Home » Azië » Laos 2011

Laos 2011

Vientiane, 4 oktober

Vroeg in de ochtend komt de bus tot stilstand en gaat niet meer verder. Het enige wat ik kan zien is een naast geparkeerde vrachtwagen met blauw zeil. Misschien moet de chauffeur ook even slapen? Van mij mag dat, als hij me maar veilig op de plaats van bestemming brengt. Rond 8 uur krijgen we weer een onvriendelijk non verbaal 'wuifje', dat we met paspoorten uit de bus moeten. We lopen naar een nog gesloten loket waar de Vietnamezen zich alweer staan te verdringen om als eerste aan beurt te komen. Ze zijn niet uit onze bus. De enige 6 blanke toeristen, waar wij onder vallen, moeten het stuk lopen. "1 dollar"!, zegt de douane beambte. Voor een stempel in mijn paspoort. De beambte te krijgt 20.000 dong en daar mag hij het van doen. Hij vindt het prima. Vervolgens moeten we bijna een km lopen door niemandsland om een volgende stempel te halen. Maar dan aan de Laotiaanse kant. '1 dollar', zegt ook deze beambte. Ik vraag waarvoor? Uiteraard stopt het Engels daar, bewust of onbewust. Hij kan iniedergeval geen uitleg geven. Het zal voor het biertje zijn wat hij aankomend weekend wil gaan drinken. De eerste km, schud ik de negatieve gedachte over de VC van me af en ga met een frisse blik Laos tegemoet. En dat wordt meteen beloond. De enorme bergkam aan mijn rechterzijde is al schitterend. Bergen met natuurlijke begroeiing, rijstvelden, bamboe geweven huisjes en waterbuffels die liggen te rusten in het ondiepe water, zijn de eerste beelden die het land op mijn netvlies tekenen. Aangekomen in Vientiane rond een uur of 3, stoppen we bij een groot busstation. We zijn dus nog niet in het centrum, met wat onderhandelingen, die ik ook meteen maar voor een Braziliaan en een Niew Zealander doe, kunnen we voor 2 dollar mee. In de achterbak van een pick-up truckje worden we naar een zijstraat van de Mekong rivier geleid. Vientiane wordt altijd beschreven als een saaie stad. Maar voor mij is het al bijna een oase van rust te noemen. Als er iemand toetert, valt het gewoon op en de auto's stoppen gewoon voor het rode stoplicht... Hier hebben ze regels en het gekke ervan is, dat ze nog worden opgevolgd ook. We gaan eerst eens op zoek naar een wisselkantoor en een bank. Zonder 'kipjes', het lokale betaalmiddel, kom je niet ver. Dat hadden we al gemerkt toen we onderweg met de bus van het toilet gebruik wilde maken. 'Alleen tegen betaling van 2000 kip'. Maar ja, dat hadden we niet. Ik heb ergens tegen de onvriendelijke mensen, waarschijnlijk geëmigreerde VC, mijn middelvinger op gestoken. Sorry, ben je wel eens naar een achteraf gelegen toilet in Azie geweest? In Indonesië nodigen de mensen je allervriendelijkst thuis uit om er gebruik van te maken. En hier willen ze geld vangen voor het feit dat je de hele riedel aan geslachtsziekte en hepatitis A&B opdoet, op zo'n gore latrine waar de kakkerlakken lopen. Bij andere 'toiletdames' is Patricia gewoon doorgelopen naar het toilet, ook al accepteerde ze de Vietnamese Dong niet. Ik ben terug gelopen om te zeggen dat ze zeer "un- friendly people" waren. Lik op stuk beleid noemen we dat! Kipjes dus, die hebben we gehaald bij de bank en zijn daarna aan de boulevard waar ze de kermis aan het opbouwen zijn, gaan genieten van een mango en een bananen shake. We regelen onze volgende buskaartjes en nodigen de Kiwi uit om met ons een echt Loatiaans biertje te gaan drinken.

Vientiane - Laung Prabang, 5 oktober

Het blijft een uniek gezicht, om mensen in Azië met stokbrood onder hun arm te zien lopen. Ik zit voor het hotel, om 7 uur aan mijn croissantje te knabbelen als er weer een volgestouwde pick up truck (jumbo, een grote tuk tuk) met open laadklep voor me stopt. Dat is mijn lift naar het busstation. Vandaag reis ik (Patricia en ik hebben vanmorgen afscheid genomen) weer 10 uur naar het noorden. Dit keer gekozen voor een VIP bus, wat dat ook mogen inhouden. Geen gipsvlucht dit keer maar een gewone zittende bus. Netjes wordt een verfrissings doekje en een flesje water uitgereikt. Dit blijkt aan het einde van de trip ook de enige VIP behandeling te zijn. De weg die me naar de volgende bestemming leidt is erg slecht. Er zitten veel kuilen in de weg en verder bestaat het vaak alleen nog uit de ondergrond, waar het asfalt nog overheen moet. Het hoort bij het land en het interesseerd me dan ook geen zier of we over asfalt, zand of stenen rijden. Probeer het maar eens op de motor.. Ik ben even in slaap gedommeld, nee! Hiervoor heb ik geen dagbus genomen. Ik wil op deze manier juist genieten van het uitzicht. Hoe vaak zie je nu een kudde koeien over het schoolplein lopen? En hoe vaak kan je even snel bij de lokale mensen binnen kijken en zien dat er talloze kleine biggetjes, gansjes en eenden over het erf heen scharrelen? (En hoe arm ze ook zijn, ze allemaal een tv binnen en een schotel antenne buiten staan)
Bij Vang Vieng domineren de grote kalksteen bergen het landschap. Het 'tuben', wat hier een hype is, sla ik even over. Dit is op een oude tractor band (ringo) rivier afwaarts gaan en her en der een alcoholische versnapering gebruiken. Ik heb nog een schitterende foto van deze adrenaline kick uit Chersonissos, Griekenland thuis liggen en ik wil het er graag bij 1 houden. Je begrijpt deze is niet voor re-productie geschikt. De bergen maken iniedergeval veel indruk op me en ik zit weer als een klein kind te draaien op mijn stoel, het vergezicht op mijn netvlies te printen. De rijstvelden zijn weer oogverblindend groen. Doordat Laos ter grote is van de UK maar gelukkig iets meer dan 6 miljoen inwoners heeft, is het landschap puur natuur. Ik kan intens genieten van de rieten en bamboe hutjes die tussen de volwassen rijsthalmen staan en voor de boeren een welkome schaduw plek of regen bescherming zijn. We hebben lichte panne met de bus. Heerlijk dat ik een keer nergens verantwoordelijk voor ben en mijn probleem oplossende karakter niet aan het werk hoef te zetten. Ik blijf lekker in de bus zitten. Als we er langer over doen, prima. Komen we vanavond laat aan, prima. Niet veel later zijn we weer onderweg. Maar ik heb mijn twijfels als we steil de berg op gaan of de versnellingsbak het wel haalt. Een paar uur later neem ik mijn woorden terug. De busrit duurt geen 10 uur. Ook geen 11 uur die voor deze Vip-express bus was gecalculeerd. We doen er meer dan 13 uur over en tegen 10 uur in de avond, komen we dan ook weer buiten de stad op een vaag busstation aan. Met nog 3 reizigers regelen we een prijs voor een jumbo en worden we afgezet bij de avond markt. Helemaal gaar van de busrit ga ik op zoek naar een slaapplaats en vindt deze uiteindelijk bij een gasthuis in een zijstraatje.

Luang Prabang (Unesco), 6 oktober
 
Lao PDR, People's Democratic Republic AKA Please Don't Rush.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik niets kon voorstellen van Laos. Als een van de armste Aziatische landen had ikveel armoede, achterstallige dingen en 'wildvreemde' mensen verwacht. En wilde ik het meer bezoeken 'om er maar eens geweest te zijn, nu ik er toch ben'. Maar wat een verademing is dit land. De temperatuur die lager ligt, de vriendelijkheid, de culture ontwikkeling die het land is ondergaan, de gastvrijheid, het tempo van het leven, (please don't rush) het past als een jas. Het vriendelijk vragen of je iets wil kopen, in plaats van het opdringerige van de Vietnamezen, geeft bijna het beoogde effect. Bijna. Mijn eerste deel van mijn plan bewerk ik in het Ancient Bon Café waar een Nederlands stel een praatje komt maken. Moeilijk, moeilijk om te beslissen hoe ik ga reizen. De weg van Vientiane is niet overdreven, erg slecht. Sommige weghelften van de haarspeldbocht bochten zijn door modderstromen weggeslagen. In de nacht terug reizen scheelt me veel tijd maar is veel gevaarlijker. Ik weet echter niet of ik het lot moet tarten. Ik zie mezelf toch nog altijd thuis komen volgende maand en dat is niet in een bodybag. De verleiding om hier meer te ondernemen dan gepland was, is ook erg groot. Met een wandeling langs de Mekong rivier sla ik de nodige bootritjes die me naar watervallen of de overkant brengen, allemaal over. Het nationale museum staat met haar gouden dak bijzondere fotogeniek te zijn naast een roze Bourgonvilla. De jonge monniken gekleed in oranje gewaden en kort geschoren hoofd komen rustig voorbij lopen. Wat een intense rust straalt dit stadje uit. Nu ik in het (super leuke) JoMa bakery café mijn verhaaltje zit te typen onder het genot van een Ice-chinno & een airco, vormen dan na veel afwegingen de plannen. Na in de avond rond te hebben gelopen op de avondmarkt versiert met kleurrijke lampionnen en ik mezelf heb lopen verheerlijken aan de mooiste sjaals, heb ik mijn eerste zet in mijn plan gemaakt. Morgenochtend met de bus naar Phonsavan waar ik de Vlakte der (mysterieuze) kruiken ga bezoeken. Met een minibusje (oh oh) is het weer 8 uur tuffen.

Luang Prabang - Phonsavan, 7 oktober
 
Met een mango shake en een stokbroodje gezond, begint de morgen. Ik wacht totdat het busje me op komt halen en ik zit al heel braaf een half uur te wachten aan de doorgaande straat. Een Laotiaanse jongen die een tuk tuk bestuurd komt een praatje met me maken. Al weet hij dat ik geen potentiële klant ben, toch ben ik schijnbaar een intressant praat object. Zijn Engels is niet perfect. De th, de 's en de t kan hij maar moeilijk uitspreken en dat zorgt nog al eens voor 3 herhalingen op een rij. Het volgepropte busje komt me dan eindelijk toch ophalen en laad ons over bij het minibusjes busstation. We stappen over in een luxe versie en alle tassen gaan op het dak. Een deel van de route die ik al op de heen weg naar Luang Prabang heb gemaakt, wordt weer afgelegd. Het uitzicht is weer mooi en de weg nog steeds slecht. Bij een eerste stop die we maken sta ik nieuwschierig te kijken naar een grote glazen pot. Zijn dat nu klauwtjes? De verkoopster van deze winkel van Sinkel verkoopt van alles en antwoord op mijn nieuwschierige blik: 'Bear'. Yep, dat kan ik er inderdaad uit opmaken. Een heel klein exemplaar weliswaar. Het is zonde, klein zwart beertje. Even verderop wordt net een doodgereden kip van de weg afgeschraapt. Die de botsing met de voor ons rijdende vrachtwagen niet heeft overleeft. Vroeger of later was deze toch wel als saté stukje op de bbq belandt.. Maar blijft sneu. Verder rijdt de chauffeur zigzaggend door kuddes loslopende koeien en waterbuffels heen. Schieten de berggeiten op en af de weg en weten de honden maar al te goed dat ze op tijd moeten plaats maken. Aangekomen in Phonshavan rond een uur of 3, uiteraard weer gaar, staan ook daar de verkopers weer klaar met hun brochure in hun handen. Gereed om de vermoeide reiziger weer te overladen met vragen en informatie. Er is echter een verschil van reactie en van taal met hun buurland. Ze nemen inderdaad afstand en praten begrijpend met je mee over het feit dat het een lange rit was. Samen met een Zwitsers meisje stappen we in bij een tour annex hotel verkoper. We checken 3 goedkope schimmel kamers om uiteindelijk bij de 4de onze goedkeuring te geven en besluiten de kamer te delen. Uiteraard wil de man geld aan ons verdienen en dit doet hij door trips naar de vlakte der kruiken te verkopen. De opties zijn te over en de prijs helaas ook. We moeten dit eerst even bespreken met elkaar en lopen weg. In de 2 minuten dat we over straat lopen komen we tot de conclusie dat we beide hetzelfde willen zien. De verkoper, die trouwens een aardig arsenaal aan Nederlandse woorden heeft, komt ons achterna gerend en heeft extra mensen voor de tour waardoor de aanbieding 50% lager komt te liggen. De keus is snel gemaakt en we maken de deal. Nu echt tijd om een hapje te eten. Sandra, de Zwitserse komt bekende tegen uit Luang Prabang. Met uiteindelijk een Hollandse, 3 andere Zwitsers en een Zambiaanse-Nieuw Zeelander met Australische paspoort die al 20 jaar in Papua New Guinea woont, de hele avond in een restaurant zitten kletsen.

Vlakte der kruiken | Plain of Jars, 8 oktober

In de 'geheime' oorlog zijn er tussen 1964 en 1973, 260 miljoen! bommen op Laos gegooid. De Amerikanen, natuurlijk in oorlog met Vietnam, 'loste' hier af en toe wat munitie. Jammere van het feit, afgezien dat er indertijd talloze onschuldige burgers om het leven zijn gekomen, dat van de miljoenen bommen, helaas 78 miljoen niet zijn geëxplodeerd. Tot op de dag van vandaag is de UXO (unexploded ordnance) opruimingsdienst bezig om de land op te schonen. Tijdens onze (Sandra, 2 Ozzies, 1 Canadese en ik) wandeling met de gids door sector 1 van de 'plain of jars', moeten we dan ook echt tussen de gemarkeerde stenen blijven. Tenzij je vindt dat het aangepaste PGB in WAO toereikend is om een leuk leven te leiden, is het altijd een goed idee om je been eraf te blazen. Uiteraard zijn we alle braaf aan de zijde van de witte geschilderde kant gebleven en hielden we ons verre van de afbeelding van het cluster bommetje.
Er zijn nogal wat theorieën over de manshoge steen uitgehouwen vazen. Er zou whisky ingemaakt worden of uit gedronken zijn. Een volgende theorie zou duiden op de voorloper van een Smeg. Maar de meeste stemmen gaan over het algemeen toch uit naar het begraven van de doden. Ik kan vanaf vandaag dan ook als één van de weinige zeggen dat ik levend in een urn heb gezeten.. En nee, het is geen heilige schennis want volgens dezelfde theorie zouden de mensen er ook weer uit zijn gehaald, om gecremeerd te worden en vervolgens weer in een ander potje te worden gestopt.
Via een stenen hobbelwegen waar je een spontane hersenschudding van oploopt, gaan we ook nog even naar district 2 &3 kijken. In totaal zijn er 161 districten of sites, hoe je ze wil noemen. Maar als je er 2 hebt gezien, heb je ze allemaal wel gezien. 2 &3 zijn niet altijd bereikbaar. In het regenseizoen is de weg onbegaanbaar en staat het water in de rijstvelden zo hoog dat je zonder lieslaarzen niet met droge voeten aan komt. Een Romeo en Julliet verhaal bij een boom die zich rond een vaas-urn-kruik heen gewikkeld. De koetjes lopen er als bsw'ers tussen om het gras kort te houden en proberen het plastic te recyclen. Verder dan er op blijven kauwen als op kauwgom, komen ze helaas niet. Aan het eind van de middag gaan we terug naar Phonsavan. In het restaurants 'Craters' waar de chemische wapens buiten staan uitgestald (ontmanteld uiteraard), doen we ons weer te goed aan een hapje en een drankje. Tijdens de reizen en dan vooral in Azie, zie je continu dezelfde mensen. Zo komt de Fransman naast wie ik in het minibusje zat even binnen gelopen voor een praatje. Hij is een Aziaat. Toen ik een paar dagen geleden in Vientiane een perfect sprekende Aziaat complimenteerde met zijn Engels, bleek het een Canadees te zijn.. De vraag wat voor achtergrond hij dan had, bedoelende op Chinees, Vietnamees of een ander ras met donkere ogen en zwart haar, keek hij een beetje bezwaard maar zei uiteindelijk dat hij uit de Filipijnen kwam. Ik bedoel hier verder niets mee en ik vind de vraag persoonlijk ook niet zo raar. Misschien was die Canadees wel gewoon arrogant. Maar dit voorval resulteerde er dus in, dat ik het niet aan de Fransman vroeg. Hij kwam er even later zelf mee en deelde met ons dat hij uit deze regio van Laos komt. Mijn nieuwsgierigheid weer niet onder stoelen of banken gestoken, vraag ik dan ook of hij hier is geboren of in Frankrijk en hoe oud hij dan wel is. Kan ik namelijk zelf de berekening maken of zijn ouders zijn gevlucht in de oorlog of na de oorlog. Toen bleek dat ze in de oorlog waren gevlucht, tussen die 260 miljoen bommen in, wilde ik daar natuurlijk meer van weten. Hij kapte me echter af toen de eigenaar van het restaurant langs kwam lopen. 'Niet iedereen wil er aan herinnert worden, zeker niet soldaten', was zijn antwoord. Hierbij keek hij naar de voorbij lopende man. Of zijn vader nu deserteur was, ik ga meteen weer van het smakelijkste uit, weet ik dus niet. Mijn 'interview' werd dus afgekapt. Beetje jammer.

Vientiane, 9 oktober
 
Een tank met rupsbanden was waarschijnlijk comfortabeler geweest dan de rit met de bus afgelopen nacht. Aangezien de tijd schaars is, heb ik toch maar gekozen voor een nachtrit. De vervelende haarspeldbochten zijn inmiddels al afgelegd met het minibusje, daar hoef ik me dus minder druk over te maken. Ja, mijn redenatie een paar dagen geleden was niet zo gek. Er komen er 2 levenloos terug uit Java.. Verteld dat maar eens tegen die ouders.
Vannacht weer een VIP bus. Ik zit helemaal voorin, geen riemen, niets, alleen een voorruit waar je zo gekatapulteerd door wordt.. En als ik dan eindelijk, na alle houdingen op 2 stoelen heb aangenomen om in slaap te vallen, ook daadwerkelijk even slaap, schommelt de bus zo erg dat ik vol me met mijn jukbeen tegen het raam aan knal. Achteraf kan ik er wel om lachen omdat het waarschijnlijk hilarisch was om te zien. (Ja, ik heb ook leedvermaak over mezelf..) Op dat moment ben je helemaal versuft en snap je even niet wat er zojuist gebeurde.  Achteraf is er niets van te zien.
Aangekomen in Vientiane, neem ik eerst een provisorische douche in een (schoon) café toilet. Ik heb namelijk alleen de dag hier en vanavond ga ik met de volgende bus verder naar het zuiden. Een beetje onzinnig om alleen een kamer te huren voor een douche.. Met een tuk tuk laat ik me even naar het nationale symbool Pha That Luang brengen. Het gouden dak van de stupa blinkt in het zonnetje. Nog even een bezoek aan de Wat Si Saket & Haw Pha Kaew tempels, gevolgd door een (bloedhete) wandeling naar de Arc de Triomph, oftewel de Patuxai. Als afsluiter wil ik nog een wandeling langs de Mekong maken. Daar kom ik tenslotte deels voor. De kermis die ze van de week aan het opzetten waren, draait op volle toeren. Te warm, teveel mensen, teveel stof. Ik lijk al bruin maar als ik onder de douche ben geweest, is er helaas niets meer van over. Ik verschuil me dus maar tegen de warmte en het stof in een airco koffiezaak.
 
 
Pakse, 10 oktober

Ik heb vannacht heerlijk geslapen in de luxe 'sleeper bus'. Moest mijn bedje wel delen met een schattig Laotiaans meisje van 22. Maar het matras was groot genoeg voor grote ikke en mini meisje.
Met een bijna volle maan zag ik vanuit mijn bedje de wereld aan me voorbij komen. Weet je wat voor bijzonder gevoel dat geeft, om in het maanlicht het vlakke landschap met rijstvelden, bomen en landelijke huisjes voorbij te zien te komen als je op een bed ligt? Er verschijnt een andere uitdrukking op mijn gezicht. Één met mondhoeken die langzaam opkrullen en wangetjes die de vormen van appeltjes krijgen. Inderdaad, een tevreden glimlach verschijnt. Soms is het beter om te reizen dan op de plaats van bestemming aan te komen..
Pakse is het uiteindelijk, waar ik uitstap. Bij Sabadi (betekenis: hallo) 2, kan ik na even wachten mijn bamboe kamertje in. Een lange douche heb ik nodig om al het zweet, stof en andere menselijke geurtjes uit de bus van me af te wassen. Na in de stad te hebben rond gelopen en zitten te bedenken wat ik hier allemaal wil doen, een middagdutje. Het Bolaven Plateau wat hier een populaire bestemming is met watervallen, mensen in kledendracht en koffie plantages is iets wat ik voor morgen plan maar nog niet boek. Met mijn ipadje ga ik aan het eind van de middag wat werk verrichten en ga bij de draadloze zone voor het guesthouse zitten. Ik kom in gesprek met Erik. Een kunstenaar uit Eindhoven. Hij is ook al een tijdje onderweg en heeft nog zeker 4 maanden te gaan. 2 Nederlandse meisjes Linde en Ilse uit Utrecht/Vianen komen aan tafel. We besluiten met z'n 4en te gaan eten. Uiteindelijk worden we het restaurant uit-gebonjourd, dus halen we nog maar wat biertjes bij de winkel en gaan terug naar het guesthouse. Een groepje (grappige) aangeschoten Duitsers zitten naast ons. We krijgen verschillende waarschuwingen omdat we te luidruchtig zijn.. Hier ook weg-gebonjourd. Dan naar het binnenplaatsje om verder te kletsen. Het is niet dat het in de kleine uurtjes loopt. Het is gewoon dat die mensen (Laotiaanse bevolking) om 5 à 6 uur aan hun dag beginnen en om 9 uur in bed liggen.

Pakse, 11 oktober

Om 6 uur gaat de wekker. Toch een biertje teveel gedronken gisteravond. Heb gisteren door de gezelligheid geen tijd meer voor gehad om mijn trip naar de watervallen op het plateau te boeken. Als ik me vandaag om 06.30 zou melden, kon ik nog mee. Het regent buiten en dat motiveert me naast mijn luiheid en een beetje kater niet echt om uit mijn bed te komen. Ik druk mijn wekker uit en draai me weer om. Zou ik nu al 'reismoe' zijn geworden?
Nee, zeker nog niet genoeg van het reizen! Mijn gedachten gaan in de middag zelfs uit om mijn ticket te verzetten en pas om eind december terug te komen. Gisteren met Erik gesproken en die had de Siberië expres genomen. Door Rusland, Mongolië en China gereisd om inmiddels in dit gedeelte van Azië aan te komen. Dit was begin dit jaar ook een scenario wat ik in mijn hoofd had. Ik zou het altijd nog andersom kunnen doen? Of Birma dan, gevolgd door India en Nepal..? Dit is maar zo'n klein stukje van Azië, wat ik nu doe. Zeker als je het op de atlas bekijkt. Eigenlijk ben ik nog nergens geweest. Ik begin eerst maar eens om mijn lijst wat te zien in Cambodja en Thailand, uit te werken. Onder een verkoelende ijskoffie in het tentje om de hoek, komen Ilse & Linde aan tafel geschoven. Ook zij hebben niet veel uitgevoerd vandaag maar hebben hun spieren wel laten kneden bij een massage salon. Ze besluiten om in mijn plan mee te gaan om de Wat Phu te bezoeken. Mijn idee om hier met de bus naar toe te gaan en in Champasak te overnachten is van de baan. We besluiten met de boot over de Mekong te gaan. De immer stromende bruine Mekong.

Wat Phu, Champasak (Unesco), 12 oktober

Op een brede versie van een Sampan bootje, die niet verder te definiëren valt, als een grote houten kano met zeil alsdak en een motor op het eind, gaan we stroom afwaarts. Het water staat hoog maar de plastic troep die in de bomen is blijven hangen, toont dat het nog 2 meter hoger heeft gestaan. In Champasak gaan we aan wal. Wat ben ik blij dat ik hier geen overnachting heb geboekt. Het, wat ik denk dat het centrum is, heeft geen verharde weg en straalt naast kleine baboe en stenen huisjes niet zoveel uit. De overtollige regen heeft de zand-stenen weg tot een modder plateau gemaakt. We zitten achterin de jumbo dan ook met 2 handen aan de railing om niet bij elk gat in de weg, het hoofd in het plafond te boren. Via allerlei verschillende verkooppunten en controle posten lopen we langs het groene water van de kunstmatige meren. Groen? Yep, groen voor de verandering. We lopen dus langs de meren en zien daar de eerste 2 ruïnes van tempels staan. Ik kan niet uitleggen hoe mooi het is om deze 3000 jaar oude bruine- zwarte gebouwen tegen een achtergrond van een groen woud te zien. Het vakwerk wat je terugziet in de stenen reliefs is zo anders dan bij andere Wats of tempels. 3 koppige slangen zijn hier de wachters en de versierde Boedhas (op deze Boedha dag) staan in grijze walmen van de wierook stokjes. Er is helaas niet veel meer over, van wat misschien de 'blue print' van Angkor Wat in Cambodja is geweest. De ruïnes roepen meer vragen op dan het informatie boekje kan beantwoorden. Op deze 100% luchtvochtigheid  en hete dag gaan we nog, tijdens de fotosessies van de dames, op zoek naar de 2 ingehouwen olifanten en de liggende krokodil. Als Lara Croft's (yeah right..) struinen we door de takken en bossen heen om via een smal paadje te vinden wat we zoeken. Zouden wij als enige hier op zoek naar gaan of zouden andere mensen ook weten dat het hier is? Het lijkt er iniedergeval op dat hier niet veel mensen komen.
Als we voor de afgesproken tijd terug bij de jumbo komen, rijden er net 3 volgeladen richting de Wats. Achtervolgt door een enorme regenbui. De timing is perfect geweest. Op de boot krijgen we na de twee en half uur plank zitten, letterlijk en figuurlijk een houten kont. Stroomopwaarts zijn we toch een stuk trager. Terug in Pakse blijkt dat we nog geen dag weg kunnen of de muizen dansen al op tafel. Vandaag, naast Boedha dag ook boat-race-day. De jet ski's komen met absurde snelheid (blijft leuk) voorbij gescheurd en kunnen de drijvende offertjes niet altijd ontwijken. De stad bruist. De rollen worden omgedraaid als een paar monikken in oranje gewaden foto's van ons maken. En even later wil een vader zijn zoontje met ons, oer-Hollandse meisjes, op de foto hebben. Een optocht met lampjes, kaarsjes ingeleid door zwijgende monikken en gevolgd door juichende schoolmeisjes sluit de dag af.
De dames nemen de nachtbus naar Vientiane. We zien elkaar volgende maand waarschijnlijk weer in Thailand. Rond 7 november is het verzamelen voor de pre-parties van op de 10de gevierde 'full moon party'. Feestje(s)!

Pakse - Don Det (4000 Islands), 13 oktober

Ik ben aangekomen op Don Det. 1 van de 4000 eilanden die in de Mekong liggen, tussen Laos, Thailand en Vietnam. Met de 'ferry' zijn we net overgezet. De 'Ferry' had hetzelfde formaat als de 'jumbo' Sampan van gisteren. Samen met 3 Fransen wandel ik over het modderige pad naar Mr. Paos's guesthouse. Kleine cabins staan aan de snel stromende Mekong. Ik wordt bijna duizelig van de indrukwekkende sneldheid dat het water voorbij raast. Kleine draaikolken en vlak water met heftige stroming maken me vragen of ik wel zo'n goede zwemmer ben?
De hut die wordt toegewezen, is simpel. Er staat alleen een 2-persoons bed met über hard kapok matras, een klamboe en een ventilator. Het is ook niet groter dan 6 m2. Op het deck hangt een hangmat waar ik waarschijnlijk tijdens mijn verblijf veelvuldig in zal liggen. Om half 12 zitten de Fransen en ik aan een liter Lao beer. Het begint weer hard te regenen. Dit zal er uiteindelijk weer in resulteren dat het water nog hoger komt te staan. Verschillende bomen staan al 3 meter van de oever. Het leven hier is erg simpel te noemen. Geen asfalt, geen centrumstraat. Bamboe hutjes, kippen, een vet varken en wat Aziatische koeien. Maar, terug naar de basis:  er is water, eten, drinken en een droge plaats om te slapen (en elektra tot 10 uur). Voorzover weer terug bij de fundering van de Maslow piramide.
Het hokje wat langs de kant van de wandel weg staat, is het toilet/douche. De latrine, omringd door asbest platen, doet zijn dienst. De gemetselde bak gevuld met bruin Mekong water dient weer als doorspoel water, manueel met een schepemmertje water te doen.
Een LG soundmax televisie verpakking doos komt langs gedreven. De contrasten zijn zo groot. Had ik al vermeld dat het weer regent? Het regenseizoen is definitief nog niet voorbij. Het water komt als een hogedrukreiniger uit de lucht. Ook een effect van global warming ben ik bang. Na een hapje te hebben gegeten, gaan we op krakkemikige fietsjes het eiland verkennen. Ik zet even een voet (letterlijk) op Don Khon. De jongens zingen, al fietsend Franse liederen, kletsen hun flessen bier tegen elkaar als toast en hebben een sigaret in de mond hangen. Bij terugkomst aan de 'sunrise' kant,  gaan we naar het modderstraatje waar wat houten hokjes zijn, die eten en drinken aanbieden. Een deck over het water met wat gekleurde matrassen en kussens ziet er goed genoeg uit om neer te strijken. De Fransen hebben inmiddels al wat bier op. Maar schromen niet om nog enkele liters de bestellen. We fietsen even later door het donker en de regen terug naar onze hutjes. Waar we later besluiten om toch op zoek te gaan naar meer. Meer tentjes, meer mensen en meer bier. 1 ligt inmiddels binnen 5 minuten dat hij zijn bed zag, te slapen. Door het donker, de diepe modder en de regen komen we een half uur later terug. Geen leven op dit eiland. (althans niet gevonden) Alleen blubber waar ik op blote voeten door moest lopen omdat de slippers niet meer aan mijn voeten bleven zitten. 1 nachtje dan op Don Det. Geen 2 zoals gepland. Dit is iets te minimaal voor mij.

Don Det - Phnom Penh, Cambodja, 14 oktober

5 minuten een hangmat gebruikt om er maar in gelegen te hebben. Ik zeg de Fransen gedag en meld me om 8 uur bij de zwangere dame waar ik mijn buskaartje heb gekocht. Ze heeft al 2 dochtertjes. De jongste, een jaar of 2, draagt alleen een T-shirt en staat ongegeneerd midden in het restaurant/winkeltje/woonkamer annex kaartverkoop punt te plassen, terwijl ze op haar banaan aan het knabbelen is. Het leven kan zo simpel zijn. Nog simpeler als de echtgenoot een boot probeert te 'vlaggen' om me mee te nemen naar het vaste land. Maar helaas, niemand stopt. Dan moet hij me toch echt zelf naar de overkant brengen. Hij mikt wat benzine in de motor van de Sampan en daar gaan we. Nog een laatste blik op Don Det, wat ik voor mijn toekomstige geheugen maar heb omgedoopt tot Don 'Wet'. Helaas door het wassende water geen Irriwadi dolfijnen gezien.
Schommelen op de boot is niet aangeraden. Elke stroming van het water voel ik al vanuit het kleine plankje waarop ik zit. De tas hangt half op een ander plankje en half in het regenwater, wat in de boot is blijven staan. Met wat geklauter over 4 andere bootjes is het me gelukt om aan de kant te komen. Nog even langs ladingen dode vis die ze net gevangen hebben. Een verkoper lijkt een mini versie van een krokodil in een zak te doen. Hebben ze hier krokodillen dan? Toch even nalezen..
Bij de minibusjes staan alle toeristen te wachten. 2 meisjes die we gisteren hebben gezien zijn er ook. 1 ervan is onderuit gegaan met een scooter en heeft een behoorlijk lelijke onstekking aan haar knie. Een versie waar je been door af wordt gezet als je er niets mee doet, zeg maar. Gisteren leek ze er nogal laconiek mee om te gaan maar nadat ik en 2 van mijn Franse reisgenoten, met medische achtergrond, er wat van hadden gezegd, vond ze het toch wel eng worden. We hebben haar op haar hart gedrukt dat ze echt in Phnom Penh naar het ziekenhuis moet. Ik haal mijn EHBO kit weer te voorschijn en desinfecteer en verbind haar knie. Nog wat desinfect op haar kuit en ik wens haar succes. Bij deze wel op zijn plaats ben ik bang.
De grens overgaan is toch altijd een verhaal apart. Je moet 2 dollar 'stempelgeld' betalen voor de vertrek stempel uit Laos. Dan moet je een gezondheidsverklaring tekenen, wordt je voorhoofd gescand(?!) en moet je een dollar betalen. Dit laatste is echt het meest onzinnige wat ik ooit heb gehoord. Ik bluf me erdoor heen en laat mijn GGD formulier zien waarop staat dat ik TBC vrij ben. Het gaat me niet om die ene dollar (nou voorruit dan, eigenlijk wel) maar om het principe hoe ze geld willen verdienen. Dan mijn Visa on Arrival kopen en weer 2 dollar betalen voor een stempel. ..En zo, de broekzak van de beambte in. Kop Chai, Lai Lai, en bedankt, veel..