Home » Zuid Amerika » Colombia 2012

Colombia 2012

Vanaf 29 juni tot en met 15 juli in Colombia

San Andres eiland in de Caribische zee, Colombia

Quito | Ecuador - Popayan | Colombia, 29 juni

'Cocaine & FARC' Vriendelijk & Gastvrij

Het voetpad over de brug tussen Ecuador en Colombia is misschien wel het kortste stukje niemandsland wat ik ooit gezien of gelopen heb. De rij wachtende voor een Colombiaans stempeltje is een stuk korter en gaat een stuk sneller. Als ik binnen een kwartier al aan de beurt ben, zitten er voor de verandering geen stoere mannen achter de balie maar keurige receptionistes met gemanicuurde nagels. Mijn paspoort wordt niet door het apparaat gelezen en met een kleine glimlach verontschuldigd de dame zich en loopt weg. Ik heb niets te verbergen, heb geen illegale spullen of drugs bij me (zover ik weet) dus niets aan de hand. 'Zou er misschien iemand in Colombia worden gezocht met dezelfde naam als ik of misschien is mijn identiteit in de tussentijd wel gestolen?' Mijn fantasie werkt weer eens sneller dan de nieuwste Pentium processor. Ik maak me hierover niet druk 'maar het zou natuurlijk wel kunnen'. De dame komt terug, mét paspoort en zet keurig een stempel in mijn boekje. '30 dagen?' vraag ik. Nee, ik krijg er wel 90 om te verblijven. Zou leuk zijn maar zoveel tijd heb ik helaas niet meer.

Een loket van Bolivariano, een nationale busmaatschappij staat in een hoek. Ik vraag of ik er een kaartje naar Popayan kan kopen. Geen probleem. Met mijn paspoort en 30.000 pesos (die ik heel even snel heb gewisseld met de Duitse jongen) afgevende, krijg ik een kaartje voor twee uur in de middag. Dat betekend dat ik nog een uur heb en dat de kans om in daglicht aan te komen tot nihil is gereduceerd. Het busstation is in het dorp Jipiales zelf en het best te bereiken met een taxi (7000 pesos). Het Duitse meisje en haar Colombiaanse vriend zijn inmiddels ook gearriveerd en mogen bijna hun paspoort laten stempelen. Ik loop naar ze toe en vraag of ze misschien een taxi met me willen delen, aangezien ze dezelfde route nemen als ik. Ze stemmen er mee in en halen ook twee kaartjes bij de Colombiaanse busclub. Op het busstation wordt ik getrakteerd op mijn eerste nationale koffie en een zoetig broodje met ricotta kaas. Ik heb het gevoel dat er weer hoop gloort aan de horizon voor de solo planteneters. Slechter dan in Ecuador kan het bijna niet, denk ik, hoop ik.

Eva, studerend in Frankfurt en Andrés origineel uit Pasto (gras) wonen tijdelijk bij de tante van Andrés in Popayan. Andrés studeert daar en geeft Engelse les aan de universiteit in zijn vrije tijd. Eva is drie jaar geleden als vrijwilligster naar Colombia gekomen en gevallen voor de charmes van de echte Colombiaan. Tussen de semesters door komt ze terug om bij haar novio (vriend) te zijn. Onze conversatie wordt verstoord als we eindelijk in de half uur vertraagde bus mogen plaats nemen. We zitten ver van elkaar vandaan dus de eerste paar uur wordt er niet gekletst. Ik zit bijna voorin de bus met twee bijna tot kokhalzend toe, hoestende kleine kinderen achter me. Ze zitten op schoot bij opa en oma en zetten maar al te graag hun kleine hoeven in de rugleuning. De dame die naast me zit probeert of heel stoer over te komen of heeft een oog-operatie gehad. De gehele reis houd ze haar zonnebril op en trekt ze het liefst haar capuchon tot over haar oren omlaag.

De weg is hobbelig en heeft weer onnoemenlijk veel bochten. De uitzichten zijn weer zo anders dan in Ecuador. De stijlen rotsen waar de weg langs loopt, hebben vele planten die uit de spellonken groeien. De huizen zijn iets anders gebouwd en zijn in vergelijking met de onlangs andere aangedane zuid Amerikaanse landen, netjes verzorgd. De tuinen staan vol bloemen en de veranda's zijn aangeveegd. Het ziet er keurig uit. De bomen hebben lange plukken baardmos aan de takken hangen. Voor mij heeft dat altijd iets mysterieus en eigenlijk zegt het of het het beste aanschouwd kan worden in de dauw van de ochtend of de nevel van een snel koud wordende nacht. Een dennenbos wordt gepasseerd en bijna zeg ik tegen mezelf; 'ik ben nu al verliefd op Colombia'. Maar dan rijden we Pasto binnen. De huizen zijn hier weer onafgebouwd, de verf bladert, er ligt plastic in de berm en vrachtwagens met antraciet kleurige dieselrook verpesten de schone lucht. De stad ziet eruit als zovelen, jammer. Op terreinen waar vrachtwagens samen zijn gekomen, is de grond donker van de mengolie. Een groot stuk plastic ligt in een stromend riviertje. Snappen die mensen nog steeds niet dat dit niet de manier is om de wereld te behouden? Of zouden ze hier geen voorlichting op tv geven omtrent recyclen en geen afval op straat gooien? Maar iedere leek snapt en ziet toch wel dat het een niet kloppend plaatje is?

Of we nog niet genoeg tijd hebben verloren maken we ook nog een lange stop bij het busstation in Pasto. Twee agenten komen binnen en ik moet me identificeren. De jonge knul bekijkt mijn paspoort en krult zijn lippen als hij ziet wat voor stempels er inmiddels in staan. 'Holanda? 'Si, Holanda' zeg ik. Hij geeft me een hand en zegt 'mi gusto' wat zoiets betekend als 'prettig kennis met je te maken'. Hij heet me van harte welkom in zijn land. Zijn gezicht verandert weer als de serieuze orde handhaver als hij verder de bus in loopt en doorgaat met zijn werk. Bij terugkomst wenst hij me veel plezier. Das een goed begin dacht ik zo. Als we de stad uitrijden zijn er weer rijtjes huizen met keurige tuinen. Afgezien van de buitenwijken van steden heb ik ín een stad nog niet zo'n verzorgde flora gezien rondom huizen als hier. Er wordt een uiterst gewelddadige film opgezet. De speaker die te hard het geluid produceert is net boven mijn linkeroor bevestigd. Ik probeer zoveel mogelijk naar buiten te kijken en mijn directe omgeving te negeren. Hoge bergen met diepe geulen, groen, bomen, mossen, wauw. Krijgt Nieuw Zeeland competitie?

Het is allang donker geworden en om kwart voor 12 in de nacht komen we eindelijk aan in Popayan. Eva en Andrés willen me morgen rond leiden. Dat betekend dat ik iets langer in Popayan zal verblijven in plaats van de geplande één nacht. Om vijf over 12 stap ik uit bij het parkplein waar mijn hostel is gevestigd. Één van de medewerkers laat net een collega uit en vraagt of ik op zoek ben naar een plaats om te slapen. 'Ik heb gereserveerd', zeg ik. Ik groet Eva en Andrés die verder gaan met de taxi en loop de trap op. De lichten zijn allemaal al uit en de Ierse jongen helpt me vriendelijk. Het blauwe neon licht wat de naast gelegen koepel van de kathedraal verlicht, is goed te zien door het glazen dak. Ik trippel zachtjes de kamer in en wurm me onder de deken. Alle plankjes van de bedbodem zijn voelbaar door het dunne matras. Maar ik lig in horizontale positie, kan mijn benen strekken en heb de reis weer goed doorstaan.

Popayan, 30 juni

Ik heb nieuwe vrienden gemaakt. Deze morgen word ik opgehaald door Eva. (Voorzover de planning om maar èèn nacht in Popayan te slapen)

We brengen meteen een bezoek aan de naastgelegen kathedraal en ik bewonder het pleisterwerk in de kerk. Een deel staat nog in de steigers voor het schilderwerk. We gaan wat kerken langs, lopen door de keurig onderhouden straten, zonder ook maar enige vorm van straatafval te vinden. We brengen een bezoek aan een historisch gebouw waar Eva als vrijwilliger werkt bij een organisatie die educatie geeft aan de minder bedeelde. Tijdens een korte maar intense regenbui brengen we een bezoek aan de jugo (sap) bar om te genieten van een liter verse mango shake. Afgezien van mijn kleine broodje kaas gisteren, is dit het eerste wat sinds vele uren mijn maag vult.

Tijdens de ochtend pauze vraag ik haar naar de FARC. Onlangs namelijk in de krant gelezen dat er een 'wapen stilstand' zou zijn aangekondigd. In Popanyan, waar ik nu dus ben, zijn twee weken geleden nog twee bomen ontploft. Één bij het plein en de ander een stukje verder aan de rand van de stad. Een hoogwaardigheidsbekleder uit Bogota was op dat moment op bezoek en daar was de actie ook op gericht. Er is één politieman gewond geraakt maar verder is er niemand gesneuveld. De FARC is nog steeds actief al is het een stuk minder dan jaren geleden. Eva weet ook dat de Nederlandse Tanja Nijmeijer deel uitmaakt van de groepering. Maar volgens haar is het: 'erin en er nooit meer uit'. De mensen zouden teveel kennis over plannen en interne informatie hebben, dat ze het onmogelijk wordt gemaakt om te vertrekken. Vervolgens wil ik weten hoe het met de cocaïne plantages zit. Er zijn genoeg plantages in de regio maar zoals in Bolivia, Peru en Ecuador is het de normaalste zaak van de wereld om op coca bladeren te kauwen of coca thee te zetten en dat geld ook voor voor Colombia. Verder op de dag zou worden uitgewezen dat niemand me kan vertellen hoe cocaïne wordt gemaakt. Dat het een chemisch proces wordt, weet denk ik wel iedereen. Maar hoe en wat, nee daar kan niemand me mee verder helpen.

Na de voltooiing van de 'mango jugo con leche' lopen we langs de markt waar de ene sokkenverkoper naast de andere op de stoep staat en gaan we Andrés ophalen. Naast zijn universitaire studie die hij aan het afronden is, werkt hij als leraar Engels op de plaatselijk vleugel van de de uni. Ze nemen me mee naar een vegetarisch restaurantje wat ik zelf nooit had kunnen vinden. Ik mag zeven dingen van de kaart kiezen, inclusief een drankje en een toetje. Ik kan blindelings kiezen want alles is zonder vlees. Een hele verademing na een bezoekje Ecuador wat het woord 'cocina of cuisine' nog niet in het woordenboek heeft opgenomen. Ik krijg wat vleesvervangende soja hapjes, wat groenten, een mix van tomaat en komkommer en een klein toetje wat enigzins op onze Hollandse vla lijkt. Bij een retour bezoek aan het restaurant Wipala van de Schotse Colin, wat deze keer wel geopend is, hangt een kunst collectie van een plaatselijke kunstenaar. De laatste is in het bijzonder geïnteresseerd in negroïde dames met voorkeur zonder kleding. Op de grond staat een van hardboard gemaakt affiche van 'Kerken in actie'. In het Nederlands dus. Ze geven blijkbaar sinds 1980 elk jaar een kalender uit, die per jaar wordt ingevuld door een kunstenaar van een bepaald land. 2012 blijkt deze door dezelfde Colombiaanse kunstenaar te zijn verwezenlijkt als waar de collectie in Colins restaurant van hangt.

Ik laat mijn tas even achter en krijg een Arafat-sjaal mee, die dienst doet als cover-up van mijn camera. We gaan namelijk de man gemaakte berg 'El Morro' met het standbeeld van Sebastian Belalcazar op zijn paard bedwingen. Eva en Andrés vertellen hun verhalen over de stad waar ze elkaar drie jaar geleden hebben leren kennen. Andrés is inmiddels ook een keer in Duitsland geweest maar meestal is het Eva die tijdens haar studie tijd weet te maken om terug te keren naar Colombia. In de verte vormen de wolken fascinerende vormen boven de vulkaan. Niet alleen dit natuurgeweld heeft een onheilspellende rol in de horizon, ook aardbevingen willen de boel nog wel eens opschudden. In 1983 is de laatste zware aardbeving geweest. De klokkentoren die naast de kathedraal in het centrum van de stad staat, heeft op de oostelijke kant nog één wijzer. Die precies op de tijd stil staat als wanneer de aardbeving destijds plaats heeft gevonden. In een klein gezellig koffiezaakje bestellen we twee espresso's en een koffie shake. We praten over de taal, over dansen, waar toch een groot deel van de bevolking zich bezig houd en over het stijve harken gedrag van de noord Europeanen. Bij Colin ruil ik mijn Arafat sjaal terug voor mijn rugzak.

Ik wordt uitgenodigd om vanuit het appartement van Andrés zijn tante de zonsondergang over de stad te bekijken. De tante met haar vriend Lionel en het zusje van Andrés, Diana die hier tijdelijk op vakantie is, komen binnen. Ze spreken een beetje Engels en dat gaat prima in combinatie met mijn taal. Ik krijg een koffie en later in de avond gaan we met z'n allen terug naar Colin zijn restaurant Wipala. De jonge garde besteld een hele lekkere vegetarische burger terwijl er 'Pigtricks' word gespeeld. Een spelletje waar je punten mee kan verdienen met het gooien van rubberen varkentjes. Mijn eerste Club Colombia 'cerveza' wordt gedronken en ik leg ze uit wat 'lulo', een bekende fruitsoort hier, in Nederland wel niet betekend. Als ik ook nog vertel dat 'marieke', wat hier homo betekend, in het Nederlands een meisjesnaam is, komen ze helemaal niet meer bij. Ik ben opgenomen in de Colombiaanse familie. Ze vinden ook dat ik morgen mijn spullen maar uit het hostel moet halen en een nacht bij hun moet doorbrengen. Als ik tenminste nog een dag wil blijven. Voor de volgende dag word ik uitgenodigd voor een wandeling. Weinig keus, ik blijf gewoon nog even.

Popayan, 1 juli

De wekker gaat vroeg maar ik wordt dan ook al om 8 uur in de morgen opgehaald voor een wandeling. We maken een tocht naar 'tres cruses', de drie kruizen boven op één van de heuvels rond Popayan. Gisteren vertelde Eva dat ze toen ze hier voor de eerste keer was, ze beroofd is van al haar spullen door een jongen met een machete. Naast alle waarschuwingen die ik heb gekregen over Popayan, Bogota, Medellin en Cartagena ben ik niet angstiger geworden om hier te reizen. Maar kostbare spullen mee de berg opnemen, dat lijkt een beetje vragen om problemen. Ik stop wat geld in mijn sok en loop met Lionel, Andrés en Eva in de nog koele ochtend het rommelige pad op.

Vanaf de berg hebben we weer een mooi uitzicht maar met een ander licht dan gisteren over de stad. Andrés verteld me een hoop over de FARC en dat ze hun doel uit het oog zijn verloren. Er is veel corruptie in het land. Sommige oud gedetineerde worden dan ook gebruikt om tegen betaling bescherming te bieden aan wijken en bussen. Ook de Bolivariano busmaatschappij betaald geregeld een bedrag om de passagiers veilig van dorp naar stad te brengen. Een maand geleden werd er nog een bus uitgebrand. Zonder passagiers wel te verstaan maar het was een goede waarschuwing om te blijven betalen. Bij terugkomst in het huis hebben we een klein ontbijt met echte Colombiaanse koffie en maken Andrés, Eva en ik ons op om fruit boodschappen op de markt te doen. De geuren en kleuren zijn hier overweldigend. Er wordt bijna alleen fruit en groente verkocht. Met de uitzondering van vier koeienhoeven en wat halve kippen.

We halen mijn spullen op in het hostel en gaan nog even langs de 'echte' supermarkt. Ik krijg een heerlijke groenten lunch voorgeschoteld en ik de middag kijken de mannen de laatste wedstrijd van het Europese kampioenschap. We gaan op bezoek bij Paul. Paul is een Australiër van de Goldcoast en inmiddels helemaal ingeburgerd in Popayan. Voor mijn derde dag op rij hoop ik niet dat ik mijn hart net als Colin en Paul verpand aan dit provincie stadje. Ben bang dat de familie dat niet echt leuk gaat vinden. Paul geeft ook Engelse les op de uni en is een collega van Andrés. Colin heeft bij Paul de voetbal zitten kijken maar moet er naar een half uur al vandoor om een feestje in zijn restaurant-Art café te organiseren. Paul is getrouwd met een Colombiaanse Paola (dus niet Paula) en ontfermt zich graag over zijn 6-jarige stiefzoon Martin.

Ze vinden dat we vanavond maar eens op stap moeten. Dat houd in dat er gedanst moet worden. Slik. 'Dansen? Moi?' O' jeetje. Dat is al even geleden. Jarenlang op dansles gezeten waar ik tot en met zilverster altijd keurig negens haalde voor mijn balroom dansen maar zuid Amerikaanse dansen... Nou, daar was ik niet zo goed in hoor. Er is echter weinig kans dat ik er onderuit kom. 'Ik heb geen hakken!' Gooi ik nog in de strijd. Maar het mag niet baten. Eva heeft allang mijn schoenmaat bekeken en weet zeker dat ik haar schoenen pas. Ach, wat zou het ook. In zuid Amerika moet je toch gewoon een keer gedanst hebben? Ik geef me over en zie wel hoe ik de lachers ik op mijn hand krijg, als ik daadwerkelijk op de dansvloer sta. We scharen ons net voor de zonsondergang nog even bij de wijkgenoten van Paul en Paola die op het trapje van een huis zitten. Ze vragen me de hemd van het lijf en zijn oprecht geïnteresseerd. We zwaaien ze vriendelijk gedag als we huiswaarts keren om ons klaar te maken voor een avondje uit.

Inmiddels is de aangekondigde vriend van Lionel, Francisco aangekomen. Gisteren werd al gegrapt dat hij vrij klein is. 'Ita' word voor vrouwen gebruikt als verklein woord. Zoals bijvoorbeeld Eva Peron, die liefkozend 'kleine Eva' oftewel Evita werd genoemd. Voor mannen is het 'ito'. En samen met het fruitgrapje wat in Nederland dus een andere betekenis heeft (al word er één l weg gesmokkeld) word Francisco oftewel 'kleine Francisco' nu lulito genoemd. Rond een uur of acht als ik me in mijn enige meegenomen jurkje heb gehesen, mijn oorbellen voor het eerst tevoorschijn heb gehaald, de oorlogstrepen rond mijn ogen heb gezet en de hakjes van Eva heb omgebonden, ben ik er klaar voor.

Paul en zijn vrouw staan beneden het appartement complex te wachten en even later zitten we gezamenlijk in de taxi. Na wat omzwervingen komen we uit bij Club 442. Het is nog vrij rustig als we binnen komen wat voor mij ideaal is om de basisstapjes te leren van de salsa, meringue en reggaetone. Ik kan met een gerust hart zeggen dat het niet beroerd gaat. Paul die net zoveel blankbloed in zich heeft als een kaaskop, tilt zijn gehele voeten van de vloer en danst na zes jaar in zuid Amerika waarschijnlijk net zo houterig als de eerste keer dat hij een dansvloer betrad. Dat is dus een wijze les; hak en voet, hak en voet. Volgens Andrés doe ik het helemaal niet slecht en ben blij dat ik mijn meester niet teleurstel. Het zweet staat al snel op mijn neus en probeer de opmerkingen van tig jaar geleden dansles te vergeten. 'Niet met die armen fladderen, je bent geen vogel.' Dit gaat dus niet op bij de warmbloedige dansen. Na een paar Club Colombia biertjes keren we huiswaarts waar Andrés per ongeluk zijn sleutel in het slot breekt. De stress die we er in Holland van zouden hebben, is hier in geen velden of wegen te bekennen. De bedindeling word voor vannacht aangepast. Diana slaapt bij haar tante op de kamer. Ik slaap bij Eva en de mannen moeten in de woonkamer op de grote matrassen slapen. Er komt tot diep in de nacht veel gelach van Lionel, Andrés en Lulito vandaan. Met de nodige extra biertjes hebben die hun eigen mannen avond.

Popayan - San Agustine, 2 juli

Andrés ontwaakt met wat hoofdpijn en zegt geen idee te hebben waar dat vandaan komt. Eva heeft zero medelijden met hem. Samen bereiden ze een ontbijtje voor ons klaar. Lionel en Lulito gaan op tijd op pad om nationaal de educatie van scholen in Colombia te verbeteren. Met de nodige informatie die ik de afgelopen dagen vergaard heb over Colombia, heb ik de reisplannen ook lichtelijk aangepast. Nog voordat ik zeker wist of ik Colombia wel moest gaan bezoeken, las ik een stukje over beelden die uit vulkanisch gesteente werden gehouwen en als grafstenen werden weggezet. Als het niet helemaal bekend in de oren klinkt, dan suggereer ik toch even om de informatie van het Paaseiland erbij te pakken. Echt, er zijn zoveel dingen die we niet weten over deze wereld en steeds meer verbaas ik me over het feit dat in het verre verleden de gebruiken, de kennis en het uiterlijk vertoon van stammen over heel de wereld zo op elkaar hebben geleken. Nogmaals; toeval bestaat niet. Niet in mijn leven en niet in het verleden.

In iedergeval, ik had een stukje gelezen over die beelden maar dacht dat het ergens in het midden van het Amazone gebied was verstopt, waar je acht dagen voor moest lopen, vier verschillende kano's voor moest nemen en de plaatselijke taal voor moest leren. Niets blijkt minder waar. In San Agustine, ten zuidoosten van Popayan, is deze archeologische site met stenen beelden al te vinden. De twee wekelijkse tocht blijkt een 'simpele' georganiseerde busrit van vijf uur te zijn die aan te vangen is op de oneven uren van de dag. Andrés en Eva lopen met me mee naar het busstation en wachten anderhalf uur met mij. Helaas kunnen ze niet mee door verantwoording jegens werk. Ik geef ze een kus en een knuffel en dank ze, nadat ik bijna gestikt ben door iets te inhaleren, (waar ik in de gaten krijg dat mijn hoest wel heel erg pijnlijk is) hartelijk voor hun gastvrijheid. Het is door deze ontmoetingen dat je een bijzondere band of aandenken aan een land hebt.

Als een geschenk van de goden mag ik in de 30 jaar oude bus voorin naast de chauffeur zitten. Ik probeer de veiligheidsgordel te vinden die ik dit keer geheel vrijwillig vast klik. Er zit een idem aantal jaren stoflaag op wat de kleur heeft van groen en grijs. Het eerste gedeelte van de reis is zonnig en geasfalteerd. Dat blijkt helaas maar één achtste van de trip te zijn. Als we alle 885 bochten weer hebben gehad, alleen de ruitenwisser van de chauffeur heeft gewerkt, liters water door de sponningen van mijn raampje zijn gelopen en de vloer onder mijn tas, en dus ook mijn tas met de spullen daarin te hebben geweekt, merk ik dat ik niet helemaal lekker ben. Het raampje van de chauffeur staat vaak open en een koude wind slaat op de zijkant van mijn hals. Mijn sjaal heb ik al om me heen geslagen en vaak vind mijn hand mijn nek om deze van de koude wind af te schermen. Door de bewolking en regenbuien is het niet nodig om mijn zonnebril te dragen maar elke beweging van mijn ogen doen zeer. Tegen beter weten in, denk ik nog dat dit vermoeidheid is. Mijn lichaam heeft het al eerder later weten maar ik heb niet spoedig genoeg gereageerd. Ik ben toe aan rust. Het snel reizen, het altijd onderweg zijn, het altijd bezig zijn en plannen gaat nu zijn tol eisen. Ik zal het echt rustiger aan moeten gaan doen.

Als we op een splitsing ergens in de bergen tot stilstand komen na kilometers ongeasfalteerde modderwegen in de jungle, blijkt dit de stop te zijn voor mensen die naar San Agustine gaan. Het voordeel van even niet zo lekker zijn is, dat het me allemaal geen ruk meer interesseert. Hoe ik er kom? Geen idee. Het zal zichzelf allemaal wel uitwijzen. Ik klim de bus uit en daar is mijn antwoord. Een man met een gesponsorde bodywarmer vraagt of ik al een hostel heb geboekt. Ik heb geprobeerd iets te boeken maar heb geen respons gekregen maar ga er vanuit dat er vast wel iemand een bed in een kamer heeft staan. 'Si, casa Japones', zeg ik. 'Dat is mijn hostel', zegt de man. Als je me had verteld dat ik 8 miljoen euro had gewonnen had ik je net zo snel geloofd, niet dus. Het is nog vijf kilometer naar het dorp lopen, de man heeft inderdaad visite kaartjes van het verblijf en heeft vervoer, dus de keus is snel gemaakt. Met nog drie andere toeristen stappen we in en worden naar Japones gebracht. De man heeft niet gelogen en we worden naar de plek gebracht die ik op internet al had gevonden en had bekeken. Hij stelt verschillende tours voor.

De Duitse broer en zus gaan voor de dag paardrijden met als afsluiting het archeologische park. De Londense jongen (er komt trouwens nooit iemand uit Engeland, ze komen allemaal uit Londen) gaat voor de jeep safari. Ik ga eerst informatie inwinnen over mijn volgende bestemming en nadat te hebben geregeld vertel ik de kleine baas van Japones dat ik graag morgen mee ga paardrijden. Tja, paardrijden door het fantastische groene heuvellandschap van Colombia? Heeft nooit op een lijstje gestaan. Ik vind het te stoer om het niet te doen.

Parque Arqueologicos (Unesco) | San agustine, 3 juli


'Oh koude douche, wat ben je geen welkom ochtend ritueel nadat ik van de kou in mijn slaapzak heb moeten liggen.' Nou ja, 'douche' is een beetje overdreven. Ik zet een waterleidinghendel over en voilà, er komt water uit een gat in het plafond. Kkouuddd... De toilet/douche combinatie heeft een raamkozijn zonder raam wat een leuk uitzicht op het dorp en de achterliggende bergen heeft. Ik maak een ontbijt en een broodje voor de lunch klaar voor mijn rit maar mijn eetlust is allerminst. Mijn lichaam wil niet opstarten en ik heb een vervelende droge hoest. Ik voel me niet helemaal top maar een dagje paardrijden laat ik natuurlijk niet door mijn neus boren.

Samen met de Duitse broer en zus maak ik een praatje. Hij; afstuderend dokter en net 3 maanden alle (dodelijke) steekwonden op de eerste hulp in Cali verzorgd. Zij; start een kunstopleiding in Berlijn, bij terugkomst in Europa. De paarden staan inmiddels al bij de poort te wachten, opgezadeld en al. Broer en zus komen met rubberen laarzen, wat hier trouwens de plaatselijke trend is, naar beneden. Nog een broer en zus combinatie vergezeld ons deze dag. Ze komen uit Cali en zijn beide Colombiaans. Zij studeert (ook) medicijnen, kan dus weinig mis gaan vandaag met twee doktoren aan mijn zijde, en hij studeert economie in Santa Barbara in Californië. Zijn engels is dan ook prima.
Het donker bruine bijna zwarte exemplaar met kort geknipte manen is voor mij. De grote stijgbeugels worden op maat gemaakt en ik kan opstijgen. De teugels zijn niet van leer maar lijken meer op een halstertouw. Nu had ik hier ook niet verwacht dat ik zou gaan rijden met dressuurgerei maar iets minder grof tuig had wel gemogen. Er is één paardje in de groep en zijn naam is Pocoloco. 'Loco' betekend gek, verder hoef ik daar dus niets over te zeggen. Het meisje uit Cali heeft hem toegewezen gekregen. Vrolijk peert het paardje hem en gelukkig voor Margarita (de Colombiaanse dokter in spé) weet Pocoloco de weg. We drentelen er met de groep achteraan.

De paarden zijn niet groot en hebben een dribbelende rappe tred. Al snel slaan we van de onverharde weg af en rijden een drassig pad af met bananen, -en koffieplantages aan weerszijde. Na een half uur als het begint te miezeren komen we aan bij onze eerste archeologische site. Voordat we daar verder gaan, worden we op de mogelijkheid gewezen om je 'persoontje' uit te laten lichten. Met plaatselijke horoscoop kalenders die weer veel weg hebben van de Maya kalenders wordt aan de hand van je geboortedag bekeken wie je bent. Nu 'weet' ik wie ik ben, dus als enige laat ik dit aan me voorbij gaan. Verder dan, je bent een leider, je bent een gevoelsmens of je bent creatief, komt de vrouw toch niet. Als de regen wat heviger is geworden, lopen we onder leiding van meneer 'Japones' naar de site. Hier staan een 5-tal beelden gehouwen uit vulkanisch gesteente achter een hekje en onder een afdakje. Alles gaat in het Spaans dus ik 'mis nog wel eens wat' maar over het algemeen snap ik de verhalen over de dierenfiguren, de alter ego's of 'avatars' zoals we het nu zouden noemen. Zoals op Rapa Nui werden de beelden op de graven van de overledene gezet. Hoe meer macht of hoe meer geld hoe mooier en groter het beeld.

De Indiaanse cultuur die hier van 1000 jaar voor de jaartelling tot 1500 na de jaartelling leefde is plots verdwenen. Nog voordat de Spanjaarden kwamen is deze agrarische regio in de jungle-achtige omgeving verlaten. Later hebben zich hier weer kleine boeren gevestigd maar niets is meer zo interessant als dat het in het verleden was. De San Agustine cultuur die voor het gemak deze naam heeft gekregen (de echte naam is nooit ontdekt) vond het leven na de dood belangrijk dan het leven van het nu. We stijgen in de regen weer op. Margarita geeft de teugels van Loco aan haar broer Felipe, die er wel raad mee weet. 'Niets zo sexy als een man die wilde paarden in bedwang kan houden.' Felipe en Pocoloco snellen de berg op, waar de weg verandert in een modderpoel. We drijven de paarden door een stuk waar de benen tot wel 40 centimeter in de modder verdwijnen. 

We gaan op weg naar een huisje wat achter fruitplantage is weggewerkt. Een man zit in zijn kleine 'artisane' winkeltje kopieën van bekende beelden te verkopen. Helaas, hoe mooi ze ook zijn, ze kunnen niet mee. Waar wil je een beeld van 15 kilo laten? Nu moeten we zelf door de modder banjeren en ik benijd de slimme keus van de Duitse leute om met rubber laarzen voor de dag te komen. We lopen een berg af waar we een schitterend uitzicht hebben over de vallei die is gevormd door de rivier Magdalena die in dit gebergte ontspringt. De rivier mondt uiteindelijk uit bij Barranquilla aan de Caribische kust. Een grote regenbui komt langs. De gids zo slim geweest om wat grote plastic capes mee te nemen. Er zijn wat diertjes in de rotsen gegraveerd, zoals een aapje die zich aan de bovenzijde van een grote rots lijkt vast te klampen. De gids klimt over het hek om met zijn handen op de stenen de bijzonderheden aan te wijzen. De rest van de groep volgt maar ik blijf achter het hekje staan. Ten eerste zie ik mijn energie in rap tempo als een tornado in een trechter verdwijnen en ten tweede ben ik de grootse zeikerd ooit: dat hek staat er niet voor niets. En als iedereen continu met zijn kleine klauwtjes aan die rotstekeningen zit, dan verdwijnen ze sneller dan erosie door zure regen. Ik weet het, ik ben vervelend en een zeur. Het interesseert me wederom geen reet en de wenkingen die volgen sla ik dan ook vriendelijk af. Het is inmiddels droog en de uitzichten aan de hemel worden fel blauw. Dit is een hele, hele mooie plek. Kleine rode besjes groeien aan de koffiestruiken en aan de overzijde klettert het water van meer dan honderd meter naar beneden, bij de verschillende watervallen. 

We rijden naar een kleine boerderij waar we ons trakteren op verse vruchten shakes. Al het fruit wat ze hier verkopen komt van eigen grond. Ik ga voor een mango-maracuya shake. Precies wat ik nodig had, een liter vers fruit in vloeibare vorm. We stijgen wederom weer op en rijden langs uitzichten die fascinerend mooi zijn. Een vulkanisch grondgebied mag dan wel dood en verderf kunnen zaaien maar aan de andere kant zorgt het ook voor een glooiend groen landschap waar de aarde heel vruchtbaar is en alles wil groeien. Mooi mooi mooi.

We mogen nu zelf een endurance door de modder gaan lopen. De paardenteugels knopen we vast aan bomen en al springend van het ene spekgladde eiland naar het andere nekbrekende droge stukje grond in de modderbende, weten we het looppad naar de nieuwe archeologische site te bereiken. Hier staan weer drie beelden, beschermd onder een afdak. De gids verteld weer zijn verhaal. Ik ben een beetje afgeleid door het gehele uitzicht en de pijn in mijn keel die met het uur erger lijkt te worden. Op een andere heuvel vinden we graftombes die beschermd worden door gekleurde beelden. Één  van de beelden lijkt een knuffel vast te houden en de andere staat met een stok in de ene hand en een teddybeer in de andere. (Kom niet aan mijn beer-beeld!) We krijgen een demonstratie welke boom te mutileren om er een kleurstof uit te krijgen. Bij de één is het felrood en bij de andere is het felgeel. Het zijn dezelfde bomen en kleurstoffen hars, die zijn gebruikt om de beelden een kleur te geven. De achterliggende tombes die een voor een deel zijn blootgelegd, lijken op de hunnebedden in Drenthe. Alles is op een heuvel gemaakt. Dit was een manier om de overledene al dichter bij het volgende leven te brengen. Veel van deze 'man gemaakte' heuvels zijn te vinden op natuurlijke bergen. Sommige zijn door aarde wallen aan elkaar verbonden. Schuifel de schuifel keren we terug naar de paarden en gaan het modderpad af. De Duitse dokter loopt achter me en met een gilletje gaat hij onderuit. Jammer genoeg ben ik te laat om de 'val in actie' te zien maar zie hem nog wel op zijn achterste liggen. Had ik me toch even een stuk beter gevoeld als ik in de slappe lach was geschoten.

Het laatste stuk naar het archeologische park doen we al scheurend. Felipe die twee paarden op de boerderij van zijn ouders heeft gehad, geeft Pocoloco de sporen en weg zijn we. De rest van de club houd zijn tempo aan. Als we dwars door een andere paardrijdende groep rijden, willen die paarden maar al te graag mee. Een meisje wat vooraan op haar paard 'hobbeld' schreeuwt dat het paard moet stoppen als het met ons mee wil rennen. Ik giechel in mezelf. Niet zo zeer uit leedvermaak omdat ze het paard niet kan houden maar omdat ik weet hoe onthand je je voelt als het paard niet doet wat je wilt.

Bij de entree van het park, waar mijn tijd enigszins gaat dringen omdat ik vanavond met de bus naar Bogota ga, geven we de paarden aan de jonge gasten die ze meenemen. Een rit van bijna zes uur zit er op. Een bezoek aan het museum wordt gebracht waar we nog meer beelden zien en uitleg krijgen over de gebruiks voorwerpen die in de in de graven werden gevonden. Ik besluit om de broeders en zusters voor te gaan aangezien ik minder tijd heb. Bij de park site A, zijn er stenen wachters die grote stenen als plafond op hun hoofd dragen. Dit gaf aan dat heilige of rijke mensen hier lagen begraven. Verder veel beelden met dierentrekjes of juist andersom. Ik scheur door naar site C waar veel stenen graftombes zijn omringt door stenen beelden. Het park is Unesco en alles ziet er dan ook piekfijn uit. Van de perfect aangelegde paden tot de overkappingen die de beelden moeten beschermen voor de eroderende regen. De sites zijn op open velden in de jungle. De dichte bebossing maakt het onmogelijk om de jungle 'in' te kijken. Bij een grote waterpartij, de volgende site: Bron van Lavapatas, zijn er dierfiguren in de afgesleten waterval uitgehouwen. Het water loop hier al duizenden jaren overheen en langs maar toch zijn de 'mannetjes' en alligatoren in perfecte staat. Het ligt te midden van een rivier die door de jungle heen kabbelt. Ik race terug, aangezien het pad wat ik moet hebben naar de beeldentuin is afgesloten na de klok van vier. Ik wil graag alles zien maar de tijd begint dringen. Ik heb nog net tijd om naar de beeldentuin te gaan waar om de zoveel meter antropomorfische beelden staan. Het geheel had niet misstaan als luxe beeldentuin bij een groot landhuis.

Ik besluit, met een beetje pijn in mijn hart omdat ik niet alles heb gezien, het park te verlaten en de bus naar San Agustine te nemen. Bij het uitstappen geef ik de man 1000 pesos en stap het trapje af. 'Espera espera' zegt de chauffeur. Ik wacht. Ik krijg nog 9 duizend pesos terug. Ik heb hem per abuis een verkeerd briefje gegeven. Goud eerlijk die man. Niemand die me nog verteld dat Colombianen niet eerlijk zijn. Ik neem snel een douche om de 12 uur durende busrit niet geheel naar paard te ruiken en zeg de eigenaar van Japones gedag. Ik sla zijn verzoek, om me weg te brengen naar de bus af. Aangezien ik door mijn gehaast, tijd genoeg heb om te lopen. Hij bevestigd een aan elkaar geregen poppetje van kastanjes aan mijn tas. 'Voor een veilig reis', zegt hij. Ik bedank hem hartelijk en beloof hem om reclame te maken voor 'Casa Japones'. 

Jammer dat dit gedeelte van Colombia vaak wordt overgeslagen. Het is zo interessant en mensen zijn zo vriendelijk. Wie wil er nu niet het beste van het land zien met de mooiste geschiedenis en ook nog onderwezen worden door mensen die je geen poot uitdraaien en allerhartelijkst zijn?

Bogota, 4 juli

Als ik wakker word, is het plots licht. Er komen stadse contouren in de horizon. Dat betekend dat we bij Bogota zijn aangekomen. Bogota is groot. Om te verduidelijken wat ik met 'groot' bedoel : alleen New York en Mexico-stad overtreffen dit Babylon in het continent Amerika. Honderden mensen staan te vlaggen naar de bussen die ze nodig hebben. We stoppen op station zuid Bogota maar ik blijf zitten. De bus gaat met gekscherende snelheid door de stad heen en mist vele auto's, bussen en motorrijders. De motorrijders hebben het kenteken wat ook achterop de motor zit, ook op de achterkant van hun helm staan. Zonder uitzondering.

Aangekomen op het grote busstation noord, ga ik eerst op zoek naar een toeristenbureau. Altijd handig, waar ze je kunnen voorzien van een stadsplattegrond en informatie over bussen en taxi's. Als ik begin te praten merk ik dat er geen volume achter mijn stem zit. Ik schraap mijn keel een paar keer en mijn stem gaat van het Godfather geluid naar een hele schorre stem. Wauw, probeer dat maar eens; met een schorre stem Spaans spreken. De dame die me te woord staat, is heel schattig en helpt me de goede weg op. Ik loop de honderden meters over het busstation naar de kaartverkoop afdeling. Ik koop mijn nachtelijke ticket voor de 6de naar Medellin (scheelt weer een hostel) en ga in de lange rij voor de taxi's staan. Mijn blik word weer getrokken door een getinte man met groene ogen. Hij is niet knap maar iets aan die kleur ogen blijft mijn aandacht trekken. Zoals mensen hier naar blonde mensen kunnen staren, kan ik dat mensen met die lichte ogen, bijna dan, ik hou me in. Door de drukke straten van Bogota rijd de taxi van de één naar de andere baan. Rijk en arm leven hier dicht bij elkaar. Er liggen heel wat mensen in het park te slapen. Gelukkig is de temperatuur goed, zo'n 22 graden. Ze zeggen dat hier geen seizoenen zijn. Dat lijkt me een beetje onwaarschijnlijk. Heel het jaar door is het ongeveer deze temperatuur. In de avond wat kouder. Het is een drukke, moderne stad. Veel verkeer, veel vervuilend verkeer moet ik zeggen. Vooral de oude bussen en vrachtwagens hebben grote roet wolken achter zich aan hangen.

Ik word afgezet bij Cranky Croc hostel in de wijk La Candeleria, wat een binnenplaatsje heeft met tafels stoelen en een barretje met een koffiezetapparaat wat is gevuld met verse koffiebonen. Verder gelegen, is er een goed uitgeruste keuken van alle gemakken voorzien en een televisie kamer. Ik ga even snel boodschappen doen en sluit me daarna op in het hostel. Mijn ogen doen zeer en mijn keel nog meer. Ik blaf als een zeehond en mijn bronchiën staan in brand bij elke hoest.

Bogota, 5 juli

De jongen die onderin het stapelbed slaapt wordt vloekend wakker. 'Hoe laat is het, hoe laat is het?, vraagt hij. Hij ligt met zijn kleding op zijn dekens te slapen en veert recht op. 'Ik ben overvallen gisteravond. Geen creditcard, geen geld en ik moet naar het vliegveld. Hoe laat is het? O'shit, ik heb mijn vlucht gemist.' Och, arme jongen. Recht in het web van 'Murphy's law' gelopen.

Als ik terug kom van mijn lauwe douche is hij al verdwenen. Wat er niet verdwenen is maar ik er vannacht gratis heb bijgekregen, is een wit plekje in mijn keel. Nu, officieel keelontsteking. Mijn lichaam gaf al aan om het even wat rustiger aan te doen maar maakt nu echt een statement. Misschien maar even naar een drogist of apotheek die zich in heel zuid Amerika als paddenstoelen in een herfstbos ontpoppen. Mijn keel voelt niet eens als schuurpapier maar meer als een val over lavagesteente. Ruw en pijnlijk. Een dag algehele rust heb ik mezelf opgelegd. Met moeite.
Ikke: 'Maar er is zoveel te doen!'
Wijze ikke: 'Ja, maar als je zo door blijft gaan, wordt je niet beter en kan je van de rest van de dingen ook maar half genieten.'
Ikke: 'Maar ik ben hier maar één keer en ik heb geen tijd genoeg om alles te bekijken.'
Wijze ikke: 'Je kan altijd nog een keer terug komen. Verheug je nu maar op de volgende locaties waar je je dan beter voelt en er veel meer valt te zien.'
Ikke: 'Maar ik ben nu in Bogota, de hoofdstad.'
Wijze ikke: 'Denk ook eens aan al die smog en die zware dieselrook die je buiten continu inademt, ook niet echt bevorderlijk voor je hoest dacht ik zo.'
Ikke: 'Ja, daar heb je wel gelijk in. En kan inderdaad misschien ooit wel terug komen.'
Wijze ikke: 'Had je niet ergens dat interessante boek 'de Celestijnse prophesy of belofte' ergens vandaan getoverd? Ga je dat toch lekker lezen?
Ikke: 'Baal er gewoon van dat ik dingen moet laten.'
Wijze ikke: 'Morgen kan je lekker rondstruinen in het oude gedeelte. Kan je foto's maken en zien hoe de stad in elkaar zit. Gewoon even een extra dag binnen blijven, heeft je lichaam gewoon nodig. Extra kopje thee met die honing erin, lekker voor je keel.'
Ikke: 'Zucht.'

Entonses, (dus, in het Spaans) daar zit ik dan heel de dag in de gezamenlijke woonkamer, dicht bij de keuken voor mijn kopje thee met honing en mijn soms 'stoute' koffie met melk. Passievruchten hoef ik de eerst komende week niet meer te eten want die branden door de hoge zuurgraad bijna door mijn geïrriteerde keelslijmvlies heen. Ik heb geen koorts en voel me niet bedlegerig maar de energie voorziening blijft op de meter ergens in de oranje zone hangen. Ik had me veel beroerder kunnen voelen dus zeur absoluut niet over deze 'milde' verschijning.

Bogota, 6 juli

Kwart over zeven is mijn standaard biologische wekker. Mijn vaste routine in de morgen is mijn iPad tevoorschijn toveren en mijn nieuwsgierigheid beantwoorden met het lezen van nieuws en emails. Vandaag mag ik op pad, al heeft de verkoudheid de overmacht van mijn vloeistoffen in mijn hoofd gekregen. Ik moet vandaag sowieso om 12 uur uitchecken want ik vertrek in de avond met de nachtbus naar Medellin. (Uitgesproken als Medie-sjien )

Een plan om meteen mijn bed maar uit te gaan zodat ik als een van de eerste van het complex onder een hete in plaats van een lauwe douche kan staan, doet me besluiten om vroeg aan de dag te beginnen.
Die hete douche was maar voor even maar lang genoeg om mijn haar goed te kunnen wassen, zo dat ik op en top weer fris ben. Ik ga de wijk verkennen maar kom er na een kwartier al achter dat ik fitter hoopte te zijn dan dat ik ben. De vervuilde lucht doet echt geen goed aan mijn geïrriteerde keel en de energie moet vanuit mijn tenen komen. Ik haal een beker met vers zacht fruit, wat yoghurt en muesli als een mix bij een straatverkoper. Bezoek nog even een kerk om het interieur te inspecteren. Daarna op zoek naar een park waar ik in alle rust mijn ontbijt kan verorberen. Overal parken in zuid Amerika waar jong en oud samen komen, heb ik er een nodig.. Geen goeie te vinden. Wel parken te vinden maar dan liggen er vijf zwervers achter me te slapen. Heb ik ook niet echt behoefte aan. Niet dat ik iets bij me heb om te stelen en met de schoenen die helemaal onder de opgedroogde modder zitten van het ritje paardrijden en archeologische sites bekijken, zie ik er ook niet uit als rijke westerse toerist maar toch. Ik wandel op het gemakje terug en ben blij met de ontdekking dat het ene kleine witte plekje in mijn keel al weg is. Maar elke keer als ik denk dat ik het ergste heb gehad, voel ik me weer beroerder. Ik neem weer even wat rust maar kan het toch niet verdragen dat ik de stad aan me voorbij moet laten gaan. Na wat gekletst te hebben met Scott uit Cincanatti, Summer uit Zuid Korea en twee dames uit Auckland, (tegen wie ik nog moest vertellen waar Te Anau en Milford sound liggen) vind ik het toch weer tijd om te gaan.

'Alleen de oude wijk dan.' 'Vooruit alleen de oude wijk dan.' En zo loop ik even later met toestemming van mezelf, met een sjaal voor me neus om de te inhaleren smog te reduceren, door de kleurige straten van Bogota. Het museo Oro oftewel het museum van goud sla ik over. Ik ga voor de architectuur, de regeringsgebouwen, wat kerken en wat markten en pleinen.

Ik loop langs de grote bibliotheek maar die is modern, voor mij nu minder intressant. Via Calle 11, zo makkelijk dat alle straten cijfers hebben, ga in naar de kathedraal Primada, Capilla del Sagrario en het Palacio  Arzobispal wat aan elkaar verbonden is. Mensen met lama's staan op het tegenover gelegen Plaza de Bolivar met hun lama's. Hopend dat de toerist zijn kind op een een wollig exemplaar zet en een foto willen hebben. De weg die leid tussen het Capitolio Navional en het Plazuela Camilio Torres is voor een deel afgesloten. Er lopen wel wat mensen door de poortjes die strikt in de gaten worden gehouden door militiaren. En oh, wat zijn er veel beveiliging diensten hier. Er is geen dag en in de grote steden geen 25 meter, dat je ze niet ziet. Bewakers van banken, straatpolitie, spoorwegpolitie, militairen, van alles in uniform met wapen of stok. Ik vraag of ik door mag lopen maar dat mag niet. Ik weet niet of het een kwestie is van toerist pesten of dat alleen mensen die in de regerings gebouwen werken, toegang krijgen. Ik ben niet voor één gat te vangen en loop via een andere straat om de parkachtige tuin met het astronomische observatorium te kunnen bekijken. De tuin staat vol met paarse hoge bloemen en de toren doet denken aan een klein wit exemplaar die op de hoek van een Nederlands kasteel had kunnen staat. Hier wordt ik wel toegelaten. Ik loop langs de vele, keurig onderhouden klassieke woningen die allen zijn versiert met een balkon en bloemen. Via het museum Siglo XIX en de poort van het Nationale museum loop ik de hoek om richting de oude kerk van San Agustine. Hier wederom weer veel angst inboezemende beelden. 5 minuten max. Mijn ademhaling is diep en de smog is wederom niet bevorderlijk. Ik vind mijn weg terug via het Plazuela de Ayacucho en doe nog even een 'sneak peak' bij de kerk Nuestra Señora del Carmen en gaan dan onder begeleiding van een verkoelend ijsje terug richting mijn hostel.

De rest van de middag hang ik in een chaise longue voor de tv. Als het in de avond tijd is om een taxi te regelen, was ik liever in mijn bed blijven liggen. Bij controle heb ik flinke verhoging maar volgens mijn biologische maatstaven nog geen koorts. Ik ga op het busstation naar de farmacia om een middeltje te halen voor mijn keel. Ik heb geen idee hoe je 'pijn' en 'keel' in het Spaans zegt dus blaf maar een paar keer als een zeehond, trek een moeilijk gezicht, wijs naar mijn keel en zeg dat ik een 'pocito enfirmo', een beetje ziek ben. Ik krijg de keus uit drie flesjes en ga voor degene met honing. Moet er niet aan denken om zo'n heel flesje naar binnen te werken als het zo smerig kan zijn zoals deze drankjes kunnen zijn. Dat mijn observatie vermogen synchroon met mijn conditie loopt, daar had ik even geen rekening mee gehouden. 'Gatver, wat is die hoestdiroop vies!' Ik haal nog een paar eucalyptus snoepjes en wurm me door de mensenmassa heen naar mijn 2G Gold bus van Boliviariano. Even rust. 

Medellin, 7 juli

"Plata o Plomo"
De bus is de luxte tot nu toe genoten. In de hoofdsteunen zitten televisies en er is draadloos internet aan boord. Meestal ben ik één van de eerste die daar mee aan de slag gaat maar gekropen in mijn dubbele t-shirts, wintertrui, windstopper jack en dubbel omgeslagen sjaal (buiten temperatuur is ongeveer 21 graden ) wil ik niets liever dan slapen. Mijn rugleuning kan helaas niet helemaal naar achteren, aangezien er een grote negeroide meneer van bijna twee meter achter me zit. Als we in de nacht om kwart over drie ergens stoppen om een laat diner (?!) te gebruiken wenk ik de man bij terugkomst in de bus. Ik zit helemaal voorin de bus en vind dit echt de vervelenste plek. Er komt iets door die enorme voorruit heen en je bent er geweest. Het enige voordeel wat het met zich meebrengt is dan niemand voor me zit en dat de beenruimte ruim voldoende is. Ik denk aan de grote donkere meneer met zijn lange benen en de in vergelijking daarmee, de korte pootjes van mij. Ik bied hem mijn plaats aan, waar hij de andere helft van de reis comfortabeler kan zitten. De rest van de reis heb ik niet meer meegemaakt.

We komen aan bij het moderne busstation van Medellin. Ik geef mijn kaartje in ruil voor mijn grote rugtas en haal mijn notitie briefje tevoorschijn hoe ik naar mijn geboekte Yellow House kom. Ik zie een grote I van informatie staan en ga daar eerste een stadsplattegrondje halen. De metro moet hier namelijk ook ergens in de buurt zijn. De grote meneer komt naast me staan en vraagt of hij kan helpen. Ik wijs hem mijn metrostation waar ik uit moet stappen en het kaartje wat ik net heb gekregen. Hij stelt voor om me ernaar toe te begeleiden. Hij kan dan wel groot zijn maar kijkt bijzonder vriendelijk uit zijn ogen, is keurig in pak en heeft een nette aktetas bij zich. Hij verteld dat hij veel met de nationale politie werkt en advocaat is. Hij geeft me zijn visitekaartje waar een keurige embossing print in zit. Zijn naam is Robinson. Hij spreekt helaas alleen Spaans en zuid Koreaans dus de hele conversatie moet in zijn moedertaal. Daarnaast ben ik er achter gekomen dat Colombiaans Spaans niet de makkelijkste Spaanse variant is om te verstaan dus het gaat met wat horten en stoten. Het belachelijk schone metrostation én de metro zelf, is een bovengronds vervoermiddel. Prop en prop vol voor een zaterdagmorgen om kwart over 8. Het biedt wel een mooi uitzicht over de stad en ik zie al wat dingen die echt van dichterbij bekeken moeten worden. Het hostel ligt niet in het centrum maar wie heeft dat nodig als je een metro station 2 blokken van je vandaan hebt? Ik heb, heel slim van mezelf, gekozen voor een optie in een buitenwijk met veel groen en weinig smog. Aangezien gisteren de lichaamstemperatuur bijna koorts aangaf, betekend toch dat ik er nog niet ben. Ik wil Robinson bedanken dat hij de tijd voor me heeft genomen om me naar Floresta te brengen en wil hem trakteren op een koffie. Ik geef mijn tas af bij het hostel, waar toch iedereen nog slaapt en we lopen 2 blokken terug voor een koffie met melk. Robinson verteld dat hij in Bogota werkt maar nu het weekend over is om zijn dochters en hun moeder te zien. Hij werkt veel met het zuid Koreanse consulaat, vandaar de tweede taal. Hij is er vanuit gegaan dat ik een Amerikaanse ben aangezien hij heel enthousiast reageert als ik vertel hoe dingen er in Holland aan toe gaan. Leuk dat hij het vind. Hij heeft namelijk een Hollandse collega. We sluiten af na de koffie. Hij loopt nog mee naar het hostel waar we gedag zeggen. Gouden mensen hier.

Aan de ontbijttafel waar ik voor een welverdiende maaltijd meteen maar aansluit, gaan de verhalen over bussen en vliegtuigen. Ik ga ook alvast maar even checken hoe verder naar Cartagena, mijn volgende bestemming te reizen. Via www.vivacolombia.co word ik nog even in de verleiding gebracht om een vlucht naar Cartagena te nemen. Een meisje die vast graag een koe had willen zijn in dit leven, getuige de ring door haar tussenschot, 'gaat echt niet voor 13 uur in de bus zitten'.. Blaaaa. De vluchten zijn heel goedkoop, kunnen zelfs goed meeconcureren met de busmaatschappijen maar zijn met bagage, boekingskosten en extra taxi toch weer een stuk duurder. Neem wel gewoon de bus. Weet ik zeker dat ik niet met Bertha de koe in een ruim zit. Eerst rusten.

Als ik tot 4 uur geslapen heb en mijn temperatuur schommelt tussen verhoging en onderkoeling, moet ik toch echt mijn bed uit om wat te regelen voor dat vervoer. Een jongen komt de kamer in vraagt of ik nu heel de dag geslapen heb. Een beetje beschamend zeg ik ja, maar mijn lichaam wil gewoon even niet. Als ik iets ontdek in zijn stem wat lijkt op Hollands, vraag ik waar hij vandaan komt.'Haarlem', zegt hij. Zijn naam is Pablo en afgestuurd aan de UvA in geneeskunde. Hij verteld in de 10 minuten dat we elkaar kennen dat mijn symptomen ook heel erg op die van Dengue fever lijken. 'Wat?!' Nou, dat is het niet hoor, denk ik. Niet dat ik de afgestudeerde arts niet vertrouw maar kijk toch even snel online of ik inderdaad aan die symptomen voldoe. 'Ja, ik bedoel nee, dat kan het niet zijn hoor.' Heb geen hoge koorts en daarbij is de eerste keer dat je Dengue fever of knokkelkoorts, hoe je het ook wil noemen, niet dodelijk. Je kan er wat black outs van krijgen maar verder dan dat gaat het niet. Pas als je het de tweede of derde keer krijgt, tja dan ben je de  spreekwoordelijke 'Sjaak'.

Het is inmiddels laat in de middag en ik heb geen rust in mijn hoofd zolang ik geen buskaartje naar Cartagena heb geboekt. Ik moet echt op pad. Pablo stelt voor om met me mee te gaan. 'En als we dan toch onderweg zijn', vraag ik, 'kunnen we dan ook nog even langs de kunstwerken van Fernando Botero. Ik heb ooit een artikel gezien over zijn kunstwerken/sculpturen die in de Kunsthal in Rotterdam stonden geëxposeerd. En toen ik online de bezienswaardigheden van Medellin aan het bekijken was, kwam ik de beelden tegen. Bepaalde werken van Botero spreken me heel erg aan en ik wil de kans dan ook niet laten schieten om ze te zien. Gelukkig weet Pablo waar ze staan en we stappen uit bij metro station Parque Berrio waar 23 van de bronzen sculpturen zijn geplaatst. Daarachter is het Museo de Antioquia maar dat laten we even voor wat het is.

Als we over het plein lopen ontstaat er comotie en ligt er plots een man op de grond. Ik maak al bijna aanstoot om de man te gaan helpen maar Pablo houd me tegen. Dat is iets waar we ons niet in mengen. Al snel staat er politie bij, die iemand meteen in de boeien slaat. De man die nog KO op de grond ligt is waarschijnlijk net neergeslagen. Het is inmiddels donker geworden en we lopen door de zeer levendige straten van Medellin. Ooit de meest moordende stad in de wereld met de meest rijke man (7de in de wereld), Pablo Escobar, aan het hoofd van de voedselketen.

Hij was de leidende man van het Medellin (drugs) cartel. Zijn vermogen, vooral gegenereerd uit cocaïne en daarna vastgoed, werd geschat op 20 miljard dollar. Uiteindelijk is hij geliquideerd door de politie, huurmoordernaars van het Cali cartel, de Amerikaanse CIA, FBI, DEA en de Navy Seals. Wat volgens mij niet wil zeggen dat hij in en in slecht was. Veel van de opgeknapte wijken, nieuwe gebouwen, kerken, voetbal stadions en infrastructuur zijn aan hem te danken. Hij wilde een Robin Hood voor de armere zijn. De stad heeft veel groen. Sommige lanen lijken meer parken dan dat het gewoon begroeing tussen de wegen moet voorstellen. Hij schijnt in de tijd zelfs te hebben voorgesteld om de nationale staatsschuld van Colombia af te betalen. Maar wat nader leesvoer duid er wel op dat er geen 'nee' werd geaccepteerd als het ging om het door de vingers zien van illegale dingen. 'Plata o Plomo' Zilver of lood? Kies je voor geld dus voor omkoping of voor het lood van de kogel oftewel de dood? Was een veel gestelde vraag in het Medellin cartel. Politie, justitie, nieuwe president kandidaten die niet naar de regels van Escobar leefde werden in koele vermoord. Een Avianca vlucht werd naar beneden gehaald en een gevangenis werd opgeblazen. Uiteindelijk, met de nodige afspraken, gaf hij zich over aan de Colombiaanse autoriteiten maar wist na enkele maanden te ontsnappen. Na maanden van onderduiking werd hij uiteindelijk op 2 december 1993 op het dak van zijn onderduikadres volgepomt met 'plomo'.

De straten staan vol met karren groenten, fruit en allerlei handelswaar. Het krioelt van de mensen maar een onveilig gevoel heb ik allerminst. We komen aan bij het busstation waar ik tot mijn schrik 118.000 peso's moet betalen. Een vliegticket is 143.000 peso's oftewel een verschil van € 11,40. Reizen met de bus: 13 uur. Vliegen: 1 uur. Ok, dat is dus geen buskaartje. Ik boek wel een vlucht. Nu tijd voor een ijsje want heb wat koels nodig voor mijn keel en al even niet gegeten. Ik heb voor de weinige keren in mijn leven geen honger maar wil gewoon iets koud en vloeibaars.

Als we uitstappen bij ons station Floresta halen we een ijsje en rusten we op een muurtje. Pablo, van origine een Colombiaan maar geadopteerd door een Nederlands echtpaar, heeft zijn thuis gevoel gevonden in zijn 'eigen' land. Na wat omzwervingen in Tjechie en Rusland waar hij heeft gewoond, China waar hij zijn afstudeer project heeft geschreven over de 'vecht', technieken van de monikken, wat alles te maken heeft met zo functioneel mogelijk trainen van spieren (wat ik er van begrepen heb), wil hij zich hier in Medellin vestigen. Vanaf maandag heeft hij zijn eigen appartement en tot die tijd bivakkeert hij in een hostel. Als hij zijn super interessante verhaal over geneeskunde, trainen van Olympische spelers, liefdadigheid en Amerikaanse golfers heeft afgerond, staan we op en gaan richting het hostel. Ik voel me bij het opstaan ineens heel draaierig en alles behalve goed. Dit is een gevalletje van knock out gaan of overgeven. Ik ga voor de laatste optie en met een snel scannende blik zie ik een prullenbak bij de apotheek staan die ik ga gebruiken. Gecontroleerd kotser als ik ben, ben ik net op tijd maar voel me niet zo tof. Maar goed dat ik een dokter bij me heb, die me op een stoel zet, een natte lap op mijn hoofd legt en een glaasje water voor me haalt. Ik zeg dat het alweer gaat en dat we verder kunnen. Pablo wil liever nog even wachten totdat de kleur terug in mijn gezicht is gekomen. Tot die tijd moet ik mijn voeten op de tegenover liggende stoel leggen.

Bij terugkomst in het hostel moet ik 'verplicht' wat eten en maak daarna een halve liter thee met honing voor mezelf. Een goede nachtrust, een aspirine, wat slijm losmakende middelen en keel verzachtende eucalyptus snoepjes doen me hopelijk goed.

Medellin, 8 juli

Vroeg uit mijn bed voor een warme douche. Het weer buiten is te vergelijken met de eerste echte lentedag van 23 graden met een zachte zeebries. Disney pastelkleurige vogeltjes zijn er nog net niet bijgetekend, maar zo voelt het wel. Heerlijke frisse lucht stroomt er door het huis heen en de blonde labrador en golden retriever liggen als huistapijtjes op de koele vloer. De warme douche heb ik nodig als stoombad voor mijn luchtwegen. Ik voel me een stuk beter dan gisteren en ga vol goede moed aan het ontbijt. Ik klets wat met de koeien-neus-ring- dame die Anna heet. Dat je mensen niet mag beoordelen op hun uiterlijk is wel weer duidelijk als het een hartstikke aardige meid blijkt te zijn. Met mijn omelet en twee mini geroosterde bammetjes achter mijn kiezen, Pablo zou trots zijn maar die is rond een uur of 5 al vertrokken naar de turnschool, ga ik weer richting het centrum. 

Toch nog even bij daglicht de beelden van Botero bekijken. En inderdaad mijn retour bezoek met dit keer zonlicht is nog fascinerender dan bij vallende duisternis. Het park waar de beelden staan, met het groen combineert prachtig bij de felblauwe lucht en het Catelaans gestreepte conventie centrum op de achtergrond. Helaas is mijn energie na anderhalf uur rond lopen al helemaal op. Ik slof enigzins teleurgesteld in mezelf de trappen van het
metrostation op, om huiswaarts te gaan. Baal ik van.

In het rustige hostel, vind ik de tijd en de rust om weer eens aan mijn werk (schrijven en inlezen) te gaan zitten en denk dat
het slim is dat ik een gezonde maaltijd voor mezelf maak. Ik ga richting de supermarkt die helaas op zondag gesloten blijkt te zijn. Bij een 24-uurs winkel vind ik tomatensaus die ik wel kan gebruiken bij mijn simpele pasta en soja. Helaas zorgen mijn keel en smaakpupillen voor een gemanipuleerde versie en lijkt het of ik chemicaliën aan het eten ben. Voor 10 uur mijn mandje in, is nog steeds de best werkende remedie tegen ziek zijn die ik kan verzinnen.

Medellin - Cartagena (Unesco), 9 juli

Op het gemakje aan het ontbijt met Anna uit Duitsland en een nieuw binnen gekomen ouder stel uit Ohio. We kletsen wat over Colombia en Ecuador. Een andere kamergenoot, Andrew uit Schotland komt erbij zitten. Hij blijkt dezelfde vlucht als ik te hebben geboekt naar Cartagena.

We vertrekken samen rond een uur of 10 naar de metro en lopen de twee blokken naar het speciale busstation met minibusjes voor het vliegveld. Het vliegveld is 35 kilometer achter de bergen gelegen en neemt een uur in beslag om er te komen. We zeggen Medellin gedag, wat in een vallei tussen de bergen ingeklemd ligt. Groene stroken van bomen markeren de brede lanen in de stad. Een stad met een bloederig verleden maar heden ten dagen een stad vol met sport, cultuur en kunst waar je makkelijk je vakantie kan vieren. In de middag vertrekt onze Vivacolombia vlucht. (Tip: neem nooit, met herhaling nooit een vliegtuig als je heel verkouden bent) Tussen opstijgen en landen zit minder dan 40 minuten. Waarom moet die bus er dan 13 uur over doen? Het antwoord doet zich snel genoeg voor als we langs een grote onweersbui scheren en over een enorm gebergte vliegen. Colombia heeft drie grote gebergte en om die van Medellin naar Cartagena te overkomen, moeten er heel wat bochten, bergen en dalen worden genomen. De vlucht is kort en comfortabel.

We stappen het vliegtuig uit en het lijkt of we tegen een enorme föhn oplopen. Wat een hitte! Wat een hoge luchtvochtigheid! Hier ben ik niet voor gemaakt. 'Medellin, waar ben je met je lente klimaat?!' Andrew en ik zoeken een taxi en ik ding een beetje af. Aangezien we niet in hetzelfde hostel verblijven, moet de taxi ons ergens in het midden dumpen. Ik heb een kaartje van de stad in de LP zitten en loop eigenlijk in één rechte lijn naar het hostel Casa Viena. Wat een vieze vuile griebeszooi is. 'Vertrouw nooit de mening van de schrijvers in de LP.' Want die worden er voor betaald en hebben sowieso een rare mening over dingen. De boeken zijn goed voor plattegronden, wat achtergrond info en als navigatiemateriaal, als je echt niet weet waar je naar toe moet maar anders is het een dik vet onzin boek... en zwaar. Een dik-vet-zwaar-onzin-boek dus.

Omdat ik eigenlijk zo kort mogelijk in deze Casa Viena wil blijven, heb ik het idee opgevangen om misschien morgen al naar Santa Martha bij het Tayrona park te gaan. Heel leuk hoor dat Carribische gebied maar niemand heeft er bij verteld dat het zó snikkend heet is. Ik boek voor morgen een busje richting het noorden, waar er meer wind staat en ga dan op pad richting de stad. Met een klein cameratasje met wat geld erin om mijn nek en mijn dikke onzin boek onder mijn arm, ben ik klaar voor de piratenstad Cartagena. Ik sta een paar straten van het hostel
voor de motorkap van een geparkeerde auto in mijn boek de 
plattegrond te bestuderen, als ik opeens een flinke duw tegen mijn rechterarm en schouder krijg. Ik kijk naar rechts en zie dat ik gewoon wordt aangereden door een auto! Door een grote witte jeep. Uit reactie sla ik met mijn 2 kilo zware dikke onzin boek, (ja, die is nu tenminste ergens goed voor) tegen de lak van de nieuwe auto. WAT?! En serio? Wordt ik hier écht aangereden door een auto die naar achteren rijd? Ik loop naar de bestuurderskant om verhaal te halen. De man doet net zijn deur open en zegt 'disculpa disculpa, ik zag je niet'. Ik ben al een razende tirade aan het afsteken als de man zich nog een keer verontschuldigt. Ik loop verder en stiekem moet ik wel lachen. Dit was echt te dom om waar te zijn. Ik heb er niets aan over gehouden, ben niet gevallen, geen blauwe plek, niets maar wat suf zeg. Voorzover het op straat lezen van een kaart.

Ik loop verder richting de oude stad van Cartagena. Rondom
 het oude gedeelte van de stad, is een grote intacte verdedigingsmuur. De stad staat vol met koloniale gebouwen en balkons die volhangen met bloemen. Koetsen worden voort getrokken door paardjes met oogkleppen. Na wat straatjes te zijn ingeslagen en voor het eerst weer het lang genegeerde oergevoel van winkelen te hebben gevoeld, besef ik dat dit de meest mooie, perfect onderhouden, romantische, fotogeniekste stad is die ik ooit heb gezien. Je kan hier uren ronddwalen in de perfecte straatjes. De één nog verzorgder dan de ander. Grote zwarte Caribische vrouwen zitten in fel gele en rode jurken gehurkt hun fruit te verkopen. Er worden wat samba's op straat gedanst door pubers in uitdagende kledij. Een liggend dik vrouwen beeld van Botero staat op het plein van San Francisco. Een ander plein staat vol met ijzeren figuurtjes die afgebeeld staan alsof ze gezamenlijk aan het kaarten zijn of een potje schaak spelen. Er heerst een rustige sfeer terwijl mensen lopen te flaneren. Mode winkels, verse vruchtenzaakjes, ijszaken, wijnbarren en restaurants zijn er in overvloed. Met weinig fantasie ben je hier zo 200 jaar terug in de tijd. Toen piraten Cartagena als uitvalbasis gebruikte en Francis Drake zijn slag om de Spaanse zilvervloot sloeg. Torentjes van de verdedigingsmuur zijn helemaal intact. Je ziet mensen in bruin grijze kleding lopen en een verdwaalde avonturier door de straten struinen. Vrouwen zijn in felle jurken gekleed en hebben een eigen wijk van lichte zeden. Grote kogels liggen opgestapeld bij de kanonnen die hoog op de verdedigings muren staan. Verkooplieden schreeuwen door de straten wat ze te verkopen hebben. Ik zie het zoals het 2 eeuwen geleden was maar eerlijk gezegd, er is niet veel veranderd. Cartagena brengt je terug in de tijd.


Cartagena - Santa Martha, 10 juli

Gisteravond heb ik een stel uit Canada-Australië, een Deense en een Hollandse leren kennen. De Deense dame, Pia heeft besloten om zich naar mijn idee te wenden en mee te gaan met de bus van deur-naar-deur richting Santa Martha. De wegen zijn goed en het uitzicht houd zich ten midden van de Serengeti die moeders en ik bij intrede in Ecuador zagen en de Aziatische jungle. Veel bomen hebben een geschroeide bast, zonder dat er vuur aan te pas is gekomen. In Cartagena is het standaard tussen de 23 en 32 graden (volgens mij is de maximale temperatuur vele malen hoger..) en heeft een luchtvochtigheid van 90%. Als een groot deel van de Carribische kust zich daar na gedraagt, dan is het niet gek dat er veel groen in de omgeving is.

De geplande reis duurt 4,5 uur en we worden als laatste afgezet bij het hostelparadijs wat 'dreamer' hostel heet. Met opzet heb ik een hostel uitgezocht wat beschikt over een zwembad. En dat hebben we nodig want ook hier is het bloedjeheet. Pia maakt al snel de beslissing om de volgende dag naar cabo San Juan te gaan. Ik denk dat dit de beste plek is voor mij om bij te komen van mijn 'dip momentje'. Als we na het boodschappen doen en ijsjes eten, anderhalf uur in het ondiepe warm water zwembad hebben zitten kletsen, krijg ik het wat koeler en besluit om even mijn stapelbed op te zoeken voor een dutje.

Na twee en half uur geslapen te hebben, maak ik een soja maaltje klaar wat ik met mijn nieuwe vriendin deel. Ze verteld haar halve levensverhaal en haar ervaringen die ze de afgelopen 3 maanden in Ecuador heeft opgedaan. We zeggen elkaar in de avond gedag. Ik zou het liefst nog naar de 'verloren stad' in Tayrona national park gaan maar heb daar ten eerste geen tijd voor en ten tweede, de conditie is er nog niet klaar voor. Daarbij moet ik eerlijk bekennen dat de reden dat ik hier ben, meer tot het tot rust komen is dan het actief bezig zijn met het ontdekken van de regio. 

Santa Martha, 11 juli

Op één van de lounge banken bij het zwembad weet ik me ideaal te vermaken met wat geschrijf, wat gelees en wat achtergrond informatie op zoekend over het land. Het hostel is gebouwd in een vierkant met een open midden gedeelte waar het zwembad ligt. In de galerijen waar de kamers op uit komen, hangen hangmaten waar je heerlijk kan luieren en kan lezen tussen de schaduw van de beplanting. Er is een keuken in de buitenlucht aanwezig, waar je je eigen eten kan bereiden en een Italiaanse keuken waar je 'verwend' je eten kan bestellen. Te midden van deze keukens is een bar voor de avonduren met daarvoor wat loungebanken waar ik er op één mijn intrek heb genomen.

Mijn gedachten gaan uit naar het verhaal wat Pia gisteren aan me heeft verteld.

Ze heeft een pauze in haar leven genomen van werk en besloot om bij een oud collega die ze in Barcelona had leren kennen, te vertoeven voor een paar maanden. Deze collega woonde in Ecuador, dus dat is waar zij naar toe ging. Na een aantal weken ging de relatie tussen hun nogal stroef en nam ze haar intrek bij een jong stel van bijna 30 waar ze bevriend mee was geraakt. Pia haar leven bestond uit meehelpen in het huishouden, de kipjes en rondscharrelende beestjes rond het huis te verzorgen en met de hond en haar puppy spelen. De vader van haar nieuwe vriendin Alicia, was ziek geweest en moest voor controle naar het ziekenhuis. Alicia had op jonge leeftijd een busongeluk gehad en was niet meer zo happig op het reizen met de bus. Zeker niet het hele eind naar het ziekenhuis wat in Quito was gesitueerd. De eerste poging om naar het ziekenhuis te gaan mislukte omdat het te hard had geregend en dat durfde ze niet aan. De tweede maal liep de puppy mee naar de bus en die moesten ze terugbrengen naar huis, bus gemist. Het was er dan eindelijk van gekomen om de reis naar Quito te ondernemen. Ze stapte met haar vader en echtgenoot in de gereserveerde bus en reden richting Quito. Hoe bepaalde chauffeurs hier aan hun rijbewijs zijn gekomen, is voor mij altijd een raadsel geweest. Het roekeloze rijgedrag kan heel frusterend zijn maar bovenal verontrustend. Het is tenslotte niet heel erg dat iemand zichzelf doodrijd maar het meenemen van onschuldige mensen is voor niemand een aangenaam iets. De betreffende bestuurder is te overmoedig geweest bij een inhaal manoeuvre in de haarspeldbochten van de bergen. Ze zaten gedrieënd voorin de bus, hetgeen waar ik altijd slechte grappen over maak, over wat er kan gebeuren. De bus slaat op zijn kant en ze worden door de vooruit getorpedeerd. Zij is een snelle dood gestorven door met haar achterhoofd op een rotsblok te belanden. Haar vader is waarschijnlijk overleden aan diverse uitwendige bloedingen, getuige de echtgenoot die tijdelijk bij bewustzijn op de straat lag en zijn schoonvader in een plas bloed zag liggen. Hij heeft het overleefd met een gebroken heup en een bijna bloedvergiftiging, die hij in het ziekenhuis opgelopen heeft. Pia hoorde het nieuws toen zij zelf ook in de bus zat. In totaal zijn er bij de crash die in april dit jaar plats vond, 16 mensen om het leven gekomen. Alicia was 29 jaar oud. Pia is terug naar hun huis gegaan om de boel bij te houden. Bij terugkomst bleken de kippen te zijn geslacht en de puppy te zijn overleden. Het hele huis zat vol met schimmel door de hoge luchtvochtigheid en er zat een tarantula bij binnenkomst in de hoek van de woonkamer. Ze is na veel twijfel toch vertrokken nadat de echtgenoot thuis was gekomen en zijn schoonmoeder zich over hem ontfermde.

Triest verhaal hoor. Maakt je in één keer weer heel bewust over het feit wat 'leven' heet en de dagelijkse risico's die je neemt bij het reizen.

Concha bay, Tayrona park | Santa Martha, 12 juli

"Goud & koud"
Vooruit, ik ga toch wat ondernemen. Niet veel, maar toch. Het hostel bied elke dag een andere trip of excursie aan. Aangezien in vlak bij het Tayrona park ben, wat bekend staat als hét mooiste nationale park van Colombia, moet ik dat toch even ontdekken. Ik word met wat andere mensen van het hostel in een bestelbusje gepropt wat in de laadklep twee tegenover elkaar liggende banken heeft. We rijden het slordige Santa Martha door en komen al snel op een droge voorheen modderige weg, die ons als plastic bouvier poppetjes op de hoedenplank laat knikken. We betalen de entree voor het park en niet veel later komen we aan bij een vrij gemaakt terrein waar schitterende wijd gespannen bomen staan.

Het is 10 uur en dat betekend dat we 7,5 uur aan zonuren hebben voordat we worden opgehaald. Ik maak vriendjes met een leuk stel uit Oxford die vanuit Mexico naar beneden aan het reizen zijn. Sharon is Italiaans maar woont sinds jonge leeftijd in Engeland. Thomas is Pools en woont sinds zes jaar in Engeland. Een plekje in de schaduw onder een tentdoekje kunnen we ons alle drie niet permitteren, dus gaan voor de natuurlijke schaduw van een boom die op de rand tussen het woud en het strand staat. Voetje voor voetje loop ik in het warme zand richting de Caribische zee. Voor het eerst in mijn leven ga ik in deze Caribische zee zwemmen. En daar stop ik mijn rechterteen in het water van die Caribische zee. ...En die is koud! Dat had ik niet verwacht.. Tandjes op elkaar, zo koud is het nou ook weer niet.

Er zwemmen allerlei grijze langwerpige exemplaren over de zeebodem. Ben daar niet echt een hele grote fan van maar ja, je weet dat je dat risico kan lopen om ze te zien als je je mengt in hun habitat. Naast de vissies zijn er allemaal kleine gouden vlokjes die in het water schitteren. Zo groot als een zandkorrel dwarrelen deze flinter dunne plaatjes door het water. Ze blijven niet op je huid plakken maar wel in je haar zitten. Hebben we hier een goudmijn ontdekt?

Afgezien van een flesje water wat ik heb meegenomen, heb ik niets aan eten en drinken bij me. Tussen het parkeerterrein en het strand ligt een 'restaurant'. Meer een hal met een rieten dak en wat hoge tafels met plastic stoelen. Ik waag het erop om op mijn bloten voeten over het inmiddels bloedhete zand te lopen. Ik sta nog te verzinnen hoe ik het beste om de menukaart kan vragen, aangezien er verder niets staat beschreven, als een jongen naar me toe komt en vraagt of ik de 'mapa' wil zien. 'Si si, El mapa o menu', zeg ik en bevestig het met een knikkend hoofd. 'Nou, die heeft het goed begrepen.' Ik wil gewoon iets eten. Misschien een ijsje of wat kleins hartig als ze het hebben. Niet veel later komt hij terug met een dienblad met drie hele vissen erop... 'Komt met rijst en groenten', zegt hij. Ik moet lachen. 'Ga toch geen keuze maken uit de verschillende vissen?' 'Yo soy vegetariana', zeg ik met een glimlach. Zijn dagverse aanbod en presentatie wel kunnen waarderend. Verder dan een cola kom ik helaas niet.

Ik hup 10 minuten later weer over het snikhete zand terug naar mijn plekje. Ik word aangesproken door een man die bij de grote naast liggende familie hoort. Hij is Colombiaans maar woont sinds zijn 6de in
Queens, New York. Zijn vertrouwen in de gemiddelde Colombiaan is niet zo groot als hij verteld dat hij in het donker nooit over straat loopt maar altijd de taxi neemt. Hij verblijft dan bij zijn familie in Barranquilla (waar de zangeres Shakira vandaan komt, die trouwens helemaal niet populair is in eigen land). Ik heb me nog geen seconde onveilig gevoeld in dit land en ben ook niet van plan om iets van zijn verhalen aan te trekken. Alhoewel hij wel heel aardig is.

Rond een uur of vier besef ik dat ik mega ben verbrand. De factor 30 heeft niet overal gewerkt. Nu ik me een stuk beter voel, heb ik geen zin om me slecht te voelen door de verbranding van mijn rug en benen. Ik pak mijn boeltje bij elkaar en ga voor de laatste anderhalf onder de overkapping bij het restaurant zitten. In de avond is mijn vriendin Pia weer terug van haar nachtje slapen onder de sterrenhemel in een hangmat. Ze sluit wederom bij mijn plan aan, om morgenochtend om negen uur de bus terug te nemen in Cartagena. Om half negen in de avond ga ik naar mijn bed in de warme kamer met 1 waaier voor 10 man. Heb mijn middagdutje overgeslagen en voel de zon in heel mijn lichaam. Mijn lijf is zo rood als een gekookte kreeft en eerlijk gezegd voel ik me ook zo.

Santa Martha - Cartagena, 13 juli

We zeggen de grijze dreamerkat 'Tigres' gedag. De bus is te laat. Om 10 uur vertrekken we pas maar het busje heeft airco en dat vind mijn verschroeide lijf maar al te lekker. Helaas ben ik ook wat bikini randjes bij mijn billen vergeten in te smeren, wat resulteert in een lichte pijnlijke zit. Ik ben in korte tijd weer aan het ronken voor anderhalf uur. Daarna geniet ik tussen de regenbuien door van de planten en bomen die langs de kant van de weg staan.

Bij het smoetzige Casa Viena aangekomen, waar ik toch maar weer een nacht ga slapen omdat de airco in de kamer zo heerlijk is (en ik al heb betaald), leggen we de spullen op onze aangewezen bedden en gaan de stad in. Pia heeft de stad nog niet helemaal gezien en ik kan niet wachten om er weer foto's van te maken. De regenbui die we al eerder hadden getroffen voor de stad, heeft nu het oude gedeelte bereikt. Met een temperatuur van zeker 30 graden zijn de neervallende regen druppels als water in de woestijn. Maar weinig mensen kunnen regen waarderen maar als je je concentreert op het feit hoe de regen voelt op je blote huid, dan kom je erachter dat dat een heel lekker gevoel is. Afgezonderd van de koude stort regens in Nederland natuurlijk. Met deze aangename verfrissing lopen we de poort door om weer ondergedompeld te worden in de geschiedenis van heden.

Ik neem Pia eerst mee naar het zaakje, waar ik een aantal dagen geleden één van mijn heerlijkste fruitsmoothies ooit genoten, heb verorberd. De fruitsuikers zijn niet genoeg van haar en ze trakteert zichzelf op twee bollen ijs. Lang kan ze er niet van genieten want een stap buiten de deur begint het ijs al te smelten. We lopen verschillende straten in en de paardjes komen weer langs gedraafd. Sommige straten zijn afgezet en alleen voor de koetsen toegankelijk. Er rijden ook auto's rond maar gelukkig niet zoveel. Ze verpesten de sfeer. De balkons hangen vol met manden met bloemen en planten. Alles staat in bloei en het lijkt wel of het hier iedere dag de eerste week van de zomer is waar alles net ontpopt. De huizen zijn geverfd in verschillende pasteltinten maar ook in gedurfd oranje, groen, donker blauw of rood. Verschillende dames in Caribische klederdracht zitten op de pleinen heel fotogeniek te zijn. Dat ze echter niet gefotografeerd willen worden is duidelijk als ze vaak hun gezicht afdekken als iemand met een camera voor hun gaat staan. Ik probeer het via een hoekje en weet ze op de gevoelige plaat vast te leggen.

Ik kom een typische Colombiaanse bus tegen met standaard open ramen en een hoog dak waar mensen hun hele huisraad op kwijt kunnen. Bij het Cólon theater gaan we nog even langs om de typisch Spaanse haciënda bouw te bekijken en maken dan een rondje bij de piraten schepen aan de kade. Aan de andere zijde van het water, zo'n twee à drie kilometer verderop verrijzen de enorme witte wolkenkrabbers en de hijskranen bij de haven. Cartagena is een grote havenstad, altijd geweest natuurlijk maar er is nu een duidelijk verschil tussen oud en nieuw. In het donker slenteren we weer rustig terug naar onze wijk-van-lichte-zeden. We halen nog een 'aquacata' oftewel een avocado bij een straat verkoper en brood wat altijd zoet is bij de bakker. De straat hangt vol met door de zon geblakerde zwarte mensen, zwervers, dames met hele korte broekjes en ander straat figuranten. Wederom, geen onveilig gevoel en vind het dan ook jammer dat ik Cartagena te vroeg moet verlaten. Heb het idee dat ik hier nog niet klaar ben.

Cartagena - San Andrés, 14 juli

'Van Colombia naar Panama'
Hoe reis je van Colombia naar Panama?:

1. Vliegen, snel en veilig maar duur
2. Zeilboot, 4 tot 6 dagen. Duur, vol avontuur maar met paradijselijke eilanden waar je zelf je vis moet vangen

3. Speedboat, 1 à 2 dagen, goedkoop maar nat en erg ruw en vanuit de middle of nowhere met een vliegtuig verder naar Panama city
4. Container schip, aantal dagen? Mogelijk goedkoop maar weinig informatie en veel onzekerheden
5. Door de jungle over het vaste land en dan het Dariën ravijn over zien te komen, dat is: gevaarlijk en mogelijk dodelijk

Nou, punt 5 valt al af, aangezien de muggen mij altijd lekker vinden en ik geen zin heb om met slangen te worstelen en allerlei andere enge (on)gedierte om me heen te hebben. Heb nog steeds de voorkeur voor beestjes met een hoog aaibaarheids gehalte, tarantula daar gelaten. Daarbij ben ik mijn machete vergeten en heb ik nog geen doodwens.

Punt 4: Klinkt leuk maar 'been there, done that'. Heb een aantal jaar geleden twee weken op een container schip gezeten en dat was fantastisch. Dus weinig kans dat dit dat kan evenaren.

Punt 3: Met een speedboat? Voor twee dagen? Dacht het niet. Daar heb ik nooit genoeg reispillen voor. Daarbij heeft wat research me naar informatie geleid en mensen klagen over de enorme golven op de open zee (slik) met teveel mensen en te weinig slaap plekken.

Blijven over 1 & 2: Moeilijk, moeilijk. Bij wederom heel wat gespeur op internet, (daar kan je echt alles vinden) wil ik voor de zeilboot gaan. Hoe gaaf is dat om lekker tussen het zeilen door op wat verlaten eilandjes te hangen? Maar de meningen van de reizigers online lopen nogal uiteen en dan vind ik opeens een redelijk geprijsde vlucht die niet 1 uur en 50 minuten, de gemiddelde tijd naar Panama city duurt maar 25 uur mét één overstap.

Ik, nieuwschierig, check waar die overstap dan wel niet is. 'San Andrés', nog nooit van gehoord. Googlemaps word erbij gehaald. San Andrés blijkt een super (en met super bedoel ik súper) mooi eiland voor de kust van Nicaragua te zijn maar nog steeds Colombiaans grondgebied. De keuze is gemaakt. Ik ga voor de goedkoopste en de snelste optie. San Andrés, ik kom eraan! Ik boek snel een hostel wat tien minuten van het vliegveld vandaan is en ben zo blij als een kind.

En daar zit ik dan te wachten op mijn vlucht. Een klein kindje kijkt mee op mijn iPad als ik erop aan het typen ben. Na wat moeilijk gedoe bij de plaatselijke politie over of ik nu wel of niet een 15 dollar toeristen kaart voor San Andrés moet kopen of niet, maken ze de beslissing van niet. Dat is namelijk alleen nodig als je er langer dan een dag verblijft en dat doe ik niet. Ik ben er maar 22 uur en daarmee bespaar ik toch mijn laatste peso's. Als we boarden kom ik bij mijn vooraf vastgelegde stoel die in beslag word genomen door een dik wijf. Mensen zijn hier super aardig hoor maar van manieren hebben ze af en toe echt niet gehoord. Ze dringen zonder gene voor, wachten niet in bussen of vliegtuigen op de voorgaand passagiers en staan graag bij een balie of desk naast je op je vingers te kijken in plaats van braaf achter de lijn te wachten. Ik voel me te goed om er iets van te zeggen maar heel vriendelijk gedag zeggen doe ik ook weer niet. Ben er trouwens te oud voor geworden om te wedijveren over een stoeltje.

Als het vliegtuig is opgestegen en het lampje 'gordels vast' uit is, pak ik mijn tas en ga een paar stoelen verderop bij het raam zitten. De vlucht is niet eens halfvol en plek genoeg bij het raam. Dat het dikke wijf lekker blijft zitten waar ze zit. De hele bedoeling om bij het raam te zitten, waar ik me meestal niet zo druk om maak, is de zeebodem. Vanuit de lucht kan je perfect de blauw groene zee zien die zo kleurt door het witte zand.

Het koele vliegveldgebouw uitlopend, kom ik weer terecht in de hitte van de Caribbean. De route naar het El Viajoro hostel is twee kilometer maar met de warmte, 16 kilo op mijn rug en 7 voorop, ben ik toch blij dat ik even later mijn tassen kan afgooien. Het hostel heeft vijf verdiepingen en vanaf het dakterras is het uitzicht su-bliem! Voor de kust liggen twee eilandjes; Aguarius en JohnKey. Beide pareltjes, die met wuivende palmbomen op een klein stukje zand in een onnoemelijk blauw bassin staan. Ik ga op pad met een beetje zakgeld en mijn camera. Mijn handen jeuken als ik denk aan de mooie plaatjes die ik hier kan schieten.

Als snel ben ik in gesprek met Gustavo. Een kapitein van een kleine boot die op zijn
scooter zit. Zijn korte rasta haren zijn door de zon gebleekt en we spreken in Spanglisch. (Spaans-Engels) Hij stelt voor om me het eiland te laten zien, me naar het zoetwatermeer op het zuiden van het eiland te rijden en de koralen te laten bestuderen die rond heel het eiland groeien. Al klinkt het aanlokkelijk en ben ik tot nu toe nog geen oneerlijke Colombiaan tegen gekomen, het stuit tegen mijn principes in. Het principe van; 'je helder verstand gebruiken'. Natuurlijk stap ik niet achter op een scooter bij een gast die ik net vijf minuten ken. Als ik dat soort dingen wel zou doen, zou mijn leven vast een stuk avontuurlijker zijn. En al hebben we allemaal wel eens de gedachten om ons roekeloos te gedragen en te acteren als James Dean in 'A rebel without a cause', man of vrouw, een enkeling die het daadwerkelijk doet. Ik ben die enkeling niet vandaag. Als hij me liefkozend 'mami' noemt is het voor mij écht tijd om te gaan. 'Mami?', echt waar? In Nederland zou je een klap op je snoet krijgen als je dat tegen een meisje zou zeggen. MILF is de equivalent hiervan en een enkeling die dat ooit tegen me durfde te zeggen. Ik vind het dan ook verre van een compliment, wat ze er hier wel mee bedoelen. Met moeite kan hij afstand van me doen maar de rest van mijn wandeling naar het strand wil ik toch liever zelfstandig ondernemen.

Bij een schattig fruit-ijs zaakje, maak ik een keuze uit bevroren aardbeien en bevroren stukjes mango uit de vriezer. Ze gooien het in een bak, mikken er wat water en melk bij, zetten het onder een mixer en voilà, een super gezond smoothie ijsje. Al happend kom ik de mooiste plaatjes weer tegen. Steigers over helder water, verzorgde huisjes achter waaier palmen. Het super tropische JohnKey eiland in de verte in dat water wat bijna verslavend is om naar te kijken. Ik mik mijn shirt en slippers in mijn tas en slenter door het zeewater. In tegenstelling tot het zeewater bij Tayrona park op het vaste land, is deze temperatuur heerlijk. Het zand is wit, het water is helder, de zon schijnt en er genieten met mij heel wat mensen van dit uitzicht. Verschillende cocaïne opsporende helikopters komen over gevlogen.
Snelle leger speedboten schieten door het 

water om de handel tussen Mexico en Colombia te onderscheppen.

Inmiddels heb ik een nieuwe vriend gemaakt; Alex. Hij is een Costa Ricaanse jongen die sieraden op het strand verkoopt. Hij is grappig en mag me best vergezellen bij mijn strand wandeling die ik alweer aan het retour maken ben. Met mijn opmerking over de helikopters die de cocaïne handel proberen op te sporen, haalt hij een zakje met het witte poeder te voorschijn. 'Of ik gebruik?' Nee, man sukkel. Zeker niet in Colombia. Vind het echt een heel leuk land hoor, maar om hier nu langer te blijven dan dat ik zelf plan, nee. Mijn mening over Alex is een beetje veranderd nu. Als we iets verderop langs twee gasten die in volle kledij op het strand zitten lopen, gaat Alex er naar toe. Naïef (niet altijd althans) is niet echt mijn tweede naam en maak hem duidelijk dat ik hier niets mee te maken wil hebben. 'Wat, wat, wat,' vraagt hij. 'Sieraden verkopen aan de dames en cocaïne aan de heren," zeg ik. 'Mi no gusto. En serio, mi no gusto'. Ik vind het niet leuk en loop door. Even later haalt hij me in en ik vertel hem nogmaals dat ik er niet van gediend ben wat hij aan het doen is. Hij belooft dat hij geen mensen meer zal aanspreken en niet meer met de cocaïne zal zwaaien. Kan best een 'algemeen goed' zijn hier maar even niet bij mij in de buurt. Alex verklaart al snel de liefde aan me. 'Voor altijd,' wordt erbij gezegd. Jaja.

We kletsen wat af en hij staat erop om me naar mijn hostel te lopen. Weinig kans van slagen wat hij probeert voor elkaar te krijgen. Heb nog steeds een leuke vent thuis, dus helaas voor hem. Daarbij ben ik nog nooit op de avances van zulke jongens in gegaan, kortom dat gaat nu ook niet gebeuren. Voor de deur van het hostel zeggen we elkaar gedag. Hij wil me morgen naar het vliegveld lopen. Ik zeg dat ik rond half elf, elf uur vertrek. Mocht hij serieus willen doen wat hij zegt, dan zie ik hem morgen wel.

San Andrés | Colombia - Panama City | Panama, 15 juli

De airco in de kamer kende vannacht helaas geen verschillende temperaturen. Het was zo koud dat ik zelfs onder mijn slaapzak heb moeten slapen. In de ochtend eindelijk weer een compleet ontbijt aangeboden door het hostel, met uitzicht over de mooie zee vanaf het dakterras. Toch wel jammer dat ik niet langer kan blijven maar ik heb het per ongeluk toch maar bij gekregen. Blij dat ik het heb mogen zien.

Het geslijm van Alex gisteren was me toch iets teveel en wacht zijn komst bij de voordeur dan ook niet af. Om tien uur verlaat ik het hostel om richting het vliegveld te lopen. Dat ik niet te vroeg ben vertrokken voor mijn vlucht van één uur, wordt al snel duidelijk als de rij behoorlijk lang blijkt te zijn. 'Eerst moet ik een stempel halen voor de belasting?' Daarna anderhalf uur in de rij om mijn ticket te krijgen. Ik ben eergisteren al online ingecheckt maar dat mag helaas niet baten. Alle tassen worden halverwege de incheck rij grondig geïnspecteerd. Na de incheck, nog een controle punt waar de kleine tas weer wordt geïnspecteerd en ik wordt gefouilleerd. Een vingerafdruk rechts, een vingerafdruk rechts, controle. Door voor een stempel in mijn paspoort, door de duty free winkel (waar ik nog even een lading parfum op spuit en gretig gebruik maak van de alcoholische versnaperingen die als proeverij staan opgesteld) en dan weer een grondige tassen inspectie.

Dit keer laat ik als Hollander de spreekwoordelijke 'kaas niet van mijn brood eten' en neem me voor om oud of jong van mijn pre-gereserveerde stoel te schoppen. Mocht er iemand al met zijn brutale reet op hebben plaats gevonden. Gelukkig is dit keer niemand zo ongemanierd om mijn kans op een foto van de prachtige zee vanuit het vliegtuigraam te ontnemen. Brave mensen. Op het allerlaatste moment komt er nog een Zwitsers meisje binnen die naast mij plaats neemt. Ze is mijn kamergenoot uit het El Viajero hostel. Autoriteiten waren bij haar dit keer net zo moeilijk als bij mij in Cartagena. 'Wie heeft er trouwens moeite met Zwitsers? Dat zijn toch de meest neutrale mensen in de wereld?'

                                                                     Lees verder bij Panama