Home » Zuid Amerika » Chili 2012

Chili 2012

Vanaf 22 april tot en met 12 mei in Chili.

Chileense fjorden, 1 dag varen van Puerto Natales, Chili


 

PanAmericana

Vanuit het zuiden van Chili uit de haven van Puerto Natales vertrek ik met de Navimag (boot) langs de Chileense fjorden naar de haven van Puerto Montt. Vanaf daar zal ik de PanAmaricana Highway naar 'het mysterie van de droogste woestijn op aarde' de Atacama woestijn volgen. Chili verlaat ik in het noorden en reis dan door naar Bolivia.


 

Rio Turbio | Argentinië - Puerto Natales | Chili, 22 april

Het land waar de stevige vleeseter alles over heeft voor een 'asado' of 'perilla' maar hun zoete kant laten zien, door verslaafd te zijn aan de 'dolce de leche'. De afstanden zijn massaal. In het noorden de tropen met de waterpracht van Carataras Iguazu en in het zuiden de droge pampa's zover het oog rijkt. De wervelende hoofdstad Buenos Aires met 'baccio's' voor iedereen. De Argentijnen zijn fan van voetbal, houden van honden en zijn een mix van Spanjaarden, Indianen en blanke Europeanen. Mafalda, de bekendste strip van het land brengt jong en oud aan het lachen. Het zuiden van Argentinië; Patagonië is enig in zijn soort op de wereld. Van warm naar koud, van grijs naar groen en van mara naar orka. Ik laat het achter me, Argentinië. 

Ik stap uit de bus en neem afscheid van Anab. Ik krijg een handje van het Taiwanese stel om me een goede reis te wensen. Dejongen uit Volendam, Peter, loopt met mij mee naar het hostel. We checken in bij Nico's II Adventure hostel en laten daar onze spullen achter. Een wandeling langs het schilderachtige water met besneeuwde bergen op de achtergrond en een oude houten steiger met aalschovers op de voorgrond, brengt ons bij Navimag. Het houten huisje wat dienst doet als info centrum voor de boot, heeft een briefje op de deur met de mededeling dat de bagage bij het Costaustralis hotel ingecheckt kan worden. Dit is pas voor morgen maar ik wil graag voorbereid zijn met de nodige informatie. We lopen langs de grote ramen van het Costaustralis hotel en het lijkt wel de Riviera Maison. 'Is dit wel een hotel of is het een woonwinkel?' vraag ik mezelf af. Maar het is een echt hotel met receptie en een echte live receptionist. Hij verteld dat de boot vertraging heeft... en dat ik woensdag pas kan boarden.

Mijn boot heeft vertraging? Heb ik me daarvoor zo gehaast? Had ik nog wel een paar dagen langer in Ushuaia kunnen blijven. Vond het namelijk zo bijzonder dat ik in de (bijna) meest zuidelijke stad van de
wereld was. Had ik nog even een 'hike' kunnen nemen in het nationale park 'Tierra del Fuego'. Zo'n opgetogen gevoel had ik daar, was serieus heel tevreden dat ik daar was, gewoon zonder iets te doen. Maar goed het is niet anders en het biedt weer perspectieven om naar het Torres del Paine national park te gaan.

In de middag én avond vinden Peter en ik ons bij het hostel van Anab waar ze veel informatie hebben over het park. De meeste mensen gaan naar deze bijzondere plek om de 'W' te lopen langs de massieve granieten torens van Torres del Paine. Peter begint de wandeling donderdag zodat hij als echte Hollander de voetbalwedstrijden van de Champions League kan kijken. Ik ben heel erg aan het twijfelen. Een 2- daagse wandeling ga ik niet doen. Het kan er allemaal heel fantastisch uit zien dat park maar ik weet dat ik mezelf gewoon niet blij maak met héél de dag lopen en daarna ook nog in een tentje slapen of in een 'refugio'. Nee, het plan om een paar uur paard te rijden spreekt me meer aan. Morgen ga ik boeken.

Na deze late info zijn inmiddels alle supermarkten gesloten en besluiten we maar 'luxe' uit eten te gaan. We zoeken een biologisch restaurant maar eindelijk gevonden blijkt deze tot oktober gesloten te zijn. We nemen een paar stappen terug en duiken een lokaal binnen met 2 lange Bourgondische eiken tafels. Een kacheltje brand en de pizza oven geeft flinke vlammen. We eten de meest verrukkelijke pizza voor € 3,50.

Puerto Natales, 23 april


Tijd voor een 'café con leche I dulce' (koffie met melk & zoet). Ik stap binnen bij een interessant café, genaamd Toore. Het
heeft zitjes in de vorm van doormidden gezaagde oude badkuipen, zwart van buiten en wit van binnen. Als zachte voering ligt er een wit schapen vachtje in. De vitrine is gevuld met Chileense zoetigheden en ik geef de keus aan de gastvrouw. Mijn broeken zitten in de was dus voor de verandering heb ik mijn zwarte ninja pak aangetrokken. Met een thermo broek eronder is het om buiten te dragen heerlijk maar binnen is het veel te warm. Eenmaal geaclamatieseerd zit ik achter een pul koffie en een perzik cheesecake. Ik voel me bij afscheid echter opgelicht als ik 4100 peso moet afrekenen. Dat is € 6,40! Voor koffie met taart?! Nou, dat is meteen de laatste keer in Chili geweest dat zo'n verwennerij is besteld.

Ik wandel naar het hostel waar we gisteren info kregen over het park. De dame is kwestie is er (weer) niet en heb geen zin om later terug te komen. Dan maar geen paardrijden. Dan maar geen park. Dan maar voor de verandering even het geld in de zak houden. Patagonië is toch al zo duur, vooral de bussen.. Peter en ik spreken in de avond weer af om bij het gezellige pizza tentje te eten. Een frisse Sauvignon Blanc vergezeld mijn basis, maar daardoor lekkere pizza. We praten over het reizen, hij heeft al behoorlijk wat gezien en de kennis die de gemiddelde Nederlander over Volendam heeft met de waarheden daarvan.

Puerto Natales, 24 april

We beginnen met een wandeling. Langs de oever weerspiegelen in de ribbeling van het water de bergen met poedersuiker coatings. Het is soms moeilijk voor mezelf te bevatten dat dit echt is. Figuurlijk moet ik mezelf in de arm knijpen om te realiseren dat ik hier echt ben. Dat de uitzichten echt zijn. Dat dit echt 'aarde' is. Hier aan het einde van de wereld, want zo voelt het wel, is er weinig bebouwing. Ik vraag me af of de bewoners van de boerderij verderop wel weten in wat voor prachtige omgeving wonen? Als de moter die ergens draait uit zou staan, zou het 'picture perfect' zijn. Rode houten gebouwen in beige landschappen. Blauw water, groene heuvels, witte kappen. Het is echt bijzonder. Een oude verlaten bus lijkt in het landschap te zijn gezet om geschilderd te worden, gefotografeerd te worden. De vale kleuren passen precies in het uitzicht en maakt de panorama alleen maar completer.

We leggen iets van 15 kilometer af. Peter, gepland om vanaf het zuidelijkste puntje Ushuaia naar het noorden van het continent te lopen.. heeft al met een blessure te kampen gehad. Het gaat beter maar helaas voor hem nog niet geheel zonder pijn. Na de wandeling besluit ik in het dorp toch nog even te gaan kijken of ik echt niets anders interessants (lees goedkoop) kan lezen om naar het park te trekken. Ik loop verschillende reisbureaus voorbij maar niets kan me tevreden stellen. Eigenlijk heb ik mijn keus al gemaakt. Dit park sla ik even over. Financieel is het beter voor een keertje.

Ik ga wat boodschapjes en in de avond (als de voetbal is afgelopen) ga ik weer samen met mijn kamergenootje een pizza scoren. Het lijkt even heel saai om een aantal dagen niets te ondernemen. Maar ook deze dagen kom ik door en vind het wel fijn om na een paar dagen 'rat race' bus in, bus uit een beetje rust te hebben. Een beetje schrijven, een beetje lezen, een beetje Chileense tv kijken (waar alleen maar Nederlands uitgevonden programma's op worden uitgezonden).

Navimag | Puerto Natales, 25 april

Check in bij Costaustralis. De check in dan bij de Navimag, niet bij het hotel. De ferry alias het container schip wat voor een meerprijs ook mensen mee neemt. Niet echt de core business het laatste, maar backpackers maken er graag gebruik van.Binnen vier dagen langs de Chileense fjorden naar de onderkant van de bewoonde wereld van Chili, Puerto Montt. Heb er wederom zin in.
Later in de avond breng ik mijn tas, die apart ingecheckt moet worden. Ik haal nog even wat kleine boodschappen: een fles water, wat zoets en droge kaakjes die als luchtige vulling voor mijn maag zorgen, mocht ik zeeziek worden.

Bij Mesita grande, het zaakje met de meest smakelijke pizza voor weinig geld, trek ik me terug met een fotoboek over Patagonië. Peter komtiets later en voegt zich bij mij. Hij heeft uiteraard eerst de voetbalwedstrijd met de nodige penalty's afgekeken. Als traktatie voor ons beide nemen we Chileense brownie met vanilleijs. Achteraf voel ik me natuurlijk weer schuldig, voor de te hoge suikerspiegel.
We nemen afscheid van elkaar. Hij gaat morgen aan zijn grote wandeling in het park van Torres del Paine beginnen. Ik moet me melden bij de boot. Yee! Eindelijk.

De regels worden ons duidelijk gemaakt: niet roken aan boord en geen overmatig alcohol gebruik. De ontbijttijd is van acht tot negen. De lunch van twaalf tot één en diner tussen zeven en acht. Het is eten wat de pot schaft, al hoop ik dat er enigszins rekening wordt gehouden met de groeneters.
Ik wordt naar mijn kamer op de boot verwezen. Mijn grote rugzak staat al netjes op mij te wachten. Ik maak kennis met Paul, een oudere man uit Frankrijk die 9,5 maanden aan het reizen is en Severine een Vlaamse die 11 weken aan het reizen is. De hut heeft 3 stapelbedden (in totaal 6 bedden) maar aan de bezorgde tassen te zien, komen er geen nieuwe gasten meer bij. Dat is maar goed ook, want slapende mensen kan het misschien wel bergen maar geen grote backpacks of koffers. Iedereen gaat even op 'pad' (voorzover dat kan op de boot) of voed de drang naar sociaal gedrag.
Ik ga op onderzoek uit om de nooduitgangen te vinden. Het is een pak van mijn hart dat de nooddeur recht tegenover onze hut zit en rechtstreeks toegang verschaft tot het open dek. Met 3 reddingsboten in het vizier ben ik gerust gesteld.
Ja, het klinkt misschien een beetje onzinnig maar met de Costa Concardia nog vers in het geheugen, ben ik echt niet de laatste die denkt aan een 'noodlanding' op een opblaasbare raft.

Navimag | Puerto Natales 26 april

Als een eekhoorn die zijn winterslaap in een holle boomstam heeft overleeft, stap ik uit mijn warme cocon van slaapzak en twee dekens. Er is een ijskoude tocht die de kamer in komt gewaaid en ik ben er nog niet achter waar die vandaan komt. Één van mijn kamergenoten staat onder de douche en de andere ligt nog in dromenland. Ik kleed me aan en vertrek naar de mess waar ze het ontbijt serveren. Warme melk over de cornflakes, jakkes. Koude melk? Yep, hebben ze, maar dan aangelengd met water. Jak. 'scrambeld eggs?' Si. ... Jak.

Er komen wat mensen van de bootcrew. Er is nogal wat geklaag over de hutten. Ze komen hun verhaal cq oplossinghouden/aanbieden. De boot is niet degene die standaard de route vaart. Ik heb weinig vergelijking materiaal maar er wordt verteld dat er bijvoorbeeld geen bar is en op de andere boot wel. Als je een bed in een hut boekt bestaat deze uit 4 bedden. Maar omdat dit een andere boot is, zijn er 6 bedden per kamer. Mijn kamergenoten en ik hebben er geen probleem mee. Wij zijn bovendien met z'n drieën. De rest; niet erg over te spreken.

Er wordt verteld dat de boot waarschijnlijk nog een dag vertraging heeft. In plaats van zondag komen we maandag waarschijnlijk pas aan. Mocht je niet eens zijn met het feit dat je in een te krappe kamer bent gestopt of is de route te lang voor je: dan kan je van de boot stappen en wachten op de boot van maandag. Geen geld terug, alleen de keuze voor de volgende, andere boot. Ik zit prima waar ik zit. Mensen moeten trouwens niet zeuren over de krapheid. Dat ze even beneden in het ruim gaan kijken waar 8 vrachtwagens vol staan met pinken. De één-jarige koeien, die staan pas op elkaar. Met geluk kan er één liggen. F***** zeikerds die mensen en vast nog vleeseters ook. Kielhalen, die handel!

Het water is rimpelloos. Langzaam varen we in de mist. Er is geen voorkant, geen achterkant en geen zijkant. Geen horizon intotaal. Er komt een klein marineschip tegemoet gevaren. De minimale golfjes bereiken eindelijk de boot. In de verte is er wel een rimpeling in het water te zien. Regen? Wind? Nee, gewoon een verandering van stroming. Ik kijk uit om de fjorden in zijn geheel te zien. Met een beetje sneeuw misschien en een beetje groen. Tot de middag is alles verhuld in een grijze mist.

Een paar dappere dolfijnen schieten onder de boot. Bijna de gehele club van toeristen, die ongeveer uit 40 man bestaat, staat buiten om foto's te maken. De mist is opgetrokken. De besneeuwde bergen zijn fantastisch om te zien. De laaghangende bewolking hangt er half tussen. Maar hoog genoeg om ons te laten genieten van het uitzicht. In de verte zijn er verschillende gletsjers te zien (Amalia & Pio XI) en we komen steeds dichterbij. Ze kleuren lichtblauw net als bij Perito Moreno. Zeehonden springen uit het water om er even vlug weer in te verdwijnen. Er zijn verschillende watervallen te zien. Die met deze temperatuur nog steeds stromen. (want het is koud!) Bijna weer onwerkelijk, dit. Jee, wat is het mooi.

Het water is zo kalm dat het bijna een spiegel lijkt. Er liggen verschillende kleine eilandjes met bomen in de verte. Er is hier verder geen bebouwing, geen mensen, geen landdieren alleen wij en de zeedieren. In het begin van de avond kleurt de lucht in de verte oranje. Rond etenstijd verzamelt iedereen zich weer in de mess. Voor mij is het vele te druk om er in de middag ook rond te hangen. Ik ben begonnen met een boek. Heb de rust weer gevonden om er in te beginnen. Te lezen wel te verstaan, niet te schrijven.

Navimag, 27 april

Iets over acht in de morgen sta ik al buiten, de opkomende zon boven Puerto Eden te bekijken. We liggen voor anker. De nederzetting bestaat uit kleurige huisjes aan een rustig fjord. Verder landinwaarts gelegen zijn er hogen bergen bewerkt met sneeuw op de top. De lucht kleurt tussen twee bergen oranje en dan is het opeens dag. Verschillende bootjes komen aangevaren. Klaarblijkelijk om hun gebrachte goederen in ontvangst tenemen. Er is geen aanlegsteiger dus we liggen voor anker een paar honderd meter van de oever. Een Chileen verteld me dat het dorpje geen straat heeft. Alleen een soort loopbrug wat je van huis naar huis brengt. Er zijn geen auto's, geen motoren, niets van geautomatiseerd vervoer. Afgezien waarschijnlijk van de Mercurys achterop de bootjes. Zeehonden springen  weer uit het water en verdwijnen weer. Ze zijn overal maar nog steeds vind ik het bijzonder.

Om half 11 is het anker opgehaald en zetten we weer koers richting het noorden. Ik ga nog even bij de koetjes kijken. Één ervan kijkt me geïnteresseerd aan. Ze hebben mooie ogen, die koetjes. Kan nog steeds niet begrijpen dat wij als mensen zo bruut kunnen zijn om levende wezens zo te behandelen. In die aantallen en zonder grief. Er wordt bij een moord weleens gezegd dat het 'beestachtig' is. Dat is volkomen misplaatst. Er is niemand in de wereld die zo kan moorden en kan toetakelen zoals wij dat kunnen. Het is gewoon 'mensachtig', zo slecht wij omgaan met levende wezens. Maar het kan niemand geen ruk schelen, zolang ze hun biefstuk of hamburger maar kunnen eten. Ik walg ervan. 

In de avond hebben we een stukje open zee. Iedere zeven seconden hellen we of helemaal naar links of helemaal naar rechts.Ik neem voor de zekerheid maar een reispilletje in en noem het snel de dag om op mijn bed te gaan liggen. Teveel mensen, te kleine ruimte en altijd maar die tv aan, de godganse dag. Zijn we echt van die inhoudloze wezens geworden? Sevrine komt enthousiast de kamer in, waar Paul en ik al op bed liggen. Paul is zijn boek aan het lezen. Die van mij is al uit.

 Severine heeft net overgegeven maar ze verteld het vol enthousiasme. 'Ik had ik nergens last van maar toen in eens..'. Wel in de grote afval container die in de mess staat. Ik stop haar een reispil toe. Die ligt er echter binnen 10 minuten weer uit. Ik geef haar een volgende en hoop dat ze zich snel beter voelt. Het raampje in de hut die eerder voor de koude tocht voelde wordt na het helemaal dicht te hebben gedraaid, nu een stukje open gezet voor de frisse lucht.

De zon heeft echter wel heel de dag geschenen waardoor de uitzichten helder waren en er een heerlijke warmte op mijn gezicht neer scheen. Om precies kwart voor één, zoals de crew melde, kwamen we een roestig gestrand schip tegen. Die was vastgelopen op een klif onder water. Het lag er eenzaam en alleen te wachten totdat de elementen van de natuur het helemaal zou absorberen. Langzaam zou het zout door de metalen vreten waardoor er gaten zouden ontstaan en stukje bij beetje zou het ijzer aan het oog worden omtrokken en in de diepte zakken. 

Ik heb een beetje rebels dag. Ik probeer al heel de dag de mensen zoveel mogelijk te mijden. Als ze denken dat ik arrogant ben? Kan me geen ruk schelen. Als ik in de avond rond een uur of acht al op bed ga liggen (om niet misselijk te worden van het slingerende schip) maak ik me bijzonder druk over de koetjes in het ruim. Of zij zich wel staande kunnen houden nu het schip zo slingert? Zouden ze elkaar niet vertrappen om hun evenwicht te bewaren? En hoe krijgen ze in hemelsnaam te drinken? Volgens mij krijgen ze helemaal niet te drinken?! Hoe erg moet het voor die beestjes zijn om vanaf woensdag op elkaar gepropt te zijn en zondagochtend, als ze geluk hebben weer ergens aan te komen. Dan in de tussentijd ook nog op zee, waar ze echt niet voor gemaakt zijn. Ga je echt menen dat ze niet te eten en te drinken krijgen al die tijd? Het zou wel weer een idee van mensen zijn om dieren zo te behandelen! 

Toen Paul even geleden binnen kwam, was hij heel opgewekt. Ik confronteer hem met mijn vragen. Hij is tenslotte vleeseter dus direct verantwoordelijk hiervoor, vind ik. Hij heeft ook geen antwoorden. Mijn hart gaat sneller slaan en mijn ademhaling wordt onregelmatiger. Ik wordt echt boos op dit gedrag. (van de mensen in het algemeen dan, niet direct van aardige Paul) Maar je had me net zo goed naakt op een stoel kunnen binden met mijn handen op mijn rug gebonden en op het voordek kunnen zetten, want ik kan evenwel niets doen. Onmacht, het gevoel van pure machteloosheid maakt bezit van me. Ik besluit in mijn dagdroom, die ik nog even heb voor het slapen gaan, de eerste volgende persoon die aan mij vraagt waarom ik vegetariër ben, een wedervraag te stellen: 'Wil je de confronterende versie of de Disney versie?' Bij de confronterende versie neem ik voortaan gaan blad meer voor mijn mond maar vraag of mensen uit een ei komen of net onder een steen vandaan zijn gekropen? Weten die mensen niet wat er dagelijks gebeurt met die dieren? Hoe ze vervoert worden? Hoe behandeld of beter gezegd mishandeld ze worden? We kijken toch zo graag tv? Maar we zappen zeker wel snel door als we een slachthuis zien waar een koe nutteloos wordt geslagen. Of kippen levend ondersteboven worden gehangen alsof het levenloos is? De wereld draait om 'mij'. Iedereen is egocentrisch. 'ik' vind het lekker, 'ik' heb vlees nodig. Fuc**** onzin! Dat is naast Sinterklaas en de kerstman het grootste leugen wat ik ooit heb gehoord. Ik hoop dat de eerst volgende sufferd die aan me durft te vragen waarom ik geen vlees eet voor de Disney versie gaat.. Als struisvogel politiek een spel was, waren we allemaal winnaars.

Navimag, 28 april

Mijn bed is net een hondenmand. Het ligt vol dekens en er is een flinke kuil in het midden. Het slaapt iniedergeval prima en ik vind het weer heerlijk om in slaap te worden gewiegd door de deining. We zijn weer veilig vanuit het stukje open zee, binnen de fjorden gaan varen. We hebben volle wind tegen waardoor het schip nu helemaal geen deinig meer heeft.

Zojuist heel even gesneeuwd. Mijn gedachten gaan plots weer uit naar de koetjes. Zouden ze het koud hebben door de ijzige wind en de sneeuw of zouden intelligent genoeg zijn om hierdoor iets van water binnen te krijgen? Hoe erg ik het feit ook wil negeren dat ze hier nog steeds aan boord staan, moet ik van mezelf even gaan kijken. Negeren is voor de losers die het liever niet zien maar het wel eten. Ik behoor bij geen van beide clubs. Er staat een medewerker van de boot te kijken. Ik vraag of ze wel water krijgen. 'Ja, ze krijgen wel water.' 
'Krijgen ze ook eten?'
'Een beetje eten.' In eerste instantie ben ik blij dat ze iniedergeval water krijgen maar ik ben verdomme geen kind van vier. Hoe krijgen ze dan dat water? Koetjes drinken minimaal 50 liter per dag. Ten eerste is er geen water voorziening en ten tweede, het water wat wordt gerecycled is niet drinkbaar. Een traan biggelt over mijn wang. Sommige koetjes kunnen niet meer op hun poten staan. Ze moeten wel liggen maar er staan er gewoon teveel in één container. Het maakt ze ook niet meer uit. Sommige liggen half op elkaar of maken zich extra klein. Je moet toch niet denken dat het domme dieren zijn hé. Wat een klote situatie. Ben hier echt niet lekker van en ga een klacht indienen bij de boot en ga via de dierenbescherming dit kenbaar maken en aankaarten bij autoriteiten. Dit is pure dierenmishandeling.

De rest van de dag hou ik me rustig. Ik groet de dikke, vette, vieze, ronde Chilenen aan boord niet meer want dat zijn volgens mij de chauffeurs van de koetjes. Het weer buiten is slecht. Het regent continu en er staat een stevige wind. De temperatuur is echter wel een paar graden opgelopen want het is niet meer ijzig koud. De oude mannen-lange-witte-thermo-onderbroek en hemd kunnen dus vandaag in de tas blijven. Er wordt een beetje ingelezen en gepland hoe de verdere reis zal verlopen. Heb een gesprek met Sevrine over schouderklopjes op de werkvloer. Waarom moet dat altijd zo verdomde moeilijk zijn? Iedereen heeft daar toch behoefte aan? Of heb ik alleen mensen om me heen verzameld die daar behoefte aan hebben en is de rest van de wereld gewoon lomp? Ik hoop iniedergeval dat ik het wel bij 'mijn dames' heb gedaan. Want heb namelijk wel beseft dat ik dat verschil kon maken.

Verder is de dag voorbij geschoten met niets doen. Een evaluatie formuliertje ingevuld. Gniffel gniffel, heerlijk om weer eens als een stormram vol in te beuken op de vragen waar ze zo graag een eerlijk antwoord op willen hebben. De dikke, vette, vieze, ronde Chilenen zaten heel de dag op hun luie reet, belachelijke slechte films te kijken. Ik keek zo uit naar deze bootrit en de eerste dag was ook geniaal maar de dieren terreur heeft het echt verziekt. Ik denk niet dat iemand snapt hoe pijn dit bij mij van binnen doet. Ik wil van boord. Ik ben er klaar mee.

Navimag | Puerto Montt - Castro | Chiloé eiland, 29 april

Ik steek twee middelvingers op naar de boot als we met een transferbus 400 meter verder naar de terminal worden gereden. Toen we met de laadklep van de boot een etage naar beneden gingen, stonden daar nog meer containers met koetje. Allemaal op elkaar gepropt. Niet te geloven.

Onafhankelijk van elkaar hebben Paul, Sevrine en ik besloten om naar Castro op het eiland Chiloé te gaan. We vertrekken te voet naar het centrale busstation en zitten een kwartier later in de bus op weg naar het 'behekste' eiland Chiloé. Chiloé is een archipel links onder van Chili. Om het te bereiken wordt de bus op een kleine ferry gezet, die er welgeteld een kwartier over doet om het eiland te bereiken. Een samengeschoolde bende van enorme pelikanen houden de gemoederde bezig en ik vraag me af wat die beesten hier weer doen. Dat zuid Amerika veel eerder is ontdekt dan het noordelijke gedeelte blijkt uit de oudheid van de kerken. Het eiland staat er vol mee. De Jezuïeten plantte ze overal en daardoor hebben ze op het gehele eiland dezelfde bouw. Alles was van hout met één enkele toren aan de voorzijde van de kerk. Verschillende leken hebben zich met het onderhoud beziggehouden, vandaar dat veel van de kerkmuren inmiddels uit golfplaten bestaan. Het oude karakter is (gelukkig) aan de binnenzijde behouden. 16 van deze kerken staat op de lijst van Unesco.  Dat het eiland 'behekst' wordt genoemd (vandaar die 60 kerken..) komt van het feit dat de Spanjaarden bijzonder bijgelovig waren en allerlei verhalen in de wereld hielpen. Dat de originele bewoners (Mapuche) af en toe op rooftocht gingen om hun eigen land terug te winnen, deed al niet veel extra goeds aan de verhalen.

We rijden door een bijzonder heuvelachtig landschap. Alles is groen, bijzonder groen. Het is een totaal ander uitzicht dan we (goedlachse Sevrine zit naast me in de bus) gewend zijn van Patagonië en de fjorden. Het regent ook non-stop, wat hier schijnbaar vaker voorkomt, aangezien sommige planten reusachtig zijn. Dat er nog niet over duurzaamheid van bouwen is gesproken is duidelijk te zien aan de behuizing van de eilandbewoners. De veelal éénlaagse bebouwing bestaat uit hout of golfplaten, zonder isolatie. Een beetje zoals onze kampbewoners wonen. Veel huizen hebben een hoop zooi in te tuin staan waar de grond omgewoeld wordt door kipjes of grote varkens. In eerste instantie lijkt het of we helemaal niet zo ver van huis zijn in verband met het grijze weer. Niets nieuws voor ons zou je zeggen. Toch biedt de vegetatie stof tot nadenken. De berenklauwen die torenachtige bloemen hebben zijn meer dan enorm. Denk aan de grote van een paraplu voor één blad. Er is moerasbegroeiing, beige rietkragen, loofbossen die weer schitterend geel kleuren, dennenbossen, bomen die ik tot nu toe alleen in Brazilië heb gezien en verder veel heuvels. De uitzichten naar het water zijn mooi, al is alles in de grijze waas van regen gehuld. Het is duidelijk dat de kust aan de stille oceaan een hele andere wind te verduren krijgt dan van de Atlantische oceaan.

Aangekomen in Castro is zoals het hier hoort op zondag, uitgestorven. We lopen al richting ons uitgezochte hostel als we door één of andere Christiaan op straat worden aangesproken. Hij werkt voor verschillende hostels en leidt ons binnen bij degene waar we willen zijn. Het onderhoud van de buitenkant van Cordillera hostel is zoals de rest van het hoofdstadje van het eiland, 'een beetje vergeten'. Maar binnen brand de haard, er is wifi en op de kamer zijn er gewone bedden en voor de verandering geen stapelbedden. Ik stoot alleen behoorlijk hard mijn kop aan de wastafel in de badkamer. Vraag me niet hoe... Na 'kaffee und kuche' bij de plaatselijke Duitser (die nog een seizoen op Texel heeft gewerkt) te hebben verslonden, maken we een wandeling langs het (inmiddels droge) kleurrijke-huis-op-palen decor ofwel 'Palafitos'. Op de weg naar huis leggen we ons hoofd in de nek en de camera in de hand om de overvliegende Ibissen te 'vangen'. Wat ben ik weer tevreden met mijn 35x optische zoom van mijn toestel.

Mythe I, 'Basilisco Chilote'
Dit wezen met de borst van een haan en het lichaam van een slang leeft in een  hol onder een huis. Het ei waar het uit komt is uitgebroed door een haan. Het voedt zich met speeksel van de bewoners van het huis waardoor deze uitdrogen en uiteindelijk sterven. Om het kwaad uit te roeien moet het eerstvolgende gelegde ei van de haan worden verbrand, de haan moet worden geslacht en het huis moet compleet in de as worden gelegd.. Gebaseerd op de 'Colo Colo'.

Mythe II, 'Colo Colo'
Dit beest bestaat uit een slang met poten of een rat met veren. In de Huillichi cultuur ziet het er echter uit als een muis met hanen kop.. Ook dit gemuteerde wezen voedt zich met speeksel van mensen maar dan van slapende personen. De uitgedroogde bewoners worden ernstig ziek maar gaan niet dood. Pas als het wezen niet wordt geëlimineerd komt het terug om zijn slachtoffers te vermoorden. Het leeft in de hoeken en gaten van het huis en maakt het geluid van dier wat het gehuil van een pasgeboren baby na doet. (Hoe dat ook mag klinken.)

Achao & Curaco de Vélez | Quinchao eiland - Dalcahue | Chiloé, 30 april

Op het busstation waar we een bus pakken naar het eilandje Quinchao om de oudste kerk van Chiloé te gaan bekijken, komen we Stephanie tegen. Stephanie is een Londonse die ook op de Navimag heeft gereisd. Ze komt ons vergezellen op onze tour en heeft op haar beurt 'Don' Neal uit Memphis, Tennessee meegenomen.

In een 'micro' (klein busje) gestopt, zien we het treurig in als de regen met harde windvlagen tegen de ruiten wordt geblazen. Met een snel veerbootje zijn we binnen vijf minuten aan de overkant waar we weer heuvel op en heuvel af crossen. Echte bushaltes hebben ze hier niet. Mensen staan te zwaaien naar de bus als ze er één nodig hebben en lopen naar de chauffeur als ze er uit willen. De huisjes hier bestaan ook veelal uit hout of golfplaten en de fundering is zichtbaar. Het eilandje is zo klein dat je op een hoge heuvel zowel links als rechts water kan zien.

Met een milde regen stappen we uit op het plein van Achao. De zogezegd oudste kerk (anno 1730) van Chiloé is niet echt aantrekkelijk maar het is de reden dat we hier zijn, dus we brengen een bezoek. De binnenzijde van de 'Santa Maria de Achao' kerk is rustiek blauw. Ornamenten aan het plafond zijn uit hout gesneden en hebben met een kalkverf de kleur van de hemel gekregen. Grote ronde pilaren geven de indruk of je in een bos bent en de woudreuzen tot de hemel rijken. De kanselier is in eenzelfde stijl bewerkt met verschillende kleuren blauw. Het houtwerk is zonder spijkers in elkaar gezet. Best indrukwekkend zou ik zeggen. Als we weer buiten treden, is de regen gestopt en breekt de zon voorzichtig door het wolkendek.

We lopen naar het waterfront waar felgroen gekleurd zeewier het strand sieren. We maken een stop in een plaatselijk restaurant-kroeg-mannensoos en drinken wat. Er zijn maar weinig blonde mensen de Andes overgekomen want ben flink in de minderheid met mijn kleur haar. Twee mannen aan de tafel naast me hebben geen last van hun geweten als ze me ongegeneerd minuten lang aan zitten te staren. Ik voel me er een beetje ongemakkelijk bij.

Een wandeling wordt flink ingekort als we de tactiek van 'vlaggen' voor een bus weten te gebruiken. We laten ons afzetten bij het vorige dorp waar we doorheen zijn gereden; Curaco. Afgezien van een straatveger op het eeuwen oude (anno 1660) plein, zien we werkelijk het eerste half uur niemand. De kerk is gesloten dus we besluiten langs het waterfront te wandelen. Gizmo, een knappe blonde hond vergezeld ons en speelt enthousiast met een leeg 7-up flesje op het strand. Het dorpje zelf is schattig. De huizen betimmerd met kleine houtplaatjes (sjingels?) zijn onderkomen en ongeverfd. Het maakt juist dat, dat het zowel een decor kan zijn voor een nieuwe horror film 'kill away', als dat het gehele dorp een schat is aan Chilote architectuur.

Aan het eind van de middag laten we ons weer overzetten op het hoofdeiland en brengen de kerk van Dalcahue een bezoek. Ook gesloten, jammer. Als de horizon van kleur verandert door de ondergaande zon, zien we nog wat aalscholvers en zwarte gieren op de daken bij het plaatselijke familie restaurant zitten. De close up van de laatste doet me meteen geloven dat mensen Chiloé het behekste eiland noemen. De gier heeft daadwerkelijk een doodshoofd als kop en kijkt dodelijk kwaadaardig uit zijn ogen.

Mythe III, Caballo Marino (het paard van de zee)
De heksen van Chiloé bezitten dit onwaarschijnlijke paard. Het is groot, lelijk, erg sterk en heeft gouden manen. 13 heksen kunnen gezamenlijk comfortabel op zijn rug plaats nemen. Het is dan ook meer dan 12 meter lang en heeft een schofthoogte van 4 meter.
Het paard word gebruikt als vervoer naar het 'spoken schip'. Wanneer het paard moet aantreden, fluiten de heksen vanaf het strand op een geheime manier en het paard verschijnt onmiddellijk. Na de reis krijgt het een klopje op de hals en verdwijnt in de golven.
Het verschijnt ook bij een rotsachtige kust waar het water naar beneden vloeit of reist op vanuit het water nadat het samen heeft gewerkt met de 'club van Caleuché'.
Dit zeepaard is voor de inwoners van Chiloé hét verhaal om het 'onbeschrijfelijke' te vertalen.

Parque Nacional Chiloé | Chiloé, 1 mei

De regen komt met bakken naar beneden maar dat weerhoudt ons er niet van een bezoek te brengen aan het nationaal park ten westen van het eiland. Als we aankomen zit daar een kitten 'poema' te wachten op onze komst. Het eigenlijke huis-tuin en keuken schildpadden katje slaat dapper van zich af als de twee zwarte park honden te dichtbij komen. De parkwachter staat in deze rustige tijd zijn gasten op te wachten om ze te laten betalen en om ze een kleine rondleiding in het museum te geven. We worden enthousiast over de mooie miniatuur machetes die er staan en waar de autochtonen bewoners nog vrij in hun berenvel rond lopen. We hopen de kleine púdu púdu te zien maar we zijn geen dromers en achten die kans dan ook heel klein.

De regen wijkt niet van onze zijde maar met capuchon, regenjacks en een enkele regencape gewapend, lopen we over de heide richting 'Sendero Interpretivo El Tupual'. Een gebied waar je je stappen in de mythische wereld van kabouters zet. Het dikke bos vol met omgevallen bomen, overwoekerd met mos en groen is een gesloten gemeenschap. Kleine beekjes, stroompjes vormen idyllische plekken waar onder andere die púdu púdu zou kunnen drinken. Ik loop een stuk voor Paul en Sevrine. Mijn scoutingswelpje intuitie zegt dat ik meer kans heb om dieren te zien als ik voorzichtig voortglij op de houten loopbruggen. Zo zachtjes als ik kan, plant ik mijn voeten ter aarde, frommel mijn muts en capuchon(s) achter mijn oren, om optimaal te kunnen luisteren. Oogkleppen zijn hier ook niet toegestaan dus probeer 360 graden rond me heen te kijken. De atmosfeer is die van de film Avatar. Overal, letterlijk overal groen. Nergens een stukje aarde. Alles is bemost en het ruikt heerlijk. Een trosje van rode paddenstoelen geven glinsterend van de regen het sein 'herfst' af. Als de bomen van elkaar beginnen af te wijken en de vegetatie veranderd weet ik dat deze mythische wandeling zonder een kabouter gezien te hebben ten einde is. Promt loop ik weer in de beige heide.

Het dikke bos heeft de regen tegengehouden maar nu vallen de druppels met grote regenmaat op mijn jack. We besluiten in de plaatselijke 'refugio' een warme chocomelk te gebruiken om op te drogen. Een paar meter daarvoor liepen we langs een boom met fuchia's en een andere oranje bloemenboom. Kleine groene kolibries vliegen met de snelheid van een straaljager van de ene naar de andere bloem. Razendsnel zijn ze. Zo vlug dat mijn camera er niet op kan scherp stellen. We zijn allen onder de indruk van deze kleine gevleugelde die de 'hoogste snelheid vleugelslagen per minuut' heeft. We poseren allen nog even onder de grootste berenklauw bladeren die ik ooit heb gezien. Het schijnt hier 350 dagen per jaar te regenen. Dat verklaart waarschijnlijk de grote en het vele groen op Chiloé eiland.

We stappen hemel op aarde binnen voor de wandelaar. Een houten gebouw op palen biedt een échte gastvrouw die échte blokjes chocolade in de pan met melk doet, voor de beste chocomelk ooit gedronken. Koffie wordt aangeboden in een glazen Bodum zeefdrukker. Ik ga voor een huis gemaakte cheesecake met het plaatselijke besje, die we net ook van de struiken hebben geplukt om te proeven. Sevrine gaat voor een huis gemaakt broodje met lokaal gemaakte kaas. De kaas smaakt volgens haar 'perfecto'. Het kacheltje naast ons warmt ons op. Het volledig beraamde gebouw biedt ons een zicht op het Cucao meer en de snijdende regen die we net hebben kunnen ontwijken. De gastvrouw is bezig met groenten te blanceren op haar kookeiland in haar open keuken. Later snijdt ze de grote groene appels en verdeeld haar korrelige deeg erover voor een appel-kruimeltaart. Moet vast verrukkelijk zijn. De inrichting is hout en huiselijk. Op een grote opgemetselde en witgeverfd vierkante waterput ligt een grote plank waar gesorteerd keurig gepoleerde water, wijn en theeglazen staan. De Bodum kannen staan keurig op een rij naast de witte porseleinen 'solo persona' theepotten met rieten handvaten. Spierwit servies naast het vliegennetje over de cheesecake en grote rozen in een hoge vaas maken het af. Er klinkt muziek van de Franse film 'Amelie'. We zijn bijzonder content met waar we zijn.

Als het drupvrij is besluiten we verder te trekken naar 'Sendero Dunas de Cucao'. Zoals het al klinkt, de duinen. Via een bospad, een klim over een hekje, een aai over de koppies van de zwarte park honden die weer hebben besloten mee te lopen en een uitkijkpunt, komen we aan bij de duinen. In de verte zie ik een grote witte mist over de zee landinwaarts trekken. 'Is dat onze nieuwe regenbui?' vraag ik Paul. 'Nee, hoor', zegt hij. 'Die gaat de andere kant op'. Fijn hoor, die positieve instelling van de Fransen maar mooi dat we die bui over ons heen krijgen. Mijn spijkerbrooek verandert in donker blauw en ik moet nauwlettend mijn ziplog zakje over mijn camera in de gaten houden, tegen inslag.

Om kwart voor vijf pikt het kleine busje ons voor het park op. Stipt op tijd. De chaffeur prutst even met de versnelling en hij ziet eruit of hij ergens over in zit. Nadat we nog 15 mensen bij de 'vlaggende' haltes hebben opgehaald, besluit de chaffeur dat het busje niet meer werkt. 'Een slippende v-snaar is nou niet echt opmerkelijk met dit vochtige weer en die intense regen. Maar nee is nee en we moeten eruit. Het is nog een behoorlijk eind naar Castro. Niet iets om te gaan lopen. 'Stuurt uw bedrijf een andere bus?Vraagt Sevrine. De buschauffeur schudt nee. Ik kan me er totaal niet druk om maken, heerlijk. Op een of andere manier wil het lot of de sociale contacten op het eiland dat we stoppen bij een grote geparkeerde bus. De eigenaar daarvan komt met een thermoskan onder zijn arm zijn huis uitgelopen, vraagt alle gestrande (die nooit met z'n allen in het micro busje zouden kunnen) passagiers om in te stappen en we gaan weer verder. Berekende vertraging: hoogstens een half uur. Nu  vraag ik me alleen af, nadat we over een stoepje zijn gelanceerd, in een bocht net een auto hebben kunnen ontwijken en te scherp door de bochten zijn gevlogen of die man naast zijn bus ook zijn rijbewijs heeft?

Mythe IV, Brujo (heks)
In Chiloé hebben de heksen een hoofdkwartier genaamd: Recta Provincia. Wat gehuisvest is in een grot bij de stad Quicavi. Het word bewaakt door de 'Invunche' (zie mythe V). Een heks is een vijand van het volk. De kracht van de heksen ligt in hun grote kennis over zwarte magie wat erg effectief kan zijn tegenover ongelovige. Ze bewegen zich onder andere voort op hun gloeiende bezemsteel.
Dankzij het vermogen van hun geest, kunnen zei zichzelf transformeren in vogels en dieren. Ze kunnen mensen en dieren in trance brengen en het zee nivo laten rijsen en dalen. Vanaf een afstand kunnen ze zelfs zorgen voor ziekte en dood. Sommige hebben de gave om een hele familie uit te roeien. Ze bekijken hun slachtoffers via een glazenbol genaamd 'Challanco'. Om de heksen groep binnen te komen, moet je als doopsgezinde je 40 dagen onder een waterval wassen, een geliefde vermoorden en een pact met de duivel sluiten. Deze geeft een tijd door wanneer de vermoorde ziel moet worden omgebracht want de pact moeten worden getekend met diens bloed. Na het volbrengen van deze taken mag de heks beginnen met het praktiseren van de kunst.

Chiloé - Valdivia, 2 mei

Ja, dat het regent in Chiloé weten we nu wel. Dat het deze morgen in grote getallen weer bewezen moet worden, vind ik een beetje onnodig. Ook voor de 2de keer! mijn kop aan de wastafel stoten, vindt ik onnodig. Voel het achter in mijn kaken! Ik geef uit woede over mijn domheid een frustratie trap tegen de dunne muur en trap er bijna doorheen. 'Mensen bouw toch eens duurzaam, je stookt toch niet voor de vogels?' Je hoort niet alleen mijn gevloek maar ook mijn muurtrap door heel het huis.

Als laatste van onze trip, brengen we nog even een bezoek aan de bekendste kerk van het eiland. Lokaal aanwezig op het plein. Vroeger paars of blauw, nu wit met afgebladderde verf wat de kleur van het verleden prijs geeft. Het interieur is foeilelijk en staat vol met enge poppen die aangekleed zijn en af en toe een houten kruis op hun schouder dragen. We stappen met z'n drieën in de bus terug naar Puerto Montt waar onze wegen zullen scheiden. Paul en Sevrine gaan naar Villarica en ik ga naar Valdivia. Oftewel zij gaan naar het oosten en ik naar het westen om mijn PanAmericana spoor te volgen.

Mijn busrit duurt zeven uur en van die zeven uur, regent het 6 uur. Maar het landschap is dan ook fantastisch. Duidelijk bewezen dat het stille oceaan landschap waar de regen de Andes niet overkomt er 100 procent anders uitziet dan het meren district van Argentinië aan de andere kant. Het heuvellandschap is glooiend en groen. Grote bomen met korte stam en wijde kruin staan in groene weide, bescherming gevend aan grazende schaapjes en koetjes. De rivieren zijn weer aderen vol met herfst gekleurde bomen die elkaar proberen te overtreffen in kleur. Jammer dat de gast voor me continu loopt te snurken (hij houd op als ik hem soms een schop in zijn rugleuning geef), het anderhalf jaar oude kind schuin voor me, loopt te hoesten alsof het een combinatie heeft van longontsteking en bronchitis, niet om aan te horen en de jongen achter me speelt een spelletje op zijn telefoon met het volume op het hoogste niveau.

Om kwart over zes ben ik er dan. Ik ga nog even winkelen voor mijn volgende bestemming; Santiago de Chili, nu ik toch op het busstation ben. Vind een goedkoop kaartje van 16 euro voor 11 uur. Dat is even andere koek dan de Argentijnse bussen! Waar je minimaal 50 euro voor eenzelfde reis zou moeten uitgeven. In een rode jas voorbij gescheurd zie ik Severine op mijn bestemming. Ze vertelde dat in Puerto Montt waar we afscheid namen, dat als ze geen kaartje naar Villarica zouden vinden, ze ook naar Valdivia zouden komen. De bus maakt echter een korte stop en geeft haar en Paul even tijd om eten en drinken te scoren. Dat Chili een smal land is, is nu wel duidelijk. Ze moeten naar het oosten maar toch wordt dit station 'even' aangedaan. We zeggen elkaar voor de 2de keer gedag vandaag en ik marcheer weer als een bepakte ezeltje naar mijn volgende verblijf.

Voor een rode deur met Aires Buenos Central hostel op de deur hou ik halt en druk op de bel. De deur word opgedaan door een Franse dame en verzoekt me verder te komen. Ik heb een 'groen' hostel geboekt. Al het afval word gescheiden. Er is een poster met 'save the frog' en 'jaag niet op het hert'. Ik denk dat dat mijn rode draad of doelstelling in dit land moet worden. Zo groen mogelijk reizen zonder (al te veel) een voetafdruk achter te laten. Al was het alleen maar om mijn 'betrokkenheid' of wetenschap cq geweten van de verschrikkelijke reis van de Navimag koetjes te sussen of reduceren. Hoe heeft dat dan in hemelsnaam met elkaar te maken, zou je denken? Nou, dat weet ik ook niet precies maar ergens is het toch allemaal onzichtbaar met elkaar verbonden. Gewoon een beter milieu creëren door te participeren in de maatregelen die worden geboden. Ik geloof nog steeds dat één persoon wél het verschil kan maken. (Kijk maar naar Bill Gates & Steve Jobs)

Mythe V, Invunche
De Invunche is een gestolen kind dat te werk is gesteld als portier bij de heksengrot. Hij is getransformeerd in een mismaakt harig monster met één been groeiend uit zijn rug. Dat laatste zorgt ervoor dat hij nooit kan vluchten. Totdat de Invunche volwassen is, voedt hij zich met geitenbloed.
In plaats van spraak, stoot hij klanken van gegrom uit. Wanneer hij zich kreupel voortbeweegt op zoek naar voedsel, schreeuwt hij bloedstollende geluiden. Waarmee hij hen die het horen, de stuipen op het lijf jaagt. Als iemand hem ziet, veranderen ze direct in steen of ijs. De enige die naar hem kunnen kijken zonder enig effect, zijn de heksen. Wanneer hij door de heksen word mee genomen voor valse ontwikkelingen, wordt hij tussen hen in, in de lucht gedragen.

Valdivia, 3 mei

De dag begint goed als ik bij het ontbijt wordt verwend met een klein bakje yoghurt gevuld met Chiloé eiland besjes en stukjes appel. Heerlijk. Daarna nog wat huis gemaakt puddingbrood, jammie. Het weer van het eiland heeft me achtervolgd en het regent non-stop. De witte eend in de tuin heeft er geen last van en scharrelt verder. Soms komt zijn vriend de grijze kat even gedag zeggen. Als het even wat minder lijkt te regen stap ik naar buiten op zoek naar een nieuwe kleine paraplu. De laatste is namelijk gesneuveld op de zandduinen van het nationale park in Chiloé. (wat verwacht je bij windkracht 7?)

Mensen lopen inéén gedoken voor de regen op straat of schuilen liever tot ze een ons wegen want echt stoppen met regenen zal het niet. Vandaag niet, nooit niet. Ik regel een klein bordeaux kleurig parapluutje die behoorlijk vloekt bij de fel oranje bies van mijn jas. Maar ach, een kniesoor die daarop let. Ik loop wat straten door om te zien hoe het centrum eruit ziet. Loop van een afstand langs de bekende markt aan het water maar vind het niet nodig om vrijwillig verder door dit druiligere weer te lopen en besluit hostelwaarts te gaan.

Binnen is het lekker warm en ik zoek wat dingen uit op internet en lees wat bij. Met mijn kamergenoot Lindsay deel ik mijn gemaakte risotto omdat het voor haar tijdelijk niet mogelijk is om geld op te nemen. Ze komt uit Wyoming, USA en toevalligerwijs ben ik daar ook geweest. Ook nog in de plaats waar ze woont. Ze vind het bijzonder dat ik weet waar het ligt en zelfs weet te beschrijven. De gemiddelde Amerikaan (volgens haar) weet dat niet eens. Ze weten überhaupt niet eens waar ze moeten zoeken tussen de staten om uit te vinden waar Wyoming ligt. 2 Californische surfdudes komen ons aan tafel vergezellen. Zoals surfdudes beaamt, vinden ze alles prima en hebben ze een bijzondere relaxte houding. Ook om het feit dat ze beide bijna in blote bast aan tafel zitten met een windjack omdat ze alle kleding bij de plaatselijke Aziaat hebben gebracht voor een wasbeurt. Ze zetten twee flessen 'Pisco' op tafel. De Peruanen en Chilenen zijn er beide niet over uit van wie het drankje nu is. Samen met de drank komen de verhalen los. Ik geef tussendoor wat tips aan Fransman Marcel die samen met zijn vriendin 12 maanden aan het reizen is. Die 5 van mij vallen dus best mee. De jongens zijn de wereld aan het rond surfen. Patrick uit Santa Barbara heeft inmiddels Australië en Nieuw Zeeland aangedaan. Vincent, zijn oude studiemaatje, heeft zich nog maar net bij hem gevoegd en zal weer langer doorreizen. Nadat iedereen flink beneveld is door de drank is het 6 uur later dat we begonnen zijn tijd voor wat slaap.

Valdivia - Santiago de Chili, 4 mei

Het ziet er naar uit dat het buiten droog is, eindelijk. Tijd voor de echte stadswandeling. Bij de plaatselijke visafslag/markt, die aan het water ligt, heeft elke zeehond zijn eigen aanlegsteiger. Het afval van de schoon gemaakte vis wordt achteloos achterwaarts gegooid waar het over het hekje precies in het bekje van de zeehond beland. De niet voor de vis betalende zeehond is meestal een mannetje. Ze zijn dan ook kolossaal. Soms schudden ze met hun kop zodat er stukken vis naar de vrouw worden geworpen. Die op haar beurt graag dicht tegen of bij haar man ligt. Reusachtige pelikanen, gieren, aalscholvers en meeuwen wachten op hun beurt voor een goede ochtendsnack.

Tussen de marktkramen in lopen lokalen en toeristen zich te vergapen aan de vruchten van de zee, noten, fruit en groenten. Aan de andere kant van het water ligt het Parque Procelle wat een mooi uitzicht biedt over de gekleurde daken van de kraampjes, de wachtende dierenbende en een houten vlot wat in Rio (rivier) Valdivia ligt. Waar 2 mannetjes zeehonden met hun harem in de zon liggen. Een bedoezelde deur met graffiti verpest de karakteristieke uitstraling van 'Toreón de los Canelos', een oude stadstoren. De zwarte onderzeeër O'Brien is niet open voor bezoek maar maakt me wel heel nieuwsgierig hoe het er van binnen uit ziet. Na de stadswandeling keer ik terug waarna ik verder met de Amerikanen op stap ga. 

Valdivia is ook een plek waar veel Duitsers na een Andes trek in de vorige eeuw zijn neergestreken en wat is een Duitser zonder bier? Het Kunstmann bier is hier nationaal bekend dus waar het beter te ontdekken dan in een bierbrouwerij? Samen met de surf dudes Patrick, Vincent en Lindsay pakken we een minibusje en stappen niet veel later uit bij de originele brouwerij van Kunstmann, 'das guten bier'. Vincent wil niks missen en besluit alle op de placemat aangeduide biertjes te bestellen. Hebben ze leuk aangepakt die Duitse-Chilenen want alle biertjes bevatten maar 5 slokjes zodat je alles bij volle kennis kan proeven. We proeven allemaal een beetje mee en besluiten 2,5 liter amberkleurig bier te bestellen. Een grote glazen buis met houden voet en tapkraantje wordt samen met 4 pullen op tafel gezet. Er hangen wat van mijn tafelgenoten onder het tapkraantje om zo snel mogelijk te kunnen drinken en uiteraard gaat dat niet goed. Plezier alom.

We hebben ons laten vertellen dat er meerdere brouwerijen in de regio zijn en vertrekken naar de volgende die 10 km verderop ligt. Salzburg, een Zwitserse brouwerij met een razend zwijntje als logo. Er worden wat donkere en wat lichte biertjes besteld met een typische Chileense schotel. De schotel bestaat een berg friet met hompen vlees en wat groenten. Ik sla deze even over, stel je voor dat er wat jus heeft gedrupt en ga voor mijn eigen bakje friet. Dat ik niet meer kan heugen wanneer ik dit voor het laatst heb besteld. In de tussentijd hebben we lichte gesprekken maar ook gesprekken over politiek. Iedereen is er over eens dat Bush te dom was voor woorden en over het feit waarom Amerika altijd in oorlog wil zijn. We hebben geen concrete antwoorden maar zijn er met z'n allen wel over uit dat het de economie van Amerika draaiende houd. Of in iedergeval daar zijn de meesten van overtuigd.

Met de micro bus keren we terug naar Valdivia waar ik ze naar een studenten café 'The ultimate frontier' leid, waar de gesprekken weer verder gaan. Baal baal baal, dat ik vanavond al mijn bus naar Santiago (de Chili) heb. Zij gaan met z'n drieën naar Pucon om te wandelen. Alhoewel het gezelschap heel erg leuk is, wil ik me toch aan mijn eigen plan houden met het tijdslimiet wat daarbij hoort. Om 21.00 uur sta ik op het busstation om als enige backpacker de volle bus met lokalen binnen te treden. Het is (uiteraard) weer de goedkoopste versie maar de stoelen zijn zacht. Ik krijg een dekentje en de oude man naast me houdt zijn mond. Wat wenst een mens nog meer?

Santiago de Chili, 5 mei

Om kwart voor acht in de morgen kom ik aan op het zuidelijke busstation van de hoofdstad Santiago (anno 1541). Helaas niet op het centraal station wat is ontworpen door Gustave Eiffel. De bus club Via Tur, heeft zijn dienst weer gedaan. Met een behoorlijke smerige zoete koffie en een cake met te veel suiker in mijn maag, stap ik het station uit, op weg naar de metro. Het is zaterdag maar de metro zit stampvol. Ik ben weer als een ezeltje (die zichzelf wel twee keer aan dezelfde steen stoot) vol gepakt en ben blij dat er niets tussen de rap sluitende metrodeuren blijft steken. Ik heb geen idee waar de anderen toeristen, backpackers, Europeanen of noord Amerikanen zijn. Ik ben de enige blonde in heel de metro. De enige met zo'n enorme tas. Kortom de enige die er zonder twijfel als echte toerist uit ziet. De route goed bestudeert, stap ik in één keer op het goede station over op de goede metro naar de juiste richting. Bij Santa Isabel stations stap ik uit en loop de Santa Isabel straat in. Ik heb een hostel in de wijk Provindencia geboekt. Je hoeft volgens mijn theorie niet altijd midden in het centrum te zitten als er een goed functionerend metro systeem is en heb er dan ook voor gekozen om in één van de luxe wijken van de stad te verblijven. (Heb ik namelijk geleerd in Buenos Aires.)

Mijn hostel Vendana Sur is een groot huis met houten vloer, grote tuin met zwembad en een citrusboom met oranje sinaasappelen en een overhangende druivenrank. De woonkamer is kleurrijk met verschillende gekleurde wanden en een ensuite kamer die als ontbijt,- en dinerkamer wordt gebruikt. Volgens mij zijn er maar iets van 20 bedden waardoor het meer lijkt of je in een klein studentenhuis woont. Maar dan ruim, schoon en met een belachelijk grote flatscreen.

In de middag meld ik me voor een stadstour die 'gratis' wordt gegeven. Op Plaza des Armas (wat vroeger als opslagplaats voor wapens werd gebruikt) komt de groep bijeen voor de Cathedraal van Santiago die aan het plein gevestigd is. Ik gooi even een snelle bik naar binnen en ben onder de indruk van de plafond tekeningen. We lopen langs allerlei bezienswaardigheden zoals het oude Nationale congres gebouw met wat beelden van oude staatshoofden. (De regering zetelt nu in het nabij gelegen Valparaiso) Het daarnaast gelegen tribunaal voor justitie gunnen we een blik en we vervolgen de weg naar Plaza de la Constitucion en het paleis van La Moneda. Bij de laatste zijn nogal wat scheuren te zien die door de flinke aardbeving (8.8 op de schaal van Richter) van 27 februari 2010 zijn ontstaan. Via een mooie oude straat met kinderkopjes, wat lokaal de Wallstreet straat of New York straat wordt genoemd, bereiken we dé suikerpinda verkoper die deze zoetigheid in Santiago heeft groot gebracht.

Santiago is een heerlijke stad om in te lopen. De temperatuur is precies goed, niet te warm en niet te koud. Precies zoals je hem niet voelt. Er is ongelofelijk veel groen in de stad en het lijkt wel of het éne park met het andere wordt verbonden. In het centrum zijn er veel oude gebouwen in neo classicistische stijl gebouwd en daardoor niet zo hoog. Er gaat niet veel boven Buenos Aires maar moet toch eerlijk zeggen dat deze stad heel leefbaar is en daardoor heel aantrekkelijk. Je kan met gemak een reis van 2 weken naar Santiago boeken en je hoeft je geen dag te vervelen. Aan de rand van de stad ligt de Andes die het gehele jaar een besneeuwde kap heeft. Dit hoge gebergte zorgt er helaas wel voor dat de uitlaatgassen niet door de Atlantische wind verder worden gedragen. De stad gaat dan ook vaak gebukt onder een laag smog. Met een populatie die één derde van de totale bevolking van Chili beslaat, is het centrum toch vrij rustig.

Hoog boven de wijk Bellavista, die bijna barst van de hippe en design cafés en restaurantjes, staat op de Cerro San Crisóbal (Parque Metropolitano) een groot wit Maria beeld, overzicht te houden op de stad. Bellavista is zo'n plek waar je elke avond voor die twee weken dat je in Santiago bent, wil terug komen om elke keer een ander restaurant uit te proberen. Zoals in elke grote stad heb je arme wijken en rijke gedeeltes. Aan het begin van de wijk liggen echter twee universiteiten. De ene is particulier en duur. De ander is een publieke en dus voor iedereen. Daardoor heeft Bellavista een bijzondere sfeer. Rijk en arm komen elkaar hier tegen en dat zorgt voor een bijzonder prettige mix. Naast de (waarschijnlijk) bekendste schrijfster van Chili, Isabel Allende is er nog een beroemde schrijver, de Nobelprijs winnaar Pablo Naruda. Één van zijn huizen staat in de wijk en we geven het huis van verzamelaar een laatste blik als de tour ten einde is.

De zon is inmiddels onder gegaan en het wordt langzaam donker. Ik loop door het Parque General Bustamente. Het lijkt wel of het park nog meer gaat leven dan overdag. Oud en jong maken gebruik van bankjes, het gras en de sport, - en speelapparaten. Totaal geen onveilig gevoel om hier in mijn eentje in het park door het donker te lopen. Ik vind het heerlijk om te zien dat er in het skateboard gedeelte zeker 100 jonge gasten hun kunsten vertonen en oudjes eromheen hebben verzameld die het allemaal aanzien. Hondjes, zoals volgens mij in heel zuid Amerika, zijn weer voldoende aanwezig. Ook hier weer goed doorvoed en vriendelijk. Schijnbaar straal ik uit dat ik weet waar ik ben als een toerist me komt vragen hoe hij bij het metro station Baquedano moet komen. Ik leg het in mijn beste Spaans uit en ben weer trots op mezelf dat ik op ga in de menigte van miljoenen stad Santiago.

Santiago de Chili, 6 mei

Ik ben waarschijnlijk de enige gast geweest die gisteren niet aan de 'asado' heeft deelgenomen waar veel wijn heeft gevloeid. Soms heb ik gewoon de behoefte om met niemand te praten of iets van die sociale handelingen. Moet je weer je verhaaltje ophangen, hoe lang je al aan het reizen bent, hoe lang je nog hebt te gaan en dat soort bla bla bla. Ik ben dus heerlijk op tijd naar bed gegaan en zit op tijd aan het ontbijt.

De zon is nog niet in de tuin maar denk toch dat het een mooie dag wordt. Helemaal mijn temperatuur hier. Ik sluit de poort achter me en ga voor een wandeling naar de Cerro Santa Lucia. Via een ascensor (lift) kan je op de top komen van deze eens hermitage, klooster en militaire basis. Ik ga liever via de Japanse tuin die me rustig omhoog leid naar het mooie uitzicht over de stad en de Andes. Sinds 1875 kunnen bewoners zich hier terug trekken op deze hoge berg, ver weg van de stadse geluiden en de smerige lucht. De herfst kleuren staan prima bij het oude kerkje wat boven op de berg siert. Een stuk naar beneden kom ik aan bij Terraza Neptuno. Een bijna Romeins cultuurgoed van een gebouw. Een grote fontein staat in de halve maanachtige vorm omringt door bankjes en groen. De okerkleurige verf is aan het afbladeren maar juist dat, geeft het geheel een Chileense sfeer. De grote gevormde trappen zouden ideaal zijn geweest voor een Sisi opname. Een hele fijne plek waar je wel uren zou kunnen zitten en de langslopende mensen zou kunnen observeren.

En dan Barrio (wijk) Lastarria, mijn favoriet. Gisteren ook langs gelopen en dit stukje stad heeft het gewoon. Een aantal jaren geleden wilde de zwervers hier niet eens in een portiek slapen, zo verwaarloosd was de boel. Langzaam aan kwamen er jonge mensen wonen die de wijk weer leefbaar maakte. De rijken die buiten de stad zijn gaan wonen zagen deze ontwikkeling als een kans om bij groen (het ligt op een steenworp afstand van de Santa Lucia berg), mooie architectuur en het centrum van de stad te wonen. Inmiddels barst deze wijk dus ook van knusse cafe's, hippe restaurants, leuke kledingwinkels en staan er kleine marktkraampjes waar ze 'vintage', oftwel oude rommel verkopen. Er hangt een hele fijne sfeer en zo te zien weet iedereen van de verschillende lagen van de bevolking deze plek te vinden. De oude gebouwen zijn perfect gerestaureerd en bieden ruime appartementen. Absoluut mijn favoriet in de stad.

Santiago de Chili - Valparaiso (Unesco), 7 mei

'Oh, heerlijk bed. Oh, heerlijk dekbed. Wat kan het toch fijn zijn om in een goed bed met een heerlijke warme deken zoals thuis, te slapen.' Maar ja, aan alles komt een end en dat van Santiago eindigt nu. Samen met mijn kamergenoot Ryan uit Armedale NSW, Australië pakken we de metro richting een klein busstation. Om de tien minuten vertrekt er daar een bus richting Valparaiso of 'Valpo'. De PanAmericana route word voor 120 km naar het noorden gevolgd. De grote havenstad die vooral in 1800 erg is gegroeid heeft een Unesco gedeelte op de berg 'Cerro Alegre'. Dat willen we natuurlijk niet missen, dus heb daar mijn hostel Jacaranda geboekt.

Nog geen anderhalf uur later zie ik trolley bussen door de stad heen rijden en besef dat we er al zijn. Valparaiso staat nu niet echt bekend als meest veilige stad van Chili. Het is zelfs de meest criminele stad aangezien de werkeloosheid hier het hoogste is van het land. Toen de stad in 1906 door een zware aardbeving werd getroffen ging het bergafwaarts met de economie. Vervolgens werd het Panama kanaal in 1914 geopend en toen was het helemaal over met de rijkdom van de stad. De aardbeving van 2010 deed verder al helemaal geen goed en er is dus ook op mijn hart gedrukt om heel voorzichtig te doen. Het stuk naar het hostel lopen vind ik niet echt een optie. Zelfs niet met anabole Ryan naast me. We worden bij het binnenstappen van het busstation vriendelijk onhaalt door een jonge dame die uitstekend Engels spreekt en voor het toeristenbureau werkt. Na een babbeltje te hebben gemaakt stelt ze voor om ons voor een gereduceerd taxi tarief naar ons hostel te brengen. Dat slaan we niet af en worden niet veel later in de buurt van ons verblijf gedropt. Er zijn wat wegwerkzaamheden en dus moeten we via enkele smalle houten bruggetjes onze weg zien te vinden.

We worden onthaald door een aardige (ongelofelijke) homo. Voor Ryan is er ook plek en we laten de grote tassen en waardevolle spullen achter en gaan eens uitvinden waarom Unesco dit een aantal jaren geleden op de lijst heeft toegevoegd. Daar komen we snel genoeg achter als we hoog op de berg door kronkelende straatjes de meest fotogenieke huizen tegen komen. De mix van Victoriaanse huizen, Parijse ronde raampjes en kunst op de muren, zou een perfecte fototour optie kunnen zijn. De sfeer is bohémien en daarbij biedt het een fantastisch uitzicht op de steile hellingen en de oceaan (en de grote grijze marineschepen). Als we een stukje afdalen heeft Ryan een magisch momentje met volgens ons een Zweedse dame die met haar vader op straat loopt. Het lijkt er op alsof ze als Lady en de Vagebond naar elkaar worden getrokken. Even later is het magische moment over en vervolgen we beide onze weg. Ryan gedesillusioneerd achterlatend.

Via nog een paar werkende 'Ascensoren' kunnen we naar La Plan, het horizontale gedeelte van de stad waar het een mix is van honderden busjes per uur, oude trolleys, groente,- en fruit verkopers op straat, de proeving van een havenstad en eerlijk gezegd geen onveilige sfeer. In de avond halen we een fles wijn en een liter bier en maken gebruik van de binnentuin van het hostel. De bezetting is minimaal maar we vinden het toch gezellig dat de twee enige andere gasten bij ons komen zitten. De zuid Afrikaanse Oostenrijker met zijn Turkse vrouw die in Londen wonen, zijn gezellige gesprekspartners. Als ik ze vertel over de hond die me van het busstation naar mijn hostel I Keu Ken in El Calefate, Argentinië heeft gelopen en wist waar ik verbleef, springt Ryan bijna van zijn stoel. Hij heeft dezelfde ervaring gehad en beschrijft de hond identiek aan die van mij. Ook hij verbleef in de tijd in I Keu Ken. Ik voel me meteen een stuk minder speciaal. Had gedacht dat de hond een soort 'beschermengel' was voor mij alleen. Nu blijkt dat het gewoon de plaatselijke gids was. Ryan verteld zijn magische momentje met de Zweedse dame en is nog meer teleurgesteld dan in de middag.

Rond een uur of half negen gaan we met z'n tweeën nog even een hapje eten met een plaatselijke 'Pisco sour' erbij. In het restaurant kom ik het stel tegen waarmee ik de stadstour in Santiago heb gelopen. Morgen zien we elkaar weer als we de stadstour in Valparaiso gaan doen. Een meeluisterend Amerikaans stel vraagt meteen waar ze zich moeten melden. Die kunnen we morgen ook verwachten.

Valparaiso | Vina del Mar, 8 mei

De homo eigenaar die volgens mij een Oedipus complex heeft, (gisteren kregen we een snackje die zijn moeder altijd maakte, vandaag een brownie (jakkes, mag de naam niet hebben) bij het ontbijt, die zijn moeder altijd in zijn broodtrommel voor school deed) geeft ons verkeerde aanwijzingen over de ontmoetingsplek van de tour. Met een rap tempo weten we ons toch vertraagd bij de groep te voegen. Het Engelse en het Amerikaanse stel zijn er ook.

De tour word gegeven door Ben, zijn hond 'Stout' (maar dan in het Spaans) en Ben zijn protégee. De verhalen worden niet zo soepel verteld als de gids in Santiago maar ze doen hun best. Vanaf Plaza Sotomayor nemen we een kijkje bij het havenfront. Hier liggen de overblijfselen van een oud belangrijk bootje. Zo belangrijk dat ik geen flauw idee meer heb wat het ook al weer was. Bij het immense en schitterende licht blauwe gebouw waar de marine in is gevestigd gaan we even rechts om naar een onafgewerkt hotel te kijken. De vormen zijn perfect en als dit was af gebouwd door de miljonair die zich terugtrok nadat het Panama kanaal open was gegaan, was het een plaatje geweest. Nu zeker een vijf sterren hotel. In de tussentijd worden de geschaduwd door een werkeloze Harry die denkt dat we niet in de gaten hebben dat hij naar onze bezittingen staat te loeren.

Vervolgens een grappig verhaal over vrouwe Justitia die jaren voor het gerechtsgebouw heeft gestaan maar alles heeft wat
vrouwe Justitia niet heeft. Geen blinddoek en geen uitgeklapte weegschaal. Kwamen ze pas acht decennia later achter. Via het horizontale liftje El Peral (die nog wel werkt) komen we terug op de berg van Ryan en mij, Cerro Alegre. Hier lopen we grotendeels langs de mooie huizen en schattige kerkjes die we gisteren al hadden ontdekt. De protégee verteld echter dat zijn oom, van Nederlandse komaf, het super leuke oranje (uiteraard) huisje met punt dak op een klif heeft gebouwd. Het is een aantal jaren geleden verkocht en bied nu vanaf het restaurant terras een verbluffend uitzicht. We verwonderen ons over de graffiti wat geen graffiti meer is. Ware kunstwerken, waar van Gogh wel een puntje aan kan zuigen, zijn op wanden aangebracht. Andere prutsers die meestal een kansloze handtekening met de spuitbus zetten, laten deze kunstwerken met rust. Wat voor veel bewoners een reden is om een 'professionele' spuiter in te huren en daardoor niet wekelijks hun huis hoeven over te schilderen.

Met de trolley gaan we richting Cerro Bellavista (ja, aan originaliteit van namen geen gebrek hoor in Chili) waar we met een Pisco afscheid nemen van de Ben, Stout en protégee. We zijn vlakbij het laatste bekende huis van de schrijver-poët Pablo Naruda, wat een museum op zich is. De man was een vervend verzamelaar en reiziger maar ook vrouwenliefhebber. In zijn verschillende huizen ontving hij dus verschillende dames, naast zijn vrouw.

Ryan en ik nemen de bovengrondse metro richting Viña del Mar wat acht kilometer noordelijker aan de kustlijn ligt. We nemen plaats in een vierzits en raken in gesprek met een Canadeese dame die in Viña vrijwilligerswerk doet. Ze is een beste als ze een stukje na het uitstappen met ons meeloopt richting casino wat aan het strand ligt. We hebben een provisorische picknick op een bankje in de zon en lopen dan verder langs het strand.

Valparaiso is een oude stad met veel sfeer. Viña is een uit de grond gestampt toeristenoord. Aan het strand dan. Om onze
zoete trek te stillen als we onderweg naar de musea in het centrum zijn, komen we mevrouw Canadees tegen bij de Mac. Grappig, de wereld of Viña is zo klein. We wandelen naast de bijna droge rivier Estero Marga Marga. Op sommige gedeelte zo droog dat ze maar hebben besloten om er een parkeerplaats van te maken. Aangekomen bij het museum, springt daar weer uit de bosjes; mevrouw Canadees. Het zou bijna eng zijn als ze een grote gast was geweest. Ze vind het zelf hilarisch dat we elkaar elke keer tegen komen. Ze heeft met wat collega's afgesproken en kan ons meteen vertellen dat het museum gesloten is in verband met de schade van de aardbeving in 2010. Ook het museum in het Vergara park wat we later gaan bezichtigen is gesloten. De laatste heeft zelfs kans op instorting. 'De volgende keer trakteren', zeg ik als we elkaar gedag zeggen.

Ryan en ik lopen langs het erg beschadigde pand wat eens een schitterend koloniaal gebouw was. Daarachter ligt waar ik écht voor gekomen ben; Museum Fonck mét een origineel Moai beeld van het Paaseiland (Rapa Nui) voor de deur. Gelukkig arriveren we net voor een toeristenbus en kunnen op het gemak foto's maken. Aangekomen bij het Parque Quinta Vergara park waar het museum van 'fine arts' is gevestigd in het kasteel, begrijpen we helemaal wat een aardbeving kan aanrichten. Zonde, zo zonde. Gesloten natuurlijk, dus maar een wandeling door het park waar honderden bomen van over heel de wereld staan. Een stukje verder in het park, een modern amphitheater waar populaire bands en zangers en zangeressen optreden. Bij terugkomst in Valparaiso kijkt Ryan nog even om zich heen of hij de Zweedse dame niet toevallig ziet. Helaas. Mevrouw Canadees heeft zich ook niet meer laten zien. Daar gaat mijn traktatie..

Valparaiso - La Serena, 9 mei

Ben en zijn hond Stout wachten op de trolley als ik weer bepakt en bezakt van mijn Cerro kom afgedaald. Dat is mooi. Kan hij me vertellen waar ik uit moet stappen voor het busstation. Mijn 7 uur durende reis over de PanAmerica route brengt me langs kleine plaatsjes zoals, Marga Marga en Limache. De dorpjes stellen niets voor en soms vraag ik me af hoe de mensen hier kunnen overleven. Waar werken ze? Waar halen ze hun grote spullen vandaan en dat soort zaken?

Er wordt een zielige film van Hatchi de hond vertoond in de bus. Een puppy uit een Nepalese tempel komt per ongeluk bij Richard Gere terecht. Elke dag loopt de hond met hem mee naar het treinstation en gaat dan bij de slager zijn stukje vlees halen om vervolgens weer naar huis te gaan. Om vijf uur stipt zit hij op het muurtje van de verhoogde bloemenperk tegenover het treinstation zijn baas op te wachten. Op een dag wil hij niet meelopen. Er is iets aan de hand maar wat? Uiteindelijk volgt hij zijn baas toch maar blaft hard als zijn baas toch besluit met de trein mee te gaan. Baasje valt die dag dood neer aan een hartaanval en hond, Hatchi blijft dagelijks terugkeren om, om vijf uur op het verhoogde muurtje van het bloemenperkje te zitten. Andere reizigers kennen hem allemaal bij naam. Hij wordt geadopteerd door de dochter des huizes maar breekt uit en rent heel het stuk terug naar het station. Seizoen na seizoen, jaar na jaar zit hij daar, te wachten op zijn baas. Uiteindelijk gaat hij natuurlijk dood op de plek waar hij al die jaren op zijn baas heeft gewacht. Heel zielig. En dan loopt opeens iemand door het gangpad van de bus vol met d'r hoofd tegen de televisie aan die aan het plafond hangt. Hilarisch. Weg triest gevoel!

Enfin, hoe noordelijker we komen hoe minder intens de begroeiing wordt. Op een gegeven moment zie ik zelfs cactussen in het land staan. Aangekomen bij het busstation van La Sarena loop ik in het donker (met een veilig gevoel) rechtstreeks naar mijn 'Duitse luite' hostel drie blokken verderop. De ontvangst bij El Punto is allervriendelijkst door een jonge dame. Het hostel heeft twee piekfijn verzorgde binnenplaatsen en een keuken waar voor een klein bedrag eten voor je wordt gemaakt. Toevallig slaap ik met twee Nederlandse meisjes op de kamer die vanuit het noorden komen gereisd. In de gezamenlijke woonkamer geven ze hun tips door aan een andere Nederlandse vrouw die gretig alles aan het opschrijven is. Haar echtgenoot voegt zich later toe. Op de valreep heb ik voor morgen nog een excursie kunnen boeken naar de Elqui vallei. Bijna een trip op een KTM motor door diezelfde Elqui vallei kunnen boeken maar dat ging niet door. Een andere excursie bracht me naar de kust waar ik zeehonden zou zien. Iedereen weet dat ik smelt voor die beestjes maar de afgelopen tijd heb ik er al zoveel gezien dat mijn voorkeur nu uitgaat naar een 'natuurlijke omgeving' in een vallei. Mét een proeverij van de plaatselijke Pisco van het huis Capel.

Elqui vallei | La Serena, 10 mei

Om half negen wordt ik eindelijk opgehaald (ipv kwart voor acht). De buschauffeur verteld alles in zijn eigen taal aan de Spaanstalige gasten die aanwezig zijn. Het Ierse stel en ik worden op de achterbank vergezeld door Jorge, onze Engelstalige gids.

Als eerste gaan we naar een papaja plantage met hele kleine papaja's. Vergeleken met die van Azië dan. We krijgen bij het lokale winkeltje, waar we natuurlijk gevraagd worden om iets te kopen, een glaasje papaja sap. Ik ben absoluut geen fan van de smakeloze oranje/gele vrucht maar moet zeggen dat deze toch niet verkeerd smaakt. Volgende stop is bij een kilometer lange dam die zorgt dat het water geleidelijk de rest van de vallei binnendruppelt. In een klein dorpje is de plaatselijke lagere school uitgelopen voor een straat concert voor Feliz dia mama (fijne Moederdag). Een of andere hufter loopt tegen me camera op als ik (stil) sta om te filmen. Wat hebben die mensen hier? Ze zien het ook al als een hobby om recht voor je voeten schuin over te steken. Is dit een Chileense vorm van toeristje pesten?

We brengen een kort museum bezoek aan het mevrouw Mistral huis. Een Nobelprijs winnares voor de literatuur. (Heb nog nooit van haar gehoord) Het dorp Pisco Elqui, is niet wat het doet vermoeden: een dorp vol met de drank. Het is eerder een vergeten dorpje met een mooie kerk, klein parkje eromheen en een schitterend uitzicht op de onbegroeide bergen die soms in de toppen wat sneeuw hebben. We maken een fototstop bij een vallei die lijkt bekleed te zijn met een deken. De kleuren rood, groen, oranje en geel vormen een lappendeken van wijn bladeren en druiven.

We gaan met de groep bij een vaag lokaal restaurantje eten. De specialiteit in de omgeving is geit. Laat ik nu net tussen twee mensen zitten die het vlees van het bokkenpootje moeten scheuren. En die geur, zo sterk en zuur. Bbrr, moet er niet aan denken. Het eten is simpel en het toetje wat we krijgen, wat natuurlijk wel een luxe is, staat volgens mij al drie dagen in de zon. De Ierse en ik zijn een beetje beschaamd om het gerimpelde zuiveldessert weg te schuiven. Liever de gastvrouw teleurstellen dan de darmen, zullen we maar zeggen. Ik had gehoopt op een goede huiswijn bij de lunch, aangezien we hier in een immens groot wijngebied zitten maar niets is minder waar. Het aller, aller goedkoopste, gemixte druivenpulp glaasje word voor me neergezet..

Om ons digestiefje te halen, gaan we naar Capel, Chili's bekenste Pisco (smaakt naar tiquilla maar dan veel en veel zachter) brouwerij. We krijgen een rondleiding langs de van origine Franse eikenvaten waar een deel van het proces in plaats vind. Pisco is in vele smaken te krijgen, oud, jong met een smaakje en als basis voor een mix. Als we als afsluiting naar een super hippe witte lounge bar gaan om (uiteraard) wat te proeven, krijgen we geen originele Pisco maar Pisco champagne. Nou, daar laat ik me graag een glaasje van inschenken. Geen digestief maar wel lekker.

De volgende brouwerij die we bezichtigen is van Fuego. Hier ligt de productie stukken lager en je zou kunnen zeggen dat ze het nog op de ouderwetse manier doen. Twee dames zitten in het kleine winkeltje nog handmatig de doorzichtige etiketten op de flessen te plakken. Gewoon op het gemakje. Ze verkopen af en toe een flesje die trouwens niet duur zijn. Er staat een dienblad klaar met Pisco Mango en lekker dat die is! Je zou bijna de drank gaan importeren naar Nederland. Zeker weten dat er markt voor is.

Onze laatste stop, van de intense 'hop on hop off' excursie is in het dorpje Vicuña (naar de lama-achtige vernoemd). Het slaperige dorpje barst op het parkplein echter van het leven. Het grote rode postkantoor lijkt op een vuurtoren en bied binnen een kleine expositie van schilderijen van belangrijke personen in de Chileense geschiedenis. Waaronder dus poët Pablo Naruda, mevrouw  Mistral, mijnheer O'Higgins (iedere stad in Chili heeft een O'Higgins straat) en mijnheer Valdivia, die Chili heeft 'ontdekt'. Op het plein is elke zaterdagavond een muziek optreden waar jong en oud op afkomen. Op het moment dat ik er loop, skaten er weer jongens langs de perkjes, zitten moeders met kleine kinderen te kletsen en ouwe luitjes te rusten. In heel zuid Amerika worden de pleinen zo intensief gebruikt, door iedereen. Ze zijn altijd schoon, nooit grimmig en iedereen let op elkaar, in de beste zin van het woord. Zo leuk.

Als we de 62 kilometer terugrijden naar La Sarena komt er een oranje gekleurde deken van wolk langzaam de vallei binnen gekropen. Bijna iedere morgen hangt deze donzen deken tussen de bergen in. Vanmorgen echter was het kraakhelder. Hoger in de bergen is een internationaal observatorium gevestig voor de sterrenkijkers.

Mijn laatste doe-ding vandaag is een buskaartjes naar San Pedro de Atacama kopen voor morgen. Een busreis van 16,5 uur via de PanAmericana route naar het noorden. Als ik op het busstation ben aangekomen, stappen net zuid Afrikaanse Oostenrijker met Turkse echtgenoot uit Valparaiso uit de bus. Ze brengen het droevige nieuws dat Ryan zijn Zweedse meisje niet meer is tegen gekomen. Arme Ryan, heeft misschien de liefde van zijn leven wel laten lopen. Of misschien mocht het gewoon niet zo zijn.

La Serena - San Pedro de Atacama, 11 mei

Het stadscentrum is nog niet ontdekt dus daar ga ik mijn best eens op doen. Zoals volgens mij in heel Chili, heet het parkplein in het midden van de stad 'Plaza las Armas'. Ook deze ligt voor de kerk en staat er een imponerend gebouw tegenover de kerk. Het lijkt wel of het weekend al is begonnen want er lopen veel mensen op straat. Het plein word ook hier intensief gebruikt door alle leeftijdsgroepen. Ik neem een kijkje in de cathedraal van de ena oudste stad van het land, anno 1544. Er ligt een zwerver voor de deur die me bij uitkomst van de kerk begeleid met de woorden: 'I love you, I love you'. 'Zeg nou zelf, wie vind het niet fijn dat er zoveel van je gehouden wordt?' De neo koloniale architectuur en de straten in de schaduw van de lichte bomen geven een fijne, rustige sfeer. Om het half uur klinkt er een schattig geklinkel uit het kerktorentje. Als ik van een 'café con leche' heb genoten op een terrasje en het leven in La Serena op me heb laten inwerken, ga ik terug naar mijn Duitse verblijf.

Ik word naast het lekkere zonnetje opgewarmd door een rond buzzende kolibrie. Gewoon vanaf het plekje waar ik zit kan ik een haarscherpe (behalve van de vleugels dan) foto maken van deze groene racer. De kolibrie is zelfs zo lang aanwezig dat ik er een filmpje van kan maken. Eindelijk! Wat me niet is gelukt in het park op het eiland Chiloé, heb ik nu eindelijk voor elkaar: beeldmateriaal van die 'spidy conzales'.

In de middag stap ik op mijn Tur Bus richting San Pedro. Ben de laatste tijd zo gewend geraakt dat ik één van de weinige of dé enige toerist was in een bus, dat het nu  bijna een cultuurshock is, dat meer dan de helft van de bus vol zit met toeristen. Ik kan daar heel eerlijk over zijn; 'vind ik niet zo leuk'. Zeker niet omdat ze weer zo luidruchtig kunnen zijn zoals 'toeristen' dat kunnen zijn. Maar goed, ik ben achterin de bus weggepropt. Bij het toilet, heerlijk aromatisch, Not. Ik kan de slaap in het donkere gedeelte van de dag vatten. Zorgt toch altijd dat de tijd wat sneller gaat.

Maan vallei | San Pedro de Atacama, 12 mei

Tussen Antofagasta en Calama bij Baquedano verlaat ik de PanAmericana highway. Voor nu dan, want ik zal er weer over verder reizen in Peru.

Het is wel duidelijk dat ik niet heb opgelet bij aardrijkskunde. Nooit geweten dat er naast een woestijn ook bergen met sneeuw konden staan. Als we bij een opkomende zon bij Calama een zandbak binnenrijden, vind ik dat niet echt speciaal. Als er groen in overvloed is, vind ik dat wel geweldig en weet ik niet waar ik kijken moet. De bruine vallei die ik voor het eerst tussen Valparaiso en La Serena mocht aanschouwen was al niet uitbundig mooi maar er stonden nog cactussen. Hoe meer we naar San Pedro trekken hoe minder graspollen er staan. Misschien nog een enkeling op honderd vierkante meter. Hoge vulkanische bergen zijn weer bepoedersuikerd en geven een schril contrast tegen de bergen van zand. Maar dan ineens doemt het op; een oase van groen. Niet zo eentje die je weleens voorgeschoteld hebben gekregen uit de Sahara met een palmboom en het helderste water wat je ooit heb gezien maar een vallei met gras voor de paardjes, een klein stromend riviertje en bomen, heel veel bomen. Asfalt hebben ze niet in San Pedro. Alles is zand maar voldoet prima.

Je zou zeggen dat het dorp op de lijst van Unesco is geplaatst want er is geen schreeuwerige reclame. De uithangborden zijn van hout en alles lijkt op een geredigeerd toeristenpark. Hostel naar hostel en tour bureau naar tour bureau. Op een hoogte van 2440 meter moet ik wel af en toe even extra ademhalen en dat is niet door de te hoge prijzen. Nadat ik ben ingecheckt bij mijn onderkomen Juriques, wat niet de naam hostel mag hebben, ga ik naar het centrum. De huisjes die langs weerzijde van de zandweg staan, zijn gestorte modder blokken die in de zon hebben liggen drogen. In de Atacama woestijn zelf heeft het al meer dan 40 jaar niet geregend. Hier verlinken de bruine waterstrepen van de bovenzijde van de muurtjes dat het hier wel heeft geregend.

Ik boek twee excursies. Morgen vertrek ik in de ochtend voor een 3-daagse reis met een 4x4 jeep door de woestijn. Op de derde dag zal ik aankomen in Uyuni waar mijn reis verder zal gaan door Bolivia.

Om 3 uur vandaag, ga ik mee voor een kleine excursie naar de Valle la Luna, de maan vallei. We rijden door de droogste woestijn van de wereld. Alhoewel het zand soms afgelost wordt door wit wat lijkt op sneeuw, maar zout blijkt te zijn, groeit er niets. We kijken bij de 'drie Maria's'. Drie rosten die lijken te bidden naar de hemel en we hebben een kruip door, sluip door in een kleine grot. In het groepje zitten een paar dames die nooit een medaille zullen krijgen voor heldhaftigheid aangezien er één al een paniek aanval krijgt als ze een stukje omhoog moet klimmen. Watje. Bij zonsondergang staan we met een kudde andere toeristen naar de vallei te kijken. De zon gaat onder en kleurt de bergen met sneeuw rosé en paars. Overal staan er weer kleine trollen torentjes. Torens die bestaan uit opstapelde stenen. Ik maak er een voor mezelf en bij het donker worden in de avond, worden ik en de andere gasten weer afgezet in San Pedro. Er schijnt één of andere 'underground' party te zijn waar ik voor uit wordt genodigd maar ik vind het leuk geweest naar een halve nachtrust in een bus en een excursie. Morgen een druk programma. Op naar Bolivia.

                                                                                            Lees verder bij Bolivia