Home » Europa » IJsvaren Rusland 2010

IJsvaren Rusland 2010

Dagboek verhaal (mijn eerste..) 
 
Dag 1.
Vandaag is de dag dat ik mijn angst van zeeziek zijn ga overwinnen. Samen met een vriend, Arnaud, heb ik 2 maanden geleden besloten om met een bevriende kapitein mee te gaan voren op een container boot.
 
De reis begint in de Europort. Het schip wordt bij aankomst al door een zeer automatisch vernuftig  systeem gelost en geladen. Met verbazing sta ik s’avonds op het dek te kijken naar de vrachtwagen hangars, zonder bemanning, die precies schijnen te weten welke richting ze op moeten. Voorlampjes, achterlampjes en knipperlichten worden gebruikt om de zeldzame mensheid die er af en toe met auto’s door heen manoeuvreren erop te wijzen dat ze vooruit gaan of afslaan. Grote container terminals dan het oog kan reiken, bevoorraden de aanhangers met 1 of 2 containers. Ze worden keurig bij de betreffende boot afgezet waar ze vervolgens door enorme kranen worden opgetild en met precisie op de boot worden gezet. Er is een klein beetje mensenwerk hier maar verder gaat alles automatisch.
 
Morgenochtend om 09.00 uur vertrekken we voor 800 meter naar een ander deel van de haven om daar een andere voorraad op te halen om vervolgens aan de andere kant van de haven nog een lading op te halen. Om 19.00 uur is de planning om uit de veilige thuishaven van Rotterdam te vertrekken richting het noorden. Hamburg, Kiel, met het Kielerkanaal, Tallinn (Estland) en Sint Petersburg (Rusland) staan op de reisplanning.
 
De boot is nieuw, bouwjaar 2009. Ik heb mijn intrek mogen nemen in “the Owners livingroom” recht tegen over de hut van de kapitein. Een luxe suite aan boord. Een woonkamer met gevulde koelkast, kastjes in overvloed, een werkbureau met telefoon en (auto) radio met mp3 en IPod aansluiting, een aparte slaapkamer met 2 persoonsbed en een eigen badkamer met wastafel, toilet en douche.
 
De kamer bevindt zich met uitzicht op de voorzijde van de boot net onder de brug. 5 trappen naar beneden is het Poopdek, in lekentaal; de kombuis en de mess. De bemanning verzameld hier zich om samen te eten of een biertje te drinken.
Tot op heden heb ik 2 stagiaires ontdekt, wat technisch staf en 1 jongen die wat afzonderlijk is. Dat blijkt een Rus te zijn. Ik ben benieuwd naar zijn verhaal. Daar zal ik de eerst komende dagen eens naar gaan informeren. Mijn uitzicht om 23.45 uur is fantastisch, een lichtstad op het water. Vol leven wordt er doorgewerkt, een 24-7 economie in de havenstad van Europa.
 
Dag 2.
Ik wordt na een nacht slapen wakker van het geronk , gedreun en getril van de boot. Een leerling heeft me de avond ervoor verteld dat door de trilling van zijn vorige boot zijn laptop is stuk gegaan. In mijn ochtendroesje verzin ik al dat de laptop dan maar op de bank moet slapen. Zo is er enigszins demping om mijn reismaatje een langer leven te geven. Ik besluit om de voortzetting van mijn “geslapen als een roosje” nog even voort te zetten. Na anderhalf uur zijn we van de terminal ECT naar een andere gevoerd om daar extra te lossen. In de middag wordt ik  naar de brug geroepen, om te zien hoe we van deze kade naar APL kade manoeuvreren. Met de gedachte gang dat “wij” een grote boot hadden waar in de breedte 9 containers kunnen staan, komen we een Arabisch gevaarte tegen waar er 15 naast elkaar staan, vrij indrukwekkend.
 
Op de brug kunnen we de kapitein en loods die aan boort is gekomen, nauwlettend in de gaten houden. Via het radioverkeer worden we op de hoogte gesteld welke boot dient te vertrekken en welke boot aan de kade kan komen.  Mijn aanzien in Pim stijgt als ik hem zie file parkeren met onze boot van 167 meter. Zo’n 20 meter voor een enorme bulk carrier. Vervolgens worden er 27 containers aan boord gehesen en ieder bemanningslid is hard in de weer om hun taak te volbrengen. Ik daarentegen, als toerist, heb me in de ochtend wijs bezig gehouden in de sportruimte om een half uur te fietsen, waarna ik om 12.30 uur werd verwacht voor de warme lunch.
 
Om 19.00 uur begint de uitvaart uit de Rotterdamse haven richting Hamburg. Een beetje gelaten door de onheilspellende Noordzee kijk ik met wat bemanningsleden naar een film. Satelliet tv aan boord om leerlingen van de zeevaart school te trekken. De boot deinst op de golven. Nu begrijp ik weer heel goed waarom overal handvaten zijn en waarom de deuren allemaal speciale vasthoud drangers hebben. Na een potje kaarten en een biertje is het tijd om in mijn lekkere bed me in slaap te laten wiegen. Nog geen zeeziekte, gelukkig.
 
 
Elbe - Kielerkanaal
Dag 3.
Ik wordt wakker van het daglicht wat via de andere kamer in de slaapkamer komt. We liggen inmiddels voor anker. Buiten is het  aan het sneeuwen. De containers worden bedekt met een laag sneeuw, althans als ze uit de wind opgestapeld staan. Door de laaghangende sneeuw bewolking is er bijna geen uitzicht. Een aantal boten liggen ook voor anker, een enkeling komt ons tegemoet gevaren. Morgen zullen we rond 11.00 uur richting Hamburg gaan. We mogen de haven nog niet in omdat er nog niets klaar staat om te laden. We zijn een soort bevoorrading schip en voeren in tegenovergestelde richting van een ander schip van JR Shipping.
 
Ik ga na mijn gezonde ontbijt weer met volle moed beginnen aan mijn 35 minuten durende fietstocht die me niet verder brengt dan de 1 meter voor de spiegel waar we begonnen zijn. Een aantal Filippijnen komen checken of de sportruimte vrij is. Na wat overleg onderling kiezen ze er toch voor om hun biceps naast mij te komen trainen. Het voelt meer alsof ze zich even als mannen willen bewijzen. Maar waarschijnlijk doen ze dit dagelijks en komt de testosteron niet omdat ze een vrouw bezweet van 5 minuten fietsen zien zitten maar van de lange maanden dat ze op zee zitten.  Na het fietsen is het lady time, dat betekend dat ik eens in de zoveel tijd echt tijd neem om mijn vrouwelijke dingen te doen, pedicure en manicure, een beetje “alone” time is weleens lekker.
 
Na de middaglunch afgesloten met stragiatella ijs (pure verwennerij aan boord, het lijkt wel een cruise) een beetje geplaystationd en buiten als Fischer Mansfriend sailerin sigaretjes staan roken op de achterboeg, turend naar de andere 9 schepen die liggen te wachten, mezelf afvragend wat de temperatuur van het water zou zijn. Gelukkig wint mijn verstand het dit keer van mijn nieuwsgierigheid. ..
 
Tijdens het avond eten, waar maar 6 mensen bij aanwezig waren, gekletst over het leven van zeelieden en de vrouwen die thuis blijven. Of in een enkel geval, de vrouw die vaart en waar de man het huishouden voert. Bij de eerdere lunches en diners wordt er wel eens met al het Nederlandse personeel, (de Rus is diezelfde avond nog van boord gegaan) gegeten en omdat niet iedereen elkaar kent, vallen er soms weleens vervelende lange stiltes.  Maar dit keer werd er uitvoerig gepraat. Door mijn nieuwsgierigheid gedreven kom ik achter allerlei “Willem Wever ‘ vragen. Zo ook waarom er zoveel olietankers voor de kust liggen. Deze blijven soms wel eens 6 maanden liggen. Als de olieprijs namelijk stijgt, dan varen de boten naar binnen en verdienen zo veel meer geld dan wanneer ze bij lage olieprijzen, olie aan land komen brengen. Een slim economisch spelletje waar uiteraard de grote raffinaderijen hun winst over uittellen.
 
Dag 4.
Vanmorgen pas om 09.30 uur wakker geworden. Op zee is het rustig dus je wordt als het ware in slaap gewiegd. Na een Hollands boterhammetje met kaas en vegetarische boterham worst, is het weer tijd om te gaan oefenen op mijn beklimming van Alp d’Deuz. Ik werk me weer aardig in het zweet, in het kleine fitness kamertje. De Filipinons zijn aan warmte gewend en zetten elke thermostaat die ze tegen komen op 25 graden. Deze kon dus meteen met 10 graden worden teruggezet. Nadat ik 40 minuten op de hometrainer heb lopen ploeteren en tientallen zweetdruppels op de vloer heb zien vallen, test ik nog even het fitness apparaat uit. Niet dat ik hoef te klagen over de spieren in mijn bovenarmen, als het iets minder zou zijn, zou het een stuk vrouwelijker zijn.
 
Om kwart over 11 starten de motoren van de boot nadat de Duitse loods aan boord is gekomen. We gaan richting rivier de Elbe. Het is mistig en af en toe komt er een verdwaald klompje ijs voorbij drijven. Bij mijn rondje op het dek kom ik 2 dik ingepakte bemanningsleden tegen. Ze lopen met een ijzeren schuurtol en met een blikje verf in de hand om de roest die inmiddels is ontstaan op deze 3 maanden oude boot, bij te werken.  Aan weerszijde van de boot liggen er rond 14.00 uur inmiddels al grote ijspakketten die kapot zijn gevaren. Een enkele boei kan zich drijvende houden tussen de ijsschotsen. Hoe smaller de rivier straks wordt, hoe dichterbij het ijs zal komen.
 
Het lijkt of de boot een snelweg achterlaat van stroming en modder, afgebakend met ijsbrokstukken en schuim. Het water is vies, de rivierbedding is omgewoeld en ik kan me niet voorstellen dat hier nog enige vorm van vis in kan leven. Richting Hamburg hebben de bewoners die aan het water wonen een schitterend uitzicht op het water en al het verkeer wat het met zich mee brengt. In de haven lukt het Pim wederom om file te parkeren met de boot. Een knap stukje inzicht wat die jongen heeft. We verleggen nog 2x om alles aan boord te krijgen.
 
In de haven regent het. Idem als in de Europort wordt hier klokje rond gewerkt om alle containers te laden en te lossen. We zullen in de morgen verder gaan. Inmiddels is er een IT’er aan boord gekomen om wat aan te passen. Na een filmpje en weer een hoofdstuk geschreven te hebben in mijn boek, is het tijd om te gaan slapen. Ik verheug me op deze nachtelijke rust en laat expres mijn wekker ingesteld staan op mijn doorgaans wektijd om te gaan werken. Ik vind het heerlijk om ongegeneerd de wekker uit te drukken en mezelf vervolgens nog 3 keer om te draaien.
 
 
Dag 5.
Na weer een goede nachtrust, een bakje cruesli met yoghurt en 1.20 uur op de home trainer te hebben gezeten, ga ik richting brug. Er is weer een andere loods aan boord gekomen die Pim begeleidt naar de sluizen van het Kieler-kanaal. De ontmoeting was on-allerhartigst omdat de loods wilde dat Pim eerder in zou draaien. Zoals eerder vermeld weet deze kapitein heel erg goed wat hij met zijn boot kan en verteld de loods dus ook duidelijk dat het op zijn eigen manier gaat. De boot vaart immers anders met volle containers. We draaien de sluizen in alsof je een parkeer garage in komt rijden. Zonder slag of stoot laat de boot zich manoeuvreren in het modderwater en de pakken ijs en sneeuw die tegen de kanten zijn geperst. Grotere boten kunnen hier qau diepgang en breedte niet in, volgens Arnaud en mij. De loods gaat weer van boord en 4 anderen komen zich melden. De sluisdeur achter ons sluit zich en we liggen naast een ander schip van JR Shipping uit Harlingen.
 
Er klinkt een hoop gevloek van een ander schip uit Delfzijl die na uitvaren van de sluizen niet aan de kant gelegd kan worden omdat er teveel ijs tegen aan ligt. Na het uitvaren van de sluizen durven 2 pondjes het aan om ons van 2 kanten aan te vallen. Gelukkig kunnen deze kapiteins snelheid en stroming goed inschatten en passeren de boot aan de achterkant met minder dan 10 meter. Het kanaal ligt vol met brokstukken ijs en sneeuw. De voorboeg snijdt met gemak door de rommelige soep heen, in schipperstaal ook wel pannenkoeken- ijs of slush genoemd. Het zicht achter op de brug is al even mooi. Het lijkt of de boot op de millimeter het ijs heeft gesneden en laat een donkere weg  in de vorm van een kerstboom, tussen de ijsschotsen achter.
 
Na anderhalf uur varen, met  6 knopen (ongeveer 12 km per uur) anders maken we teveel diepgang, komt er een eind in zicht van het witte landschap op het water. Het lijkt of alles zich gaat verzamelen richting de sluizen en Elbe. Een schone waterpartij ligt recht voor ons in een kanaal wat steeds smaller wordt. De boot lijkt te stoppen en ik vraag me af waarom. Navraag bij Arend de leerling leert mij dat er stoplichten staan waar de loodsen zich aan dienen te houden. Op bepaalde gedeelte van het 100 km lange Kielerkanaal zou passeren moeilijk gaan en zou teveel golfslag geven. Even later gaan we op het dooie gemakje weer verder door de inmiddels weer aanwezigen slush, met als uitpunt de sluizen en daarachter de Oostzee.
 
Dag 6.
Vannacht om half 12 zijn we weer aangekomen bij de sluizen van het Kieler kanaal. Met een toch behoorlijke snelheid wordt de boot de sluis ingedreven bij een andere wachtende boot. De sluis achterons gaat dicht en de sluis voor ons opent zich en het licht gaat op groen. We zijn op de Oostzee. Na deze arbeid gade te hebben geslagen vanaf mijn bankje in mijn hut, kruip in mijn bed weer in. Ik kijk er elke avond naar uit om in slaap te worden geschommeld door de zee en het geluid en getril van de motor. Slapen doe ik als een baby en ook deze morgen, na nog 3 keer mijn bed uit te zijn geweest om te kijken of er in de duisternis van de Oostzee nog wat te zien was, werd ik pas wakker om kwart over 10.
 
Mijn telefoon geeft de berichten door wat de kosten zijn om vanuit Denemarken en even later Zweden, te bellen. Ik  besluit om even te gaan ontbijten en in mijn boek verder te gaan. Vannacht weer allerlei nieuwe hersenspinsels gekregen om mijn verhaal op papier te krijgen. Even later kom ik glimlachend naar beneden omdat ik een deel van het verhaal heb uitgewerkt en ik blij ben dat de rode draad door het verhaal weer is opgepakt. Na de lunch een kijkje genomen op de brug.  We varen met 18 knopen flink door het helder groene water.
 
De Filipijnse stuurman, Marlou, vertelde zonder blikken of blozen zijn hele levensverhaal. Het kijken naar andere vrouwen, het overlijden van zijn 3 maanden oude zoon en het niet kunnen krijgen van een dochter. Hij is 37 maar hij ziet er jonger uit. Grijze haren en rimpels zijn aan dit ras niet besteed. Bij het avond eten zijn we lichtelijk verheugd op onze aankomst morgenmiddag in Tallinn. Misschien gaat 1 van de stagiaires, uit de machine kamer wel mee. We hebben tot de volgende ochtend, dus in principe kunnen we cultuur, architectuur en bier drinken combineren tot in de late uurtjes. De reis daarna naar Sint Petersburg zal lang zijn.
 
Na avond eten een lang gesprek gehad met de kok. Hij is heel aardig en kookt erg Europees, wat hem met een speciale cursus in Duitsland is aangeleerd. Hij moet elke dag toch voor 19 personen koken, 10 Hollanders en 9 Filipinos. Hij is 35 maar ziet er uit als 28. Hij is niet lelijk, heeft een keurig wit gebit en heeft langer zwart haar. Hij is al 15 jaar getrouwd, en hun oudste dochter is ook 15. Hij heeft in totaal 3 kinderen. Die hij met een beetje geluk 2 tot 4 maanden per jaar ziet. Hij wil als surprise, en ik mocht meedelen in dit geheim als ik het niet aan de kapitein zou vertellen, haar voor de 2de keer een aanzoek doen en opnieuw willen trouwen in januari 2011. Hoe romantisch is dat? Hij vertelde wel eerlijk dat hij andere vrouwen had en dat hij zijn vrouw daar ook over inlichten. Toch houdt hij veel van haar en gaat helemaal op in zijn plan om alles te regelen voor de nieuwe bruiloft.
 
Een tweede gesprek over God heb ik die dag. Ik wist niet dat ze allemaal zo Christelijk waren in dat af en toe God vergeten waterbassin in Azië. Ze vragen oprecht geïnteresseerd of ik geloof. Ik vertel dat ik meer de Boedistische levenswijze volg en daardoor ook dieren zeer respecteer door ze niet op te eten. Het gesprek is leuk en we hebben hartelijk gelachen over bepaalde zaken. Hij is een goede jongen en ik vindt de wereld oneerlijk verdeeld als ik weet dat die jongens 10 maanden per jaar moeten varen om de kost te verdienen. Pure slaven drijverij. Als ze met de vraag komen om a.u.b. 8 maanden te varen, hebben ze de kans dat ze geen contract krijgen en daardoor geen geld. Toch een beetje triest dat Nederlandse bedrijven, alhoewel bij ons toch de bakermat van de slavernij ligt, deze afspraken maken met de contracteurs. Ik hoop voor beide mannen oprecht dat ze worden beloond voor hun harde werken en dat ze dit niet voor altijd hoeven te doen.
 
 
Dag 7.
Ik word wakker van het gestommel van het schip. Dat betekend dat er veel wind en hoge golven zijn of ijs. Ik ga mijn bed uit en klim op het bankje in de woonkamer. Ik voel me als een kind dat jarig is en zojuist in alle vroegte haar bed is uitgekomen om het langverwachte cadeautje uit te pakken. Het uitzicht is in één woord; magnifiek.
 
De zon komt op, het is voor 6 uur. De oranje-rose, lucht geeft een schitterend schouwspel aan de horizon. Overal waar je kijkt is het wit. Het is of we op de Artic zijn. Grote ijsschotsen, bedekt met sneeuw, niets anders dan dat. De boot heeft geen moeite om door het dikke ijs heen te varen . Toevallig is dit wel een A1 boot. Een sterkere boot dan dit is een ijsbreker. Op plekken waar het ijs niet dik is licht een flinterdun laagje van de vorst. De golfslag breekt het ijs maar het alsof het verandert in een soort matrix. Op de computer willen ze ook wel eens de basis lijnen van een auto of van een animatie weergeven met lijnen. Het flinterdunne ijs breekt op dezelfde manier.
 
Ik trek een trui over mijn pyjama broek aan en loop met een smile op mijn gezicht naar de brug. Tjeerd, 1ste stuurman, heeft wacht. Ik kan mijn enthousiasme niet onderdrukken en gelukkig is hij ook erg onder de indruk van het stukje  natuur wat we buiten mogen aanschouwen. “Je bent eigenlijk net te laat.”zegt hij. Ik schud als een kind wat dondersgoed weet wat voor cadeautje het net heeft gehad  en laat mijn foto’s van de zonsopgang zien. Het uitzicht is adembenemend en te mooi om te bevatten. We varen inmiddels in de Finse golf, boven ons ligt Finland en onder ons Estland. Ik loop even later op het benedendek buiten foto’s te maken op mijn slippertjes, mijn enthousiasme is niet te remmen!
 
Later die dag komen we in een klein gedeelte van de haven van Muuga terecht. Het valt me meteen op dat hier ongelofelijk veel sneeuw ligt. Om 15.00 uur is het zover, we mogen voet aan wal zetten. Het taxinummer wat op het bord in de keuken staat geschreven heb ik gebeld en de taxi komt ons oppikken. De man spreekt amber Engels maar als het over voetbal gaat, praat hij honderduit. De weg naar Tallinn duurt 20 minuten en leidt ons langs 1,50 meter hoge sneeuw afzetting en ondergesneeuwde huizen. Duidelijk dat de mensen hier iets beter met sneeuw om kunnen gaan dan wij Hollanders. Op sommige daken ligt er wel een halve meter sneeuw. Het openbaar vervoer is hier goed geregeld. Om de zoveel km is een bushalte die 9 van de 10 keer in gebruik is voor een wachtende. De stad is heel Westers, het doet een beetje Oostenrijks aan met het stucwerk en de daken. Tallinn heeft nog een oude stadsmuur en poort en daar worden we dan ook afgezet.
 
Het eerste beste café wat we tegenkomen is gesponsord door Heineken. Ik ben bang dat je nergens in de wereld meer een plekje zal vinden waar we de alledaagse dingen voor een Westerling niet tegen zullen komen. De jongens, Arnaud en Jelmer (een Friese leerling), bestellen hun eerste Estlandse bier, ik ga voor de cappuccino. En dat zal ook de laatste cappu zijn die ik bestel. De opgestoomde melk is heerlijk maar de koffie smaakt naar oude zure koffiedrap. We lopen door de stad en vinden weer een aardig café.  We zullen er een hapje blijven eten. Rond een uur of 8 stroomt het cafe vol om naar het Olympisch schansspringen te kijken. We luisteren het tafeltje naast ons af, hun non-verbale communicatie lijkt op Nederlands en na goed ons oor ten luister te hebben gelegd: Nederlanders. We vertrekken naar wat Hell Hunts, en ik wat Ciider (op zijn Ests) achterover te hebben geslagen om een ronde te doen bij de oude stadsmuur. Het is inmiddels min 8 maar dat deert ons niet. Veel te enthousiast lopen we als jongen honden door het verhaal van “het meisje met de zwavelstokjes”. De huizen zo pittoresk met 30 cm sneeuw in de vensterbanken, straat lantaarns die oranje geel licht verspreiden en sterren aan de hemel.
 
De stadswandeling leidt ons naar de anonimiteit van de Namista Baar (bar zonder naam). In elke hoek van het café hangt een lcd scherm om sport uit te zenden. Onze stoere leerling Jelmer besluit aan een Fear Factor spel mee te doen, inzet 1000 Estee Kronen. Daar gaan we voor! Een panty sokje over zijn hoofd om in rap tempo een banaan te eten, was tot daar aan toe. Maar een bakje met rijst en levende! made te eten zou voor mij echt te ver zijn gegaan. Helaas is de spelleidster te patriottistisch om een buitenlander te laten winnen dus we zullen voor onze eigen drankjes moeten betalen. Arnaud is inmiddels overtuigd dat hij gaat verhuizen. Elke vrouw die binnenkomt wordt begroet met een bewonderenswaardige “Hallo”. Hij schudt zijn hoofd bij het aanzien van alle knappe vrouwen en aan het eind van de avond staat hij met geheven handen buiten om Tallinn te bedanken voor alle mooie vrouwen hier en de belofte dat hij hier komt wonen.
Tallinn, Estland 
Dag 8.
Bij de lunch blijkt dat we niet als enige de stad in zijn gegaan. Een machinist Lucas en een andere leerling Michael zijn naar de stad gegaan. Zij zijn beland in een striptent en hebben meer alcohol tot zich genomen dan goed voor ze was. Michael, de vleeseter, voedt zich met 5 plakjes komkommer en Lucas, de kliko, laat het zich geen twee keer zeggen dat er iemand naar de machine kamer moet. Ik ben die dag ook laat wakker en heb last van hoofdpijn, niet zozeer door de drank, als wel het niet opvolgen van de signalen die mijn lichaam geeft om geen migraine te krijgen. Na de lunch blijf ik nog even met de kok praten en geeft hem wat tips over de Hollandse keuken.
 
Pim nodigt me uit om een rondje aan dek te gaan lopen. We liggen inmiddels voor anker in de Finse Golf met uitzicht in de verte over Sint Petersburg, Rusland. Aan stuurbord (het vakjargon wordt er in geslagen) liggen 9 andere boten te wachten totdat ze verder mogen. Er is geen zee te zien. De golf is hier dichtgevroren en aan het opgeruide ijs aan de zijkant van de boot te zien is het tussen de 30 en 50 cm dik. Arend komt ons achterna gelopen en deelt mee in ons enthousiasme over de sneeuw en het ijs. Pim beslist (hij is natuurlijk ook de kapitein) dat de ladder die wordt gebruikt om aan wal te komen, wordt uitgelaten om op het ijs te komen. We lopen naast de boot op de Finse Golf!! We vinden het alle drie fantastisch en lopen na enkele onderzoekende stappen, of we voor het eerst op de maan zijn aangekomen, als snel als ervaren Noordpool onderzoekers langs de boot en de boeg.
 
We worden vanuit de brug gadegeslagen door Marlou, de Philipijnse stuurman. Die was zo onder de indruk dat wij naar terugkomst de brug mochten aflossen om hem met 2 andere op onderzoekstocht en een fotosessie op het ijs te laten gaan. De hoorn wordt 1x gebruikt om ze te laten schrikken. Als 3 rennende dwergen komen  ze teruggerend omdat ze dachten dat we gingen vertrekken. We stonden inmiddels met de halve Hollandse crew op de brug en hebben hartelijk gelachen.
 
In de nacht wordt de motor gestart en vertrekken we als een vliegtuig met turbulentie verder over het ijs. Ik kan het schommelen inmiddels zeer waarderen, zeker als ik in bed lig en daardoor in slaap wordt gewiegd. Het geweld bij de voorboeg, het breken van het ijs, gaat met een enorme kracht. We zullen in de morgen in de haven van Sint Petersburg liggen. Ik hoop dat we van boord af kunnen. Dit was toch eigenlijk wel de essentie van de hele trip, afgezien van de hele ervaring. De Russische autoriteiten zijn vrij streng. We mogen bijvoorbeeld niet bij de dok eraf en bij de volgende dok er weer op. Zaterdag en zondag liggen we hier in ieder geval en in overleg met de kapitein zullen we zien, wat er mogelijk is.
 
 
Uitzicht naast de boot op de Oostzee
Dag 9.
Mijn hoofdpijn is nog steeds niet geweken en daar baal ik van. Eigenlijk wil ik net zo lang op mijn comfortabele bedje blijven liggen totdat het over is. Dat zou ik ook gedaan hebben als ik thuis was geweest en het had buiten geregend. Ik slenter naar het andere gedeelte van mijn hut om te kijken wat het uizicht vandaag te bieden heeft. Toen ik wakker werd voelde ik wel dat we niet aan het varen waren dus dat gaf aan dat we al in de haven moesten zijn uitgekomen. Er gebeurt echter niet veel. Het laden cq lossen gaat niet op de efficiënte manier die ik heb gezien in Rotterdam, Hamburg en Muuga. Misschien zijn ze al klaar. Maar ook van dit bijkomstige verschijnsel, het geluid en de trilling als een container wordt weggezet, heb ik weinig gemerkt. Ik zal zo eens naar de brug gaan om te informeren wat de planning is van vandaag.
 
Arnaud klopt niet veel later hijgend en gebogen met zijn handen op zijn knieën aan de deur. Hij is de gebruikelijke 5 trappen weer op komen rennen om te vertellen dat we aan wal kunnen en naar Sint Petersburg  gaan.
 
Enige tijd later lopen we op de besneeuwde haven rond om te kijken waar we in hemelsnaam moeten zijn om in de bewoonde wereld te komen. Mijn eerste ervaring met een Rus in on-allerhartigst. Er komt een busje aan rijden en ik strek mijn hand uit om aan te geven dat ik iets wil vragen. De bestuurder richt zijn handen ter hemel en rijdt  door. We komen bij een gebouw wat geen receptie heeft. We gaan op het stemgeluid van 3 mannen af. “Do you speak English?,’vraag ik beleefd aan de man die me meteen aankijkt. “No, I am Russian.’antwoord hij. Ja, dat snap ik ook wel, denk ik bij mezelf. “But do you speak English?,’vraag ik nog maar een keer. Hij schud nee of Njet en we gaan op zoek naar het volgende slachtoffer, 2 dames. We vragen het opnieuw. Geen kennis van de Engelse taal, helaas. We zijn op zoek naar een soort bouwkeet en een bruggetje. Ja, vertel dat maar eens in het Russisch…
 
De uitleg van Pim is helaas een stuk minder dan zijn inparkeren maar na enige tijd te hebben rondgelopen, gaan we op onze intuïtie af. Een uit houtgemaakt hutje met een wilde westen houten klapdeur  leidt ons binnen. 2 dames zitten in hun plastic hokje. “Do you speak English?”, vraag ik weer beleefd. “Name boat.’ Wordt er gevraagd. “Ok, beschaafd is het niet maar ik snap wat ze vraagt.’”Elysee,’antwoord ik. “Paspoort,” Ah, volgens mij wil ze graag onze paspoorten zien... Ik vraag naar een taxi maar verder dan met hun handen wijzen komen ze niet. Ik wijs naar mijn horloge en steek 5 en 10 vingers in de lucht met het woord city Centre erbij. 5 vingers krijg ik terug. Gelukkig begreep ik veel later pas dat ze bedoelde dat we binnen 5 minuten in de bewoonde wereld kwamen en niet dat het 3 uur flink doorlopen was naar het stadscentrum.
 
Met geen geld op zak, is het leven als een sloeber,hard. We houden een taxi aan die 500 roebels vraagt voor zijn rit. We vragen of hij ook Euro’s of Dollars aanneemt. “No Russian, no taxi.’ Duidelijker kan hij het niet maken. Er zit niets anders op dan een bank te gaan zoeken en pinnen of te wisselen. Nadat we de verschillende wissel kantoren links hebben laten liggen omdat we op zoek waren naar een bank (ook makkelijk te lezen in het Russisch) moesten we eruit eindelijk toch aan geloven. We stapten een wisselkantoor binnen en wisselde 60 euries om in ongeveer 2500 roebels. De reis vervolgde, nog steeds per voet, naar het centrum.
 
De dooi was ingezet. Voor ons gevoel was het ongeveer 7 graden. Mannen waren druk bezig om de daken sneeuwvrij te maken. Met de dooi vormde zich enorme ijspegels aan de daken en dat is levensgevaarlijk. Mijn laarzen waren inmiddels hartstikke nat en af en toe voelde ik als ik in de natte ijssmurrie stond, druppels naar binnen lopen. Gelukkig was ik zo wijs geweest om over mijn majo een paar winterse lange sokken aan te trekken. Maar na anderhalf uur mocht dat helaas niet meer baten. Ik liep te soppen in mijn schoenen en af en toe voelde ik ze niet meer van de kou. “Niet zeuren.”zeg ik tegen mezelf. Het natte ijs en het de dooi die van de daken kwam zorgde op de stoep voor vervaarlijke obstakels. Sint Petersburg is dus 2x vanaf het laagste punt, de stoep gezien. Plat op mijn rug loop ik te vloeken over het te lage profiel van mijn schoenen.
 
De 2de smakkerd die ik maakte was ‘wederom’ als ik een slapstick, plat op mijn rug. Gelukkig brak mijn tas de val maar toch raakte mijn achterhoofd de stoep. Mijn klaagzang “Nu, ben ik er helemaal klaar mee!”kwam meer als een reactie rechtstreeks uit mijn mond. Nu was het echt tijd om een café te zoeken en de boeken te raadplegen over wat er is te zien.
Veel te veel uiteraard. We zijn langs de Hermitage gelopen. Een ongelofelijk groot en goed bijgehouden gebouw en dat kan je niet van alle bouwwerken in de stad zeggen.
 
Tijdens onze wandeling hebben we een heel duidelijk beeld gekregen van de stad. Armoede en rijkdom liggen hier 1 straat van elkaar. In de armere wijken hebben we mensen in wachtende rijen zien staan voor supermarkten. Deze beelden kennen we natuurlijk allemaal van tv. Ik durf te zeggen dat dit echter niet de allerarmste waren, volgens mij hebben ze gewoon het Aldi krantje uitgeplozen en gaan ze op de koopjes af. In totaal zijn we 6 van deze rijen tegen gekomen. Vooral veel vrouwen lopen hier over straat en een groot deel in bontjassen. Wat natuurlijk totaal tegen mijn principes is. Mijn gedachten dwalen dan ook af bij een witte jas naar een klein hulpeloos baby zeehondje die met zijn kraaloogjes naar boven kijkt voordat hij een pikhouwel in zijn onvolgroeide hersentjes krijgt geramd. Nooit geen bont voor mij! De Russische bevolking, ben ik tot de conclusie gekomen, is niet mijn volk.
 
We hebben inmiddels verschillende standbeelden en gebouwen op de foto gezet en duiken onder in een Irish pub, met Belgische bieren. We bestellen gefrituurd brood met knoflook (een Russische bekende snack?) en Arnaud een beef Stroganoff. Hij krijgt vervolgens wat voorgeschoteld wat meer op een ragout lijkt dan wat hij heeft besteld maar de “little English” serveerster zegt dat het toch klopt. In de hoek van het café zit een Nederland echtpaar met hun zoon van ongeveer 25 jaar, halve liters weg te tikken met een sigaretje in hun handen. Ze lezen tijdens het praten ook in hun Lonely planet om te zien wat voor schoonheden de stad te bieden heeft. De zoon heeft in de gaten dat we ook Nederlanders zijn en kijkt af en toe om in onze richting. 2 Duitse echtparen komen aan de tafel naast ons zitten. Ik begrijp van de vrouw “wat ruik ik toch?”. Haar tafelgenoot wijst erop dat ik aan het roken ben, “Ja, we zitten niet in Europa en hier mag je nog steeds in de kroeg roken”.
 
Om 20.00 uur moeten we , Nederlandse tijd, weer aan boord zijn. Als we weer vanuit de Irish kelder het leven van Sint Petersburg  in lopen, gaan we toch maar op zoek naar een taxi. Na een halve minuut heb ik er meteen al 1 aan kunnen houden. 1000 roebels kost het om ons terug te brengen naar waar we vandaan komen. Leve het digitale tijdperk. Arnaud heeft heel slim een foto van de straatnaam genomen. Aangezien ons Russisch bij de basis beginselen van da, njet, en spasiba (dank u) is gebleven kunnen we de naam uit ons hoofd niet ontrafelen. We laten de foto zien en wijzen op het meegenomen kaartje waar we vandaan zijn gekomen. Sergej, onze chauffeur is uiteraard zoals elke man boven de 25 jaar die geïnteresseerd is in voetbal te spreken over Guus Hiddink en Dick Advocaat. Arnaud weet altijd met elke buitenlandse man de internationale taal van voetbal te spreken, en het werkt keer op keer.
 
We zien de tramrails van tram 41 en komen weer in het louche gedeelte van de stad terecht. In de stad zelf rijden de BMW 5 series, Audi’s en Volvo jeeps in volle glorie naast de Trabantjes en Lada’s. In dit gedeelte zijn alleen de laatste 2 vertegenwoordigd. We klimmen, toch wel heel erg voldaan van een zware dag, door de halve meter sneeuw die ons over het spoor leidt. Dit is de enige toegangsweg  naar dit gedeelte van de haven, voor voetgangers. Het voetpad is voor een gedeelte schoongemaakt maar op een bepaald punt ligt er weer 10 cm vastgelopen sneeuw. De weerszijde van het voetpad hebben wederom  een halve meter sneeuw.
 
We lopen de 7 planken brede brug over. De linkerleuning van de brug lijkt te zijn afgezet met een spring bed bodem, aan de rechterkant ligt een dubbel spoor voor de goederen trein. Langs prikkeldraad boven de hekken (het lijkt het ijzeren gordijn wel) lopen we het houten gebouwtje weer binnen. Aan de andere kant zien we gelukkig met grote letters “Elysee”, onze  boot ligt er gelukkig nog, home sweet home.
 
Dag 10.
We liggen inmiddels in een ander deel van de haven. We moesten plaats maken om een andere boot te laten lossen maar kunnen nog niet naar de kade waar wij moeten zijn. De boot ligt aan de voorzijde wel 15 meter van de kant. Dichterbij kunnen we niet komen door de sneeuw en het samengepakte ijs. Een stuk verderop ligt een schip vast. Ik hoor van Tjeerd dat 2 ijsbrekers het al hadden opgegeven.
 
Tijdens ons puntje appeltaart met koffie in de pauze van 10.15 uur beneden in de mess geeft Richard, 1ste machinist nog even een bemoedigend hoofdstuk van wat de gevolgen kunnen zijn, verlaat terug komen in Rotterdam.. Ik vind het niet erg maar mijn baas misschien wel. Echter ik heb 2 dagen respijt. Vrijdag was de planning dat we weer in de haven liggen maar maandag heb ik mezelf pas weer op het rooster gezet. We zullen zien. Op het moment is het niet iets waar ik me druk om kan maken. Van boord af gaan is op het moment ook geen optie omdat we volgens de Russische autoriteiten bij dezelfde poort moeten afmelden als aanmelden. We moeten dus wachten en kijken wat de mogelijkheden zijn als we aan de andere kade liggen.
 
Spierpijn in mijn schouders, nek en onderrug zijn een Sint Peters herinnering. Ik controleer mijn laarzen en ze zijn nu, 13 uur later nog steeds om uit te wringen. Gelukkig zijn mijn Aldi Uggs met me meegereisd en zorgen op deze koude, sneeuw dag in een roestige haven in Russia voor warme voetjes.
 
Iets voor vijven die middag komt de Russische loods binnen. Met zijn gekruiste bretels over zijn blouse en zijn zwarte stropdasje ziet deze kleine Rus er zeer geleerd uit. Al is het alleen al om het feit dat hij Engels spreekt. Het is tijd om te gaan. De motor wordt gestart (1 motor blijft heel de dag draaien om de generatoren op te laden die we gebruiken voor stroom die we zelf gebruiken voor computers, stopcontacten ed. en voor het koppelen van de containers op het dek die een ingebouwd koel systeem hebben). We bouwen kracht op, we varen een klein stukje naar achteren en een klein stukje naar voren om het inmiddels aangevroren ijs los te maken van de boot. Maar helaas is dit zonder ijsbreker niet te doen. Vervolgens is het wachten op een ijsbreker.
 
Het zal tot half 9 die avond duren eer we aan de juiste wal liggen om de laatste containers te laden en te lossen voordat de reis terug weer begint.
 
We hebben dus heel de dag aan boord gezeten maar zoals een lazy Sunday bedoeld is, doet iedereen het lekker rustig aan. Er is naast appeltaart ook heerlijke bananen cake a la Starbucks gemaakt. Alleen jammer dat hier bij de Nederlanders aan boord de noemer opgaat: Wat den boer nie kent, da vrit ij nie. Ik vind het jammer voor de kok, maar in eerste instantie heeft hij het ook voor de filips gemaakt en niet voor de kaaskopjes. Ik heb me de hele dag gestort op mijn boek en eindelijk zit er de wisseling in de duidelijkheid waar ik al zo lang naar zocht. Misschien is het de vernieuwende horizon die ik zie of de rust die ik sinds de zomer weer heb terug gevonden, ik weet het niet. Lekker voelt het iniedergeval wel om achter elkaar te kunnen tikken op mijn kleine toetsenbordje.
Vertrek gepland; morgen ochtend om 8 uur. Morgen dus een update hoe de Russische plannen gaan verlopen..
 
  Russische kadetten in Sint Petersburg
 
Dag 11.
Eerder dan gepland varen we deze ochtend rond een uur of half 11 de haven uit van Sint Petersburg. Mijn gedachte inmiddels verloren in het boek ”Petersburg, paradijs in het moeras'' van Peter d’Hamecourt. Getekend door de schrijver himself voor mij vader, die de liefde van Sint Petersburg al langer onder zijn leden heeft. De eerste bladzijdes delen mijn mening over hetgeen wat ik heb gevormd over de stad. Maar ik hou mezelf voor om in de zomer, met voorkeur juni- juli terug te keren om de zon op de gouden daken te zien en het groene gras van de parken te voelen.
 
Op mijn hurken maak ik afscheidsfoto’s van Petrograd. De ijswoestijn is vervormd in een dikke smurrie van brokken die de vaargeul weergeeft. De geur van verstookte zware olie hindert mijn  reukvermogen en ik sluit mijn achterraam om via het tegenovergestelde het uizicht te bevatten. In een uitgaande colonne volgend we behoedzaam een witte tanker, die ons uit het kanaal voert. Het eenrichtingsverkeer wat door de Russische autoriteiten is vastgesteld is  nu uitgaand. We passeren nog wat oude gebouwen die uit het ijs lijken te verrijzen. Ik kan niet ontdekken of het een verdediging linie is of een gevangenis.
 
Na de lunch ga ik een wandeling op het dek maken met Arnaud. Ik probeer met mijn camera de beelden vast te leggen van het immense natuurgeweld wat we aanrichten. Brokken ijs van soms wel een halve meter dik breken van grote plakkaten af, dommelen zich onder de boot en komen dan alsof ze naar zuurstof happen weer naar boven gesprongen. Inmiddels komen kleine sneeuwvlokken mij vergezellen bij de filmpjes die ik opneem. Voor in de boeg wordt het ijs met een bulderend geluid uit elkaar gereten. De scheuren die op het vaste ijs ontstaan maken een snerpend geluid. Als schaatser zijnde zou je zorgen dat je  zo snel mogelijk vlucht bij dit geluid. Met dit vaste ijs varen we nog met maar liefst 15 knopen. Op de plekken het meer doorgaan baarder is doen we dit zelfs met 19 a 20 knopen.
 
In de avond ben ik een paar uur te vinden op de niet verlichte brug samen met Tjeerd. Tjeerd is zoals genoemd 1ste stuurman en staat onder de kapitein. Hij is zelf ook kapitein geweest maar door wat privé aangelegenheden heeft hij er voor gekozen om een stapje naar beneden te doen. We loeren allebei op de radar, die ik nu ook weet te bedienen en kijken de nacht in die ons verwelkomt met meer sneeuw. Af en toe komt er iemand naar boven maar deze hebben al snel in de gaten dat we een privé gesprek zitten en laten ons met rust. Het is goed om met Tjeerd te praten. We wisselen onze rugzakjes met ervaringen uit en hier liggen we op 1 lijn. Ik dompel me later onder in het gelach in de mess waar er weer flink gepokerd wordt. Mijn laptop is mijn vriend en ik schrijf mijn verhaal verder.
 
Ondergaande zon in de haven van Sint Petersburg
Dag 12.
Vroeg in de ochtend wordt ik bijna mijn bed uitgerold door de golven. Mijn maag is leeg en na 3 kwartier van schuin hangen in de golven, geloof ik het wel en neem een reistabletje. Beter iets van te voren innemen dan zometeen zeeziek op mijn bed liggen. In mijn gedachten geef ik Pim al de schuld die door onbegaanbaar ijs aan het varen is. De avond ervoor waren Tjeerd en ik (als assistent) waakzaam op goed bevaarbare routes. De middag ervoor had ik al ervaren dat Pim graag een middenweg kiest en dat zorgt in het geval van ijsvoeren voor een route precies door 2 begaanbare routes in. Het pilletje maakt me slaperig en in mijn gedachte zet ik het beuken van de boot op de golven om in ijsvaren. Deze gedachte maakt me rustiger en zorgt ervoor dat ik psygisch me niet zeeziek ga voelen. Van ijs wordt je namelijk niet zeeziek.
 
Ik wordt wakker en schrik dat het al kwart voor 2 is. Zo laat? Ik heb het ontbijt en de lunch gemist en juist met zulke golven moet je goed eten. Ik spring snel onder de douche en doe mijn horloge om, iets voor 1. Mijn telefoon heeft een verkeerde tijd opgepakt bij het overschrijden van de wereldtijden en staat een uurtje voor.
 
Naar beneden gehaast staat mijn bordje netjes klaar en iedereen zegt me vriendelijk gedag. Mijn smoes over de tijd wordt door Tjeerd meteen doorgepast naar de leerlingen. Dit grapje kunnen ze in ieder geval niet meer gebruiken. Sorry jongens! Na de lunch verdiep ik me verder in het mijn boekje van Peter d’Hamecourt. De schrijver himself, heeft deze voor mijn paps hoogst persoonlijk ondertekend en is onder de noemer: Petersburg, paradijs in het moeras een must om op deze reis mee te nemen. Natuurlijk was het verstandiger geweest als ik het boekje had gelezen voordat we in de stad aankwamen maar toen was ik nog zo onder de indruk van het uizicht, de techniek en de zeemans verhalen, dat mijn interesses nog niet daar waren. Het boek staat vol met gruwel verhalen, moord, doodslag, verraad, dichters, oorlog en dood. Vooral dood. Het boekje is in woorden gezet wat mijn eerste kennismaking met de stad in beelden heeft. De journalist verwelkomt in zijn ondertekening dat we welkom zijn om deze stad te ontdekken maar beschrijft uit verschillende ooggetuigen dat de haat – liefde verhouding van de stad, heel dicht bij elkaar liggen. Ik kan het niet meer met hem eens zijn.
 
Mijn interesse om de stad weder te zien en alles wat ik er inmiddels over heb gelezen is zo interessant dat je dit als ontwikkeld (?) mens, eigenlijk niet mag missen. Maar zoals meerden keren beschreven is, is de stad als een museum. En zo voelt het in het echt ook. Een museum staat vol met mooie dingen die geschiedenis kunnen vertellen maar ze zijn er altijd zo streng.. en de sfeer is er moeilijk te  proeven, mede door het koude weer.
 
Ik heb met de kok weer een heel gesprek en geef hem wat Nederlandse les. Hij biedt me nog wat appeltaart aan, die ik alleen aanneem als hij die met me deelt. Hij moet even bij me komen zitten. Volgens mij de eerste keer dat hij in de “officieren” mess plaats neemt. In het begin kijkt hij dan ook heel ongemakkelijk maar al snel is hij niet meer weg te slaan. We praten over recepten en eten, het leven en de taal.
 
In de avond kijken we een filmpje en ik ga mee met Lucas, 1ste machinist om zijn laatste ronde te lopen in de machine kamer. Mijn eerste ontmoeting met de Elysee was in november 2009. Toen zijn we door Pim al meegenomen op een toeristische route. Na legt Lucas me het een en ander uit waar de verschillende onderdelen voor zijn. In het kort staat op elk bordje de Engelse en Duitse benaming. Al knik ik begrijpend wat hij door mijn oorbeschermers schreeuwt, ik versta niet alles. De bordjes bieden uit komst. Mijn nieuwsgierigheid door het Exxon Valdez verhaal gewekt, vraag ik of ze weleens een litertje olie overboord gooien. Gelukkig beantwoord hij deze met een nee. Ze zijn zelfs verplicht om elke liter olie in een logboek te verantwoorden. De regels zijn streng, mijn geweten is gerust gesteld. Vervolgens wil ik weten waar de motor op draait. Hij legt het verhaal van het olie raffineren uit. Mijn vader zal trots op me zijn, als oud Shell man.
 
We bekijken het enorme elektrische paneel waar elk alarm uit de motor op wordt aangegeven, soms in 3 fout. De werking van de nood aggregaat wordt uit de doeken gedaan en zelfs mijn vraag over de elektra aan boord, is vraag aanbod? Wordt met een tekening op “kleuter niveau”, zoals Lucas dat zegt, duidelijk gemaakt. Tevreden over de bijgebrachte kennis ga ik naar boven om weer lekker in slaap geschommeld te worden.
 
Inhaalactie met 12 knopen in het dikke ijs van de Oostzee
Dag 13.
Deze morgen was ik wel een keer op tijd mijn bed uit. Nadeel dan natuurlijk wel is dat je andere mensen tegenkomt. Ik had de afgelopen dagen de luxe om alleen te ontbijten met mijn krantje, boek of tijdschrift en het vers geperste Jus ‘d Orange glaasje van de kok. Vanmorgen zaten Arend en Michael, de 2 leerlingen al vol enthousiasme te praten over hun bevindingen. Ik had mezelf maar even terug getrokken in een hele oude National Geoprapic van 1990 waar het ongeluk maar vooral de desastreuze gevolgen in beeld en schrift waren gebracht van de Exxon Valdez. Het artikel had ik al eerder gezien maar ik had in verschillende foto’s nog niet ontdekt dat er dieren waren verborgen in de modderige poel van olie.
 
De kok kookt goed en verwent de mensen. Ik krijg 3-in-de pan. Het eten ligt zwaar op de maag en ik duik nog even terug mijn bedje in. Om 1 uur, nu de echte en correcte tijd, wordt ik wakker en ik ben te laat voor de lunch. Met de gedachte dat er geen golven zijn in het Kielerkanaal waar we inmiddels op deze zonovergoten dag door heen varen, durf ik het aan om deze maaltijd over te slaan. Ik ga linea directa door naar mijn fietsje en mijn gewichten in de fitness ruimte. Ik pijnig mijn gedachte over mijn verder te schrijven verhaal van mijn boek en mijn lichamelijke conditie meer dan een uur lang met een hartslag van gemiddeld 132.
 
Na een frisse douche, beneden gekomen om toch maar even een boterhammetje te verorberen komt de kok met zijn beloofde vertaal lijstje. Hij heeft Engelse zinnen opgeschreven die vertaald dienen te worden in het Nederlands. De zinnen zijn begrijpelijk voor zijn functie. Het les geven een stuk minder. Hoe leg je het gebruik van alle verschillende werkwoorden uit, de U en jij/je functie en de vrouwelijke en mannelijke woorden. Ik doe mijn best maar ik houdt het toch maar simpel. Hij neemt mijn stem geluid en de uitspraak op, op zijn foto camera.  De vertaling “I learned it from a friend, actually from the captain’s friend”, geeft me het begrip dat de aandacht die hij krijgt van een Westerling toch iets anders is, meer omvattender, dan ik in eerste instantie had gedacht. Hij probeert de harde G uit te spreken, wat natuurlijk voor wat kinderlijk gelach zorgt. Ook de U, ofwel iieuwh, het geluid dat je internationaal geeft als iets vies is, zorgt voor wat gegrinnik. Zeker als ik er bij vertel dat je mensen met U aanspreekt als ze hoger in rang zijn, ouder zijn of koninklijk.
 
Deze dag is ook de dag dat we weer met 6 a 7 knopen door het Kieler kanaal heen trekken. Mijn bezoek aan de brug brengt me een blik op 4 vreemdelingen, 2de stuurman en de leerlingen. De sneeuw is voor een groot deel al gesmolten en zoals op de heen weg, wordt de route naast het kanaal veelvuldig gebruikt voor mensen die daar hun hond uitlaten. S’avonds kijk ik met Arnaud nog naar 2 films en besluit de dag te eindigen om 22.00 uur. Ik heb vandaag maar 9 uurtjes geleefd maar ik zal de slaap wel nodig hebben gehad.
 
 
Kielerkanaal terug weg
Dag 14.
Helaas was het een illusie dat ik de vorige nacht op tijd kon slapen. Om half 12 in de nacht zijn we aangekomen in de haven van Hamburg. Een voorbij gaande boot trok nog even flink aan zijn hoorn. Het bleek een ander schip van JR te zijn.
 
Ik kon de slaap niet vatten en bedacht mijn boek verhaal verder in mijn hoofd, continu gestuurd door het hardhandig wegzetten van de containers. Op een moment dacht ik zelfs om mijn laptopje uit de woonkamer te halen, een kleine angst bekroop mij dat ze met het besturen van de containers plaatsen weleens tegen de brug geknald zouden worden en daarbij een deel van mijn hut weggeslagen zou worden. Ik hoorde elke voetstap. Iedereen die via de buiten,- of binnen trap naar beneden drentelde heb ik gehoord. Om 02.00 uur kon ik de slaap nog niet vatten en zetten de verhaallijn van mijn boek uit mijn hoofd. Anders zou ik gaan door verzinnen en dan zou ik helemaal niet in slaap komen.
 
De dag begint rond 09.00 uur en ik neem mijn laptop mee voor het ontbijt. Mijn reisverslag kan nog even vers uit mijn geheugen op papier worden genoteerd en ik kan de kok mijn voorbereiding voor zijn volgende les laten zien. Zoals een echte lerares betaamd, heb ik me voorbereid met een word bestandje om het basis Nederland van mijn leerling overzichtelijk op papier te zetten. Mede dankzij mijn Russische reisboekjes waar de standaard woorden en zinnen in staan. Ik oefen hierbij meteen mijn Engelse taal.
 
Het ijs hebben we allang achter ons gelaten en de golven hebben het overgenomen. Grote lange golfslag dringen tot onder de boot door. Op de Noordzee merk ik toch wel iets van een "onaangenaam" gevoel. Stiekem neem ik een reispilletje in. Niemand hoeft te weten dat ik eigenlijk een ongelofelijke wat bent, betreft reizen. Arnaud en ik besluiten al op tijd buiten een kijkje te nemen. De tip om naar de horizon te kijken nemen we van harte. Gelukkig ben ik niet de enige die last heeft van (een klein beetje) zee-ziekte. We hebben in de luwte en de eerste zonnestralen van het jaar goede gesprekken. We kunnen filosoferen over de partners die we beide hebben gehad en hun gedachte gang. Later op de dag horen we dat we een onderzeeeren hebben gemist. Die kwam heel even zijn kopje boven water laten zien en vertrok daarna weer in de diepte.
 
Dag 15.
Met een beheerste gang voeren we langzaam de haven van Rotterdam in. Met gemengde gevoelens. De rust op de boot, het eilandje op een zee met je eigen mensen, je eigen wereldje, geeft iets heel vredig. Geen nieuws hoefde we te zien (kabeltv was uitgevallen), echt afgesloten van de wereld. Aan de andere kant is het natuurlijk fijn om weer een voet aan wal te zetten. Terug naar je eigen huis, je verhalen en je ontmoetingen delen met anderen.
 
Om stipt 2 uur meren we aan. Een vrachtwagen staat al klaar om de pallets met voedsel en drank op de kade te lossen. Met een klein handbediend kraantje wordt handig de pallet in het ruim geplaatst waarna de bemanning alles weer kan verdelen. Het tempo waar de containers weer van de boot worden gehaald is heel Nederlands.
Familie van bemanningsleden komen aan boord en zijn blij hun gemiste geliefde weer in hun armen te nemen. De Frieze stagiaire krijgt bezoek van een voltalig elftal als familie. Hij leidt ze met veel trots de boot rond en verteld met zijn karaktiristieke smile hoe een avond Tallinn is verlopen.
 
We nemen afscheid van iedereen. De kok, mijn maatje aan boord heeft er zichtbaar moeite mee dat dit mijn laatste groet is. Mijn laatste lach en mijn laatste live Nederlandse groet. Er zit niets anders op. Het werk wacht weer, de beslommeringen van de dag maar natuurlijk ook mijn poezekonijnen. Liefdevolle kopjes staan me te wachten.
Een behouden vaart voor degene die achterblijven.