesties.

Flores (Lubuan Bajo-Ruteng)
28 april
Voordat we de lange rit van 140 km naar Ruteng maken, stoppen we even bij een 'bengel mobil' oftewel een garage. De kettingen van de motoren krijgen een tandenpoets beurtje met een staalborstel en een spraytje olie voor de smering. Onze eerste stop, is het hier in de regio bekende 'waterhole'. Waar bergwater in een gat van 7 meter naar beneden valt en waar de durfals een duik nemen. We nemen een jonge gids van een jaar of 17 mee. Misschien was hij ouder maar ze lijken hier altijd jonger dan dat ze eruit zien. 2 andere knaapjes vergezellen ons. We lopen met een stok in de hand, voor het evenwicht, een uur door de jungle. Trekken onze schoenen uit om van steen naar steen door het water te hoppen. En als we er bijna zijn, blijkt dat we zo'n 10 meter naar de overkant moet zwemmen met veel stroming. 1 van de knaapies is als een aapie zo snel. Hij springt van rots tot rots en loopt vrolijk op zijn blote voeten langs allerlei boomwortels, keien en modder. Wij, als trage Hollanders, kunnen het net bijhouden. We komen bij de 'waterhole'. Er in springen is niet echt aan de orde. Het is meer een waterval die in een incomplete cirkel naar beneden raast. Je kan nog steeds van de stenen rotsen die ervoor zijn gesitueerd, springen. Al zijn die niet 7 meter hoog. We berekenen een meter of 4. 'Aapie' springt als eerst en ik ga erachter aan. Mark volgt met onderwater camera. We doen het nog 1 keer en laten ons dan met de stroming mee drijven naar de plek waar onze spullen liggen op een rots en waar de gids braaf zit te wachten. Verder dan je daar laten mee nemen door de stroming in niet slim. Tenzij je over de rotsen gepolijst wil worden en van een volgende waterval naar beneden wil vallen. De route terug door de jungle is zwaar. Bergen op, modder, klimmen over boomstronken van 100 jaar oud en om klokslag 12 uur die verdomde regen. Zelfs een enorm bananenblad boven je hoofd houden helpt niet. Terug bij 'aapie' zijn familie krijgen we kokosnootmelk. Vers open gesneden met een enorm hakmes. Heerlijk. Ik vraag of ik nog even gebruik mag maken van het toilet. Het 'toilet' staat achter in de tuin. Een latrine met 4 doeken eromheen opgehangen aan een bamboe stok. 8 meter ervandaan liggen 2 keurige begraafplaatsen met gedenkstenen en bloemen. Precies zoals wij onze doden begraven. Onze gids komt me nog even een emmertje water brengen. Als ik recht ga staan, kijk ik over de doeken heen en zeg dat hij het emmertje daar mag laten staan.

We vervolgen onze route naar Ruteng. In een 'kampong' oftewel een klein dorpje remt een busje met piepende banden. Mark die er net achter rijdt, slipt met zijn achterband en voorkomt dat hij achter op het busje knalt. Een gil van een vrouw. Ik wijk uit en rij het busje voorbij. Daar ligt een jongetje van ongeveer 5 jaar roerloos op de grond voor het busje. Hij zal toch niet...
Ik zet meteen de motor stil. Zijn moeder graapt hem van de grond. Gelukkig, hij leeft nog. Ik haal meteen mijn tas van de motor om eerste hulp te kunnen bieden. Ik leg mijn regen poncho op de grond en gebaar dat de moeder daar haar kindje op kan leggen. Het kindje moet niet huilen. Hij is te geschrokken om te reageren op wat er gebeurt. Hij houdt alles in de gaten. Ik voel en buig al zijn vingertjes, armen en benen of hij iets heeft gebroken. Knoop zijn blousje open om te zien of hij daar wonden of grote blauwe plekken heeft die eventueel kunnen wijzen op interne bloedingen. Voorzichtig leg ik hem in een stabiele zijligging en bekijk zijn achterhoofd, nek en rug. Hij heeft een schaafwond op zijn heupje en een kleine wond op zijn schouder. Ik pak verband uit mijn tas en Mark helpt mee tape te knippen en betadine op de geknipte gaasjes te doen. Ik vraag of er iemand Engels spreekt, geen reactie. Er staan inmiddels wel zo'n 50 mensen om ons heen. 1 gast is zelfs aan het filmen. Er verschijnt een jongen achter mij die wel Engels spreekt. Ik vraag hem te zeggen tegen de moeder dat het kindje waarschijnlijk een hersenschudding heeft en dat hij 2 dagen plat moet liggen, zonder kussen. En als hij slaapt dat hij dan elke uur wakker gemaakt moet worden. Wij zijn natuurlijk geen dokter maar aangezien de omstandigheden, denk ik wel dat we de meeste kennis op dat moment hadden. Een bobbel bij zijn knie wordt nog opgemerkt. Hij kon zijn been nog buigen. Ik weet het ook niet en suggereer dan ook dat ze naar een ziekenhuis moeten. Of alles wordt opgevolgt..? Geen idee.
De rit die we daarna door de bergen in de mist en nonstop regen hadden, waren mijn gedachte alleen bij dat arme kindje. 2 uur later zijn we in Ruteng. Helemaal verregend, als verzopen katten met modderbroeken en intens koud, regelen we snel een hotel met.. warme douche. Hoe lekker kan af en toe de simpele luxe zijn..?

Flores (Ruteng-Labuan Bajo)

29 april

In de ochtend trekken we onze nog steeds kletsnatte spijkerbroeken aan. Ook alle andere doorweekte kleding is in deze koude nacht niet droog geworden. De eigenaar van het hotel verteld ook dat dit niet de normale gang van zaken is, betreft het weer. Het had al een droge periode moeten maar ze hebben al 3 dagen regen. We bezoeken nog even het klooster waar de nonnen zorg dragen voor de gasten verblijven. In eerste instantie wilde we hier overnachten maar door de omstandigheden hielden we het maar even bij het eerste hotel wat we tegen kwamen. Omdat we met tijdschema zitten, dit betekent dat we op tijd terug moeten om onze vluchten in Bali te halen, besluiten we om niet verder te rijden. De intentie was om nog naar een vulkaan op het oosten van het eiland te gaan maar dit halen we helaas niet meer. In achtnemend, dat er een ferry uit kan vallen en dat de ferry die we in eerste instantie naar Lombok wilde nemen niet meer vaart, moeten we over Sumbawa weer terug. Dit betekend dat we weer hardcore 10 a 12 uur over de slechte weg terug moeten rijden. Er zit niets anders op. Stiekem denk ik dat we dit allebei wel weer spannend vinden. Misschien hebben we geluk en schijnt de zon en zien we nog wat van het landschap. We zijn nu iniedergeval terug in Lubuan Bajo en slapen voor de 3de keer weer in Gardena hotel. Waar de motoren achter het huisje staan. We hoeven dit keer dus geen 72 treden op met mos, om de bagage naar boven te brengen. Morgen ochtend om 7 uur moeten we ons melden in de haven. Hopelijk gaat de boot op tijd en zijn we met licht terug in Sapeh. Vanuit hier is het nog ongeveer 2 uur rijden naar Bima, de bewoonde wereld. Had ik net zo goed mijn camera daar kunnen laten liggen en morgen weer op kunnen pikken...

 Flores-Sumbawa
30 april
Om 05.45 uur gaat de wekker. Om 7 uur moeten we ons melden bij de ferry naar Sumbawa. Gelukkig is de haven 4 minuten van ons hotel vandaan. We hopen op een snelle overtocht omdat we van de havenstad Sapeh in het licht door willen rijden naar Bima. Hier is er een ruimere keuze aan hotels en scheelt de dag erna zo'n 80 km. Als Mark besluit om even een beetje wind op te zoeken op de boot, die er nauwelijks te vinden is, krijg ik steeds meer nieuwschierige mannen om me heen. Ze willen allemaal weten waar ik vandaan kom, waar ik naar toe ga, of ik ben getrouwd en of ik kinderen heb. Soms vergemakkelijk ik het verhaal om maar te zeggen dat ik getrouwd ben. Over het algemeen is het hier toch Islamitisch. Alhoewel Flores grotendeels christelijk/katholiek is. (Vandaar dat we her en der wat varkentjes tegen kwamen. Hier helaas ook in een soort 'varkensflat' maar dan op z'n Indonesisch. Dat betekent dat ze ook in een bamboe hutje slapen, een stukje van de grond.)
Aangekomen in Sumbawa zijn we blij dat het hier even niet regent. De gedachte was echter kort. 2 km voor Bima en daar was de regen weer. In de stad werd het zoals mogelijk nog natter en besloten we te schuilen. Met dit weer doen bijna alle mensen dat hier. Automobilisten, vrachtwagen chauffeurs en natuurlijk de brommer rijders. Ze zijn allemaal 'goed weer' rijders. De straten raken leeg. Na een pauze van 10 minuten regent het bijna niet meer. Achterwaarts halen we de banden van de motor nog even door de modder en we gaan weer op pad. 40 seconden duurt het.. en we hebben de bui ingehaald. Met bakken zijn we binnen een minuut weer helemaal verregend. We hebben al een kleine verkoudheid opgelopen met ons regentripje naar Ruteng, dus dit kan er wel bij... We passeren een grote Honda winkel. Aangezien ik nog steeds met 1 spiegel rij, na mijn valpartij, besluiten we om hier eens even te informeren. Helaas hebben ze geen onderdelen. 1 jongen haalt de spiegel van de motor en loopt met Mark naar een naast gelegen bengal oftewel garage. Ondertussen onderhoud ik een gesprek in het Engels en mijn 'sedikit' Bhasa Indonesisch met een paar medewerkers. Helaas, de mannen komen terug zonder spiegel. Mark stapt in een auto met nog een van de Honda medewerker en gaan op zoek. 4 zaken verder komen ze met lege handen terug. Ik heb inmiddels met iedereen kennis gemaakt en er wordt veel over en weer geinformeerd en verteld. We worden uitgenodigd in de showroom voor een kopje koffie. En tot onze vreugde hebben ze elke laaste vrijdag van de maand koopavond en krijgen de medewerkers snacks. We vallen dus met onze neus in de boter. Mark drinkt een echte Flores kopi met veel drap. Ik krijg een echte Nescafe cappuccino en een schaal met pisang goreng wordt aan ons gepresenteerd. We worden zo hartelijk onthaald. Voor mij krijgt Sumbawa in eens weer een beetje zonneschijn.
Het is tijd om bij ons hotel in te checken en nemen afscheid. We geven iedereen hartelijk een hand en danken ze vele malen voor hun gastvrijheid. Aangekomen bij het hotel, meldt ik me bij de receptie. De receptionist overhandigd me een klein zwart plastic zakje. Hierin gehuld......mijn camera!
De camera zou door een medewerkster worden opgestuurd naar Bali, onze laatste bestemming. Zo wist ik zeker dat de camera daar zou zijn, als ik daar ook zou arriveren. Gisteren sms'te de dame in kwestie dat ze ziek was geweest en de camera nog niet had opgestuurd. Wat een mooie samenkomst van omstandigheden. Wij zouden namelijk in eerste instantie een ferry van Flores naar Lombok nemen en de modderweg door Sumbawa kunnen overslaan. Althans, dat suggeerde de bijbel alias de 'eenzame planeet'. Maar de boot is inmiddels al uit de vaart genomen. Er zit dus niets anders op dan precies dezelfde weg terug te nemen..

Sumbawa (Bima- Sumbawa Besar)
1 mei

De lucht is grijs en weerspiegeld zijn kleur op het water van de zee. De twee lopen lopen in elkaar over zodat er geen horizon is. We kijken naar een grijs blauw doek zonder einde. Het symphonische orkest van de vogels en het uizicht op de bomen, planten en bloemen zorgen voor een kleurrijk decor op de voorgrond. We zijn aangekomen in Pantai Kencana, een beach resort net buiten Sumbawa Besar. We hebben een rit van 7,5 uur achter de rug. De route hebben we voor ons doen in een recordtijd gereden, vergeleken met de 10 uur op de heen reis. Onderweg kwamen we goede delen asfalt tegen, die we op de heenweg schijnbaar totaal genegeerd hebben. Het allerslechtste stuk van 30 km offroad achter elkaar, was nu gehuld in stof en zorgde dan ook voor wat zwarte gezichten na de motorrit. Onderweg had Mark bijna een gekke koe op zijn voorlamp zitten. Een collisie kon net worden vermeden. In de bergen zagen we weer aapjes, die ontbraken op Flores. Ook dit keer gaf me dat een glimlach op mijn gezicht. Het is zo herkenbaar, alle trekjes van die aapjes. Zo zie ik een aapje die de baart van haar mannetje aan het afkeuren is, een kokhalzend aapje met zijn tongetje naar buiten en als mooie afsluiter, 2 sexende aapjes midden op de weg. Mark en ik hebben bij het laatste onze bedenkingen. Het mannetjes aapje leek ons veel te oud voor zijn partner.. Ook zijn we, we passen ons zo snel aan, bij de locals in een bamboe hutje met lege rijstzaken als regenstopper gaan schuilen. Niet wetende dat het 2 kilometer verderop droog was en zou blijven. Omdat de zon zich vandaag velen malen meer heeft laten zien dan op de heenweg, zagen we dat Sumbawa helemaal geen eiland is om zo snel mogelijk te doorkruisen. Schitterende fel groene rijstveld-terrassen ontpopte zich in het zonlicht. De zoutpannen bij Bima fonkelde eveneens in het licht. Race paarden werden door hun verzorgers meegenomen in de zee voor een verfrissend bad. Een wandeldag voor wel 30 teams die de 'college day' promote. (Een viering dat ze kunnen studeren) Verzichten vanuit de bergen op dorpjes en hun landbouwgrond kregen nu de aandacht die ze verdiende. Helaas moeten we ons met zware regenbuien zo concentreren op het wegdek dat we al dit moois een tweede premiere moesten geven.

Sumbawa- Lombok
2 mei
Na een kleine inzegening van 2 dames uit Texas, die handje vasthoudend, een gebed aan hun heer richten voor onze veilige motortocht, gingen we na het ontbijt op weg naar Poto Tano. Hier bracht de ferry ons weer naar het even zonnige Lombok. Helaas haalde de regen ons weer in. Na een kleine lunch en een betadine actie verder, (er viel een jongen van zijn scooter en had een flinke schaafwond aan zijn been) gingen we richting Kota Radja. Het gemiddelde Aziatische restaurant in Nederland heet zo, dus we verwachten iets groots. Het enige groots wat we we hier in de 'Stad van de koning' vonden was hudjan, heel veel hudjan (regen). We vonden een schuilplekje en stonden al snel een uur te kleten met nieuwschierige mannetjes. Ondertussen liepen er blote kindjes over straat of zaten ze op hun fietsje te genieten van de dag, regen of geen regen. De straten liepen inmiddels over en namen ladingen met troep en blaadjes mee. We wilde verder maar het stopte niet met de liters water uit de lucht. Volgens de bewoners was dit ook ongewoon, zo lang en zoveel regen na het officiele regen seizoen. We stopte de tassen nog maar een keer onder een extra zeiltje en trokken over onze lucht-doorlatende motorjacks, (dus ook water-doorlatend) een regenjas aan. We rijden via een rechte weg een berg op en het water gutst naar beneden, of we een rivier proberen te trotseren. Er zitten enorme putten in de weg die we natuurlijk niet zien door het water wat er in zit of overheen stroomt. Binnen 2 minuten heeft het regenwater weer mijn ondergoed bereikt. Het opspattend water bereikt soms wel bijna een meter hoogte. Mijn broekspijpen zijn al opgerold en bij aankomst van het bungelow complex staat daar zelfs een centimeter water in. Ik krijg een poncho van de manager die ik over mijn tas kan leggen, bang dat mijn kleding ook het maximum van vocht zal bereiken. Mark gaat nog even naar een ander complex kijken en ik ga schuilen in de bar. Al kletsend met de manager die verdomd goed Engels kan spreken, kijken we uit over de groene rijstvelden die gehuld gaan in een grijze waas. Hij verteld me dat in de winter en lente de rijstvelden vol staan en dat de velden geleidelijk aflopen. Iets wat je niet ziet als je ze van een afstand bekijkt. Er zwemmen zelfs vissen in, een soort karpers, nooit geweten... Als de rijst van de terrassen wordt gehaald, laten ze langzaam het water weglopen en vangen ze de vissen op in een sloot. Daarna worden de velden volgezet met tabaksplanten. De al opgemerkte hoge schuren van baksteen en uit-stekende horizontale bamboe palen, zijn de drooghuizen voor de tabak. Morgen gaan we met de manager een wandeling langs de rijstvelden maken en hopen zo meer van deze felgroene kleuren op ons netvlies te krijgen.
Onder luid gekraak worden we even later opgeschrikt door het instorten van een dak zo'n 100 meter verderop. Het huis is onbewoond. Het dak van hout en bamboe, compleet volgezogen van de regen, kon het gewicht niet meer aan en zakte als een kaartenhuis in elkaar.
De verdere avond blijven we in de bar zitten, wachtend tot na achten dat de regen eindelijk veranderd in miezer. Er wordt in de tussentijd lekker voor ons gekookt. Af en toe komt de kleine puppie Bonnie kijken, die het leuk vindt om met zijn vlijmscherpe tandjes in de mouw van mijn shirt te hangen. Later komt zijn moeder Manis bedelen om een beetje eten. Ze lijkt een beetje op een vosje en verstaat zelfs een beetje Nederlands, want bij het woordje 'zit' gaat ze meteen trouw naast me zitten. Natuurlijk beloond met een beetje rijst. 2 vleermuizen vliegen in en uit terwijl we lang zitten te kletsen met San, de manager en 2 van zijn bevriende collega's.

Lombok (Tetebatu)
3 mei
De twee en halve week reizen heeft inmiddels zijn tol geëist aan wat meegebrachte goederen. Zo is er inmiddels 1 slipper klaar voor recycling en is een wit t-shirt een kleur transformatie ondergaan. Een zwart t-shirt heeft 4 ondefinieerbare gaten en er zit een gat in mijn motorlaars. Bij het opschakelen van de versnelling met mijn linkervoet voel ik af en toe het water tussen mijn tenen gutsen. Zeg nou zelf hoeveel water kunnen leren Italiaanse schoenen aan? Mijn speciaal meegebrachte horloge vond het wel welletjes na een week in de luchtvochtigheid en mijn spijkerbroek is niet meer schoon te krijgen. Desalniettemin genieten we elke dag. Vandaag hebben we een onder leiding van onze gids San, een wandeling gemaakt langs de rijstvelden van Tetebatu. We hebben we het hele proces van planten tot en met oogsten en opnieuw bouwrijp maken van de grond mogen aanschouwen. Klinkt een beetje saai maar dat was het absoluut niet. Mark heeft nog geprobeerd 2 manden gras aan een bamboe stok op zijn schouders te nemen, wat bij de kleine mannetjes hier makkelijk af gaat, maar hij moest het af laten weten. We geven de schuld aan zijn 'mindere' dag. Veroorzaakt door de vele regen en het teveel afkoelen. Beetje last van zijn keel en af en toe een niesbui. Klinkt als een koutje. Verder hebben we op camera grote zwarte apen, die aan het donderstenen waren in de bomen, proberen vast te leggen. We sloten de dag af met een wandeling in de jungle van Mount Renjani, een oude vulkaan, en liepen dieper het donkere woud in. Het eerste stuk wandelpad was netjes aangelegd maar al snel veranderde het in een zand,- en stenen pad. Het werd donkerder en donkerder en op elke steen groeide mos. Er kwam een waas van dauwdruppeltjes op ons neer. We liepen richting de Jeruk Manis waterval. Met grof geweld kwam het water naar beneden geraast. We bevonden ons echt midden in het oerwoud. Overal hoorde we krekels en andere insecten. Soms ritselde de blaadjes mysterieus. Vogels hoog in de bomen zingen, op voor ons, onbekende toonhoogte. Op de terugweg werden we weer begroet door de regen. San en Mark liepen gebroederlijk met een groot palmblad als paraplu richting de motoren. Waarna we de weverij en de smit maar lieten voor wat het was. We moesten weer voor de regen gaan schuilen in een lokaal bamboehutje...

Lombok (Tetebatu-Labuan Poh)
4 mei
Na afscheid te hebben genomen van de bijzonder vriendelijke staf in Pondok Tetebatu, gaan we richting het westen. In de gekte van het drukke verkeer rijden we naar de stad Mataram. San, de gids, ging nog heel even met ons mee om de gisteren gemiste 'black' smid en weverij te bekijken. We rijden in de middag langs de zuid-west kust van Lombok. We hebben een uitzicht uit een tropisch vakantieboek. De Gili's oftewel een eilanden groep hier voor de kust, zijn minimaal behuisd en hebben hagelwitte stranden. Er liggen bamboe visserman huisjes op het water te dobberen. Een enkel zeilschip ligt voor anker. We gaan langs bij het guesthouse van Sulaeman surfcamp, dat ons is aangeraden. Qua slaap-mogelijkheden sluit dit niet helemaal aan bij onze wensen maar we komen hier een 50-jarige Australische surfer tegen, die aardig gehavend is door het rif. Hij neemt ons mee naar eventuele interessante gasten verblijven. We komen aan bij een verlaten terrein aan zee, met 5 gigantische huizen. Het gras wordt kort gehouden door een paar koetjes en kinderen spelen bij het water. De huizen zijn niet onderhouden. Het duo Mark & Mark (de gehavende surfer) lopen al kletsend over het terrein. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en kijk of ik ergens kan 'inbreken'. Het één na laatste huisje kom ik binnen. Het plafond is naar beneden gestort. Een houtwormen aangetaste balk heeft een douche ruimte verwoest maar mijn hartje gaat sneller kloppen. Het huis is fantastisch. 3 slaapkamers, 3 badkamers en iets van wat een keuken is geweest. Hoe gaaf zou dit zijn om op te knappen?!
We gaan verder. We rijden via een zand/losse stenen weg richting een vissers dorpje. Hier liggen wel 40 Indonesische 'perahu' (soort catamaran) op het strand. 2 perahu's varen net uit. Ze gebruiken kort de motor en enkele tientallen meters verder, heisen ze gelijktijdig de zeilen. De camera klikt menig keer.
Niet veel later stort ik weer ter aarde met de motor nadat ik net super stoer een steile keienweg wist te bedwingen. Ik val natuurlijk weer om omdat de motor, door de slechte weg en mijn sociale gedrag jegens mede-weggebruikers, teveel naar 1 kant helt. Ik moet het gewoon maar eens onder ogen zien dat ik gewoonweg niet sterk genoeg ben. Of niet..
We keren om, om erger te voorkomen en checken in bij 'In Deep'. Verschillende huisjes staan hier ook aan zee. 3 kleine puppies lopen te spelen en in mijn onoplettendheid, terwijl ik ze aan het filmen ben, stap ik met mijn blote voeten in een grote koeienvlaai.. Ik denk dat het niet helemaal mijn dag is.

Lombok- Bali
5 mei

We zijn vanavond laat aangekomen in Bali, Patang Bai. Het is 1 uur
s’nachts en inmiddels zitten we als enige gasten nog onze sociale contacten via de mail en skype bij te werken. Vanmorgen was ik al wakker voordat de zon op kwam. Een half uur later loop ik met mijn camera over het strand foto’s te maken van een gouden zon die over een eiland opkomt en zijn licht schijnt over de stukken koraal op het strand. We krijgen ontbijt op ons terrasje en Mark pleegt nog een telefoontje met een Indo uit Mataram, die eventueel wat voor hem kan betekenen. Ik ga mijn ochtend bad nemen in de heldere zee en laat me opdrogen door de inmiddels hete zon. Ik zit relaxed te genieten en voel opeens de grond beven. Een aardbeving? Ik wacht op een kleine tsunami. Heb namelijk het beste zicht op zee. Maar geen extra golfje volgt. We weten niet of het inderdaad een kleine aardbeving was of dat het iets met de mijnen en de goudwinning hier te maken heeft. Mijn eerste stukje goud is toevallig inmiddels gedolven.. Een gouden kies gevonden in de kamer.
Kan ik altijd laten omsmelten.
We gaan op afspraak in Lembar, waar ook onze ferry weer vertrekt naar Bali. We wachten bij de haven en een oude man komt naar me toe en geeft me ongevraagd een massage in mijn schouders en armen. Kost me natuurlijk weer geld.. De afspraak is gearriveerd. We besluiten een tentje op te zoeken om onder het genot van een ijskoude cola het gesprek te voeren. Nog geen 300 meter verder stopt de motor van Mark ermee. Met een drafje naast de motor, komen we al snel een garage tegen. Ik stuur Mark door naar zijn afspraak en blijf bij de motoren. De bougie. Een medewerker scheurt op zijn scootertje weg om een nieuwe te halen. Gelukkig, binnen no time is hij gefixt. Niet dat het snel had gehoeven, want ik zat lekker buiten op een houten tafel tv te kijken. Hier hebben de mensen, lijkt het, heel weinig. Soms alleen een klein hutje met een golfdakje en wat hout en bamboe aan de zijkant. Maar een tv met satelliet verbinding hebben ze allemaal. Ik rij de motoren 1 voor 1 naar het restaurant, wat 200 meter verderop is en sluit me aan bij het gesprek. De planning was om vroeg naar Bali te vertrekken maar we besluiten, nu we toch op Lombok zijn, om nog even naar de locatie te gaan kijken. Uurtje heen, uurtje terug, dachten we. We informeren, praten, kijken en gaan op weg. Nog geen 200 meter verder, zelfde probleem met de motor. Stationair draait hij prima maar bij het gas geven valt de motor elke keer uit en gaat hij geen meter meer verder. Toch een beetje de essentie van de motor, dacht ik zo. Gelukkig is er op de locatie een Handige Harry die het halve motorblok met een McGyver mesje uit elkaar haalt. 3 kwartier verder en we zijn weer op weg. In een scherpe bocht wordt Mark bijna weer aangereden. Gelukkig dit keer geen valpartijen of schade. Het is inmiddels half 6 als we aankomen bij de ferry en de overtocht duurt zeker 4 uur. De zee is een beetje onstuimig en het waait behoorlijk. We zijn behoorlijk gaar van de lange dag en slapen dan ook de hele route als 2 (jonge) honden op een matje. In slaap geschommeld door de golven komen we in het donker aan en worden even later op het benedendek bijna vergast door de vrachtwagens. Hier kennen ze geen APK en als het even niet mee zit en een oude vrachtwagen geeft gas, is je hele snoet zwart. We staan dus ook met onze mouwen voor ons gezicht summier de vervuilde zuurstof in te ademen, hopend op een spoedig vertrek van onze voorgangers.

Bali (Padang Bai-Selemadeg)
6 mei

We hebben ontbijt in PopiInn in Padang Bai. En komen erachter dat de eigenaar een Nederlander is. Hij sluit aan bij ons ontbijt en we vinden het allen jammer dat we niet meer tijd met elkaar kunnen spenderen. Het is inmiddels na tienen en we moeten nu echt gaan. Een tempeltocht door Ubud staat op het programma en dan door het binnenland van Bali. De offertjes bij de tempels staan overal weer netjes op de stoep. Van riet gemaakte mandjes met rijst, fruit, bloemen en soms een geurig wierookstokje, zijn inmiddels een vertrouwd gezicht. De geur van de wierook zal voortaan geassocieerd worden met deze reis. Ook de Kretek sigaretjes met kruidnagel zullen het aardig doen qua Proustfenomeen met Indonesië.
Via een hobbelige weg rijden we noordelijk de vulkaan op richting Richard, een kennis van Mark. Hij is oud muzikant en heeft zich teruggetrokken in de bergen. Om niet helemaal te vereenzamen heeft hij zelf een resort ontworpen en gebouwd.
In de middag bereiken we het Bali Mountain retreat. And what a treat it is!
Dit is de mooiste accommodatie die we tot nu toe hebben gezien (waarschijnlijk ook de duurste). Dit is westerse luxe met Balinese eenvoud lees schoonheid, maar daardoor is de combinatie zo uniek. Tot in de puntjes is alles verzorgd, onderhouden en ingericht. De gekozen materialen, de combinatie van hout, stoffen en kleuren is gewoon zoals het moet zijn. Ik kan hier creatief helemaal niets meer aan toevoegen. Het is gewoon helemaal af. We hebben een interessante conversatie met Richard, althans we hebben een gesprek over zijn interessante leven. Geëmigreerd op 5 jarige leeftijd uit Nederland naar Australië. Op 25 jarige leeftijd wees. Zonder studie, alleen perfectionistisch door zijn vader onderwezen in engineering, zijn diploma gehaald. In de tussentijd muziek gemaakt, in de musical Hair gepeeld, band opgericht, met helikopters door Europa gereisd om concerten te geven. Zeiljachten voor kopers over de wereld heen gevaren, enz enz enz.
Je begrijpt, het was bijzonder vermakelijk om met deze interessante man een kopje thee te drinken.
Het is ook hier weer jammer dat we niet meer tijd hebben. Morgen zullen we onze laatste nacht weer doorbrengen Sanur, het zuiden van Bali, waar we de reis ook begonnen zijn. Mocht er een reis naar Bali gemaakt worden en je wil getrakteerd worden op de beste dingen in het leven en je daarbij even afzonderen van het hysterische gehaaste leven in Nederland of daarbuiten: www.balimountainretreat.com

Bali (Selemadeg-Sanur)
7 mei
We kunnen maar geen afscheid nemen van de Balinese berg en blijven tot na de lunch. Na de afdaling die weer gerant stond voor heel wat losse keien, stuk gereden asfalt en steile stukken, vergaapte we ons weer aan het verschrikkelijk mooie uitzicht. De rijstterrassen zijn hier ingezegend met offers die in de kleine stenen tempel worden geplaatst. Vandaag liggen overal offertjes en zien we heel wat vrouwen, bijzonder netjes gekleed, de voorbereidingen treffen voor naar wat het schijnt, een speciale dank dag. Eens in het halfjaar danken de mensen hun goden voor alles wat ze hebben en wat er hun is toebedeeld. Zelfs aan auto's en motoren hangen rieten rozetten om hun genegenheid te tonen. We rijden weer door het drukke verkeer, gelukkig is de smog bijzonder minder dan gisteren. We komen weer aan in Sanur en besluiten nog even de toerist uit te hangen. Mark onderhandeld gretig over 2 Rolexen en krijgt ze bijna voor zijn gewenste bedrag mee. We brengen de motoren terug naar de rechtmatige eigenaar en biechten heel eerlijk op dat de spiegel door een omval manoeuvre is gesneuveld. Ik verdwijn voor 10 minuten in het toilet en vraag dan alstublieft om te gaan. Ik heb krampen in mijn maag en buik. In de hotelkamer krijg ik koude rillingen en duik ik onder een dubbel geslagen fleece-deken. Voorzover ons laatste gezellige avondje samen... Mark gaat de stad in zijn eentje onveilig maken en ik lig met koorts op bed, mijn voedselvergiftiging te lijf te gaan. Of malaria maar laten we maar hopen op het eerste.

Bali (Sanur)
8 mei
Ontwakend met een knallende koppijn, kijk ik er niet echt naar uit om vandaag te vliegen. De toiletbeurten zijn allen nog bijzonder vloeibaar, de krampen in de maag blijven aan maar de koorts is wel gedaald. Probeer genoeg te drinken maar meer omdat ik het mezelf opleg dan dat mijn lichaam er om vraagt. Ik besluit toch om een aspirine te nemen, al is het alleen maar om van die koppijn af te komen. Na een paar tukjes voel ik me iets beter en besluit om met Mark mee te gaan voor een ontbijt. Met moeite krijg ik 2 boterhammen weg, terwijl Markus weer heerlijk aan zijn laatste bordje Indo eten zit. Hij vertrekt om 12 uur naar het vliegveld. Ik blijf tot 7 uur in de kamer liggen. Helaas hebben we niet echt een afscheid gevierd, waar we op de mooie vakantie konden proosten en positief op terug kunnen kijken.
Mijn voorbereidingen voor Australië zijn er ook een beetje bij ingeschoten. Het enige wat is gepland, is de vlucht. Ik kom om 4 uur s'nachts aan en heb geen idee welke transport middelen er zijn en waar ze naar toe gaan. Er is niets geboekt qua slaapplek en heb geen idee hoe Darwin in elkaar zit. Het zal zichzelf allemaal wel wijzen, denk ik..                                                                                                                                                                             

Zonsopgang op Gili Air